England -- Fiction

Dombey en Zoon

Dombey zat in een hoek van het duister gemaakte vertrek, in den grooten leuningstoel naast het bed, en de zoon lag, warm toegestopt, in een draagbaar kinderbedje van mandewerk, dat zorgvuldig voor en dicht bij het vuur was geplaatst, alsof zijn aard met dien van een melkbroodj...

Chapters

1. Part 1

Dombey zat in een hoek van het duister gemaakte vertrek, in den grooten leuningstoel naast het bed, en de zoon lag, warm toegestopt, in een draagbaar kinderbedje van mandewerk,...

2. Part 2

“Kom, lieve Fanny! Waarlijk,” zeide de schoonzuster, terwijl zij zich verschikte, en in weerwil van haar zelve een minder gerusten en te gelijk ernstiger toon aannam, “ik zal bo...

3. Part 3

“Wat het eten betreft, Richards!” hervatte mevrouw Chick, “het beste van alles staat voor u klaar. Gij hebt alle dag maar te bestellen wat gij eten wilt, en alles, waarin gij lu...

4. Part 4

Toen de kleine Florence schroomvallig aankwam, bleef Dombey stilstaan, om naar haar te zien. Indien hij met meer belangstelling en het oog van een vader had gezien, had hij in h...

5. Part 5

“Denk eens aan dezen wijn, bij voorbeeld,” hervatte hij, “die naar de Oost-Indiën en terug is geweest, ik weet niet hoe dikwijls, en eens om de wereld. Denk aan de pikdonkere na...

6. Part 6

“Ik zal hem niet wakker maken,” zeide zij, met een hangend hoofd de handjes voor de oogen houdende. “Ik zal hem maar even met mijne hand aanraken en dan gaan slapen. Och, laat i...

7. Part 7

“In de zes maanden of daaromtrent, Richards, die gij hier in huis hebt gewoond, hebt gij uw plicht gedaan. Verlangende om u bij deze gelegenheid een geringen dienst te bewijzen,...

8. Part 8

In die wilde verwarring, terwijl de menschen schreeuwend heen en weder liepen, wagens hen overreden, jongens vochten, dolle stieren kwamen aanloopen, en de min onder al die geva...

9. Part 9

“Dat is heerlijk!” fluisterde hij, Samuel zoodanig in zijne armen knellende, dat hij op het gezicht des ouden mans eene geheel nieuwe uitdrukking perste. “Nu loop ik heen. Ik za...

10. Part 10

Na de ongenade en verbanning van Richards, werd de kinderkamer om zoo te zeggen aan eene commissie opgedragen gelijk een ministerie somtijds gedaan wordt, als men geen Atlas kan...

11. Part 11

“Iemand anders, Louise?” zeide hij, zonder op te zien, en terwijl hij de bladen omsloeg.—“Jufvrouw Wickam natuurlijk. Die is volkomen voldoende, zou ik denken,” antwoordde zijne...

12. Part 12

“Flore,” zeide hij eens, “waar is Oost-Indië, waar de familie van dien jongen woont?”—“O, dat is heel ver weg,” zeide Florence, hare oogen van haar werk opslaande.—“Weken ver?”...

13. Part 13

Walter, die nu pas op adem was gekomen, en de opgewondenheid, die het harde loopen hem had gegeven, verloren had, zag den vrager een oogenblik aan, zeide toen: “O kapitein Cuttl...

14. Part 14

Mevrouw Chick haastte zich naar den gang en kwam terug met het bericht dat het de jonge Gay was, met nog iemand, die er heel wonderlijk uitzag; en dat de jonge Gay zeide dat hij...

15. Part 15

“Zes jaren oud,” zeide Dombey, zijne das verschikkende, misschien om een onbedwingbaren glimlach te verbergen, die veeleer van zijn gezicht, waar hij geene rustplaats vond, sche...

16. Part 16

Terwijl zij weg waren, bleef Paul op de tafel zitten, Florence bij de hand houdende en beschroomd naar den doctor in het rond kijkende, terwijl de doctor, achterover in zijn sto...

17. Part 17

Daar het Olympische spel van op en neer kuieren, ten gevolge van Johnson’s misdrijf, dien dag korter dan gewoonlijk had geduurd, ging men voor de thee gezamenlijk uit om te wand...

18. Part 18

Zijn plotselinge overgang tot opgetogene blijdschap, terwijl hij voor het venster stond in de handen te klappen en handkussen te werpen; en de manier waarop die glans, toen zij...

19. Part 19

“Denk zachter over mij, als gij kunt, James,” zeide John Carker, “als ik u zeg—hoe kon het anders, met mijne geschiedenis, hier geschreven”—met deze woorden gaf hij zich een sla...

20. Part 20

Op een avond, toen de vacantie reeds zeer nabij was, naar deze kamer gaande, vond Paul Feeder bezig met eenige gedrukte brieven in te vullen, terwijl andere, reeds ingevuld, doo...

21. Part 21

Paul kon niet begrijpen hoe dit te pas kwam, of waarom de twee dienstmeisjes zoo ernstig toekeken, of waarom Florence even haar hoofd omkeerde, en hem toen weder helder glimlach...

22. Part 22

Het was bijna ongeloofelijk de blauwe jas te zien, zonder dat de kapitein er instak; maar hij stak er toch niet in, anders zouden zijne beenen—daar de huizen in Brig Place niet...

23. Part 23

Naar en van het hart dier groote verandering stroomde nacht en dag een rustelooze stroom van levensbloed heen en weder. Scharen van menschen en bergen van goederen, die twintig...

24. Part 24

Samuel Gills was door dit bericht, dat als een donderslag in het achterkamertje neerviel, in het eerst geheel versuft. Maar de kapitein liet zulke gulden beloften voor zijne ben...

25. Part 25

Nu komen de blozende kinderen, die tegenover Dombey wonen, voor het venster der kinderkamer naar de straat kijken; want er staan vier zwarte paarden voor zijne deur, met pluimen...

26. Part 26

“Net hetzelfde dat ik gevoeld heb, jufvrouw Flore,” zeide zij, haar voorschoot voor hare oogen houdende, en haar hoofd schuddende. “Toen ik dien lummel in het voorhuis zag, bego...

27. Part 27

“Als gij haar dus ooit ziet, oom,” hervatte Walter, “ik meen nu jonge jufvrouw Dombey—en misschien zult ge wel; wie weet het!—zeg haar dan hoeveel gevoel ik voor haar had; hoe i...

28. Part 28

Zij waren in het gewoel reeds van boord, eer Walter zag waar zij bleven; en toen hij naar de kampanje liep en hen nakeek, zag hij zijn oom met een hangend hoofd in de boot zitte...

29. Part 29

Te denken dat die verwaande kerel, die den kost won met in steenkolen en asch te wroeten, daar met zijn rouwteeken voor hem uitreed! Te denken dat zelfs hij, door zulk eene geme...

30. Part 30

“Ik zal u eens wat zeggen, mijnheer,” zeide de majoor, toen zij weder voortwandelden. “Als Joe Bagstock nog wat jonger was, is er geene vrouw in de wereld die hij liever tot mev...

31. Part 31

Deze was van de hand van zijn grooten patroon, Dombey, en van Leamington gedateerd. Schoon hij een vlug lezer van alle andere brieven was, las Carker dezen langzaam: ieder woord...

32. Part 32

“Ik zal mijn best doen, lieve moeder. Bij mijne ziel, ik zal nu mijn best doen!”—“Och, doe dat, mijn lieve jongen! En dat zult gij zeker, voor ons en voor u zelven,” zeide Polly...

33. Part 33

Schimachtig gezelschap vergezelde Florence op en neer door het galmende huis, en zat bij haar in de ontmeubelde kamers. Alsof haar leven een tooverdroom was, sproten er gedachte...

34. Part 34

“Ik ben niet bang, mijn hartediefje,” hervatte de kapitein. “Er is ongemeen slecht weer in die breedten geweest, dat is niet tegen te spreken, en zij zijn misschien naar den and...

35. Part 35

Sir Barnet was er trotsch op om andere menschen met andere menschen bekend te maken. Dit was reeds op zich zelf een vermaak voor hem, en het bevorderde ook zijn geliefkoosd doel...

36. Part 36

“Ik heb de eer jufvrouw Dombey aan te spreken, geloof ik?” zeide hij, met een glimlach die innemend moest wezen. Toen Florence daarop antwoordde door haar hoofd te buigen, vervo...

37. Part 37

Onder dien vermoeienden garnizoensdienst vond kapitein Cuttle echter nog tijd om den winkelvoorraad na te zien, waaromtrent hij in het algemeen het denkbeeld koesterde dat alles...

38. Part 38

Men zou niet zoozeer kunnen zeggen dat de liefderijke moeder met dezen uitroep hare kwijnende, flauwe affectatie hernam; want zij had die niet afgelegd, en het was ook niet waar...

39. Part 39

“Mijn beste mijnheer Dombey,” zeide de dame, “ik vrees dat wij laat komen; maar Edith is al uit geweest om naar een fraai gelegen plekje voor eene schets te zoeken, en heeft mij...

40. Part 40

Evenwel speelde Carker zoo goed—eenige partijen met den majoor en eenige met Cleopatra, welker waakzaamheid van oog ten aanzien van Dombey en Edith geen lynks had kunnen overtre...

41. Part 41

Droevige tranen, maar ook troostrijke tranen, want al de teedere herinneringen, die met het oude eentonige huis in verband stonden en het haar dierbaar maakten, rezen te gelijk...

42. Part 42

“Als mijn broeder Paul mij geraadpleegd had, gelijk hij somtijds doet—of liever, somtijds placht te doen; want natuurlijk zal hij dat nu niet meer doen, en dit is eene omstandig...

43. Part 43

Was dit de vrouw, welke Florence—een onnoozel meisje, krachtig alleen door haar ernst en hare eenvoudige oprechtheid—zoodanig kon herscheppen, dat zij bij haar een geheel ander...

44. Part 44

“Het is genoeg,” zeide Edith langzaam, “dat wij zijn wat wij zijn. Ik wil geene jeugd en oprechtheid tot mijne laagte laten neerslepen. Ik wil geen onschuldig gemoed laten vergi...

45. Part 45

Neef Feenix doet dat. Hij is daartoe opzettelijk van Baden-Baden gekomen. “Verduiveld,” zegt neef Feenix—een goedhartige kerel, die neef Feenix—“als wij zulk een rijken knaap ui...

46. Part 46

Maar om niets te verzuimen en zich in geval van het ergste, een middel te verzekeren om met de buitenwereld gemeenschap te houden, kwam kapitein Cuttle weldra op het gelukkige d...

47. Part 47

“Mijn jongen,” zeide de kapitein, “gij moet dat meisje eerlijk zeggen dat die ongelukkige tijding maar al te waar is. Zij schrijven geene romannetjes van zulke dingen, ziet ge....

48. Part 48

Ja, die kleine, tengere gedaante, met dat geduldige gezichtje, net gekleed in geringe stoffen, en welke men niets aanziet dan die stille huiselijke deugden, die zoo weinig gemee...

49. Part 49

Zij sloeg hare armen open als moest hare uitwendige gedaante toonen hoe ellendig diep verzonken zij ook in het zedelijke was, liet ze toen weder neervallen en te gelijk haar hoo...

50. Part 50

De moeder volgde haar strompelend zoo goed zij kon, en riep en smeekte, zonder meer indruk op haar te maken dan op den wind, den regen en de duisternis, die beiden omgaven. Met...

51. Part 51

Er zijn weekhartige oogenblikken in het leven der hardvochtigste menschen, schoon zulke menschen meestal hun geheim wel bewaren. Het zien van haar in hare schoonheid, bijna in e...

52. Part 52

Neef Feenix vertoonde zich in al zijne kracht en zag er verbazend jong uit. Maar zijne luimigheid was wel eens wat onbedachtzaam—zijn geheugen speelde hem somtijds parten, evena...

53. Part 53

Edith knikte van ja, maar toen Florence naar de deur ging kwam haar de onwelkome bezoeker reeds tegen. Met dezelfde onaangename mengeling van gemeenzaamheid en verschooning, waa...

54. Part 54

De rosé gordijnen bloosden, na verloop van tijd, over Cleopatra’s lichamelijk herstel, en over haar toilet—jeugdiger dan ooit, om de verwoesting te herstellen welke hare ziekte...

55. Part 55

De kapitein zou er, als man van eer, even weinig aan gedacht hebben om het pakje een uur voor den afloop van den voorgeschreven tijd te openen, als om zich zelven te openen ten...

56. Part 56

Kapitein Cuttle, in beide opzichten zijn vriend navolgende, schoon de strakke verstrooidheid van Bunsby ver boven zijn vermogen was, zat aan het andere hoekje van den haard eerb...

57. Part 57

Tegen den stuurschen, koppigen, norschen duivel, die hem beheerschte, stelde zijne vrouw haar geheel anderen trots in volle kracht over. Zij hadden nooit een gelukkig leven met...

58. Part 58

Edith alleen sloeg hare oogen niet naar eenig gezicht aan tafel op, en scheen zich nooit te bevreemden over iets dat hare moeder zeide of deed. Zij luisterde naar haar onsamenha...

59. Part 59

En de milde invloed dier maatschappelijke en gezellige deugd, de gastvrijheid (om niet van den wijn en de goede tafel te spreken), opent het hart van Toots en maakt hem warm gen...

60. Part 60

Bij deze vraag leunde hij dienstvaardig voorover, met de kin op de hand steunende, en te gelijk sloeg hij zijne oogen naar de schilderij op, als wilde hij zeggen: “Zie nu, hoe i...

61. Part 61

Carker, die, terwijl hij deze woorden hoorde, zijne oogen op Edith had, gaf haar een geheimen blik en schudde even zijn hoofd. Hij zag hoe zij met zich zelve streed, eer zij hem...

62. Part 62

Hare handen klemden zich om den bevenden arm, dien zij gevat had, en toen zij op het verschrikte en verwonderde gezichtje neerzag, werd het hare kalmer. “O Florence,” zeide zij,...

63. Part 63

Daar Suze dit vriendelijk aanbod aannam, bracht Toots haar naar zijne eigene woning, waar zij door de bedoelde moederlijke keukenmeid werden ontvangen, die zich haar naam waardi...

64. Part 64

Dezelfde ijver en steeds klimmende aandacht, die Carker aan de zaken van het kantoor wijdde, besteedde hij ook aan zijne eigene bijzondere zaken. Hoewel geen deelgenoot in de fi...

65. Part 65

“Ik zeg, hoewel er geen band tusschen ons bestaat, bid ik u, doe mij toch geene noodelooze vernederingen aan, en leg datgene, wat ik zeg of zeggen wilde, niet verkeerd uit. Ik w...

66. Part 66

Zoo poogde zij te doen. Somtijds drongen zich ook wel verwonderde gissingen naar de oorzaak dezer verandering bij Edith aan haar op, en beangstigden haar; maar in de kalmte hare...

67. Part 67

“Kom mij niet nabij!” riep zij. “Blijf weg! Laat mij voorbij!”—“Mama!” zeide Florence.—“Noem mij niet bij dien naam! Spreek niet tegen mij! Zie mij niet aan!—Florence!” nog verd...

68. Part 68

Het was er reeds zeer zindelijk, en daar de kapitein van orde en netheid hield, veranderde hij het eenvoudige bed in eene soort van sofa, door er eene witte draperie over heen t...

69. Part 69

Het herhalen van deze vraag was wel eene zonderlinge bron van troost, maar scheen dit toch werkelijk voor den kapitein te zijn, want hij kwam er telkens op terug. Florence schoo...

70. Part 70

Zij dacht niet anders aan hem dan als een broeder, een broeder uit het graf gered, een broeder in eene schipbreuk bewaard gebleven, voor dood gehouden en weder bij haar gekomen,...

71. Part 71

Met dit bericht kwam de zwaarmoedige kapitein naar Walter terug, en onderrichtte hem, dat Toots de jonkman was, dien hij op de stoep had ontmoet, en dat hij een vriend van hem w...

72. Part 72

“Als ge mij tot vrouw wilt nemen, Walter, zal ik u innig liefhebben. Als ge mij met u wilt laten medegaan, Walter, zal ik medegaan tot aan het eind van de wereld, zonder vreezen...

73. Part 73

De Goede Vrouw Brown en hare dochter Alice zaten stil bij elkander in hare eigene woning. Het was vroeg in den avond en laat in het najaar. Slechts eenige dagen waren er verloop...

74. Part 74

Daar de ongeduldige Vrouw Brown dadelijk opstond, hield de gemartelde Slijper haar vast, en stotterde: “Ja, ja, Vrouw Brown. Ik geloof dat hij buitenslands is. Waar kijkt zij zo...

75. Part 75

“O, lieve zuster! Door uw eigen edelmoedigen wil aan een geruïneerd man gebonden, die zijn goeden naam verwoest heeft, die zelf geen enkel vriend heeft, en al uwe vrienden van u...

76. Part 76

“Toen ik jong en mooi was, en dit,” zeide zij, verachtelijk rukkende aan de lok die zij vasthield, “niet anders dan zacht werd behandeld en niet genoeg bewonderd kon worden, ont...

77. Part 77

“Wat is er toen voorgevallen?” zeide zij.—“Uw geheugen is zoo goed,” antwoordde hij, “dat gij het u zonder twijfel wel herinneren kunt.”—“Dat kan ik,” zeide zij. “Hoor dan! Mij...

78. Part 78

Het was een visioen van lange wegen, welke zich tot den gezichteinder uitstrekten, die steeds terugweek en nooit bereikt werd; van slecht bestrate steden, niet op- en neerloopen...

79. Part 79

“Maar dat is eigenlijk de zaak niet,” hervatte Toots. “Het gezelschap van Suze, verzeker ik u, jufvrouw Dombey, is in mijn gemoedstoestand een troost en een genoegen geweest, di...

80. Part 80

De kerk, die Walter tot dat einde had gekozen, was een oud vervallen kerkje, door een doolhof van achterstraten en stegen ingesloten, met eene kleine begraafplaats er om heen, e...

81. Part 81

“Kom aan, baas,” zeide de Kemphaan; “zal het lorrendraaierij zijn of meenens? Wat van de twee?”—“Kemphaan,” antwoordde Toots, “uwe uitdrukkingen zijn grof, en uwe meening is don...

82. Part 82

Nu werd Perch, den kantoorlooper, door het spel der omstandigheden eene nieuwe verzoeking tot losbandigheid aangeboden. Het scheen zijn lot te zijn, telkens wakker te moeten wor...

83. Part 83

Jufvrouw Wickam, ging, met opgetrokkene wenkbrauwen, het hoofd op zijde en het licht in de hand, vooruit naar boven naar eene nette, zindelijke kamer, waaraan eene andere flauw...

84. Part 84

Dan staat er den geheelen dag lang een trein van bemodderde sjeezen en wagentjes in de straat; en troepen smerige heerschappen, joden en christenen, loopen het geheele huis door...

85. Part 85

Toen de dag aanbrak, was hij weder in zijne kamers opgesloten. Hij had vandaag willen heengaan, maar hij klemde zich vast aan dien band in het huis, als het laatste en eenige da...

86. Part 86

Doctor Blimber, die veel van zinnebeeldige uitdrukkingen hield, klapte zachtjes in zijne handen en zeide knikkende: “Zeer wel gezegd, Toots, zeer wel gezegd, inderdaad.” Feeder...

87. Part 87

Nu dacht Florence aan neef Feenix, dien zij in de schaduw van het gebladerte eerst niet had herkend. Neef Feenix vatte hare hand en wenschte haar geluk met haar huwelijk.

88. Part 88

“Het spijt mij verduiveld,” zeide neef Feenix, op de eenvoudigste manier en zonder het eenigszins te verbloemen zijne mouwboorden naar zijne oogen brengende, “dat de bekoorlijke...