Category: Humour

Tom Jones

Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt, waaraan iedereen, die zijn geld betaalt, het regt heeft aan te zitten. In het eerste geval, gelijk...

Chapters

1. Part 1

Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt,...

2. Part 2

Mejufvrouw Brigitta had altijd zooveel eerbied getoond voor hetgeen het den dames behaagt „deugd” te noemen, en was zelve altijd zoo onberispelijk streng geweest, dat iedereen,...

3. Part 3

„Het zou een blijk zijn van gebrek aan gezond verstand en al wat edel is in den mensch, als men u kennen kon zonder uwe goedheid te vereeren. In mij zou het meer dan ondankbaarh...

4. Part 4

Het is door vele wijze mannen en vrouwen, ik weet niet meer welke, opgemerkt, dat alle menschen voorbestemd zijn om eens in hun leven verliefd te worden. Ik herinner me niet dat...

5. Part 5

Na het vlijtigste onderzoek omtrent het vroegere leven der beide broeders, vind ik, behalve den voornoemden verachtelijken en duivelschen stelregel, ook een anderen grond voor h...

6. Part 6

Jufvrouw Partridge, wier ijverzucht, zoo als de lezer weet, sedert lang genezen was, en die anders niets tegen hare dienstmaagd had, antwoordde stoutweg, dat zij niet begreep ho...

7. Part 7

Jufvrouw Partridge kon geen geduld vinden om dit alles aan te hooren, en daar zij, in dit geval, tot geen ander hulpmiddel dan de tranen hare toevlugt nemen kon, riep zij de hul...

8. Part 8

Maar, terwijl de kapitein op zekeren dag meer dan gewoonlijk verdiept was in beschouwingen van dezen aard, werd hij overvallen door een der droevigste en ontijdigste gebeurtenis...

9. Part 9

Bij zijne tehuiskomst werd Tom dadelijk bij den heer Allworthy geroepen. Hij bekende het feit, en bragt geene andere verontschuldiging in, dan wat wezenlijk waar was, dat de pat...

10. Part 10

Indien niets anders dan het genot dat hij in het straffen zelf vond den onderwijzer daartoe aangespoord had, is het waarschijnlijk dat de jonge heer Blifil ook zijn deel gekrege...

11. Part 11

Deze zaak leverde stof tot velerlei twisten tusschen Thwackum en Square. Thwackum hield vol dat het verzet was tegen den heer Allworthy, wiens voornemen het was den jager voor z...

12. Part 12

Daar gij echter welligt dat geluk niet gesmaakt hebt, zullen wij met de meeste inspanning trachten dit pronkstuk der schepping te beschrijven, hoewel wij beseffen dat al onze ga...

13. Part 13

Maar het kan inderdaad slechts weinig verwondering baren, dat deze zaak door anderen onopgemerkt bleef, daar de arme Sophia zelve er niets van merkte en haar hart reddeloos verl...

14. Part 14

Gij Muzen dan, wie gij ook zijt, die u er op toelegt om veldslagen te bezingen, en voornamelijk gij, die vroeger de slagting beschreeft op die velden, waar Hudibras en Trulla st...

15. Part 15

„Bah!” riep Western. „Hem bij Allworthy benadeelen! Wel, Allworthy zelf houdt van een knappe meid! Begrijpt niet iedereen wiens zoon Tom eigenlijk is? Kom mij daarmede niet aan...

16. Part 16

Hetgeen zij het meest er tegen had, was juist hetgeen haar vroeger daartoe overgehaald zou hebben, namelijk het drukke ontmoeten van den jongen Jones, dien zij besloten had te v...

17. Part 17

Hieruit is een blijkbare en misschien onvermijdelijke dwaling ontstaan; want deze critici, mannen zijnde van zeer geringe bekwaamheden, namen zeer ligt den schijn voor het wezen...

18. Part 18

Te midden van deze gedachten sleet de arme Jones een langen en slapeloozen nacht, en de uitslag was, dat hij ’s morgens besloot bij Molly te blijven en niet meer aan Sophia te d...

19. Part 19

„Goed geredeneerd, oude jongen!” zei Jones; „maar hoe komt gij er toe, te denken dat ik u zou willen ten toon stellen? Ik verzeker u, dat ik nooit meer met u ingenomen was, dan...

20. Part 20

„Daar de geneesheer (waarvoor ik hem zeer dankbaar ben), mij aangekondigd heeft dat ik u welligt binnen zeer korten tijd zal moeten verlaten, heb ik besloten u bij ons scheiden...

21. Part 21

Evenwel, daar geen volk zoo vele dronkenmanstwisten oplevert als het Engelsche, vooral onder de lagere klassen,—want drinken en vechten is inderdaad bij die menschen bijna synon...

22. Part 22

Gelukkig voor Sophia, dat dezelfde verwarring, welke hare vrienden belette om haar te helpen, hen ook belette om Jones te hinderen. Hij was al half weg met haar naar het water e...

23. Part 23

„Wacht een oogenblikje!” riep zij, „terwijl ik mijn best doe, de diepe minachting welke ik voor uw geslacht koester te vermeesteren! Dáár!—het is me gelukt het nu te verkroppen!...

24. Part 24

„U schamen! Neen,” riep hare tante, „ik geloof ook niet dat er iets in uw hart is waarvoor ge u schamen moest, en toch bloosdet ge, kind, toen ik straks van liefde sprak.—Lieve...

25. Part 25

„O vader,” vervolgde zij, „niet slechts het geluk maar, het leven uwer arme Sophia hangt af van uwe toestemming in dit verzoek. Ik kan met mijnheer Blifil niet leven. Het zou mi...

26. Part 26

Daarop drukte hij Blifil de hand, en betuigde, met een eed, dat hij alleen zijn schoonzoon zou worden. Kort daarna vertrok hij, verklarende dat de boel bij hem aan huis zoodanig...

27. Part 27

„O, gij zijt nog veilig te huis—en ik zal zorg dragen dat gij daar blijft!” waarop hij de deur digt sloot en den sleutel aan Honour gaf, met de strengste bevelen en vele belofte...

28. Part 28

„Goed dan! Ik zal den heer Allworthy het eenige blijk van mijne gehoorzaamheid geven, dat hij eischt. Ik zal op dit oogenblik heengaan;—maar waarheen? Dat moge het lot beslissen...

29. Part 29

„Hoe! Zegt ge dat niet?” riep haar vader. „Ge hebt de onbeschaamdheid vol te houden dat zij gelijk heeft, en volgt niet daaruit dat ik natuurlijk ongelijk heb? Misschien heb ik...

30. Part 30

„Maar, jufvrouw,” antwoordde Honour, „op welke wijze denkt gij van hier te ontsnappen? Van waar zult gij paarden of rijtuig krijgen? Want, wat uw eigen paard betreft, daar al de...

31. Part 31

Het gebeurde, en dat is niets zeer ongewoons, dat de gids die hem er brengen moest, ongelukkig zelf den weg niet wist, en van het regte spoor afgekomen zijnde, daar hij zich sch...

32. Part 32

„Wend niet voor onwetender te zijn dan werkelijk het geval is, mijnheer Northerton,” zei de waardige luitenant. „Ge zult toch wel eens van de Grieken en van Troja gehoord hebben...

33. Part 33

„Mijn degen staat u ten dienste, dat verzeker ik u van ganscher harte, mijn waarde jongen,” riep de luitenant, hem omhelzende; „gij zijt een brave kerel en uw moed bevalt me; ma...

34. Part 34

„Wat dat betreft,” hernam de meid; „’t is mijne dienst niet bij de heeren op de slaapkamer te komen. Ik heb het wel eens gedaan, dat is waar;—maar ik bedank er verder voor om da...

35. Part 35

„Wel, mijnheer,” zeide zij; „wat is het jammer dat zoo’n mijnheer als gij zijt, zich vernedert om met die soldatentroep rond te trekken! Zij noemen zich ook heeren, dat is waar;...

36. Part 36

„Neen, mijnheer,” antwoordde Benjamin, „ik wilde u in geen geval lastig vallen; en ik hoop dat gij mij niet voor onbescheiden zult houden; want dat is eene ondeugd, waarvan niem...

37. Part 37

„Ja,” riep zij, „gij zijt me een lievert! Zoo als mijn eerste man plagt te zeggen, ik kan al het goed, dat ik van u ooit kreeg, in mijn oog doen, zonder gevaar te loopen van zoo...

38. Part 38

„Ik geloof evenmin dat hij protestant is, als ik geloof dat hij eenig regt op den troon heeft,” zei Jones, „en ik twijfel niet aan onzen voorspoed;—maar, zonder slag of stoot za...

39. Part 39

„Ik ben geboren in het jaar 1657 in een dorp in Somersetshire, Mark genaamd: mijn vader was hetgeen men een heereboer heet. Hij had een klein landgoed, dat hem ongeveer vijfhond...

40. Part 40

„Maar, daar er bijna geen menschelijk goed bestaat, dat niet zijn kwaad ook medebrengt, zoo zijn er ook velen, die deze onoplettendheid der menschen onderling afkeuren;—voorname...

41. Part 41

„Mijne omstandigheden waren zeer veranderd door den dood van mijn besten vader; want mijn broeder, die nu heer in huis was geworden, verschilde zoo zeer van mij in zijne neiging...

42. Part 42

„En nu, mijnheer, heb ik de geschiedenis van mijn leven afgehandeld; want, wat de lange reeks van jaren betreft, die ik hier in afzondering heb doorgebragt, die levert geene afw...

43. Part 43

De arme vrouw viel toen voor Jones op de knieën en dankte hem wel duizend maal voor hare redding, en hij rigtte haar dadelijk op en vertelde haar hoe gelukkig hij zich gevoelde...

44. Part 44

„Ja, dat is ook waarlijk zoo,” zeide zij; „mijnheer spreekt als een echte mijnheer, zoo als hij er werkelijk een is, gelijk ik zien kan, en ’t is waar, dit huis staat bekend als...

45. Part 45

„Denkelijk,” zei de waard, „zullen sommige uwer officieren tot hun nadeel ondervinden dat er wel een duivel bestaat! Hij zal, zonder twijfel, eenige oude schulden, die ze aan mi...

46. Part 46

De vreemdeling dacht eerst dat hij zich vergist had, en wilde vergiffenis vragen en zich verwijderen, toen hij plotseling ontdekte bij den helderen maneschijn, een keurslijf, ee...

47. Part 47

„Vrouw!” riep de kamenier, „maak me niet misselijk! Als ik eene maand lang gevast had, zou ik iets niet kunnen eten, dat aangeraakt was door de vuile vingers van zulke menschen....

48. Part 48

Het gaat dezen menschen even als slechte speurhonden, die zelve nooit een spoor vinden, maar die dadelijk mede blaffen zoodra een goede hond den bek opendoet en zonder door eeni...

49. Part 49

Zij overlegden nu wat zij doen moesten om aan de vervolging van den heer Western te ontgaan, die, zoo als zij wel wisten, binnen een paar uren haar nazetten zoude. De weg naar L...

50. Part 50

In ons verhaal hadden wij (juist eer wij ons genoodzaakt zagen om terug te keeren), het vertrek van Sophia en hare kamenier uit het logement vermeld;—wij zullen dus nu dat bekoo...

51. Part 51

„Onder de jonge heeren, die toen te Bath een vrolijk leven leidden, bevond zich mijnheer Fitzpatrick. Hij was schoon, bevallig, zeer beleefd en overtrof de meeste menschen in zi...

52. Part 52

„Het spijt me, dame,” zeide hij, „dat het eten u niet smaakt; want gij moet zeker honger hebben na zoolang vasten. Ik hoop niet dat gij u over iets ongerust maakt; want zoo als...

53. Part 53

Sophia slaakte een diepen zucht en hernam; „Inderdaad, Henriette, ik heb in mijne ziel medelijden met u! Maar, wat kondt gij ook verwachten? Waarom, ach waarom zijt ge met een I...

54. Part 54

Wij zullen dus thans afscheid nemen van deze goede lieden, en Milord en zijn bekoorlijk reisgezelschap volgen, die zoo veel haast maakten, dat zij eene reis van dertig uren in t...

55. Part 55

Even zoo verhaalt de Fabelkunde, dat de fraaije poes, die venus, op het verzoek van een driftigen minnaar, in eene schoone vrouw herschiep, naauwelijks eene muis zag, of indacht...

56. Part 56

„Als het papiertje dáár,” zeide hij, „honderd pond waard is, dan heeft de vinder er van zeker meer dan een guinje verdiend. En, bovendien, verondersteld dat mijnheer de dame nie...

57. Part 57

„Ik beken,” zeide hij, „dat het me dadelijk zeer verwonderde dien heer op zulk eene ongerijmde wijze over de poppenkasten te hooren spreken. Men kan, inderdaad, naauwelijks begr...

58. Part 58

Dowling raadde Jones zeer ernstig aan dien avond niet verder te reizen, en staafde zijne raadgevingen met vele zeer geldige redenen, zoo als de invallende duisternis, de slechte...

59. Part 59

Eindelijk bereikten zij de plek vanwaar het licht en het leven scheen te komen. Jones ontdekte dat het eene schuur was, waarin eene groote menigte menschen, mannen en vrouwen, b...

60. Part 60

„Als ge u den regel herinnert,” riep Jones, „zie ik dat ge er toch niets van begrijpt; maar ik zeg u ronduit, vriendje, dat hij die het eigendom van een ander vindt en willens e...

61. Part 61

Eindelijk bereikte Jones dezen aardschen hemel, en zou ook nu spoedig de woning van Milord gevonden hebben, als deze niet ongelukkig kort voor zijn vertrek naar Ierland verhuisd...

62. Part 62

Om den lezer in te lichten, diene dat de edele Lord, om de eene of andere reden,—misschien om den goeden naam der dame,—er op gestaan had, dat zij den heer Jones niet meer ontva...

63. Part 63

„Hoe dikwerf moet ik u toch herhalen,” vroeg Jones, „dat ik geen te huis heb, waarheen ik zou kunnen terugkeeren? Kon ik eenige hoop koesteren dat het huis van mijnheer Allworth...

64. Part 64

Daarop nam jufvrouw Miller tien guinjes aan, wat het meeste was, waartoe hij haar overhalen kon, en zeide, „dat zij een middel bedenken zou om ze den volgenden morgen bij tijds...

65. Part 65

De verbazing van Jones steeg ten top bij deze woorden van Sophia; daar hij zich echter op dit punt onschuldig wist, was hij veel minder verlegen hoe zich daarop te verdedigen da...

66. Part 66

„Ik ben nooit van mijn leven meer verbaasd geweest, dan toen ik ontdekte dat gij weggegaan waart. Toen gij de kamer verliet, verbeeldde ik me volstrekt niet, dat gij het huis oo...

67. Part 67

„Als gij verkiest,” hernam Nightingale, „kunnen wij toch bij elkaar blijven;—want, om u een geheim te ontdekken,—dat ik u verzoek voor de menschen hier te verzwijgen,—ik ben zel...

68. Part 68

„Die is al weg, die is al verloren, mijnheer Jones!” riep zij, „even als hare onschuld. Zij ontving dien brief in eene kamer vol menschen, viel dadelijk in zwijm zoodra zij hem...

69. Part 69

„Ik verzeker u, mijnheer,” riep Jones, „dat zij ze alle in hooge mate bezit. Ik moet echter bekennen, dat ik van mijn kant vreesde, dat gij zelf iets minder gunstig gestemd zoud...

70. Part 70

Ik heb nu geen tijd om zulk een ruim veld van bespiegeling als dit te betreden;—mijn eenig voornemen was dan ook om eene leer af te breken, die mij thans hinderlijk is, daar, te...

71. Part 71

„Wel, mijn beste Lord,” hernam zij, „gelooft gij niet dat iedere vrouw in Engeland in haar hart om u lagchen zou, welke preutschheid zij ook verkiezen mogt op haar gelaat te too...

72. Part 72

„Daar, mijnheer! Daar hebt gij berigt omtrent uw verloren lammetje! Het geluk heeft haar weder te regt gebragt, en als gij de goedheid wilt hebben mijn raad te volgen, is het mo...

73. Part 73

Maar, hoewel jufvrouw Miller zich niet onthouden kon van hem onder vier oogen te vermanen bij hunne eerste ontmoeting, werd hij dienzelfden morgen naar beneden geroepen voor een...

74. Part 74

In den toestand waarin hij en zijne beminde zich thans bevonden bleef hem naauwelijks, nog eenige hoop over, en toch was hij even ongeduldig om mejufvrouw Honour te zien, als of...

75. Part 75

In dit prettig gezelschap bragt de landjonker den geheelen avond en een groot gedeelte van den volgenden dag door, gedurende welken tijd er niets voorviel dat belangrijk genoeg...

76. Part 76

’s Avonds, terwijl Sophia nog zat te denken over den brief welken zij ontvangen had, of over iets anders, werd zij in haar gepeins gestoord door een hevig rumoer beneden in huis...

77. Part 77

Partridge zat hierop in angst te wachten, en eindelijk, toen de geest weder verscheen, riep hij: „Daar, mijnheer! Daar! Wat zegt gij nu? Is hij bang, of niet? Hij is even bang a...

78. Part 78

In den loop van het gesprek, werd Jones natuurlijk ook genoemd, en beide nichten beklaagden zeer aandoenlijk de ongelukkige liefde, welke Sophia tot dien jongen mensch koesterde...

79. Part 79

Wij kunnen den lezer geen beter denkbeeld geven van den gemoedstoestand van den heer Jones en van de folteringen, welke hij nu ondervond, dan door te zeggen, dat zijne ellende z...

80. Part 80

„Best, mijnheer,” brulde Western, met het schuim op de lippen, zoodra hij den mond opendeed; „best! Nu kunt gij niet zeggen dat ik u niet tot het einde toe aangehoord heb, en th...

81. Part 81

Jones hernam, zeer ernstig, „dat wat ook zijn eigen lot mogt wezen, hij het steeds betreuren zou, als eene der grootste rampen welke hem ooit overkomen kon, dat hij eens mensche...

82. Part 82

„Vergeef me, schoonste,” viel hij haar in de rede, „daar kan geen middel bestaan om uwe dankbaarheid te verdienen! Al wat ik voor u zou kunnen doen, komt u van regtswege toe en...

83. Part 83

Zij zeide nog veel meer van dezen aard, waarvan een heele boel haar weinig tot eer zou strekken in de meening van den lezer,—en wij zijn ook maar half overtuigd dat sommige leze...

84. Part 84

„O, mijnheer, mijn schoonzoon brengt ons gewigtige tijding van mijnheer Jones. Hij is bij den gewonden man geweest, die thans buiten gevaar verkeert en die, wat nog meer is, ver...

85. Part 85

De arme vrouw, die bijna zinneloos werd bij deze tijding, gevoelde zich nooit minder in staat om iets te bedenken dan op dit oogenblik. Daar de vrouwen echter veel vlugger zijn...

86. Part 86

„Wat er te doen is?” hernam Western. „Wel! Meer dan genoeg! Terwijl ik me verbeeldde, dat zij begon bij te draaijen;—ja, nadat zij, zoo te zeggen, in zekeren zin beloofd had mij...

87. Part 87

„Vergeef mij als ik u in de rede val, mejufvrouw,” zei Allworthy; „maar ik kan niet meer aan die veronderstelling denken. Geloof mij, jufvrouw Western, ik verheug mij van gansch...

88. Part 88

„Wel,” zeide zij; „ik ben bij de jonge dame geweest, en heb haar alles uitgelegd, zooals het mij door mijn zoon Nightingale verteld was. Zij kan nu geen twijfel meer omtrent den...

89. Part 89

„Ik denk en kan niet anders over dien brief denken, dan zoo als gij wenscht,” zeide zij. „Naar ik meen, kunt gij uit mijn gedrag opmaken, dat ik niet zoo veel dáár aan hecht. Ma...

90. Part 90

Wij moeten thans nog afscheid nemen van den heer Jones en Sophia, die twee dagen na hun huwelijk, met den heer Western en Allworthy weder naar buiten gingen. Western heeft aan z...