Category: Novels

Kamertjeszonde

Met verwondering en gedeeltelijke verbazing nam ik nota van uw verzoek om Kamertjeszonde bij het Hollandsch publiek in te leiden. Om het maar in eens te zeggen: schaamteloozer boek ken ik in onze geheele literatuur niet, schaamteloos door de inkleeding, vooral door de moraal....

Chapters

1. Part 1

Met verwondering en gedeeltelijke verbazing nam ik nota van uw verzoek om Kamertjeszonde bij het Hollandsch publiek in te leiden. Om het maar in eens te zeggen: schaamteloozer b...

2. Part 2

Maar uit met m’n geduld. Wéér ga ik naar de deur, betrap de zwangere vrouw van no. 43 (de vrouw van de zeven „onechte.”) „Mot jij wat?” snauw ik kwaadaardig. Zij schrikt zich do...

3. Part 3

Dan maar weer dùtten. Het applausgeroffel maakt me wakker. Pauze. We gaan naar buiten, wandelen op en neer in de Plantage. Tweemaal bij een lantaren passeeren we de jonge vrouw,...

4. Part 4

„Zeg, Alfred,” hij weer.—„Ja.”—„Waarom kom jij toch haast elken nacht bij die lui?”—„Elken nacht is wat sterk.”—„Zoolang ik je ken, blijf je ’r na één uur plakken.”—„Dat is de s...

5. Part 5

Scherp had me natuurlijk nadenkend aangekeken, zei na een poos: „Duidelijk vind ik je niet. Hóé denk jij over het huwelijk?”—„Ik denk”—vervolgde ik: „dat, zooals de zaken nù sta...

6. Part 6

Gekke vraag. Wat doe ik eigenlijk voor de kost? Ja wat? In dezen zonderlingen tijd van amusementskunst, waarin je arbeid ongeveer gelijk staat met een boterbiesje voor literatuu...

7. Part 7

„Jezus Mirande!” roept Guus: „wat gokken die!”—De jeune-premier zit met een verhit gezicht achter de „bank.” Z’n oogjes zijn klein. De blonde haren trillen op de papkoonen.—„Sch...

8. Part 8

„WelEdele Heer—da’s me beroemde ouwe—WelEdele Heer. Deze is alleen dienend u te confirmeeren, dat ik niet langer gebruik zal maken van uw gastvrijheid. Ik zal voortaan mijn leve...

9. Part 9

.... „Schei uit met je meziek!” brult een verstandig man van de gaanderij. Dat geeft afleiding. ’t Schellinkje wordt onrustig. Bij de laatste regels van het behaaglijk vers stam...

10. Part 10

Bij z’n laatste te... vree.. den.. heid zakt het doek. Donker grommelt het applaus door de zaal. Piet staat bij de kist.—„Hoeveel hé-’k gewonne?”—„Twaalf gulden.”—„En ’k heb je...

11. Part 11

Mooi zegt ze dat. Kàn ze slecht, leelijk zijn als ze zulke zuiver-gevoelde dingen denkt? Nee. Ze is ziek geweest. Al de menschen in de stad, in de stad van straten, huizen, stof...

12. Part 12

In de werkelijk eenigszins onappetijtelijke kamer begon ze woedend met hoed en mantel aan, te ruimen, zette de po in de alkoof, raapte kinderkleertjes van den grond, wreef de ta...

13. Part 13

„Niet kennen? Ze hadden ’m eerst met me zuster willen sjadnenen. Toen heb ik gewaarschuwd. Van ’t kind spraken ze niet. Dat vonden ze heelemaal niet erg. Maar in ’n schoonzoon m...

14. Part 14

’k Zit in ’t donker naast Georgine op de kanapee met de stukkende veeren. Juffrouw Bok blijft lang weg. ’t Kind staat voor ’t raam, slaat zwakken adem tegen de ruit, teekent er...

15. Part 15

Juffrouw Bok dient een schotel met biefstuk op, vastgeklemd tusschen twee vuile doeken. Peinzend-glimlachend, met ’t onsterfelijk lachje op ’t grutjesgezicht, let ze op dat de s...

16. Part 16

We hadden geruzied over malligheden. Ik wilde het goedmaken. Zij bleef koppen. Maar zachtjes gingen mijn armen om haar heen, zoende ’k haar op het oor, wat ze niet hebben kon, w...

17. Part 17

„... Toen... toen—’k zal éérlijk alles zegge... toen kreeg ’k kennis an ’n zoon van ’n bankier—die jongen was dol met me—maar d’r heeft nooit wat tusschen ons bestaan—als ’k je...

18. Part 18

„En wat gebruike de lui? Wat gebruike de lui? Van de Ruhr krijg je haardstukken en kachelkolen. Maar als je eenmaal met de Ruhrkolen begonnen ben, dan ga je natuurlijk door met...

19. Part 19

„Jessus, Jessus,” zegt Duif, brandewijn slobberend: „Jessus wat benne jullie toch voor mense. Schei nou is uit met je geouwehoer.” En dan in koor ’n algemeen gesus en ’n geroep...

20. Part 20

Dan wordt de stoel verzet, die telkens in z’n achterste pooten zwikken wil, houdt Georgine ’m bij de leuning, mij bij ’n broekspijp en staat ’t kind er bij, heel-voorzichtig met...

21. Part 21

We probeeren nog wat te tukken, ’t Gaat niet. ’t Huis is wakker geworden. Telkens wordt er gescheld, hooren we juffrouw Thomas aan de trap boodschappen opgeven an d’r kruidenier...

22. Part 22

Hij ziet er even blauw paars uit, met dezelfde te groote beloopen oogen. Z’n verschoten fantasiehoed houdt-ie op ’t hoofd. Er is een oogenblik van drukkende stilte. Georgine vra...

23. Part 23

Georgine was stil. Zeker mot met de ouwelui gehad. In ’t keukentje, apart, terwijl Scherp met Kaatje speelde, kwam ’t los, haast op huilen af. D’r moeder had haar zoo bang gemaa...

24. Part 24

Gezellige Sinterklaas. Om twee uur kwam ’n èrg googem joodje, die dertig, zegge dertig gulden gaf voor de meubeltjes van de achterkamer, de tafel, zes stoelen, de sofa, het bed....

25. Part 25

„... O zoo... Ik ben me daar gek geworde... Jawel!... Ik ben me daar gek geworde... Zès maal naar ’n portret staan kijke... Omdat zij zulleke mooie schouers heeft... zulleke moo...

26. Part 26

Achter elk zinnetje kwam ’n schrapertje van ’t mes. Zwaar hoekten de jukbeenderen, omrand door blauwe tintingen van het gladgeschoren vel. De steile haartjes van zijn sik, felzw...

27. Part 27

Voorzichtigjes was-ie in de gang beland. ’k Dee de deur op slot, kroop weer in bed. Georgine aan ’t huilen. Als ik me d’r niet mee bemoeid had, zou ’t véél beter geweest zijn. A...

28. Part 28

„Daar gaat ’n dominee, ’n pastoor en ’n rabbi voorbij,” zei Busse, uit den toon.—„Ja, hoe vreemd als ’t zoo ineens stil is,” beweerde juffrouw Henriette Rons: „dat breekt de gez...

29. Part 29

Georgine maakte de deur open—„.... ’n Gezègend nieuwjaar,” zei ze in ’t donker portaal, begon te huilen.—„Kom, wat is dat nou!”—„Ik ben zoo zenuwachtig”....—„Is ’r wat gebeurd?”...

30. Part 30

Tegen half negen begon ik te schrijven. Schoonmama had veel zin in Wereldvrede van Couperus, Georgine bladerde voor de vierde of vijfde maal in Kloos. Het gas suisde. Het klokje...

31. Part 31

„Huilè! Huilè! Jij, huilè! Trane die ’k an me kont veeg, komedietrane! Gemeene patser om je hande van me af te trekke!... Om me in de steek te late met me kind, om me te late vr...

32. Part 32

Ze schonk wat water over. Terwijl keek ik vluchtig rond, zag dat de Doedelaars hun kelder voor woonkamer hadden ingericht. De grond was van rood-achthoekige tegels, de wanden va...

33. Part 33

Ze zeggen dat vaderliefde is liefde van ’n pa voor z’n (op ’t stadhuis behoorlijk geregistreerd) kind. Ik geloof en ik zeg dat er géén vaderliefde is. Gewóónlijk is vaderliefde...

34. Part 34

„Kerel, wèès nou toch practisch,” zei Dirk, Guus was uit de stad. Hij èn Karel kwamen ’n avondje verpraten, dat wil zeggen ’n avondje nà elf uur. „Hóór je, Alf?”—riep Georgine.—...

35. Part 35

„.... Dat begrijp ik. Met gebrande vingers kun je moeilijk scheren. Kijk. Hou maar effen op met inzeepen. De man van de juffrouw zal gaan scheiden. Dat denk ik zoo. Nu willen wi...

36. Part 36

Het „huis”—een, twee, driehoog—was op de hand van Georgine. Er was eene vreemdsoortige, wel-aandoenlijke toenadering tusschen de uitgestootenen, band van hààt tegenover de buite...

37. Part 37

Waarde lieve georgine ge zult wel zegge mijn moeder is ook een mooije we ontvangen haar zoo goed en nu krijgen we geen taal of teeken wat ondankbaar hè maar georginelief ik kon...

38. Part 38

Woest, de tafel opzij duwend, vloog zij naar ’t raam, trok met één ruk van drift het gordijn op. Het rijtuig, glad-glimmend-vierkant reed weg. Er stond een agent naast ’n heer m...