Category: Biographies

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk

Inleiding Voorwoord bij den tweeden druk Voorwoord bij den derden druk Brieven van 1899 Brieven van 1900 Brieven van 1901 Brieven van 1902 Brieven van 1903 Brieven van 1904 Gedachten ontleend aan niet openbaar gemaakte brieven Aan onze vrienden (gedicht) Nota over het onderwij...

Chapters

31. Part 31

Wij hebben het zoo straks erg gezellig gehad; aan de tafel, waar ik nu aanzit, zaten wij met ons vijven te werken. Justinah, het vroedvrouwtje, en wij viertjes. Zij is vanmorgen...

32. Part 32

De overgang van eenvoudig jongmeisje tot echtgenoot, moeder en vrouw van een hooggeplaatst ambtenaar--wat in onze Indische maatschappij veel beteekent--is zóó groot, dat ik in d...

19. Part 19

In April zijn wij op reis geweest; wij hebben zusje eens opgezocht. Wij vertrokken van huis niet met het minste idéé haar weer te zien, we moesten naar eene zuster, die ziek lag...

24. Part 24

Wij konden niet weten, begrijpen, dat het _menschen_ zijn, die leelijke dingen doen, Gods naam ijdelijk gebruiken tot dekking van kwade practijken. Wij konden niet weten, dat oo...

30. Part 30

Mijn verlangen om u te schrijven is zoo groot, dat ik op den langen stoel liggend met potlood een briefje krabbel. Ik hoop, dat u dezen met uwe lieve vrouw in den besten welstan...

9. Part 9

Arme, dierbare Vader, hij heeft zoo ontzettend veel geleden, en 't leven brengt hem nog steeds nieuwe en smartelijke teleurstellingen. Stella, mijn Vader heeft _niemand_ dan zij...

29. Part 29

Heerlijk vinden wij 't bericht, dat ook in de Minahassa een Inlandsch meisje "dwaze ideeën" heeft als wij. Ziet u wel; wij zijn de eenige "gekken" niet! En als nu de adel hier o...

8. Part 8

Ik zou wel kinderen willen hebben, jongens en meisjes, om ze op te voeden, te vormen tot menschen naar mijn hart. Allereerst zou ik die ongelukkige gewoonte om jongens voor te t...

28. Part 28

Wat zegt u wel van zulk een klacht van een kind der zon! O! hoe verschrikkelijk voor de menschen die op de velden werken, als het hier bij ons al zoo broeiend warm is--en dat in...

6. Part 6

Wij zijn maar heel, heel _gewone_ menschenkinderen, een mengsel van kwaad en goed, zooals millioenen anderen. 't Kan zijn, dat er op 't oogenblik in ons van 't goed meer aanwezi...

20. Part 20

Met belangstelling las ik hetgeen ge mij van uw protegeetje schreeft en van de armen in 't algemeen in Holland. Ja, van die bittere ellende der armen, als 't winter is, hoor ik...

16. Part 16

Ik dacht bij mezelve, als ik iets vreeselijks deed, dat werkelijk ieders verachting verdiende, en iedereen zich van mij afkeerde, mij smadelijk verstiet, zouden Vader, Moeder 't...

23. Part 23

Een oudje hier bood ons uit pure vreugde daarover, hare collectie boeken aan, oude Javaansche handschriften, vele met Arabische karakters geschreven. Dit gaan we nu weer leeren...

10. Part 10

Ik heb je zoo'n massa te vertellen over de oprichting van scholen voor Inlandsche meisjes--'t is nu publiek--en nog zooveel andere dingen, doch ik moet kort zijn vandaag; dit wi...

27. Part 27

Als wij liefhebben, dan moeten wij heel blij en dankbaar zijn, als het voorwerp onzer liefde veel liefde geniet, èn geven èn ontvangen. Is het niet? Als wij liefhebben, dan is o...

21. Part 21

Ik vind 't erg naar, maar 't is in _ons belang_. "Uit niets" schreef ze verder, "kan dat vriendenpubliek uw hart zóó goed leeren kennen en uw streven zóó waardeeren, als uit die...

17. Part 17

Wat haar man is, weet je reeds uit de huwelijksannonce, die wij je zonden, Patih; dat is op een na de hoogste rang in de Inlandsche ambtenaarswereld; onze zwager is bovendien tr...

14. Part 14

Een jaar of 15 geleden zond de Nederlandsch-Indische Regeering op hare kosten vier Inlandsche jongelieden naar Holland, om daar onder leiding van een bekwaam hoofdonderwijzer op...

4. Part 4

Naar Europa gaan! dat zal tot mijn laatste ademtocht mijn ideaal blijven. Kon ik mij maar zoo klein maken, dat ik in een couvert kruipen kon, dan ging ik met dezen brief mee naa...

3. Part 3

Ik zal _nooit, nooit_ kunnen liefhebben. Om lief te hebben, moet er eerst achting zijn, naar mijn meening, en ik kan geen achting hebben voor de Javaansche jonge mannen. Hoe kan...

18. Part 18

De regenten stonden op; twee van hen hieven den bruidegom op, en nu werd de tocht over het bloementapijt aanvaard, gevolgd door de overige regenten. Achter in de "kwade"-zaal hi...

2. Part 2

Een groot geluk was het voor me, dat de lectuur van Hollandsche boeken en de correspondentie met Hollandsche vrienden mij niet ontzegd waren. Deze waren de eenige lichtpunten in...

7. Part 7

Kon zij berusting leeren? In 't jonge hoofd woelden rusteloos honderden gedachten; in haar hart rijpte de geest van verzet tegen de bestaande toestanden. Ze zou, ze wilde zich e...

25. Part 25

Groot is mijn schuld tegenover u; nog grooter het kwaad, dat wij daardoor onszelven doen. Vergeef ons! wij zijn zwak geweest. Wil u ons helpen sterk te worden?--dàt moeten wij z...

12. Part 12

Dit is ook zoo'n ongelukkig land, waar onze oom regent over is; de bevolking ziet ieder jaar met angst en beven den westmoesson tegemoet, die altoos 't land _verdrinkt_. Ik weet...

15. Part 15

Wij ook weten, evenals Barthold Meryan, wat ons _wacht_, als wij blijven neerknielen voor het altaar onzer innigste zielsbehoeften, een altaar dat slechts _verrijzen kan_ op de...

11. Part 11

Ik hoop eens zoo gelukkig te zijn in de gelegenheid te komen, uw schoone, zoetklinkende taal te leeren; ik zal die gelegenheid _niet_ onbenut laten, dat verzeker ik u. 't Is mij...

13. Part 13

Kort geleden zaten de Quartero's met nog een anderen controleur bij ons. De heeren hadden 't over een regent, dien de vreemde controleur goed kende. "Een zéér ontwikkelde man",...

5. Part 5

Mijne broeders spreken hoog-Javaansch tegen hunne superieuren, en deze spreken hen óf in het Hollandsch òf in het Maleisch aan; het eerste doen zij, die met ons bevriend zijn, e...

22. Part 22

't Is toch zoo aardig; 't was of we al een voorgevoel hadden, dat u ons dàt vragen zou. Een week of wat vóór de ontvangst van uw brief zaten we op een avond buiten in den tuin,...

26. Part 26

Dat baanbreker zijn geen kinderwerk noch pleizierwerk is, wisten we altijd; dat het een lot vol bitterheid is, ook; maar dat je de hel in je draagt, neen, Stella, dat wisten we...

1. Part 1

Inleiding Voorwoord bij den tweeden druk Voorwoord bij den derden druk Brieven van 1899 Brieven van 1900 Brieven van 1901 Brieven van 1902 Brieven van 1903 Brieven van 1904 Geda...

34. Part 34

En tot dit alles kan men komen, indien in Nederland eene degelijke kennis van Indië algemeen wordt. Verbreid ze in school en huis bij de jeugd, prent haar in, dat Nederland eene...

33. Part 33

Men beweert dat door het eene het andere van zelf komt, door verstandelijke ontwikkeling het gemoed vanzelf beschaafd, veredeld wordt. De voorbeelden zijn zonder tal, die bewijz...

35. Part 35

Haag, Den 129 Handschriften 235 Handwerken 61, 215, 310, 316, 327 Harmonie 207, 241 Harten, eenvoudige--enz. 109, 116 Hasim 316 H.B.S. 3, 33, 39, 50, 124, 154, 189, 322, 367, 36...