Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk

Part 34

Chapter 343,585 wordsPublic domain

En tot dit alles kan men komen, indien in Nederland eene degelijke kennis van Indië algemeen wordt. Verbreid ze in school en huis bij de jeugd, prent haar in, dat Nederland eene zedelijke roeping heeft te vervullen tegenover Indië, de schoone, rijke landen over zee, waaraan Groot-Nederland zijne beteekenis als Koloniale Mogendheid dankt. Men leere in Nederland vragen en er over nadenken: "Wat zou Nederland zijn zonder Indie?" en dat dan Nederland aan Indië leere: "Wat zou Indië zijn zonder Nederland?"

Over volksonderwijs leze men de voorstellen van den tegenwoordigen Regent van Ngawi.[1] Voorts zou 't aanbeveling verdienen de inrichtingen van onderwijs en opvoeding, de vakschool, enz. op Modjowarno en de resultaten daarvan grondig te bestudeeren. Waarom zouden zulke zegenrijke instellingen als op Modjowarno niet op meer plaatsen van Java kunnen komen?

Als de godsdienst-quaestie er buiten bleef, men wat dat betrof zich strikt neutraal hield, zou er niets geen gevaar te duchten zijn van het fanatieke deel der natie. Zonder godsdienstige propaganda zou men, zonder vrees de fanatieken tegen zich in het harnas te jagen, dat zegenend liefdewerk over geheel Java kunnen doen. De Javaan toch beschouwt in zijn hart met min of meer minachting zijn landgenoot en voormalig geloofsgenoot, die zijn oud geloof is afvallig geworden en de Christenleer omhelst. Dit beschouwt de Mohammedaan als de grootste zonde. En de Christen geworden Inlander van zijn kant kijkt min of meer neer op zijn landgenoot en voormalig geloofsgenoot, den Mohammedaan gebleven Javaan. Hij acht zich boven dezen verheven, nu hij hetzelfde geloof belijdt als de Blanken en meent in alles diens gelijke te zijn.

Voed den Javaan op, leer hem zelfstandig denken, en als hij volwassen is naar den geest, laat hem dan zelf zijn godsdienstige richting kiezen. Laat hij zich uit overtuiging doopen, niemand belette hem dat, het Christendom zou er slechts bij winnen, het zou een _oprecht_ vrome, geloovige meer onder zijne belijders tellen. Wil men blijven in 't oude geloof zijner vaderen, het zij zoo!

Leer den Javaan door _daad_ en woord wat _ware_ beschaving, _ware liefde_ is. Niet in de huidskleur, niet in de kleeren, niet in de uiterlijke manieren, niet in de taal, die men spreekt, ook niet in den naam van 't geloof, dat men belijdt, zit de _ware_ beschaving. De _ware_ beschaving woont in 't eigen hart. Het is _karakter_ en _zielenadel_! Dien heeft men aan te kweeken onder àlle rassen van allerlei geloof, ter verheerlijking Gods, den eenigen, waren God, die de Vader is aller schepselen.

Dat Nederland naar Indië zende, ware Godskinderen, engelen der liefde, ten zegen van het Javaansche volk!

Er moesten meer hoofdenscholen komen, één op Batavia, Semarang en Soerabaja en een school speciaal voor djaksa's (Inlandsch officier van justitie), waar de jongelieden geheel voor dien tak van dienst worden opgeleid. De Nederlandsche taal zij 't voermiddel op al die scholen.[2]

Er melden ieder jaar geregeld meer leerlingen, wel 5 X meer, zich aan voor de hoofdenscholen, dan er plaatsen beschikbaar zijn.

Als er meer zulke scholen kwamen, zouden in de naaste toekomst de ambtenaren gerecruteerd kunnen worden enkel uit leerlingen dier scholen. Dat het land er ontzaglijk veel bij zal winnen, behoeft wel geen betoog. Nu bestaat 't ambtenaarscorps _grootendeels_ uit magangs, wier opleiding over 't algemeen nu juist niet schitterend was.

Van nagenoeg alle magangs bestaat de geheele opleiding uit 't afloopen der gewone lagere Inlandsche school, daarna gaat men "magang" loopen bij Europeesche of Inlandsche ambtenaren, helpen bij 't schrijf- en copieerwerk.

Na op die wijze eenige, en niet zelden _verscheidene_ jaren, _dikwijls zonder loon_, werkzaam te zijn geweest, wordt men op voorspraak van zijn "heer ambtenaar", gewoonlijk schrijver, hetzelfde baantje dus, met 't verschil, dat men nu van 't Gouvernement, dat men jaren heeft gediend, tractement krijgt en men in 't ambtenarencorps is opgenomen met de daaraan, voor ons kind-volk zóó aantrekkelijke verbonden rechten: 't voeren van een _pajong_ (zonnescherm) en 't dragen van blinkende W-knoopen!--Velen komen op die wijze eerst láát, wat leeftijd betreft, op de onderste sport des ambtelijken ladders.

Is dit in 't belang van den dienst? De ouderdom heeft misschien meer ondervinding voor op de jeugd--(maar welke ondervindingen kan men in den dienst hebben opgedaan, als men er steeds buiten heeft gestaan?)--de jeugd heeft ontegenzeglijk dit voor op den ouderdom: "frischheid". En als aan die frischheid zich kundigheden paren, wat zou daar niet van te verwachten zijn? Dat 't dan vaste regel worde bij bevordering minder te letten op anciënniteit, dan wel op de _capaciteiten_ en _geschiktheid_ der te bevorderen ambtenaren.

Zeer toe te juichen is de stelregel door de Regeering in den laatsten tijd gevolgd bij de benoemingen der hoogste Inlandsche ambtenaren, n.l. de Regenten.

Drie mannen, waarvan twee nog zeer jeugdig en één zelfs buiten 't corps staande, maar die zéér begaafd is, werden tot die hooge waardigheid opgeroepen. Alle drie hadden zij de H.B.S. afgeloopen en één zelfs in Nederland.

Dit brengt frischheid in het corps, en heeft ook dit voor, dat men in de Inlandsche wereld tot besef komt, dat hooge geboorte thans op zich zelf _niets_ beteekent, maar dat men bij goede afkomst ook bekwaamheden moet paren om in aanmerking te komen voor het hoogste ambt. Dit zal een prikkel zijn voor de hooggeborenen en hooggeplaatste ouders om hunne kinderen zoo goed mogelijk te laten ontwikkelen.

Behalve die drie reeds bedoelde telt 't corps nog drie Regenten met een H.B.S.-opleiding.

Zoo langzaam aan worde dan tot regel gesteld: niemand kome in aanmerking voor Regent, die niet eene H.B.S.-opleiding genoten heeft en voorts _goed_ ontwikkeld en ten volle berekend is voor die taak.

* * * * *

Overbekend is het schreeuwend gebrek aan medische hulp in Indië. Ambtenaren en onderwijzers zouden zeer best daarin eenigszins tegemoet kunnen komen. Op hoofden- en kweekscholen voor onderwijzers worde als een nieuw vak ingevoerd: gezondheids-en verbandleer. O! zooveel levens zouden niet verloren behoeven te gaan, indien in de naaste omgeving maar iemand was, die maar elementaire kennis van hygiëne bezat. Hoeveel keeren is het niet gebeurd, dat bij verwondingen iemand doodbloedde, aleer er geneeskundige hulp, die dikwijls _mijlen_ ver is, kwam.

Er was een kind door de tram overreden; de naaste dokters-standplaats was 2 uren ver; het kind werd er heen getransporteerd en bloedde onderweg dood, omdat er _niemand_ was, die eenig verstand van verbinden had.

De Inlandsche hoofden zouden hunne hygiënische kennis aan de dessahoofden kunnen leeren en in de dessa had men dan alvast _wat_.

De onderwijzers moesten op school hunne hygiënische kennis onderwijzen. Op Magelang, waar een hoofdenschool is en tevens veel officieren van gezondheid zijn, kon men al dadelijk de leerlingen een cursus in gezondheid en verbandleer laten volgen. Ook op Djokdja, waar een kweekschool voor onderwijzers is, en ook officieren van gezondheid zijn, kan men al dadelijk daarmeê beginnen. Op de opleidingsscholen voor Inlandsche ambtenaren en onderwijzers, geve men een welvoorziene bibliotheek, zoo mogelijk in de 3 talen Javaansch, Maleisch en Hollandsch, bevattende leerrijke, ontwikkelende en den geest voedende, verrijkende en verheffende boeken. _Zoo veel_ mogelijk bevordere men de _liefde_ voor de litteratuur bij de leerlingen. En opdat er met _vrucht_ gelezen worde, leze men onder leiding van onderwijzers, die zelf gevoel voor litteratuur hebben. Het gelezene _bespreekt_ men telkens. Zooveel mogelijk moet een vrije gedachtenwisseling en wrijving onder de leerlingen onderling bevorderd worden. Men legge bijvoorbeeld "spreekavonden" aan, onder leiding van onderwijzers, waarop belangrijke zaken en gebeurtenissen worden besproken. De jongelieden denken daarover na en deelen hunne gedachten er over mee op een volgende bijeenkomst. Men lache hen niet uit, als zij vreemde theorieën verkondigen, doch helpe hen met tact, zachtheid en liefde op weg.

Begint men met spot, dan zullen met de monden ook de harten sluiten. Men moet hun leeren zelfstandig denken. Zooals reeds meer gezegd, de onderwijzers hebben een dubbele taak: onderwijzer en opvoeder zijn! Zij hebben zorg te dragen voor die dubbele opvoeding; de verstandelijke en de zedelijke!

Bij de leerlingen moet 't bewustzijn worden wakkergeroepen, "dat zij hebben eene _zedelijke roeping_ te vervullen in de maatschappij, jegens het volk, dat zij zullen besturen". Ook na 't verlaten der school moet de _voeling_ tusschen de leerlingen onderling blijven bestaan, onderhouden worden. Dat zou 't best kunnen geschieden door de oprichting van een blaadje voor leerlingen en oud-leerlingen dier scholen, geredigeerd door de onderwijzers, en bijgestaan door de verstgevorderde leerlingen. In dat blaadje, dat in 't Hollandsch gaat, om de taal te onderhouden, en om ook in Europeesche kringen te komen, deelen de oud-leerlingen hunne bevindingen en ervaringen in den dienst mede, die dan door de onderwijzers met de leerlingen besproken worden en beantwoord, en zoo over en weer.

Uitnemend is de maatregel, door de Regeering sedert een paar jaar genomen om den blik der Inlandsche onderwijzers te verruimen. Ieder jaar in de groote vacantie wordt een aantal onderwijzers in de gelegenheid gesteld op 's lands kosten een kijkje te nemen op een der drie hoofdsteden, zij moeten dan een verslag daarvan uitbrengen, liefst in 't Hollandsch, en dat ter hand stellen aan den Inspecteur.

* * * * *

Zeer zeker is 't noodig bij de toenemende beschaving en ontwikkeling van de Inlandsche maatschappij nieuwe takken van dienst open te stellen voor zonen van den adel.

Het zij hierbij aangeteekend, dat bij jongelieden, die eene H.B.S.-opleiding genoten en genieten, al heel weinig lust bestaat om bij het Binnenlandsch Bestuur te dienen. De reden ligt voor de hand; de _vrijheid_ in handelen en denken gedurende hun studietijd genoten, heeft bij hen te diep wortel geschoten, dan dat zij zich zonder verdriet zouden kunnen schikken in eenen werkkring, waar de hun lief geworden vrijheid zoo goed als onbekend is.

Het geestdoodend klerkenbaantje, waarmede de Inlandsche ambtelijke loopbaan nu absoluut schijnt te moeten aangevangen worden, is nu juist niet geschikt om een pas uit de H.B.S. stappenden jongeling liefde in te boezemen voor den dienst. De positie, die hij als laaggeplaatst Inlandsch ambtenaar heeft, verschilt zoo hemelsbreed met zijn vrijen gymnasiastentijd. Hij mag al wat hij met zooveel ijver, energie en moeite heeft vergaard in de 5 jaren, in een kastje sluiten; voor zijn tegenwoordig leven en werk heeft hij dat alles niet noodig.

Wat een illusies worden niet begraven met den diepen zucht, geslaakt bij 't zetten van den eersten pennestreek als klerk!

En 't gebeurt wel eens, dat de Europeesche medescholier van heden, in de toekomst zijn chef is, dien hij kruipend heeft te naderen en allen eerbied te bewijzen, dien hij, van hooge afkomst zijnde, alleen zijnen ouders en oudere verwanten geeft.

Energieke, intelligente Inlandsche jongelieden stelle men in de gelegenheid hunne opvoeding aan Europeesche Hooge Scholen te voltooien.

Inlandsche meesters in de rechten konden 't land uitnemende diensten bewijzen.

Na de voltooiing hunner studiën aan de Hooge School stelle men hen in staat hunne studiën voort te zetten in 't land hunner geboorte en onder 't volk welks taal de zijne is. Laat hen daar bestudeeren het Inlandsch recht.

Zij zouden dingen aan 't licht kunnen brengen, der Regeering en 't land van veel nut.

Als kinderen van 't eigen volk hebben zij overal toegang, kunnen zij doordringen tot de diepste diepten van het uiterlijk en innerlijk leven van het volk. Zij kunnen overal komen, waar de Europeaan met geen mogelijkheid bij kan. En wat men voor geen geld ter wereld een vreemdeling zou willen vertellen, zou de Inlander den landgenoot toevertrouwen.

En traden zij als presidenten van den Landraad op, men zou er slechts bij winnen. Zij zouden géén tolk noodig nebben en zich direct in contact stellen met de beklaagden. Het eigenlijke volk spreekt maar één taal, zijn eigen. En 't moet nog komen, dat rechtzittingen gehouden worden in de landstaal, d.i. òf Javaansch, òf Madureesch, òf Soendaneesch! Waarom prefereeren de Landraadsvoorzitters Hollandsch sprekende djaksa's? men drukt zich 't best uit in die taal. Maar niet alle djaksa's spreken Hollandsch!

In Europa opgeleide Inlandsche dokters zouden ook uitstekende diensten bewijzen aan ons land. De voordeelen van een-kind-van-'t-land-zelve-zijn zouden telkens in 't oog springen, vooral bij onderzoekingen onder en midden 't volk te doen, en andere werkzaamheden, waarbij men direct aanraking heeft met 't volk.

Vollediger toegerust dan de gewone dokters-djawa, doorkneed in eigen taal en zaken, zouden in Europa opgeleide Inlandsche doktoren aan de medische wetenschap goede diensten kunnen bewijzen.

Zij zouden grondig de Inlandsche medicijnen, die volstrekt niet alle kwakzalverij zijn, kunnen bestudeeren en ze in een wetenschappelijk kleed gestoken de Europeesche wereld binnenleiden: zonder dat kleed krijgt men er geen toegang!

De Inlanders gebruiken zoovele eenvoudige, onschadelijke middelen, waarvan er werkelijk _deugdelijke_ zijn. Vertelde een leek, bijv. aan een dokter, dat de Inlanders met goed succes paling en wormenbloed gebruiken voor ontstoken oogen, de geleerde zou hem gewoon uitlachen. En toch is het een _feit_, en meer van zulke dingen. In klapperwater, in pisangbatoe zit geneeskracht.

't Is toch zoo eenvoudig mogelijk--ziekten van het land geneest men met middelen van het land zelve. Dat daar veel onzin bij is, is nog geen bewijs dat er niets deugdelijks bij zou zijn.

't Is meer gebeurd, dat patiënten (Europeanen), vooral dysenterielijders (tropische ziekte), door wetenschappelijke menschen, doktoren opgegeven, baat vonden bij onschuldige Inlandsche middeltjes.

Niet lang geleden constateerde een kundig geneesheer bij een Inlandsch meisje keeltering in vergevorderden staat. Hij gaf haar hoogstens twee weken te leven en voorspelde een vreeselijk uiteinde. De wanhopige moeder bracht 't meisje weg, naar haar volk, om er genezing voor te zoeken; en zij _vond_. Het meisje leeft, is gezond en wel, heeft nergens pijn en kreeg haar stem terug. De geleerden zouden medelijdend hunne schouders ophalen, als zij hoorden, wat men 't kind had ingegeven: kleine insecten op de sawah gevangen, levend ingeslikt met pisangmas. Barbaarsch middel!--wat doet het er toe?--zij vond er baat bij, die zij niet had gevonden bij de wetenschap.

De dokters-djawa konden zulks ook wel bekendmaken. Dat kunnen ze, maar ze doen het niet. Vrees wellicht, dat de geleerden hen zouden uitlachen? Een Inlandsche dokter, evengoed toegerust als zijn Europeesche collega, van een of ander _overtuigd_ zijnde, zou zijne overtuiging durven belijden en haar durven verdedigen.

Als ingenieur, als houtvester zouden energieke, intelligente Inlanders op hun plaats zijn en ook véél goeds kunnen doen èn voor 't Gouvernement èn voor de bevolking!

Dat dan Nederland de zonen en dochteren van Java in de gelegenheid stelle, zich bekwaamheden te verwerven, die hen in staat stellen hun land en volk tot geestesontwikkeling en grooten bloei te brengen--Neêrland tot sieraad en eer!

[1] Dezen Regent, Raden Mas Toemenggoeng Oetoyo, is sedert Regent van Japara geworden, terwijl een der broeders van de schrijfster, Raden Mas Toemenggoeng Ario Sosro Boesono, Regent van Ngawi werd.

[2] Aan deze wenschen is in hoofdzaak voldaan. Er zijn sedert nog drie hoofdenscholen (scholen tot opleiding van Inlandsche ambtenaren) opgericht te Serang, Madioen en Blitar, (West-, Midden- en Oost-Java), en te Batavia is tot stand gekomen eene school tot opleiding van Inlandsche rechtskundigen. Op al deze inrichtingen is het Nederlandsch het voermiddel.

REGISTER

(ALPHABETISCH INGERICHT).

Aanzien 227, 242 Aardrijkskunde 202 Abdoel Rivai 151 Abendanon, Mr. J.H.; Mevr. E.E., vóór de Inleiding en verder o.a. 77, 78, 79, 86, 89, 125, 133, 136, 168, 247, 260 Achter de schermen 37 Adat 1, 42, 96, 101, 114, 118, 189, 222, 227, 285 Adel 9, 14, 30, 41, 128, 129, 133, 155, 189, 196, 220, 341, 353, 356 Adeldom verplicht 14, 42 Administratie 215 Adriani, Dr. N. 93, 171, 247, 279, 289 Afgestorvenen 173, 206, 229, 252 Afrikaansche kinderen 31 Album Kern 318 Alg. Handelsblad 228 Allah 85, 217, 233 Aloen aloen 176, 178 Amboneesche kinderen 31 Ambtenaren (Eur. en Inl.) 27, 28, 29, 34, 70, 118, 182, 291, 317, 363 Anak mas 91 Anciënniteit 366 Anton, Prof. Dr. G.K., te Jena zie vóór Inleiding en o.a. 87, 263 Apenland 17 Apostelen Petrus en Paulus 320 Arabieren 284 Arabisch en Arabische karakters 18, 235 Arbeid adelt 155 Arbeiders 239 Aristocratie 192, 358 Aristocratie van den geest 9, 68 Armoede 188, 201 Aspirant-controleur 37 Ass.-resident 34, 35, 37, 182 Assistent wedana 28, 34 Auteursweelde 306

Baanbrekers en baanbreeksters 42, 81, 133, 208, 268 Baboe 9 Bandjir (overstrooming) 25, 27, zie watersnood Barensweeën 87 Barthold Meryan 38, 144 Batavia 40, 72, 85, 93, 95, 111, 112, 124, 134, 195, 202, 207, 214, 222, 231, 242, 260, 293, 297, 308, 330, 366 Batikkunst 16, 129 Begin, alle--is moeilijk 80 Begrijpen is vergeven 163 Belang en recht 169, 228 Belasting der Inlanders 27, 345 Beleefdheid 70 Belofte houden 139 Bendoro 242, 325 Beproeving 315 Berkoetoet 106 Bervoets 113, 337 Beschaving 2, 208, 229, 264, 328, 359, 365 Bescherming van den Inlander 31 Bestaan (onstoffelijk) 110 Bestuur van eigen hoofden 37 Bestuurs-ambtenaren 34, 98 Betrekkingen voor Inlanders 154 Bewaarschool 79 Bibliotheek 368 Bidden 83, 325, 348 Bijgeloof 166, 184 Binnenlandsch Bestuur 369 Bintang Hindia 361 Blanda 299, 301 Blank ras 38, 225 Blanke zuster 46 Blanke (en bruine) 223, 224/5, 365 Blindgeboren 47 Blitar 366

Bloed (Het Java-) 106 Bloemen 106, 142, 165, 174, 251, 315 Bloemenbad 173 Bloementaal (poëzie) 231, 235, 246 Bodhisatwa 185 Boeddhabeeld 175, 176, 179 Boeddhakindje 276 Boeddhisme 112 Boeddhisten 299 Boeken 3, 47, 54, 56, 57, 67, 163, 224, 244, 279, 360, 361 Boes 150 Boetseeren 73 Boissevain, Charles 228 Booy-, Mevr. H.G. de--Boissevain, zie vóór de Inleiding en voorts 228 Borel 67, 100, 200 Botjah angon 302 Brandes, Dr. 331 Brieven 3, 69, 226, 247, 259, 336 Broeders en zusters onder elkander 52, 53 t/m 56, 57, 59, 113, 114, 137, 140, 141, 153, 160, 167, 172, 198, 240, 248, 297, 303, 341 Brooshooft, Mr. P. 263 Bruid en bruidegom 173, 174, 175, 177, 179, 180, 182, 328 Bruiloft 142, 161, 172, 284, 285 Bruine meisjes 47 Bruin ras 32, 199, 207 Brutalen 15 Buitenzorg 72, 194, 250 Burmaansch volk 200

Cadeaux, huwelijks- 183 Capaciteit 366 Celebes 171, 247 Chateaubriand 74 Chineesch afgodsbeeld 277 Chineesche kunst en poëzie 164 Chineesche onderwijzeres 206 Chineezen, 206, 207 Cholera 111, 131, 141, 201 Christelijk Kabinet 299 Christendom 289, 321 Christen-inlanders, zie Inl. Christenen 365 Christenzending 93, 94, 299, 300, 365 Comediespelen 147, 274, 275 Conservatisme 101 Consulaat, Ned.--te Djeddah 323 Controleur 28, 33, 267 Coquet 270 Correspondentie, zie brieven Couperus 39, 265 Czaar 32

Dames. Ned. Indische--6 Dankbaarheid 68/9, 96, 103, 135, 364 Dankgebed 45 Danseres 283 Dansfeest 181 Danskunst 181, 200 Demak 2, 27, 111, 112, 131, 312 Denkbeeld idioot 34 Denkende wezens 147 Depok 112 Dessakind 327 Dichtmaat 246 Die niet waagt die niet wint 15 Dijkbreuk 27 Directeur O.E.N 43, 69, 124, 355 Djaksascholen 366 Djatihout 164 Djeddah 323 Djimat 282 Djokdjakarta 65, 368 Djomhang 19, 23, 267 Dokter djawa (Inl. artsen) 30, 77, 118, 124, 125, 290, 300, 306, 310, 316, 370, 371 Doekoen 356 Doenia 235 Doepa 106 Docter 98, 130 Dom blijven 146, 356 Dood 333, 348, 350 Dooden, zie afgestorvenen Doop 300, 365 Drang naar ontwikkeling 315, 316, 319, 321 Drang tot werken 188 Drankdemon 5 Driftkop 151 Dringin (moesjes) 305 Droogte 131, 291 Droomen 60, 333 Duisternis 232/33, 239 Dwaalbegrip 356

Echo, de 74, 150, 228, 276 Echtscheiding 186/7 Edel 9 Edie 21 Edna Lyall "Wij beiden" 320 Eed 145 Eden, van--201 Eendracht 11, 123 Eenvoud 10, 70, 335, 350 Eenzaamheid 233 Eerbewijzen 35, 70, 364 Eerbied voor al wat leeft 134 Eerstgeboorterecht 54 Eerzucht 50 Egoïsme 23, 119, 120, 258 Egyptenaren 202 Eigen Haard 256, 303, 306; Eigenwijsheid 234 Ellende op Java 201 Elsevlers Maandschrift 348 Emancipatie 2, 38, 48, 87, 97, 118, 155, 299 Epidemiën 277 Etiquette 10, 11, 16, 35, 51, 56, 70, 112, 242 Europa, naar--(of naar Holland) 15, 24, 40, 41, 50, 72, 82, 102, 129, 130, 132, 133, 151, 154, 168, 186, 194, 204, 205, 207, 272, 288, 292, 293, 294, 307, 311, 314, 322, 370 Europeanen en Javanen in hunne onderlinge verhouding 10, 19, 20, 23, 32, 33, 35, 36, 37, 38, 137, 225, 275, 339, 347, 348, 364 Europeesche Maatschappij 273, 274; Europeesche gedachten 106

Familieleden en familieleven 113, 167, 168, 190 Familienamen 8 Fanatieken 365 Fatimo 116 Feest 162 Fielding 112 Financiëele politiek der Regeering 6 Foto's, fotografie 166, 241, 302, 311 Fransch 74 Freule 9 Friesland 201

Gamelang 24, 100, 106, 163, 176, 182, 200, 232, 243, 244, 283, 313, 342 Garde, de jonge--123 Garoet 107 Gastvrijheid 192 Gebed 178 Geboorte, hooge 9 Gebruiken en gewoonten 1, 3, 184, 205, 299, 326 Gedachten (w.o. oproerige) 47, 50, 52, 56, 68, 259 Geest en geesten 103, 210, 233 Geestdrift 60, 74, 91, 94, 248, 306, 335 Geestigheid 235 Geestverwanten 10, 88, 306 Geflikflooi 35 Geheelonthoudersbond 5 Gehoorzaamheid uit vrees 240 Geld 154 Geloof 139, 211, 227, 246, 248, 282, 302, 303, 314 Geluk 109, 245, 306, 335, 340 Geneeskundige kennis 125 en zie ziekteleer, gezondheidsleer, verbandleer Genestet, de 105, 159, 164, 172 Genie 283 Geschenken aannemen 27 Geschiedenis 187, 200 Gestrafte 277 Geweten 233 Gezag, mystiek--179 Gezondheidsleer 82, 129, 194, 310, 367 Gezondheidstoestand 131 Ghetto 145, 321 Gids, de-- 39, 225 Ginondjing 24 Glans en glorie 227 Glaser Annie (Mevr. Buijn), zie Inleiding en o.a. 136, 157, 160, 193, 195, 232, 250, 254, 298 God 83, 212, 217, 218, 221, 222, 233, 238, 241, 244, 245, 246, 254, 258, 259, 287, 299, 349 Godsdienst 18, 222, 233, 245, 282, 283, 299, 301 Godsdienstige handelingen 178 Goed doen zonder en met verstand 102, 309 Goede, het of de--82, 92, 159, 246, 258, 305/6 Goekoop. Mevr.--6, 8 Goesti Allah 227, 282 Goestikoe 218 Goesti Poetri 335 Gonggrijp 90 Gorontalo 113 Goudsmeedkunst 231, 302, 305, 330 Gouvernante 188, 336 Gouvernement 5 Gouverneur-Generaal 89, 173, 194, 208, 293, 325 Graf (heilig) 164, 251 Graven 59 Grieken 202 Grieksche mythologie 265 Grobogan 131 Grooten Inlandsche--10