Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk
Part 13
Kort geleden zaten de Quartero's met nog een anderen controleur bij ons. De heeren hadden 't over een regent, dien de vreemde controleur goed kende. "Een zéér ontwikkelde man", hoorden wij hem zeggen en kort daarop: "Neen, hij is niet getrouwd; hij is wel getrouwd met iemand, die hij niet presenteeren kan; 't is eene gewone vrouw uit 't volk, waarbij hij een paar kinderen heeft. Hij is niet van plan weer te huwen, hij wil geen Raden Ajoe trouwen, omdat hij die andere dan zou moeten wegzenden of haar een tweede plaats laten innemen. In beide gevallen zou hij haar _verdriet_ doen en dat _wil hij niet_".
Mijn hart sprong open, toen ik dàt hoorde, dan toch is er zóó één! Mooi, vindt u niet? Mevrouw Quartero vertelde ons naderhand, dat toen zij dat hoorde, zij en ook haar man gauw naar ons keken, beiden hetzelfde denkend: "Zouden de meisjes 't gehoord hebben? wat zal hij in hare achting stijgen!" Zoo is 't ook! We hopen innig, dat die regent immer zichzelve gelijk zal blijven en zich door _niets_ van zijn mooi besluit zal laten afbrengen.
't Zal ons thans een waar genoegen zijn met hem in kennis en aanraking te komen; we hopen, dat 't eens gebeuren zal.
De jonge garde, onverschillig van welke sekse, moet zich met elkaar in verbinding stellen. Ieder kan op zichzelf wat doen voor de opheffing, beschaving van ons volk; maar wanneer wij ons bij elkaar aansloten, onze krachten vereenden, samenwerkten, zouden wij met meer vrucht kunnen arbeiden.
In eendracht zit kracht en macht.
11 October 1901. (I.)
En nu, trouwe vriendin, ga ik je, 't spreekt vanzelf, _zéér_ in _vertrouwen_, 't een en ander mededeelen van onze plannen. De wegen die ons openstaan om ons een zelfstandig bestaan te verwerven en daarmede ons tevens nuttig te maken voor onze medemenschen, zijn: dokter, accoucheuse, onderwijzeres, schrijfster, artiste in de beeldende kunsten. Andere wegen ook staan ons nog open, om ons een zelfstandig bestaan te verwerven, maar die zijn door ons niet begeerd, aangezien aan die betrekkingen geen nut voor onze landgenooten verbonden is. Wat voor nut b.v. zouden wij voor ons volk kunnen hebben als apothekersbediende, boekhoudster, telegrafiste, klerk op 't een of ander kantoor en verder in dien trant? Die werkkringen en 't leven daaraan gebonden trekken ons niet aan. Wij willen met de verovering van een zelfstandig bestaan tevens werken aan de _beschaving, opheffing_ van ons volk. Wij willen een rijk, vol leven hebben. Je weet, dat er bij de Regeering door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid 't plan is aanhangig gemaakt om voor Inlandsche meisjes scholen op te richten, en bij wijze van proef voor dochters van Inlandsche grooten een kostschool. Toen wij verleden jaar van den Directeur zelf van zijn heerlijk plan vernamen, vroeg zijne vrouw of ik aan die laatste school onderwijzeres wilde worden. Ik antwoordde daarop, dat ik daar heel, heel veel voor voelde, maar die taak niet op me kon nemen, aangezien ik daartoe niet opgeleid was en daarvoor niet berekend ben. Mevrouw zeide toen dat haar man mij hebben wilde, zooals ik was, om de jonge hartjes te leiden en karaktertjes te vormen; ik moest met de jonge kinderen als een oudere zuster omgaan en hun tot voorbeeld zijn. Een zeer vereerende opdracht, maar had ik geen gelijk om die taak niet op mij te willen nemen, als ik daartoe geen bevoegdheid (wettelijke) heb? Als ik absoluut eerst er voor opgeleid wilde worden, zeide Mevrouw, moest ik maar een tijdje naar een der normaalscholen te Batavia of ergens anders gaan om te studeeren en aktes te halen, dat was dus geen bezwaar. De vraag was maar, of ik _wilde_.
Dat mijn Vader daarnaar ooren had, weet ge reeds. Ik zou dan naar Batavia gaan, waar mij door de directrice der meisjes H.B.S.,[1] die wij maar eens zagen en spraken, alle hulp en steun bij mijn pogen werd toegezegd. Die groote hartelijkheid van een half bekende deed ons toch zoo goed. Dat zij al dadelijk zoo groote sympathie kreeg voor ons streven, sterkt me zoo! Prachtig! waar zou ik beter leiding en hulp bij mijne studie kunnen krijgen dan van haar, die aan 't hoofd staat eener H.B.S. Ongezocht en onverwacht werd mij zoo'n uitstekende hulp in den schoot geworpen. Ik was in de wolken en dacht dat mijn vertrek naar Batavia slechts een quaestie van weken, hoogstens enkele maandjes zou zijn....
Ik heb je ook reeds verteld, dat wij volstrekt niet gefortuneerd zijn, ofschoon Vader een groot inkomen heeft, maar daarnaast ook groote uitgaven heeft te doen, zoodat wij nog net genoeg hebben om er kalmpjes van te leven en onze jongens--jongens moeten vóór alles geholpen worden!--eene goede opvoeding te geven. Aan financieele bezwaren had ik ook gedacht; daarom maakte ik bij mezelf een plan op, om zoo de bezwaren voor mijne opleiding als onderwijzeres te groot mochten zijn (die opleiding zou mijn Vader 's jaars pl.m. _f_ 1200 kosten, 't maandelijksch inkomen van Vader; voorwaar geen kleinigheid voor zoo'n groot huishouden als 't onze) van richting te veranderen en mijne stappen te richten naar de Dokterschool op Batavia. Tot dokter wordt men--tenminste _jongens_--vrouwelijke leerlingen zijn er nooit geweest--_geheel kosteloos_ opgeleid. De studie voor dokter geschiedt geheel op 's lands kosten. De leerlingen genieten vrije woning, eene maandelijksche subsidie, waarmede de kosten van voeding en kleeding bestreden worden, en vrije geneeskundige behandeling.
Op Batavia zijnde, vroeg ik den Directeur van Onderwijs, tot wiens Departement de geneeskundige school behoort, of er meisjes tot genoemde school mogen toegelaten worden. Mr. A. heeft er niets tegen, juicht 't integendeel toe, maar natuurlijk moet 't meisje-leerlinge externe zijn. Mijn idee was om der Regeering te vragen mij geheel op dezelfde voorwaarden en met dezelfde voorrechten die de mannelijke leerlingen genieten, tot de Dokterschool toe te laten. Waar _ieder_ met een beetje hersens het nut inziet, dat een vrouwelijke dokter--vooral voor de vrouwen uit 't volk, die liever sterven dan door een dokter aangeraakt te worden--zal hebben, en de Chef van 't Departement van Onderwijs warm mijn verzoek zou ondersteunen, is er veel kans, dat de Regeering daarop gunstig beschikken zal.
Steeds heb ik veel met dit vak opgehad, alleen zie ik op tegen de lange studie. Voor iemand, die nog geen 20 is, vind ik 7 jaar studie niets, maar als je dien leeftijd gepasseerd bent, dan vind ik dat heel lang. En dan om als volwassen meisje in den beginne dag aan dag tusschen jongens van 13---18 te moeten zitten, en naderhand de eenige vrouw te zijn onder hoopen mannen, is niet erg aanlokkelijk. Maar dit zijn slechts kleine bezwaren, waar ik makkelijk overheen zou kunnen stappen. Er is echter nog iets anders. Vader en mijne vrienden zijn er tegen; gelukkig niet onvoorwaardelijk. Vader, omdat ik 't eenigste meisje zou zijn onder al die mannen en jongens--zulk een grap is hier nog nooit vertoond geweest; en mijne vrienden, omdat ik voor die studie misschien niet de vereischte zenuwen zou hebben. Dokter is voorzeker een prachtig beroep, doch geen werk voor iedereen--een krachtig willen en doorzettingsvermogen alleen zijn niet genoeg voor de studie van dokter, stalen zenuwen zijn ook een vereischte. Daar maken mijne vrienden zich bezorgd over, doch ik heb geen vrees. Vader vindt het onderwijs verreweg het beste voor ons; zoo ook mijne vrienden op Batavia. Zij vinden dat een uitgezocht mooi werk voor me, waar ik eerst recht op mijn plaats zou zijn. En waar zou ik beter mijne ideeën kunnen verbreiden, dan daar als opvoedster van het jonge geslacht, de vrouwen en moeders der toekomst. In de handen van 't _kind_ ligt de _toekomst_, en in de handen van de _moeders_, het kind, de _toekomst_. Als _schrijfster_ zou ik op _groote_ schaal aan de verwezenlijking mijner idealen en aan de opheffing, beschaving van ons volk kunnen arbeiden, als onderwijzeres slechts in _kleinen kring_, maar ik zou dan _direct_ kunnen _opvoeden_, en--die kleine kring zou allicht zich kunnen uitbreiden, mettertijd, navolging vinden, tenminste als het gegeven voorbeeld _goed_ blijkt te zijn.
Je kent mijne liefde voor de litteratuur en weet, dat 't een illusie van me is, het eens tot eene beduidende beoefenaarster der letterkunde te kunnen brengen. Maar men kan geen twee meesters tegelijk dienen, althans ik zie er geen kans toe, om onderwijzeres te zijn, zooals ik mij dat voorstel, niet als verstandsscherpster alleen, maar ook als karaktervormster, den geheelen dag mij met de kinderen bezig houdend, en dan aan letterkunde te doen. Ik wil één ding maar tegelijk doen, maar ik wil het _goed_ doen. Entre ces deux mon coeur balance, Stella! Als dokter of iets anders zou ik misschien geen afstand behoeven te doen van dat mij zoo dierbaar werk: pennenlikkerij!
Maar ik vind 't onderwijs, de opvoeding van kinderen, die je toevertrouwd worden, zoo iets ernstigs, heiligs zelfs, dat ik nooit vrede met mezelf zou kunnen hebben, als ik mij daaraan wijdende, voelde mijne taak niet zóó te kunnen vervullen, als ik zelf van een _goed_ opvoedster eisch. Als onderwijzeres aan eene kostschool zou ik mij den geheelen dag met de kinderen moeten bezighouden, zelf 's avonds en 's nachts zou ik niet vrij zijn, want de kinderen zijn mij _toevertrouwd_. Vertrouwen legt groote verplichtingen op, zoo'n post brengt groote verantwoordelijkheid met zich mee. Misschien vindt je mij wel erg overdreven, maar ik kan niet anders denken, dan dat ik 't een misdaad acht, mij aan de _opvoeding_ van kinderen, _toekomstdragers_, te wijden, als ik niet ten volle berekend ben voor die groote taak, in mijn oog zoo hoog en heilig. En geen tevredenheidsbetuiging mijner chefs zou me vrede met mezelf kunnen doen krijgen, indien ik dat niet voor mijn geweten heb.
De illusie van mijn Vader, als zijn dochtertje dan toch absoluut _iets_ worden wil en zich nuttig wil maken voor anderen, is dat ik eens directrice word eener meisjeskostschool; ook van mijne vrienden is dat eene illusie. En gij, Stella, wat wenscht ge voor mij? Welken weg zoudt gij gaarne door mij ingeslagen zien? Zeg 't mij eerlijk en oprecht, zeg mij onomwonden uwe meening, van jou verwacht ik _niets anders_. Gij hebt u steeds een goede, oprecht welmeenende vriendin betoond. Doe 't nu ook.
Er heeft zich nog een andere uitweg voor ons geopend. Een ons persoonlijk onbekende zendeling-dokter, van goeden naam en gevestigde reputatie, die veel van ons van onze vrienden hoorde, bood zich uit eigen beweging aan, zoo wij er lust toe gevoelen" ons _geheel kosteloos_ tot accoucheuses op te leiden. Van eene andere zijde werd ons ook de gelegenheid geboden. Dat stemt ons zoo dankbaar! Ge hebt zeker wel eens gehoord of gelezen van de groote Inlandsche Christengemeente Modjowarno--in de residentie Soerabaja? In "Maatschappelijk werk in Indië", congresverslagen, Vrouwenarbeidtentoonstelling, komen de naam van dien zendeling-dokter[2] en Modjowarno verscheiden malen. voor. Dat vroedvrouwen hier in Indië schreeuwend noodig zijn, hebt ge zeker reeds meer gehoord. Jaarlijks sterven er op Java of geheel Nederlandsch-Indië gemiddeld 20,000 kraamvrouwen en 30,000 pasgeboren kinderen wegens gebrekkige verloskundige hulp. Op dat gebied is er voor ons dus een uitgestrekt arbeidsveld om onze zusters tot nut en zegen te zijn.
Wij voelen ook _heel veel_ voor de zaak, maar het zou logen zijn, om te beweren, dat acchoucheuse zijn eene illusie van ons is. Doch 1000 maal liever accoucheuse te worden, dan afhankelijk te zijn van familieleden, gezwegen nog van een gedwongen huwelijk.
Van Vader hebben wij de toestemming om naar Modjowarno te gaan en ons voor accoucheuse te bekwamen, als andere wegen ons door omstandigheden afgesloten zijn. Andere familieleden zijn er fel tegen; zij vinden dat werk _te min_ voor onze aristocratische handen!! Onze vrienden ook zouden het ten zeerste betreuren, indien wij dien weg moesten inslaan, maar hun reden is zooveel edeler, o, zoo oneindig hooger. Ze zouden 't zoo _hard_ voor ons vinden, omdat wij _andere illusies_ hebben. In beginsel zijn ze niet tegen ons gaan naar Modjowarno, ze vinden het werk daar hoog en edel. Maar of wij ons doel van vóórlichten en voorbeeld geven daarmee zouden kunnen bereiken? Waar zelfs in 't beschaafde Europa men nog met min of meer minachting neerziet op 't accoucheuse-beroep, zou Indië, 't aan pracht en praal verknochte Indië, 't mooie van dat werk kunnen apprecieeren? Het zou alleen het nederige daarvan inzien, en wat niet hoog is en schittert en geurt, acht mijn arm land 't aankijken niet waard. Dat wij zelf niets om die minachting zouden geven, begrijpt gij wel, maar de gevolgen daarvan zouden ons niet onverschillig zijn. Wij willen de baan breken voor de vrijheid en zelfstandigheid der Javaansche vrouw! Het voorbeeld, dat wij geven, moet door anderen kunnen worden aangepast. En iets, waar men met minachting op neerziet, zal _geen_ navolging vinden. Willen wij, dat anderen ons voetspoor zullen volgen, dan moet 't voorbeeld dat wij geven, iets zijn, dat spreekt, bewondering afdwingt en tot navolging wekt. Wij hebben hier dus niet op eigen wenschen te letten, maar wel degelijk rekening te houden met 't karakter van 't volk, dat wij willen voorlichten en tot voorbeeld zijn.
Er is in den laatsten tijd in Holland en voornamelijk in Den Haag eene beweging ten leven opgestaan, om de in verval geraakte Indische kunst te doen opleven en bloeien. De Vereeniging "Oost en West", een spruit van de Vrouwenarbeidtentoonstelling, waarvan ge zeker al meer gehoord en gelezen zult hebben, en die er hoofdzakelijk is om de belangen aller Indischen te behartigen, heeft eene afdeeling voor de kunst, waarin eenige kunstenaars van naam zitting hebben.
Die kunstafdeeling is voornemens een kunstenaar of kunstenaren (op 't gebied van beeldende kunst) naar Indië uit te zenden om de Indische kunst in 't algemeen en de batikkunst in 't bijzonder op te helpen, haar te zuiveren van vreemde inmenging, als Europeeschen invloed enz., die haar in verval doet geraken. De belangstelling in Holland voor de Indische kunst is gewekt door de uitstekend geslaagde tentoonstellingen, die Oost en West van Indische kunsten gehouden heeft. In het buitenland ook begint de Indische kunst, inzonderheid de batikkunst, bekend te worden.
Ik meen je reeds verteld te hebben, dat Roekmini veel aanleg en zeker ook talent voor teekenen heeft, en het haar grootste illusie is om schilderes te worden. Daartoe is een opleiding in Europa _vereischt_ en die is voor haar helaas onbereikbaar! Althans uit eigen middelen zullen wij nooit zusje's droom in verwezenlijking kunnen helpen brengen. Je raadt nu zeker wel, waarheen we willen. Wij willen ons met Oost en West in verbinding stellen en van de Vereeniging gedaan zien te krijgen, dat mijne zuster hare illusies verwezenlijken kan; dat zij direct of indirect door Oost en West in staat gesteld wordt de Haagsche teeken- en schilderacademie te bezoeken om later op Java zich geheel te wijden aan onze kunst. Wie zou zich beter aan de belangen van de Javaansche kunst kunnen wijden, dan een kind van dat volk zelf, wie de liefde voor de Inlandsche kunst is _aangeboren_ en _niet aangeleerd_? Als kind van de Javaansche natie zelf, zou Roekmini _overal toegang_ kunnen krijgen, waar de Europeaan, hoe goed het ook met de Javanen meenend, een gesloten deur vinden zou. Wij kennen eenige personen, die in 't bestuur zitten van Oost en West en van de kunstafdeeling der vereeniging.
Als onze pogingen schipbreuk lijden, dan wil R. zich bekwamen tot accoucheuse. Zij wil òf schilderes òf accoucheuse worden, maar wat ze doet, wil ze _goed_ doen. Daarom wil ze, als 't lot haar 't verloskundig vak aanwijst als middel van bestaan en om zich nuttig voor de Gemeenschap te maken, moeite doen om in Europa voor dat vak te worden opgeleid. In Holland zou ze zich tot eene volledige verloskundige kunnen bekwamen, en de moeders hier, als ze hare studiën zal hebben voltooid, van groot nut zijn.
De doktoren kunnen haar hier slechts tot vroedvrouw opleiden, die onder toezicht van een dokter werkt. En 't maakt in de oogen van ons helaas voor groote idealen en verheven denkbeelden weinig vatbare volk, dat alleen glans en glorie eert, groot verschil of ze zich hier of in Europa tot accoucheuse heeft bekwaamd. In Europa gediplomeerd, zou men _niet_ op haar werk neerzien, en zou haar voorbeeld allicht navolging vinden. Van de Regeering willen we gedaan zien te krijgen, om R. op hare kosten in Holland tot verloskundige te doen opleiden. Hiertoe willen we de hulp van Professor Hector Treub in Amsterdam en Dr. Stratz in Den Haag inroepen, mannen die reeds menig keer de lans hebben gebroken voor de allergebrekkigste verloskundige hulp in Indië, waardoor jaarlijks duizenden _onnoodig_ sterven. Ook van de Volksvertegenwoordiging is de aandacht op deze zaak gevestigd door van Kol, als ik mij niet vergis. Dit Kamerlid komt in Indië; ik hoop hem te zien en te spreken te krijgen; mijn broer kent hem heel goed.
De Regeering in Indië heeft reeds stappen gedaan om verbetering in dien treurigen toestand te brengen. Alle doktoren op Java krijgen van de Regeering eene maandelijksche subsidie, die zich willen belasten met de opleiding tot vroedvrouw van al degenen, die zich daarvoor aanmelden. Deze krijgen gedurende haren leertijd eene subsidie van de Regeering ter bestrijding van verblijfkosten, enz., en na geëxamineerd te zijn, worden ze door 't land bezoldigd.
Het plan van zus R. is om, wanneer ze hare studie van verloskundige in Europa zal voltooid hebben, op Java een cursus in dat vak te openen. Op de kundigheid der doktoren, die hier daarin les geven, valt niets af te dingen, maar wat beteekent knapheid in 't te onderwijzen vak, als men zich niet goed verstaanbaar kan maken aan de leerlingen, omdat onderwijzer en leerling ieder een andere taal spreken? Bijna zonder uitzondering zijn de doktoren hier de landstaal weinig of niet machtig. Maleisch, en dan meestal nog heel gebrekkig, is de taal, die de doktoren tegen 't volk bezigen. _Javaansch_ spreekt nagenoeg geen een dokter. Bitter weinig Javanen uit 't volk zijn er maar, die Maleisch verstaan en spreken. Begrijpt ge nu, wat een heksentoer het voor de doktoren is, om zich in hun gebroken Maleisch verstaanbaar te maken aan hunne leerlingen, vrouwen, meisjes uit 't volk, die van huis uit hoegenaamd _niets_ geen _ontwikkeling_ meebrengen, en die behalve haar moedertaal geen andere kennen en verstaan?
Die moeilijkheden zouden vervallen, indien iemand, die volkomen de Inlandsche talen machtig is, de taak op zich neemt, Inlandsche vrouwen tot vroedvrouwen te bekwamen.
R's geboorte zou ook kunnen bijdragen tot het welslagen harer onderneming. De Inlanders zijn zeer gehecht aan hunnen adel, en wat van den zoo door 't volk vereerden adel uitgaat, vindt gemakkelijk bij hen ingang.
24 October, juist twee weken na het afbreken van dezen brief, hervat ik hem weer. Mijn kaart, tusschentijds verzonden, bracht je reeds op de hoogte van de treurige omstandigheden, waarin we verkeerd hadden en die nu gelukkig voorbij zijn. Zooals je reeds weet, is R. gevaarlijk ziek geweest; tot twee keeren toe hing haar leven aan een zijden draadje; doch nu is ze Goddank weer aan de beterhand, en gaat met den dag goed vooruit; vandaag is ze al buiten geweest. Hoe dankbaar en gelukkig we zijn, dat 't zoo goed met haar afgeloopen is, kan ik je niet zeggen. Ook zusje Kardinah is weer op de been; zij kan nu al een kwartier achtereen wandelen en begint weer een kleurtje op hare arme, magere wangen te krijgen. Wij hebben flink ons deel in ellende gehad.
't Is nu ook overal zoo ongezond van wege de groote droogte. Arm land, wat zweeft u behalve de gevaarlijke ziekten nog boven 't hoofd? Door de groote droogte zijn er bijna over het geheele land verscheidene sawahs mislukt. In het naburige Grobogan is de nood 't hoogst, daar heerscht _hongersnood_, en met angst en beven ziet men in Demak, waar 26.000 bouws sawahs mislukt zijn en bovendien _hevig_ de cholera woedt, den komenden westmoesson tegemoet, die het land verdrinkt elk jaar. Arm land, dat in den oostmoesson uitdroogt door watersnood, en in den westmoesson verdrinkt door watersnood. Doch ik zal maar niet meer over die ellende schrijven, maar mijn gesprek van 14 dagen geleden vervolgen.
Zusje Kardinah wil ook bij het onderwijs komen, en heeft als vakken gekozen: huishoudkunde en koken. Ons plan is om altijd bij elkander te blijven en met elkaar samen te arbeiden aan ons gemeenschappelijk doel: de beschaving van ons volk. Samen willen we, als het Lot ons gunstig is, een school openen, waarin onderwijs zal gegeven worden in de vakken van 't lager en meer uitgebreid onderwijs, in handwerken, huishoudkunde en aanverwante vakken, en tevens zal er een cursus aan verbonden worden òf in kunst (batikkunst, teekenen, enz.) òf in verloskunde.
Tot leerares in de huishoudkunde en koken kan men alleen in Holland zich bekwamen; zulk eene gelegenheid bestaat er hier _niet_. Kleintje's fort is eigenlijk _muziek_, en haar liefste illusie was en is nog steeds zich op de muziek toe te leggen, doch dit is voor haar absoluut onbereikbaar. En mijne kleine meid heeft afstand gedaan van haren droom; als zij maar die andere illusie verwezenlijken kan, zal ze al gelukkig zijn. Zij wenscht zoo zielsgraag wat te kunnen bijdragen tot de opheffing van ons volk. En als leerares in de huishoudkunde zou ze ontzaglijk veel goeds kunnen doen. Al meer en meer geeft de Regeering te kennen, dat zij gaarne het volk en hare ambtenaren _spaarzaam_ zou willen zien.
En waar het huishouden in _vrouwenhanden_ berust, spreekt 't wel van zelf dat, wil men 't volk spaarzaamheid leeren, men het met de vrouwen moet beginnen. Wat baat het of de mannen die deugd aanleeren, als hunne huishoudsters de waarde van 't geld niet kennen? Dit is 't motief dan, dat we zullen aanvoeren, als we de Regeering 't verzoek doen Kleintje in de gelegenheid te stellen zich tot leerares in de huishoudkunde te bekwamen om later op Java een cursus in dat vak te openen. Mijn kleine zus wil de grootsche taak op zich nemen vrouwen en moeders van de toekomst op Java zuinigheid of waarde van 't geld te leeren.
Wat mij betreft, ik kan hier klaar komen, d.i. mijn acte halen, doch altijd is eene opleiding in _Europa_ te verkiezen boven eene in Indië, voor de algemeene ontwikkeling en verruiming van den blik en zoveel meer.
In den laatsten tijd vooral geeft de Regeering duidelijk te kennen, prijs te stellen op de beschaving en ontwikkeling harer ambtenaren, dit is o.a. sterk gebleken uit de jongste regents-benoemingen, waarbij de keus der Regeering viel op twee personen, die volgens bestaande bepalingen--'t opvolgingssysteem van vader op zoon, en zoo er geen zoon of geschikte zoons zijn dan een ander familielid van den laatsten regent--er niet voor in aanmerking komen, wijl zij in geen betrekking staan tot de regenten, die zij opvolgen; maar die jongbenoemde regenten zijn zeer ontwikkeld, en hebben in _Europa_ hunne opvoeding genoten.
Uit alles en alles blijkt, dat het de Regeering ernst is om Indië te beschaven en te ontwikkelen, het Javaansche volk in 't algemeen, en in 't bijzonder den Inlandschen adel, waaruit de _meeste_ landsdienaren worden gerecruteerd, tegemoet te komen in zijne behoefte aan kennis en ontwikkeling.
De heer Abendanon heeft bereids gezegd: "dat het geen betoog behoeft, dat de intellectueele ontwikkeling der Inlandsche maatschappij niet krachtig kan voortschrijden, indien daarbij de vrouw ten achter blijft. Ten allen tijde is de vooruitgang der vrouw eene belangrijke factor tot volksbeschaving gebleken".
De meeste Inlanders zien er tegen op hunne dochters naar school te zenden, omdat _mannen_ er onderwijs geven. _Onderwijzeressen_ moeten er komen.