Category: Historical Novels

Door het land der Skipetaren

Onder de heerschende omstandigheden is het dus niet te verwonderen dat daar, waar de verschillende bandelooze stammen der Arnauten, die voortdurend met elkaar in oorlog leven, gevestigd zijn, van "recht" eigenlijk geen sprake wezen kan.

Chapters

20. Chapter 20

--Nu, veel geluk! Gij hebt uw broeder te wreken en hebt dus het recht op uw zijde, waaraan Allah zeker de overwinning geeft. Gelukt het u echter niet, welnu, kom ons dan achtern...

22. Chapter 22

Stapvoets naar hem toerijdende, zag ik, dat hij zijn oogen dicht had. Hij was bewusteloos. Ik bleef in den zadel en liefkoosde mijn paard, tot dank voor zijn ren. De hengst was...

12. Chapter 12

--En nu hebben zij zich daar verborgen en wachten ons op. Voor alles moet ik weten, hoeveel en wat gij hun hebt verteld. Gij hebt dus bekend dat ik te Radowitsch ben. Gij hebt m...

25. Chapter 25

Ik gooide eenige stukken van de ommelet in een hoek, en de vogels vlogen er op af, om er duchtig om te kibbelen. Of ze het eten hadden zien binnendragen, weet ik niet, maar wel...

33. Chapter 33

Sommige menschen handelen volgens helder scherp overleg. Men zegge mij niet, dat er in zulke oogenblikken van gevaar geen tijd is om in minder dan een seconde te overdenken en e...

8. Chapter 8

Ik maakte het paard los en voerde het een eind weg. Ik bond het eerst losjes vast, en rende toen in groote haast weg, door struiken en langs boomen, half springend half kruipend...

16. Chapter 16

--Een leugen? Hoor eens, ik geloof het nu nog meer dan ooit. Mubarek had hem op de korrel, toen hij het hoofd door het luik stak. Ik mag vervloekt zijn, als ik hem niet getroffe...

27. Chapter 27

Dit deed mij besluiten om mijn schuilplaats ook te verlaten. Als mijn gastheer zich verwijderd had, zou het voor mij moeilijker zijn om mij ongezien te verwijderen. Het was te v...

29. Chapter 29

--Zwijg!--beval Habulam met donderende stem.--Gij moogt slechts spreken als u iets gevraagd wordt. Wees Allah dankbaar, dat hij u verhinderd heeft mij nog een tweeden slag te ge...

19. Chapter 19

Alleraardigst deed dit een misschien achtjarige jongen. Hij ving de druppels in zijn kleine fez op, en als hij meende er genoeg bijeen te hebben, om echt te kunnen smullen, dan...

21. Chapter 21

--Let dan maar goed op. Wij zullen nog wel meer van die teekens aan de volgende boomen zien, en dit is er het eigenaardige van, dat zij allemaal in dezelfde richting gebogen zijn.

9. Chapter 9

--Zeker niet! Maar dat zwarte paard heeft mij in de war gebracht. Wanneer de ruiter die het berijdt, wat grooter van gestalte was, zou ik, ofschoon hij niet zoo gekleed is, toch...

14. Chapter 14

--O, ik heb dien Mubarek ontmaskerd, en de Kiaja van Ostromdscha heeft, op grond van mijn bewijzen, hem gevangen genomen. Hij is echter ontvlucht en is nu met drie andere schurk...

31. Chapter 31

--Gij zijt, zooals ik nu inzie, zeer toegevend voor ons geweest. Ik zou u gaarne van dienst willen zijn voor uw reis. Daarom zeg ik u: ik vermoed dat er meer plaatsen zullen zij...

6. Chapter 6

Ik sloeg Toma den bode oplettend gade. Hij kwam nu dichter bij en had geen oog van mij af. De schutter legde op mij aan. Hij stond slechts op tien of elf pas afstand. Maar hij l...

13. Chapter 13

--Allah heeft dezen uw wensch niet vervuld, want ik heb den geheelen nacht geen oogenblik geslapen. Ik had het hoofd zóó vol van zwavelzure kalk, dat het mij onmogelijk was een...

34. Chapter 34

--Wanneer gij dat niet wilt, zal mijn zwager u zoo leiden, dat niemand u ziet. Overigens zal het stikdonker zijn, wanneer gij er aankomt. Mijn zwager is nog eenigen tijd op het...

15. Chapter 15

Wij hoorden een woest gebrul voor de deur. In krankzinnige opgewondenheid beukte men er op, en noemde een ieder zijn naam en knoopte aan zijn voorstelling de afschuwelijkste ver...

18. Chapter 18

De waard zat nog altijd verstijfd van schrik op zijn stoel. Zooals ik hem het geweer uit zijn hand had getrokken, zoo hield hij die nog. Hij had sedert Osko's angstkreet zich no...

24. Chapter 24

Dat alles kwam er zoo rustig uit, alsof hij er zelf bij was geweest toen de veronderstelde stamvader met Abram zijn watermeloenen at! Hij deed alsof hij onzen gastheer een groot...

5. Chapter 5

--Hier--zei zij,--is onze patiëntenkeuken. Zeg ons nu maar, uit welke middelen de pleister voor uw maag moet worden samengesteld. De apotheker kwam dicht bij mij staan en keek m...

11. Chapter 11

--Gij zijt de man die van een patiënt durft zeggen, dat zijn tong niet zoo groot en niet zoo belangrijk is als een rundertong. Wanneer gij u verbeeldt, dat dit van beschaving ge...

28. Chapter 28

--Om me van uw boozen blik te laten verderven? Dank je wel! Als ik geweten had, wat een opstoker van dienstvolk gij zijt, ge waart in mijn huis niet gekomen.

26. Chapter 26

--Lang behoeven wij er niet over te praten,--zeide Barud el Amasat. Wij allen, wij willen dat deze menschen zullen sterven. Wij moeten hen dooden zonder dat de Duitscher ons kan...

23. Chapter 23

--Ik dacht, dat het er, in dit geval, niet op aan kwam, of ik van een Khan of een Konak sprak. Ik ken den eigenaar. Hij ziet altijd verlangend naar gasten uit, en hij zal u van...

3. Chapter 3

Deze korte gedachtenwisseling was natuurlijk op gedempten toon gevoerd. Het was waarschijnlijk dat de vier mannen niet ver weg waren en wij mochten hen, door luid spreken, niet...

4. Chapter 4

--Dat moet gij zelf weten. Gij zijt toch Kasa Mufti. Toen de Padischa u dat gewichtig ambt opdroeg, deed hij dat toch zeker in het vertrouwen dat gij daartoe de noodige bekwaamh...

2. Chapter 2

--Ik ben van het tegendeel overtuigd, en ik zeg u dat wij niet alleen de dieven maar ook de gestolen voorwerpen zouden vinden. En daarom gelast ik u mij met de Khawassen te volgen!

17. Chapter 17

--Wat dat zou, vraagt gij? Zeker niets?--riep de Kiaja uit. Als zij ons doodschieten, is dat zeker niets? Ik ben integendeel van oordeel, dat er geen grooter schade is, dan dat...

32. Chapter 32

Toen wij nu, in plaats van noordwestelijk, precies westelijk reden en het dorp achter ons hadden, konden wij de sporen der vijf mannen duidelijk op den weeken grond zien. Een ei...

7. Chapter 7

--Ik heb nog nooit het ongeluk gehad een dergelijk zondaar te ontmoeten,--antwoordde ik met een zucht en zette daarbij het onnoozelste gezicht der wereld. Zij stootten elkander...

30. Chapter 30

--Neen, Allah zou over mij toornen, indien ik zoo tegen zijn wetten handelde. En wat zouden Suef en Humun zeggen, wanneer ik u de straf schonk, die ik hen deed lijden.

10. Chapter 10

--Nu goed, dan zal 't geen loon, maar alleen een fooi zijn. Ik zal het aan uw vader geven.--Ik wenkte Halef mij mijn brieventasch en mijn beurs te geven, en verzocht den ouden m...

1. Chapter 1

Onder de heerschende omstandigheden is het dus niet te verwonderen dat daar, waar de verschillende bandelooze stammen der Arnauten, die voortdurend met elkaar in oorlog leven, g...

35. Chapter 35

De woning was leeg, daar alle man thans aan den arbeid was. Ik ging met Halef en de broek op een tafel zitten. Wij kregen naalden en garen; in plaats van een schaar hadden wij o...