Chapter 35
--Omdat het witte dubbel zoo sterk is als het zwarte; daarom dacht ik, het zal beter houden als gij weer eens met die broek moest zwemmen.
--Gij zijt een zeer voorzichtig man, naar ik zie. Ik zal echter zoo vrij zijn om zwart garen te nemen. Vooruit nu, naar binnen!
--Zal ik meehelpen, Sihdi?--vroeg Halef.
--Ja, gij kunt de broek vasthouden terwijl ik de scheur naai.
De woning was leeg, daar alle man thans aan den arbeid was. Ik ging met Halef en de broek op een tafel zitten. Wij kregen naalden en garen; in plaats van een schaar hadden wij ons mes, en dus konden wij aan den arbeid gaan. Als schooljongen had ik menigen knoop aangezet en soms ook wel een kleine scheur dichtgenaaid; ik kende zoo tamelijk het onderscheid tusschen voor- en andere steken; en daarom begon ik het groote werk met de noodige zelfbewustheid.
Intusschen was de schrijnwerker-kleermaker druk bij de kachel bezig en gooide er hout op, alsof hij er een os op braden moest. De kachel gaf een warmte van zich, die mij aan de goede dagen van de Sahara herinnerde. Mijn kleeren waren droog en behoefden alleen nog maar gestreken te worden. De kunstenaar nam het vest ter hand, legde het op een plank en haalde met een tang het strijkijzer uit het vuur. Het was gloeiend heet en het houten handvat was verbrand. De man keek van het ijzer naar mij en van mij naar het ijzer en krabde zich bedenkelijk achter het oor.
--Wat is er?--vroeg ik.
--Mag ik eens iets vragen, Heer? Wat moet ik doen?
--Strijken.
--Maar hoe?
--Als altijd; gij kunt het immers uitstekend.
--Dat is een vervelende geschiedenis.
--Hoezoo?
--Wel, wanneer ik nu ga strijken, dan verbrand ik het jelek (vest). Wacht ik tot het ijzer koud is, dan verbrand ik het niet maar het ijzer strijkt ook niet. Kunt gij mij misschien ook raad geven? Ik heb gehoord dat gij een Effendi zijt die groote reizen heeft gemaakt, misschien hebt gij wel eens gezien hoe een kleermaker dat doet.
--Ge moet mij niet kwalijk nemen, maar ik verdenk uw grootvader sterk.
--Och, doe dat niet, als 't u blieft. Mijn grootvader--Allah zij met hem--was een vroom Moslem en een getrouw onderdaan van den Padischa.
--Dat kan zijn, maar een kleermaker was hij niet.
Nu hief de kunstenaar ook den anderen arm ten hemel, en krabde zich daarna met beide handen achter de ooren. Hij was blijkbaar ten einde raad, maar hij antwoordde niet.
--Nu, heb ik gelijk of niet?
--Effendi!--riep hij uit,--hoe weet gij dat?
--Ik raad het, vertel mij dus wat hij eigenlijk was.
--Nu, wanneer gij het dan bepaald wilt weten, hij was eigenlijk een Odundschu (houthakker) en maakte buitendien zoowat kleeren voor de andere houthakkers. De strijkijzers had hij echter ook van zijn grootvader geërfd, geloof ik.
--Die misschien ook alweer geen kleermaker geweest was?--zei ik lachend. Zijt gij getrouwd?
--Neen, maar ik hoop het toch spoedig te zijn.
--Haast u dan, opdat gij spoedig kleinkinderen moogt hebben, die de strijkijzers kunnen erven, want men moet het voorbeeld van zijn voorvaderen zooveel mogelijk volgen, en ik hoop dat deze ijzers steeds in de familie zullen blijven.
--Daar zal ik voor zorgen,--verzekerde hij ernstig. Deze Miras nasargiahi (erfstukken) zullen altijd in onze familie blijven. Maar nu moet gij mij toch zeggen wat ik doen moet.
--Welnu, ik beveel u, deze erfstukken in 't geheel niet meer aan te raken. Als ik mijn kleeren zelf moet maken, kan ik ze ook zelf wel uitstrijken.
Hij trok zijn handen uit zijn haar, zuchtte diep, en was meteen paar groote stappen de deur uit. Halef zou hem liefst met zijn zweep achterna zijn gegaan om hem een kastijding toe te dienen, omdat hij zich voor een Uruwadschi terziji (marchand tailleur) had uitgegeven, terwijl hij niets van het vak verstond. Ik trachtte hem te troosten met den goeden raad, zich nooit door titels of mooie namen van anderen te laten overbluffen. Ik moet eerlijk bekennen dat het strijken mij ook alles behalve handig afging omdat, voor zoover ik weet, nog nooit een strijkijzer in mijn familie van den een op den ander overgegaan is. Toen ik evenwel het kunststuk had klaar gespeeld, bleef mij niets meer over, dan trotsch op mijn werk te zijn, iets waarin Halef mij met alle macht bijstond. Hij beweerde nog nooit zulke flinke sterke steken te hebben gezien en hij was verrukt over den onmisbaren glans, door bruine en zwarte strepen op het strijkgoed getooverd. Mannen van het vak hebben mij later echter verzekerd, dat ik op die vuile brandstrepen mij niet moest beroemen.
Toen wij zoover waren, kwam de opzichter met zijn broeder, die nu ook gereed was om met ons mee te gaan. De kleermaker, gerust dat zijn hulp als zoodanig niet meer zou gevorderd worden, stak zijn hoofd door de deur en kwam, toen hij mij geheel gekleed zag staan, opgetogen en vroolijk op mij af.
--Heer,--zeide hij,--alles is in orde, zooals ik zie. Mijn twee strijkijzers hebben hun werk mooi gedaan, ik wil dus hopen dat gij mij daarvoor met een milde Bakschisch zult verblijden.
--Die zult gij hebben!--zeide Halef.
Hij verdween achter het schut, waarachter ik mij verkleed had, en kwam terug met de jichtlaarzen. Ze hadden meer van zakken dan van laarzen. Halef hield ze den fooi-vrager voor en zeide op goedmoedigen toon:
--Wij vereeren u deze Kablar fil ajaslari (foudralen voor olifantspooten) tot een eeuwige gedachtenis aan uw kleermakers-talent. Doe ze bij uw strijkijzers, tot een erfenis voor uw kinderen en kleinkinderen, opdat uw afstammelingen een blijvende herinnering mogen hebben aan het glorierijke feit, dat hun stamvader de groote kunst verstond, broekspijpen dicht te naaien. Allah schiep apen en ezels; u echter zond hij tot bekroning van deze schepping naar Rumelia!
De kleermaker greep naar de laarzen en beschouwde ze met groote oogen. Zulk een Bakschisch had hij niet durven verwachten, en dat nog wel, met zóó'n mooie toespraak!
--Welnu, hoe staat ge zoo in de laarzen te kijken? Meent gij soms dat uw kleermakers-verstand daarin verscholen zit?--vroeg Halef. Maak dat gij met ze wegkomt, en wees dankbaar voor onze grootmoedigheid, die u met zulk een geschenk begenadigt!
Ik betuigde mijn instemming met den raad hem door Halef gegeven, onderwijl ik eenige piasters in de laarzen liet vallen. Daarmee had ik 's mans tong weder losgemaakt. Hij kon weer spreken, bedankte voor het geschonkene en haastte zich met een en ander weg te komen.
Nu volgde het afscheid. Ik bekortte het zooveel mogelijk, en wij reden weg, meest over ongebaande grasvlakten, westwaarts houdende. [11]
AANTEEKENINGEN
[1] Zie "de Schuilhoeken van den Balkan".
[2] Zie "de Schuilhoeken van den Balkan".
[3] Beide beroemde rechtsgeleerde werken.
[4] Een theologisch kommentaar in 24 deelen.
[5] Zie "De Karanirwan Khan in Albanië".
[6] Zie Karl May's "In de Schuilhoeken van den Balkan".
[7] Zie Karl May's "Schuilhoeken van den Balkan".
[8] Men leze: Karl May "De Karanirwan-Khan in Albanië".
[9] Men leze: Karl May "De Karanirwan-Khan in Albanië".
[10] Deze belangrijke ontvoering vindt men uitvoerig beschreven in Karl May's Reisavonturen; Kara Ben Nemsi, bladz. 63-124.
[11] Als vervolg op dit boek leze men "De Karanirwan-Khan in Albanië" door Dr. Karl May.
Nieuwe werken van Dr. Karl May, verschenen bij H.J.W. Becht te Amsterdam.
Dr. Karl May's Reisavonturen.
Kara-Ben-Nemsi, De Held uit het Avondland. In Koerdistan. Van Bagdad naar Stamboel. In de Schuilhoeken van den Balkan. Door het land der Skipetaren. De Karanirwan-Khan in Albanië. De Slavenkaravaan. Winnetou, Het Opperhoofd der Apachen, De Pelsjagers van den Rio Pecos. Het Geheim van den Witten Bison, of de Zoon van den Berenjager. De Llano Estacado. De Duivelskop in het Rotsgebergte. De Zonen der Mimbrenjo's. Old Shatterhand als Detective. De Schat in het Zilvermeer. De Petroleumkoning. De zwarte Mustang. Het Testament van den Inca. Winnetou's dood. Winnetou's Testament.
Het oordeel der "Commissie van het Nederlandsch Onderwijzersgenootschap" over eenige werken van Dr. Karl May, luidt als volgt:
De schrijver moet inderdaad veel weten van de streken, waarin zijn verhalen spelen, anders zou hij zoo niet kunnen vertellen, de jongens komen geheel onder de bekoring. De figuren zijn sympathiek, de jongens kunnen er ridderlijkheid, eerlijkheid en flinkheid van leeren.
Kara-Ben-Nemsi. Een onderhoudend relaas van reisavonturen, in Noord-Oost-Afrika en Arabië doorleefd. De weerzin van den schrijver tegen bloedvergieten en wreedheid treedt ook in dit boek, evenals in de andere, sterk te voorschijn. Hoe avontuurlijk alles is voorgesteld, de grens tusschen het mogelijke en onmogelijke wordt niet overschreden. Het is een mooi uitgegeven, aanbevelingswaardig boek voor jongens van 13 jaar en ouder.
In Koerdistan. Schoon een vervolg op "Kara-Ben-Nemsi", is dit boek zeer goed afzonderlijk te lezen. Het is een aaneenschakeling van interessante reisavonturen; onderhoudend beschreven door iemand die den indruk geeft, zeer veel van vreemde landen en menschen te weten. In den held van het verhaal is de idee der Beschaving belichaamd; dit maakt dat het boek zich gunstig onderscheidt van andere even avontuurlijke verhalen, en dat het naar waarheid weergeven van sommige echt-Turksche toestanden (drinken en omkoopen) niet zooveel aanstoot geeft als men denken zou. Voor 12-jarigen en ouderen beveelt de Commissie het degelijk uitgevoerde boek van harte aan.
Eenige beoordeelingen over Dr. Karl May's Reisavonturen.
De N. Rotterd. Courant van 4 Nov. 1904:
Dr. Karl May's Reisavonturen. En nu een zaligheid voor oudere jongens. Aimard en Cooper herleven in den Duitscher Dr. Karl May.... Kostelijke boeken zijn het, die, met de fraaie sprekende figuren op de banden en de suggestieve prenten voorin, onmiddellijk de belangstelling van jeugdige oogen zullen wekken. Dat ze die belangstelling zullen behouden, doet het succes in Duitschland verwachten: 43 duizend, 45 duizend enzoovoort.
Het Schoolblad van 16 Nov. 1904:
Winnetou, het Opperhoofd der Apachen. Ofschoon in dit boek doodslag, wraak, foltering, 'n gewichtige rol spelen, beveelt de Commissie het werk aan voor 15-jarigen en ouderen, omdat het boeiend en belangwekkend is voor de jongens, en het afschuwelijke, dat beschreven moest worden, getemperd wordt door mooie voorbeelden van zachtheid, liefde, onverschrokkenheid en ware beschaving.
De Nieuwe Courant van 29 Nov. 1904:
In de Schuilhoeken van den Balkan en De Llano Estacado--bewerkt naar zeer beroemde Duitsche boeken nl. de zoo vermaarde Reisavonturen van Dr. Karl May.
't Eerste, bewerkt door Cath. A. Visser naar het 45ste duizendtal der Duitsche uitgave, is een mooi, boeiend en ook flink gedrukt boek in groot octaaf en met een titelplaat, die de jongens in spanning moet brengen.
Evenveel goeds kan worden gezegd van het op dezelfde wijze uitgegeven: De Llano Estacado. 't Brengt ons bij de Roodhuiden en dat vinden de jongens heerlijk.
Het geheim van den witten bison. Met vele "Indianengeschiedenissen" vormt dit boek een aangename tegenstelling, doordat het bij vele hoogst spannende avonturen geen bloedige menschenslachterijen bevat. De helden bestrijden de Indianen maar dooden zoo zelden mogelijk. De prairieroovers zijn hun vijanden, die ze zonder genade verdelgen. Het is een Indianengeschiedenis van de beste soort. Komische en hartstochtelijke tooneelen wisselen elkaar af en goed geslaagde beschrijvingen van natuurtafereelen beslaan een vrij groote ruimte. De schrijver toont geen voorliefde te hebben voor ijselijke tooneelen; het menschendooden is tot een minimum beperkt. De bloedige botsingen op groote schaal tusschen blanken en roodhuiden, die in de meeste boeken van dit genre schering en inslag vormen, zijn handig vermeden, zonder dat daardoor het boek minder boeiend is geworden. De aantrekkelijkheid wordt bovendien verhoogd door het aanhoudend dialoog. Dit werk is zonder voorbehoud aan te bevelen voor de bibliotheek van het laatste schooljaar.
Van H. en A. Bertrand verscheen op dezelfde wijze uitgegeven als dit boek, ook bij H. J. W. Becht te Amsterdam:
Lambert Hadewart, een verhaal uit den bloeitijd der Hanse,
Voor Koning en Vaderland, een verhaal uit den tijd van Koning Frederik Wilhelm I en Frederik den Grooten, tweede druk,
De Dragonder van den grooten Keurvorst,
De Groote Koning en zijn recruut, een verhaal uit den tijd van Frederik den Grooten,
Getrouw aan den Koning, een verhaal uit de jaren 1813-1815, tweede druk,
In dienst van den Kroonprins, een verhaal uit den Fransch-Duitschen oorlog,
Een strijd om de schatten van Alva,
Eindelijk gesnapt,
De Ridders van de Rozenorde,
Het gezonken Goudschip,
Van Schooljongen tot Koning,
De geheimzinnige Japannees.
De prijs van elk der bovengenoemde, fraaie en rijk geïllustreerde boekwerken, welke terecht door alle bladen als de beste jongensboeken worden geroemd, en waarvan dan ook jaarlijks duizenden exemplaren worden verkocht, is f 2.40 ingenaaid en f 2.90 gebonden in prachtband.
Met de werken van Dr. Karl May zijn de mooiste en beste jongensboeken
"Wörishöffer's Reisavonturen".
Hiervan verscheen bij H. J. W. Becht te Amsterdam:
De verrader, een boeiend verhaal uit de Far-west. Tweede druk.
Gered, dooltocht van twee jonge lichtmatrozen door de Indische wonderwereld. 2e druk.
Robert de Scheepsjongen, zijn reizen en avonturen. Tweede druk.
De Hammonia, of de vaart in de Stille Zuidzee.
Aan land gespoeld, tafereelen uit het zeemansleven. Tweede druk.
Door wouden en woestijnen, reizen en avonturen van twee jongens door Soedan, Egypte en Arabië. Tweede druk.
Onno Visser, de smokkelaarszoon van Norderney. Derde druk.
Een wederzien in Australië.
Californië, tochten en lotgevallen van landverhuizers in het Goudland.
Onder zeeroovers, tochten, avonturen en gevechten in de zuidzee en lotgevallen van Christenslaven in Tripoli.
De diamanten van den Peruaan, tochten door Brazilië en Peru.
Lionel Forster, de kleurling, een geschiedenis uit den Amerikaanschen Burgeroorlog.
Gered uit Siberië, lotgevallen van een verbannen familie.
Nieuwe werken van Dr. Karl May, verschenen bij H. J. W. Becht te Amsterdam.
Dr. Karl May's Reisavonturen.
Winnetou, Het Opperhoofd der Apachen. De Pelsjagers van den Rio Pecos. Het Geheim van den Witten Bison. De Llano Estacado. De Duivelskop in het Rotsgebergte. De Zonen der Mimbrenjo's. Old Shatterhand als Detective. De Schat in het Zilvermeer. De Petroleumkoning. De Zwarte Mustang. Het Testament van den Inca. Winnetou's Dood. Winnetou's Testament.
Kara-Ben-Nemsi, De Held uit het Avondland. In Koerdistan. Van Bagdad naar Stamboel. In de Schuilhoeken van den Balkan. De Slavenkaravaan. Door het land der Skipetaren. De Karanirwan-Khan in Albanië.
Het oordeel der "Commissie van het Nederlandsch Onderwijzersgenootschap" over eenige werken van Dr. Karl May, luidt als volgt:
De schrijver moet inderdaad veel weten van de streken, waarin zijn verhalen spelen, anders zou hij zoo niet kunnen vertellen, de jongens komen geheel onder de bekoring. De figuren zijn sympathiek, de jongens kunnen er ridderlijkheid, eerlijkheid en flinkheid van leeren.
Bij den Uitgever van dit boek verscheen ook:
DE KATJANGS
DOOR J. B. SCHUIL
GEÏLLUSTREERD DOOR O. GEERLING.
Prijs ingenaaid f 2.40; in prachtband f 2.90.
De Avondpost:
't Moet al 'n heel bizondere jongen zijn, die door de vlotheid van "De Katjangs" niet wordt gepakt, er niet de "echtheid", in dit geval de echte echtheid, intuïtief van voelt. Ook ouderen, dit boek in handen nemend, zullen op vele plaatsen genieten, wezenlijk genieten, van de levendige uitbeelding en het artistiek bewustzijn des schrijvers.
De Telegraaf:
Hoezee! voor dit geestige jongensboek met zijn pittigen verteltrant.--Adjuus voor 'n moment, overdonderende Indianenromans en kippenvel-bezorgende prikkellectuur!--hier wordt wat anders gegeven. Hier is geschreven met kunstzin, en wil met kunstzin begrepen zijn. 'n Jog, dat alleen 'n boek leest om te rillen bij de verschrikkelijke lotgevallen van Piet Zus of Zoo, zal de Katjangs misschien in een hoek keilen--the poor boy! Maar 'n jog, dat gevoel heeft voor de charme van 'n typeerenden verhaaltrant, voor het met humor en uitgelaten levenslust vertelde alledaagsche gebeuren uit het leven rondom hem,--die zal om de Katjangs gieren en er van genieten. En de pa's en de ma's en de zussen van de lezers zullen desgelijks doen. De ma's en de zussen zullen zelfs af en toe 'n prop in haar keel voelen rijzen, bij de gevoelige gedeelten in 't boek,--bij het afscheid van Tom en Thijs uit Indië, bij het verhaal van den zieken leeraar, en bij de geschiedenis van den hond Bob, die zijn baas terugvindt.
Boekenschouw:
Een echt, goed jongensboek. Thijs en Tom, de twee Indische jongens, die bij een paar oude tantes in Holland komen, zijn wel woelige kwajongens, die heel wat kattekwaad uithalen, maar groote fouten hebben ze niet; ze zijn oprecht en goedhartig. Ook voor te ver gedreven guitenstukken op school, wordt op een manier gewaarschuwd, welke iederen flinken jongen inpalmt.
De Tijd:
Een alleraardigst jongensboek, met echt guitige streken van de Katjangs. Het verhaal is prettig verteld en boeiend geschreven.
Het Vaderland:
Een heerlijk jongensboek is "De Katjangs". Wie zich den "Kostschooltijd van Jan van Beek" van denzelfden schrijver herinnert, weet, dat hij weer iets goeds kan verwachten. En die verwachting wordt niet teleurgesteld.
Dr. J. A. vor der Hake in Het Haarlemsch Dagblad:
Een kostelijk boek, dat voor jongens geschreven is, maar zeker niet minder, ja hier en daar zelfs nog meer lezenswaard is voor ouderen, die met jongens in aanraking komen, voor jongens voelen en er geen afgerond paedagogisch stelsel op nahouden, waartoe jongensstreken en jongensaardigheden uit den booze zijn; want voor nurksen is dit boek gelukkig niet geschreven.
Een prachtig jongensboek.
UIT DEN KOSTSCHOOLTIJD VAN JAN VAN BEEK
DOOR
J. B. SCHUIL
Met talrijke Humoristische teekeningen tusschen den tekst.
Prijs in prachtband f 2.90.
Eenige Bladen over "Uit den Kostschooltijd van Jan van Beek".
Handelsblad:
Kleurig en monter is dit kostschoolleven met zijn "geheime verbonden", "dieventaaltjes", ontvluchtingen en andere avonturen verteld. De toon bewijst duidelijk, dat de schrijver schik had in de dingen, die hij beschreef en misschien nog wel eens naar eigen kostschooltijd terugverlangt.
De Nieuwe Courant:
Wij zeggen het den uitgever in zijn prospectus na, dat dit een echt Jongensboek is, prettig en vol afwisseling. De schrijver J. B. Schuil is in de jongenswereld voortreffelijk thuis en weet op 'n prik wat dit wereldje boeien kan. Maar hij weet er ook een goede keuze uit te doen en zijn verhaal zoo in te kleeden, dat het ook opvoedend werkt, zonder den zedenmeester uit te hangen. Er worden in dit boek misschien wat veel ondeugende streken naverteld en gedeeltelijk gefantaseerd, maar die streken van Jan hebben vaak een sympathieken achtergrond en de uiterlijke ruwheid gaat gepaard met innerlijke fijngevoeligheid.
Dit boek is vooral ook leerzaam voor ouders en opvoeders, die hier menigen wenk krijgen, hoe zoogenaamde ondeugende jongens op te voeden; hoe gemis van tact, ondoordachte bestraffing en ruwe behandeling vaak de oorzaken zijn van het verstikken van den edelsten aanleg.
De grappen en dwaasheden die door dit verhaal met kwistige hand zijn gestrooid, zijn meestal geestig geïllustreerd door Jan Sluyters.
De Tijd:
Een boek, onderhoudend en frisch geschreven, vol jongens- inzonderheid kostschooljongens-fantasie, vol echte, guitige, schelmsche jongensstreken en jeugdige ridderlijkheid. 't Is een leven van enkele jaren, doorleefd op kostschool met haar gewichtigheden, prettige en minder prettige weken, naar gelang de dag van vertrekken in de richting kostschool, huis, of omgekeerd, naar gelang de streepjes, zoovele takjes aan den boom der dagen, successievelijk in kruisjes veranderen, of een nieuw trimester begint.
Jong Vaderland:
Bijzonder mooi en prettig om te lezen is wel het nieuwste jongensboek, namelijk "Uit den kostschooltijd van Jan van Beek", door J. B. Schuil. Dat kan ik jelui aanbevelen, aan de jongens en aan de meisjes en aan de ouderen ook.
End of Project Gutenberg's Door het land der Skipetaren, by Karl May