Category: Classics of Literature

De republiek van Plato

_Door den Heer_ VAN KAMPEN _uitgenoodigd, om na het vertalen van den_ Phaedo _en den_ Theaetetus, _mijne krachten tot de overbrenging van_ Plato’s Republiek _in te spannen, deinsde ik in den beginne voor dien arbeid terug. Eindelijk echter heeft mijne genegenheid voor dat boek...

Chapters

1. Part 1

_Door den Heer_ VAN KAMPEN _uitgenoodigd, om na het vertalen van den_ Phaedo _en den_ Theaetetus, _mijne krachten tot de overbrenging van_ Plato’s Republiek _in te spannen, dein...

2. Part 2

III. Als de beschrevene staatsregeling gebloeid heeft, zullen de bestuurders langzamerhand de muzenkunst gaan minachten. Daardoor zullen de zeden ruwer worden, de wachters zulle...

3. Part 3

VI. Zeg dan eens, zeide ik, gij opvolger in de redekaveling! welke uitspraak van ~Simonides~ over de regtvaardigheid u zoozeer bevalt.--Deze, zeide hij: dat het regtvaardig is,...

4. Part 4

XV. Het zij zoo, ~Thrasymachus~! zeide ik, maar vindt gij dat ik de woorden verdraai?--Wel zeker.--Meent gij dan, dat ik met kwade trouw en om u er te doen inloopen die vraag ge...

5. Part 5

Nadat wij het waren eens geworden, dat de regtvaardigheid deugd en wijsheid, maar de onregtvaardigheid slechtheid en dwaasheid is, zeide ik: dit hebben wij dus uitgemaakt, maar...

6. Part 6

III. En dat zij, die haar beoefenen, dit doen, omdat zij tot het plegen van onregt niet in staat zijn, kan gemakkelijk blijken, zoo wij in de gedachte aldus doen. Geven wij aan...

7. Part 7

XI. Een staat dan wordt, geloof ik, gegrondvest, omdat ieder onzer aan zich zelven niet genoeg heeft, maar vele dingen mist. Of houdt gij iets anders voor de oorzaak, waaruit st...

8. Part 8

XVIII. Dat laat zich best hooren. Maar zoo iemand ons nu vroeg, welke verhalen dit dan zijn moeten, wat zouden wij dan zeggen?--Hierop antwoordde ik: ~Adimantus~: wij zijn op he...

9. Part 9

Of het binden van ~Ares~ en ~Aphrodite~ door ~Hephaestus~, om eene dergelijke reden[57].--Neen, waarachtig! dat vind ik niet oorbaar.--Maar, als eenig blijk van zelfbeheersching...

10. Part 10

XI. Komaan, laat ons hem dan verder schoonmaken. Na de zangwijzen komen wij van zelfs aan de versmaten, en het volgt noodzakelijk uit het gezegde, dat wij geen maten vol afwisse...

11. Part 11

XVIII. Wanneer dus iemand aan de muzenkunst toelaat door zijne ooren als door een trechter in zijne ziel die aangename, zachte, klagende wijzen, waarvan wij gesproken hebben, in...

12. Part 12

I. Toen vatte ~Adimantus~ het woord op, en zeide: ~Socrates!~ wat zult gij antwoorden, als iemand zegt, dat gij die mannen niet bijzonder gelukkig maakt, en ze zelven daartoe la...

13. Part 13

VII. Edoch de moed en het deel van den staat, waarin hij gevonden wordt, en daardoor den geheelen staat regt geeft op den naam van moedig, is juist niet moeijelijk te vinden.--H...

14. Part 14

XIV. Nu zult gij wel begrijpen, zeide ik, welke de zin is der woorden: als bij betrekkingsbegrippen het eene lid eenvoudig is, dan is het andere dit ook; maar als het eerste een...

15. Part 15

II. Wat hebt gij gedaan, zeide ik, met mij vast te houden! welk een lange staatkundige redenering maakt gij daar op nieuws weer aan den gang! Ik was al verheugd, dat ik er door...

16. Part 16

IX. En wij moeten ook aan jongelingen, die in den krijg of elders uitmunten, onder andere belooningen, eene meerdere vrijheid tot gemeenschap met de vrouwen geven, om onder een...

17. Part 17

XVI. Wij moeten ook, om de onderlinge welwillendheid der Grieken te bevorderen, geen veroverde wapens, althans niet van Grieken, in de tempels ophangen; maar veel meer duchten,...

18. Part 18

I. Zoo is het dan, ~Glauco~! nadat wij eene lange redenering zijn doorgeworsteld, eindelijk aan ’t licht gebragt, wie wijsgeeren zijn en wie niet.--Door eene korte zou dit missc...

19. Part 19

VIII. Nu gij dit alles overwogen hebt, moet gij nog het volgende bedenken. Zal de menigte ooit van het schoone, enz., willen hooren en het bestaan daarvan erkennen?--Wel neen.--...

20. Part 20

XVI. Misschien herinnert gij u nog, hoe wij de ziel in drie deelen verdeeld en de regtvaardigheid, de matigheid, den moed en de wijsheid bepaald hebben?--Als ik mij dat niet her...

21. Part 21

II. En zoo men hem dwong naar het licht zelf te kijken, zou hij dan geen pijn aan de oogen hebben en ze zoeken af te wenden naar datgene, wat hij kon aanzien, en meenen, dat dit...

22. Part 22

VIII. Dit begon ik nu daareven te zeggen, dat sommige dingen tot nadenken opwekken en andere niet, terwijl ik hetgeen zich te gelijk met zijn tegendeel aan de waarneming voordoe...

23. Part 23

XV. Nu is ons nog over te bepalen, aan wie wij die studie zullen voorschrijven en op welke wijs.--Weet gij nu nog, wie wij vroeger voor overheidsposten hebben uitgekozen[140]?--...

24. Part 24

IV. Zóó zal dus de verandering plaats hebben. En hoe zal vervolgens de inwendige toestand zijn? zal zij niet in sommige punten de vorige staatsregeling, in andere de oligarchie...

25. Part 25

XII. Let nu eens op, hoe een enkel dusdanig mensch zal wezen? Willen wij niet weer eerst, zoo als wij bij den staat gedaan hebben, zijne vorming nagaan?--Ja.--Gaat het daar niet...

26. Part 26

I. Nu blijft ons, geloof ik, nog over den tirannischen man te beschouwen en te zien, hoe hij uit den democratischen voorkomt, hoedanig hij is, en of zijn leven gelukkig heeten m...

27. Part 27

VIII. Aangezien nu het vermaak en de levenswijze van deze drie soorten zamen twisten, niet wie schooner of leelijker, noch wie beter of slechter, maar wie aangenamer en vrijer v...

28. Part 28

I. Wanneer ik nu alles nog eens naga, zeide ik, komt het mij voor, dat onze wetgeving in vele punten, maar ook vooral ten aanzien van de dichtkunst goed is.--In welk opzigt?--Da...

29. Part 29

VII. Wij hebben evenwel het ergste nog niet gezegd. Want dat die dichtkunst zelfs hen, die zich betamelijk gedragen, op weinigen na, bederft, dat is het allerergste.--Als zij da...

30. Part 30

XIV. Want onder andere ijsselijkheden zagen wij ook dit. Toen wij de opening naderden en al de rest hadden doorgestaan, werd eensklaps ons oog gevestigd op hem en eenige anderen...

31. Part 31

Het is noodzakelijk, dat alle burgers óf aan alles gemeenschappelijk deel hebben, óf aan niets, óf aan sommige dingen wel, aan andere niet. Aan niets kan niet, want de staat is...

32. Part 32

4. In de Republiek heeft ~Plato~, op het voetspoor van ~Socrates~, een grondslag der zedekunde aangewezen, die voor alle tijden geldt. Hij zocht aan te toonen, dat het de inwend...