Category: Romance

Gevoel en verstand

Voor allen, die over uitgevers en publiek te klagen hebben, is deze schrijfster, tijdgenoote van onze Betje Wolff en Aagje Deken, een troostend voorbeeld, mits zij een even zuiver talent hebben als deze Engelsche domineesdochter, die in het dorpje Steventon in Hampshire gebore...

Chapters

23. Chapter 23

"Je schoonzuster," ging hij voort, "heeft het zich ontzaglijk aangetrokken. Mevrouw Ferrars ook,--we waren allen in een rampzaligen toestand; maar ik durf toch hopen, dat we den...

6. Chapter 6

Elinor hoorde hem dit alles zeggen; en uit al zijn woorden, uit zijn uitdrukking terwijl hij ze sprak, en uit het feit dat hij haar zuster bij haar voornaam noemde, bleek haar o...

24. Chapter 24

Ik hoop dat mijn waarde Juffrouw Dashwood mij niet kwalijk zal nemen, dat ik zoo vrij ben aan haar te schrijven; maar ik weet dat uw vriendschap voor mij de reden zal zijn, dat...

19. Chapter 19

Kolonel Brandon's kiesche en onopvallende deelneming was Elinor nooit onwelkom. Hij had zich ten volle het voorrecht waardig gemaakt, haar zuster's teleurstelling vertrouwelijk...

1. Chapter 1

Voor allen, die over uitgevers en publiek te klagen hebben, is deze schrijfster, tijdgenoote van onze Betje Wolff en Aagje Deken, een troostend voorbeeld, mits zij een even zuiv...

10. Chapter 10

Sir John had hen allen dringend verzocht, den volgenden dag op het Park te komen doorbrengen. Mevrouw Dashwood, die niet verkoos drukker gebruik te maken van hun gastvrijheid da...

16. Chapter 16

Uw geëerd schrijven, waarvoor ik u mijn dank betuig, heb ik zooeven in goede orde ontvangen. Het spijt mij zeer, zoo er in mijn gedrag van gisterenavond iets viel op te merken,...

2. Chapter 2

"Ja, en 't ontbijtservies is oneindig mooier dan 't geen hier in huis behoort. Veel te mooi, naar _mijn_ idee, voor welk huis ook, waarin _zij_ ooit kunnen wonen. Maar dat is nu...

20. Chapter 20

Zij troffen Lady Middleton gelukkig thuis, en Sir John kwam binnen, eer hun bezoek was afgeloopen. Er werden van weerskanten veel minzame beleefdheidsbetuigingen gewisseld. Sir...

9. Chapter 9

"'t Is wèl waar," zei Marianne, "dat bewondering van natuurschoon tot een goedkoope napraterij is geworden. Iedereen beweert nu even fijn te voelen en poogt even sierlijk dat ge...

14. Chapter 14

Elinor kon, toen zij eenmaal met Mevrouw Jennings in het rijtuig was gezeten, aan 't begin van de reis naar Londen, onder hare bescherming, en als haar gast, niet nalaten zich t...

4. Chapter 4

Mevrouw Jennings was een weduwe, met een ruim inkomen. Zij had slechts twee dochters, die ze beiden tot haar voldoening, een goed huwelijk had doen sluiten, en zij had dus thans...

18. Chapter 18

"Als ik mij niet laat misleiden door de onzekerheid, de partijdigheid eener teedere herinnering, dan bestaat tusschen hen beiden een sterke gelijkenis, zoowel innerlijk als uite...

25. Chapter 25

Daar Edward zelf niet kon zeggen, wat hij gevoelde, mag men niet verwachten, dat een ander het voor hem kan doen. Zijn blikken drukten al de verbazing uit, die dat onverwachte,...

22. Chapter 22

Daar John Dashwood evenmin pleizier had in muziek als zijn oudste zuster, kon hij eveneens zijn gedachten naar believen bij iets anders bepalen, en in den loop van den avond vie...

12. Chapter 12

"Ik was al bang," zei ze, "dat u het nogal vrijpostig van mij zou vinden, dat ik u dit alles vertelde. 't Is waar, ik ken u nog niet lang, persoonlijk ten minste, maar uit besch...

7. Chapter 7

"Dank voor dien wensch, Willoughby," zei Mevrouw Dashwood. "Maar je moogt gerust gelooven, dat ik nooit eenig gevoel van gehechtheid aan deze plek, gekoesterd door wien ook, die...

21. Chapter 21

Het was een allerpijnlijkst oogenblik; en ieders gelaat gaf dit duidelijk te kennen. Zij sloegen alle drie een dwaas figuur, en Edward scheen evenveel lust te hebben het vertrek...

3. Chapter 3

Zoodra haar antwoord was verzonden, gunde Mevrouw Dashwood zich het genoegen, haar stiefzoon en zijn vrouw mee te deelen, dat zij een huis had gevonden, en hen niet langer zou l...

11. Chapter 11

Doch daar het ongeluk wilde, dat bij deze uitingen van teederheid een speld in mama's kapsel het kind even in den hals schramde, barstte het voorbeeldig stille schepseltje los i...

28. Chapter 28

"Zij kwam dadelijk met hare beschuldiging voor den dag; en dat ik beschaamd was, behoef ik niet te zeggen. Haar strenge zedelijkheid, haar vormelijke begrippen, haar gebrek aan...

8. Chapter 8

"Die vraag zou ik haar nooit willen doen; in geen geval. Neem eens voor een oogenblik aan, dat zij niet verloofd waren, hoeveel verdriet zou ik haar dan doen door dat uitvragen....

32. Chapter 32

"Ik was onnoozel genoeg, om te gelooven, dat er, daar ik mijne trouw aan eene andere had verpand, geen gevaar was te duchten van ons beider samenzijn; en dat het besef, dat ik v...

26. Chapter 26

Nog één kort bezoek in Harley Street, waarbij Elinor haar broeder's gelukwenschen ontving, omdat zij op deze wijze zonder onkosten een gedeelte van de reis naar Barton konden af...

15. Chapter 15

De Heer en Mevrouw Palmer waren van de partij; de eerste, dien zij sedert kun komst in de stad niet hadden gezien, daar hij den schijn van beleefdheid jegens zijne schoonmoeder...

29. Chapter 29

Mevrouw Dashwood, wier angst, toen zij het huis naderden, haar bijna overtuigd deed zijn, dat Marianne niet meer in leven was, kon geen woord uitbrengen om naar haar te vragen;...

13. Chapter 13

"Hij bezit zelf maar tweeduizend pond; het zou dwaasheid zijn, dáárop te trouwen, hoewel ik voor mij zonder eenige klacht elk vooruitzicht op meer zou kunnen laten varen. Ik ben...

5. Chapter 5

"Elinor," riep Marianne; "is dàt nu eerlijk; is dat nu waar? Heb ik zóó weinig oorspronkelijke denkbeelden?--Maar ik weet wel, wat je bedoelt. Ik was te veel op mijn gemak, te v...

31. Chapter 31

Zij zouden zeker spoedig, dacht zij, nu gaan wonen te Delaford,--Delaford, die plaats, waarin zoovele redenen haar noopten, belang te stellen, die zij wenschte te kennen, en toc...

30. Chapter 30

"Ze geleken meer op elkaar dan ons gedrag. Mijn liefste Elinor, verdedig niet uit vriendelijkheid, wat ik weet dat je helder oordeel moet afkeuren. Mijn ziekte heeft mij aan het...

17. Chapter 17

"Hij is haar voogd, kindje. Maar ze is nu meerderjarig, en mag zelf kiezen, en 't is een mooie keuze, die ze heeft gedaan!--Kijk nu eens aan," (na een oogenblik zwijgens) "daar...

27. Chapter 27

Marianne's gedachten dwaalden nog steeds, bij tusschenpoozen en onsamenhangend, naar hare moeder; en telkens als zij haar naam noemde, kromp het hart van de arme Elinor ineen, d...

33. Chapter 33

Eene zonderlinge lotsbestemming viel Marianne Dashwood ten deel. Zij was bestemd, de onjuistheid van haar eigen meeningen te ontdekken, en te handelen in tegenspraak met haar me...