Category: Essays, Letters & Speeches

Over literatuur Critisch en didactisch

Sogar nun aber unter der kleinen Anzahl von Schriftstellern, die wirklich, ernstlich und zum voraus denken, sind wieder nur äusserst wenige, welche über _die Dinge selbst_ denken: die übrigen denken bloss über _Bücher_, über das von Andern Gesagte. Sie bedürfen nämlich, um zu...

Chapters

1. Chapter 1

Sogar nun aber unter der kleinen Anzahl von Schriftstellern, die wirklich, ernstlich und zum voraus denken, sind wieder nur äusserst wenige, welche über _die Dinge selbst_ denke...

2. Chapter 2

En de kracht, om dit te kunnen teweeg brengen, déze is het nu juist, welke het werkje van den heer Coenen ontbreekt. Geen oogenblik wordt de lezer aan zich-zelf ontrukt, bóven z...

3. Chapter 3

Hoe leeft, hoe rijst, hoe daalt de zee in _Een Zeereis_. De verhaalgang zelf, met zijne zich weer verevenende bergen en dalen, met zijn effenheid, die het bewogene, en het bewog...

4. Chapter 4

Aldus gaat het hen, die van hen _spreken_. Die hen _beelden_, in een _kunstwerk_, gaat het anders! Elk niet àl te laag staand mensch wordt hier een voortreffelijk en nauwlettend...

5. Chapter 5

Er is daar in de schildering van de verhouding tusschen _Gerda_ en haar vader, wiens half-onbewust sexueel begeeren naar haar, zijn dochter, deze, uit haat tegen hem, aanwakkert...

6. Chapter 6

Mais non! Elle ne mourra pas la Poésie! Elle ne mourra jamais! Même le jour où l'homme ver parviendra à étendre son règne sur les domaines du Ciel et des abîmes, à dompter les t...

7. Chapter 7

Het is het _heerschersbewustzijn_ van den auteur, dat bestaansmogelijkheid scheppende oorzaak is--gelijk ik reeds aanduidde --van al het voortreffelijke in dezen arbeid en teven...

8. Chapter 8

Al de vrouwen verbabbelden nu wat met Teun van den Haarlemmerdijk, prettig beroerd door z'n volle stem en z'n zeemansgullen lach.--_Hij lei iets zonnigs open in hun hart, als zo...

9. Chapter 9

[12] Ik bedoel dit: (Balzac, Facino Cane,) "Chez moi, l'observation était déjà devenue intuïtive, elle pénétrait l'âme sans négliger le corps; ou plutöt elle saisissait si bien...

10. Chapter 10

Voorzeker, ik moet den nadruk leggen op: "nù levend in het heden": niet immer was de aanleiding tot het bestaan van zulk begeeren zoo groot als thans, een feit reeds gemakkelijk...

11. Chapter 11

Gorter betoogt dus, dat het niet van de algemeene menschelijkheid, de onveranderlijke, is waarvan kunst gemaakt is en wordt, maar van de menschelijkheid, zooals zij door de maat...

12. Chapter 12

En, juist Mevrouw, antwoorden wij gelaten, zeer juist, daar begint het pas. Want niet _het_ leven eindigt daar, maar slechts 't leven, dat gij in uwe marxistische reageerbuizen,...

13. Chapter 13

En dan volgen de zes-en-dertig schoone bladzijden over zijn jeugd, één zoete, innige melodie, maar--als door een fluit een nachtegaal nagefloten. Voor wien de nachtegaal-zelf te...

14. Chapter 14

Eerbied, zeg ik u, is iets overtolligs; liefde, indringende liefde vraagt de wereld van ons. Eerbied is ook een slechte begeleider der waarheid. Uitteraard heeft hij dikwijls ge...

15. Chapter 15

Voor dit stukje mogen wij der schrijfster onverdeeld-dankbaar zijn. Er is hier--men lette op den door mij gecursiveerden zin--niets verfraaid, niets uitgewischt. Maar [p.159] hi...

16. Chapter 16

Het geval Le Maître kan ten dééle worden verklaard uit chronisch angstgevoel voor de menschen, dat niet anders [p.170] was dan _de vrees, zijn eigen lagere persoonlijkheid, wier...

17. Chapter 17

Bovendien blijkt die kuische aard uit hare houding, als dienstmeisje in het hotel, onder de schunnige moppen der abbés, tegen wie Rousseau haar in bescherming neemt. Zóó was Thé...

18. Chapter 18

Dàt is wel het meest beteekenende aller dingen, die met dit geheele vraagstuk in verband staan. Dàt is wel de voornaamste vraag, die zich aan elken onderzoeker dier aesthetiek z...

19. Chapter 19

Ik wil nu met u spreken over literatuur, haar wezen, haar verhouding tot eenige andere grootmachten van het geestelijk leven, het geluk en de veredeling, die zij geeft en hoe de...

20. Chapter 20

_Multatuli_ heeft in onze kringen, lang vóór de stichting van onzen Bond, een geweldige rol gespeeld. En dit sproot nu juist niet voort uit de bijzondere beschaving in die kring...

21. Chapter 21

Zoo droomde hij, en wierp hij strootjes in het water. (Hij staat bij 'n slootje. In de nabijheid zijn twee houtzaagmolens.--Het stukje wat nu volgt is allervoortreffelijkst. Er...

22. Chapter 22

"Gedaan? Niets! Ik wil 't je wel vertellen, maar spreek er nooit over. Misschien leven z'n kleinkinderen nog, en hoe zou jij 't vinden als men kwaad sprak van je grootvader? Kor...

23. Chapter 23

Is het voor den lezer en bespreker van de _Historie van Mej. Sara Burgerhart_ ongetwijfeld immer een voorrecht dezen roman-in-brieven in de uitgave van de W.B. voor zich te hebb...

24. Chapter 24

Die in den bouw van dit zinsdeel wel wat vreemd uitziende verbindingsstreepjes, hebben, naar ik vermoed, ten doel nadrukkelijk aan te geven, dat de beide handelingen van bakken...

25. Chapter 25

_God de Heer geeft ons, zijne kinderen, wel reden van zijne bevelen: "doe dat, opdat het u welga," staat er dat niet in den Bijbel? En zullen wij nu zoo misselijk en zoo boos zi...

26. Chapter 26

In deze laatste, door mij gecursiveerde zinnen teekent die [p.281] man zich uitstekend. Dit niet "met gratie" kunnen geven, dit "wegloopen" zoodra hij iets gegeven heeft, kensch...

27. Chapter 27

Zij is danig ontsticht door jou brief: schrijf dan een briefje, dat je berouw hebt, en geef den Engel Satanas de schuld, je weet, die is onze wrijfpaal. Schik u wat naar heur zw...

28. Chapter 28

Dáárom zei ik--en nu zeker begrijp't ge mijn zeggen--_kunst uitspreekt wat geen andere mond kan uitspreken, dat zij stem en uiting geeft aan wat voor onze ooren geen stem en gee...

29. Chapter 29

Toen ze het had, tasch, handschoenen, parapluie, nog gauw, bij een vroolijker--"Dag Groo'moe, het beste Groo'moe," een lichte kus op het grijze haar; en vlug voor Groo'va, die d...

30. Chapter 30

Is het niet _prachtig_, hoe hier in die paar regeltjes niet alleen de _oogenblikkelijke_ gemoedstoestand van het jonge, zwakke, lieve meisje, maar ook heel haar _aard_ wordt blo...

31. Chapter 31

Maar nu komt de kunst en puurt daar het geneesmiddel uit: ge _wordt gedwongen_ Heins te zien in zijn weerzinwekkendheid, het helpt u niet dat ge de oogen sluit. Want ge ziet hem...

32. Chapter 32

Niet onverdeeld is door de critiek deze _Maandag_ als mensch-schepping gunstig beoordeeld. Laat mij daarom onmiddellijk zeggen: _ik ben het met de afkeurende meeningen niet eens...

33. Chapter 33

IV. Dr. Nahum Slousch, _La Poësie lyrique Hébraïque contemporaine_ Dr. Gustave Karpeles, _Heine-Reliquien _ Josef Cohen Van Collem J.I. de Haan S. Bonn, _Een Bonte vlucht van ve...