Category: Historical Novels

De Scheepsjongens van Bontekoe

„In ’t Jaer ons Heeren 1618, den 28. December, ben ick, Willem IJsbrantsz. Bontekoe van Hoorn, Tessel uytghevaren voor schipper, met het schip ghenaemt: Nieu-Hoorn, ghemant met 206 eters, groot omtrent 550 lasten, met een Oosten-Wint.....”

Chapters

34. Part 34

Het vlot rees merkbaar, toen er nog weer een stuk of tien lange, zware bamboes onder waren geschoven. De jongens snoerden er rotankoorden omheen, rukten ze danig vast,—dat werkj...

3. Part 3

„Luister goed”, zei Padde. „Ik heb altijd gedaan wat jij wou, en daar heb ik geen spijt van. Maar vandaag ben ik de baas. Jij bent veel te veel van streek om zelf alles te regel...

26. Part 26

Van angst den adem inhoudend, wachtte Hajo boven. „Ziezoo”, hoorde hij eindelijk, „nou nog.....” Toen kraakte er wat, een plof.....! en Harmens stem klonk alweer: „Da’s nog vlug...

33. Part 33

De jongen zou niet méér geschrokken zijn, indien de bliksem naast hem ware ingeslagen. Hij kromp ineen, wendde zich om en staarde wezenloos den blanke tegenover hem in het gelaa...

8. Part 8

Een heerlijke rust daalde op de Nieuw-Hoorn neer. Zingend hingen de oomes hun natte plunje te drogen. De handen in de zakken keken ze ’ns naar de blauwe lucht en stelden vast, d...

35. Part 35

Het regende nog wat, bij vlagen. Ook de wind was niet meer dan een vlaag geweest. Daarboven, hoog in de lucht, scheen hij vrij spel te hebben, reed op de zwarte wolken en zweept...

6. Part 6

Nou, dat had je moeten zien! De kerels keken mekaar aan, of ze van lotje waren getikt. Klaas stond op, drukte op z’n buik en spuwde de radjah pardoes z’n spiegeltje in het gezic...

32. Part 32

Ze trok haar sarong tot boven de knieën op en waadde, tastend met de voeten, als een kleine water-fee door een ondiepe plaats van het stroompje. Voor ze aan den overkant de hell...

31. Part 31

De boven- en zijwanden van de grot waren glinsterend-zwart van het water, dat er langs neer vloeide, en hier en daar was de grot zoo laag, dat de jongens er slechts met gebukt h...

2. Part 2

Hajo antwoordde niet. Zijn grijze oogen tuurden ver voor zich uit, de zee over. Hij hoorde niet, wat Padde zei; hij zag de blanke, krijschend opvliegende meeuwen en ook de grijz...

40. Part 40

Rolf stond op. „Ik heb jullie niet noodig”, zei hij met trillende lippen. „Ik zal zoo wel aan boord komen!” En meteen sprong hij het water in, kwam weer boven en zwom van de kad...

25. Part 25

„Wat een fratsen”, verklaarde Harmen, toen Rolf hem vertaalde, wat Dolimah gezegd had. „Zou je toch nog geen stukje nemen, hè, Dolimaatje, hè?” En Harmen offreerde haar vol verl...

9. Part 9

Op een morgen bleef Hajo verrast staan, toen hij, nog slaapdronken, het vooronder uit kwam stappen en zich buiten in een puts wilde wasschen. Om masten, touwen en zeilen hing ee...

13. Part 13

Naar de zon te oordeelen, kan het een uur of acht in den ochtend zijn. Er is wat wind gekomen; tot groote vreugde van allen kan het zeil geheschen worden. Het blanke doek bolt d...

11. Part 11

Een kwartier later kwam de bootsman Folkert Berentsz. met natte haren, juist als had ook hij een linie-doop ondergaan, het dek opstuiven. „Donder en bliksem!” voer hij uit. „Wat...

5. Part 5

„Jawel, schipper, maar ik dorst niet naar buiten te komen, met al die kanonnen! Ik dacht..... ik dacht, dat er Duinkerkers.....!” En Padde’s verwilderde oogen vulden zich opnieu...

28. Part 28

Saleiman richt zijn oogen in het vuur, brengt de fluit aan zijn lippen en..... hoor! daar dansen de vlammetjes al. Een windvlaag strijkt als een moede vogel in het ravijn neer,...

29. Part 29

Spoedig kon de fazant aan het spit. De kip kreeg een lang touw om haar poot en mocht „vrij” rondloopen. Verheugd begon zij naar wurmpjes te pikken, en, wanneer ze er een te pakk...

21. Part 21

„Best, kassie maar aan saja”, zei Harmen. „Dan zal ik hem dat lusje even om z’n hals leggen!” Harmen, die al eens vaker een koe bij de horens had gepakt, stapte op den grazenden...

36. Part 36

„Wat heb ik aan wolken? Wind moeten we hebben!—Ziezoo! dat gaat een betere kant uit”, prees Harmen, toen een sterke vlaag in het zeil sloeg en het vlot een schokje voorwaarts ga...

23. Part 23

De hemel verbleekte; de schemering spon haar eerste draden. Hoe stil werd het!—De jongens kenden de tropen al genoeg om te weten van hoe geringen duur die stilte zijn zou. Zoome...

27. Part 27

Uit de diepte steeg de schemering op, kroop al over den rand aan de overzijde, die zich daareven nog scherp tegen de lucht afteekende,—nu er langzaam mee samenvloeide, zoodat de...

4. Part 4

Zijn moeder ging stil, om de kinderen niet te doen wakker schrikken, naar de voorkamer. Ze leunde tegen den haard en bleef een oogenblik staan met al de kalmte, waarover een moe...

24. Part 24

Zwijgend liepen de knapen zoo een paar uren achtereen, tot het ging schemeren, en aan een legerplaats gedacht moest worden. Ze kozen er weer een open plek voor, tusschen bamboeb...

10. Part 10

Of de maats den volgenden morgen uit hun kooi konden komen! De zon zat nog half in ’t water, toen er al een stelletje oomes in baaien onderbroeken over de verschansing hing. Als...

18. Part 18

In den middag ontwaken enkelen. De slaap heeft verkwikking geschonken; de kerels voelen hun hoop weer opleven: de schipper is aan boord en zal wel goeden raad geven. Fluisterend...

39. Part 39

„Dat is geen soep”, zei Gerretje, „dat is sajoer, die kaai je d’r over. En dit hier is kroepoek, dat moet je er bij eten; ’t knapt fijn tusschen je tanden. Die stukjes vleesch a...

17. Part 17

Maar de pret dreigde leelijk verstoord te worden. Een windvlaag drukte het zeil zoo ver neer, dat de jolboord onderdook, en het water over de geheele breedte naar binnen stroomd...

7. Part 7

Het heele schip was in rep en roer. Lampions en slingers prijkten in de kajuit en het vooronder; een vleeschpot werd met zorg van binnen en van buiten verguld: hij moest als koe...

22. Part 22

En de jongens stapten weer op. Joppie ongewapend voorop, de staart als een vlag omhoog gestoken, en Padde sloot de rij, met een gezicht als een oorwurm, de handen in de zakken,...

19. Part 19

Nauwelijks hadden ze het pad ingeslagen, of voor hen uit, vlak bij, begon een hond te janken. In alle omzichtigheid werd nu de tocht voortgezet. Spoedig zag men tusschen de dikk...

15. Part 15

Maar Padde moest zijn varensdrang nog drie volle weken geweld aan doen. Men teerde het schip van binnen en van buiten, zette alle poorten open en besprengde de planken vloer met...

20. Part 20

Intusschen zamelde Bontekoe het geld der maats bijeen. Hier gold het: botje bij botje leggen; uit mutsen en voeringen kwam het geld te voorschijn, en ten slotte lagen er tachtig...

14. Part 14

„Laten we ze eens tellen”, stelde Rolf voor. Zoo deden de knapen en kwamen tot honderd-en-dertig eieren en acht-en-twintig jonge schildpadjes, half of geheel uit het ei. „Je had...

37. Part 37

„De Bruinvisch!” verbeterde Harmen knorrig. „Als ik niet onder jou kan varen, schipper, heb ik..... heb ik er geen aardigheid meer aan.” Harmens stem trilde. Hij haalde diep ade...

38. Part 38

Harmen en Gerretje rolden samen het vehikel een eind vooruit; Gerretje in een hand de teugels en de zweep en met allerlei klanken het rossenspan aanmoedigend. Zoo kwam er weer g...

12. Part 12

Een kwartier later voer Bontekoe met twintig maats aan wal. Ze trokken de boot een eindje het strand op, om te voorkomen, dat de opkomende vloed haar zou wegsleuren, en begonnen...

16. Part 16

„Zal je niet meevallen!” verzekerde Harmen. „Op het topje van de groote mast ligt stof, wel een vinger dik, dat moet jij er met je tong aflikken! En je moet met een lantarentje...

30. Part 30

Hajo en Rolf namen de baar voor hun rekening. „Drommels, hij slaapt vast!” zei Rolf, tevreden, dat Padde nog altijd zoo rustig ademhaalde en er niets van merkte, toen ze hem opn...

41. Part 41

Ze hadden niet te klagen, dat de landrotten hun geen plaats lieten: ieder, die het stelletje ongezouten kerels met hun slee aan den gezichtseinder zag opduiken, ging bedachtzaam...

1. Part 1

„In ’t Jaer ons Heeren 1618, den 28. December, ben ick, Willem IJsbrantsz. Bontekoe van Hoorn, Tessel uytghevaren voor schipper, met het schip ghenaemt: Nieu-Hoorn, ghemant met...