Historical fiction

Guy Mannering of de Sterrewichelaar

Hij zocht naar een titel en een onderwerp, en de wijze waarop zijne romans geschreven werden, kan niet beter medegedeeld worden dan door het eenvoudig verhaal te doen, waarop Guy Mannering oorspronkelijk berustte, maar dat, naarmate het werk vorderde, hoe langer zoo meer daarv...

Chapters

1. Part 1

Hij zocht naar een titel en een onderwerp, en de wijze waarop zijne romans geschreven werden, kan niet beter medegedeeld worden dan door het eenvoudig verhaal te doen, waarop Gu...

2. Part 2

„Mijn vader herinnerde zich de oude Jane Gordon van Yetholm, die groote macht bezat hij haren stam. Zij was in alle opzichten eene Meg Merrilies en bezat de deugd der wilden – n...

3. Part 3

De reiziger liet de bouwvallen rechts liggen, en was met een paar schreden voor de deur van een nieuw huis van middelmatige grootte, waar de jongen hard aanklopte. Mannering gaf...

4. Part 4

„O waarlijk, heer,” ging Meg voort, „slechts voor u en uws gelijken kan men zijn hart openen. Hoor! Dunbog is zoo min een edelman, als de metselaar, die het fraaie huis in het d...

5. Part 5

Hij was, naar het uiterlijk te oordeelen, een zeevaarder, niet meer dan middelmatig groot, en zijn gelaat door wind en zeelucht gebronsd. Hij was zeer gespierd en gedrongen van...

6. Part 6

Om nu zijne dankbaarheid niet bloot bij gevoelens en woorden te bepalen, liet hij zijn nieuwgeboren ambtsijver vrijen loop en zocht, door strenge en onvermoeide vervulling der n...

7. Part 7

De heer Bertram had intusschen besloten, de Heidenen van Derncleugh met wortel en tak uit te roeien. De oude bedienden schudden het hoofd over zijn voornemen en ook Sampson waag...

8. Part 8

Bertram twistte nog eene poos met zijne vrouw over deze zaak. Eindelijk liet de sloep zich weder zien, maar hield, zonder de kust te naderen, met volle zeilen westwaarts af, zoo...

9. Part 9

– Ik, die sommigen behaag, – op proef stel allen, De vreugd der goeden en der boozen schrik, – Ik, die dwaalbegrippen in ’t leven roep, En dwaalbegrippen ook ophelderen kan, Nee...

10. Part 10

„Verzoek hem dan beleefdelijk uit mijn naam (uit naam van den kolonel Mannering), heden avond bij mij te komen eten en de noodige papieren mede te brengen; en spreek gij er met...

11. Part 11

Nu hoorde men onderscheidene stemmen van den kant der bouwvallen (de lezer herinnert zich, dat het oude slot met het strand gemeenschap had) en de sprekers kwamen den trap op. „...

12. Part 12

„Tot nog toe niet. Mijnheer Karel Hazlewood heeft mij bevolen, dat voor haar geheim te houden, uit vrees, dat zij anders zwarigheid zou maken, den kleinen bijstand, die hieruit...

13. Part 13

„Gij vraagt mij, waarom ik niet aan mijn vader zeg dat Brown nog leeft, of ten minste, dat hij de wonde, die hij in hun ongelukkig tweegevecht ontving, overleefd, en aan mijne m...

14. Part 14

„O! dat is al te onderdanig,” viel hij mij in de rede. „Onderworpenheid is eene uitmuntende deugd in de beoefening; maar uwe gedurige herhaling van die woorden doet mij aan de e...

15. Part 15

Spoedig werd Woodbourne, waar zoo veel tot gezellig verkeer uitlokte, door de meeste aanzienlijke familiën uit den omtrek bezocht, zoo dat de kolonel weldra diegenen tot zijn om...

16. Part 16

Brown had dienzelfden morgen van zijn vriend Dudley afscheid genomen, en was zijne eenzame wandeling naar Schotland begonnen. Het eerste uur of wat was hij, door gemis van het g...

17. Part 17

Zij bereikten spoedig de genoemde plaats, eene smalle strook lands, met een’ kleinen, zacht vlietenden stroom, vol heldergroene waterplanten doorsneden. Dinmont wendde zijn paar...

18. Part 18

Dit tooneel, ofschoon vreemd voor het oog van een ervaren jager, had niettemin veel bekoorlijks. Tegen den blauwen hemel schenen de heen en weder loopende gestalten op den bergr...

19. Part 19

Eene laatste poging willende wagen, ging hij nog een weinig verder en ontdekte tot zijne groote vreugde op geringen afstand het licht weder, dat op dezelfde hoogte scheen te zij...

20. Part 20

Brown kon dit winterachtig, treurig tooneel slechts vluchtig beschouwen, daar zijne leidsvrouw, na een oogenblik stil gestaan te hebben als het ware om zijne nieuwsgierigheid te...

21. Part 21

Hazlewood hoorde dezen nauwelijks hoorbaren zucht ook, Mathilda! Hij kreeg dadelijk berouw over de vluchtige oplettendheden, welke hij op zulk een onwaardig voorwerp als uwe Jul...

22. Part 22

„Ik heb u reeds gezegd, dat er niet ver van Woodbourne een meertje ligt, waarheen de heeren soms gaan om watervogels te schieten. Ik zei toevallig bij het ontbijt, dat ik dit me...

23. Part 23

„Nu dan,” dus begon de waardin haar verhaal weder, „nu dan! Hij zeide als er zulk een persoon naar Mijnheer Brown komt vragen, dan moet gij zeggen, dat ik naar het meer Creeran,...

24. Part 24

Hij begaf zich te bed; maar lang wierp hij zich te vergeefs op de kussens heen en weder en, toen eindelijk de slaap zijne oogen sloot, werd hij door beanstigende droomen verontr...

25. Part 25

„Ja, opgehangen, Mijnheer de kapitein! Indien de jonker van Ellangowan zich hier nederzet en gij, edele kapitein, op uw fraaien handel betrapt wordt, zult gij zonder tegenspraak...

26. Part 26

Mannering zette met Sampson zijn reis naar Edinburg met allen spoed voort. Zij begaven zich met het rijtuig van den kolonel op weg, daar deze, de onbegrijpelijke afgetrokkenheid...

27. Part 27

„Best. Wij zijn daarom niet armer. Maar zij heeft misschien aan ons gedacht, als zij een uitersten wil gemaakt heeft. – Nu, Mijnheer, ik heb u alles gezegd, wat ik te zeggen had...

28. Part 28

Even als in de fabel van Lucianus, waar een troep goed afgerichtte apen onder luide goedkeuring een treurspel uitvoert, het geheele tooneel eensklaps in de war raakt en de natuu...

29. Part 29

„O, het wild kan wel zoo lang bewaard worden,” zei Pleydell, „en nu, goeden morgen! Hier hebt gij eenige kaartjes, waarvan gij gebruik kunt maken, als de namen u bevallen. Ik he...

30. Part 30

De oude man, een voorstander van alles wat op smokkelhandel geleek, stond gaarne in voor de getrouwe en geheime bezorging van den brief. Zoodra zij nu te Allonby aanlandden, sch...

31. Part 31

„In mijne kindschheid kon ik zulk een lied van het begin tot aan het einde zingen,” hernam Bertram. „Ik ben in Schotland geboren, maar heb dit land zeer jong verlaten, en mijne...

32. Part 32

Bij het hooren van dit antwoord zweeg de baronet een oogenblik uit verbazing, maar herstelde spoedig, doordien Glossin hem een ongeloovigen blik vergezeld van een zacht gefluit,...

33. Part 33

„Goed, goed, dan zult gij het hebben als een prins! Maar eerst moet ik u zeggen, opdat wij daarover naderhand geen verschil krijgen, hoeveel ik iemand, die een kooi voor zich al...

34. Part 34

„Des te beter voor hen, die het huis bewonen. Bij ons heeft men verhaald, dat het geheel verwoest en er geen steen op den ander gebleven was. Maar er is toch gevochten en, ik du...

35. Part 35

„Hier,” zeide zij, „sta hier stil! Zie, hoe de ondergaande zon door gindsche wolk breekt, welke den geheelen dag de lucht verdonkerd heeft. Zie, waarop de eerste lichtstraal val...

36. Part 36

„Om de wacht van Hazlewood-house weg te nemen?” riep de eigenaar evenzeer vertoornd als beleedigd. „En gij wilt er verantwoordelijk voor zijn! Ik bid u, Mijnheer Mac-Morlan! wie...

37. Part 37

„Ik zie,” zeide Pleydell, „dat gij mij iets over de Ellangowansche zaak te zeggen hebt. Is het iets aardsch of bovenaardsch? Wat zegt gij, mijn militaire Albumazar? Hebt gij den...

38. Part 38

„Neen, neen, kolonel! wij zijn maar eenvoudige landlieden. Ik wilde evenwel gaarne hooren, dat den kapitein wat goeds te beurt viel, en ik ben overtuigd dat alles goed zal gaan,...

39. Part 39

Sampson was bij deze gelegenheid oneindig woordenrijker, dan ooit te voren, zoo als de lezer opgemerkt zal hebben. De reden hiervan was, dat hij zich, bij het wedervinden van de...

40. Part 40

Wij moeten thans ook naar het te Woodbourne gebleven gezelschap terug keeren. Na het vertrek van Mannering en zijn vriend Pleydell naar Hazlewood-house, bleven de drie jonge lie...

41. Part 41

Terwijl Dinmont met alle inspanning door den lagen en nauwen ingang van het hol kroop, werd hij plotseling bij één zijner beenen vastgehouden. Het stalen hart van den dapperen l...

42. Part 42

Het luide vreugdegeschrei stoorde den geestelijke in het gebed, hetwelk hij voor de stervende ten hemel opzond. Meg, die in een bewustelooze sluimering, de gewone verkondigster...

43. Part 43

Hierop werd Gabriël, de jonge Heiden, binnengebracht. Deze verhaalde omstandig, hoe hij van het schip van den kapitein Pritchard, waarop hij tot straf geplaatst was, ontvlucht w...

44. Part 44

„Ei, ei! hij eerbiedigde den kleinen God Cupido, toen hij hem op den toren van Singleside zag zitten. En zal de arme Lucie bij dien ouden zot en zijne echtgenoote, die zijn vrou...