Category: Historical Novels

Waverley

Het plan van deze uitgave legt mij de verplichting op, een paar woorden te spreken over de gebeurtenissen, die den roman van Waverley ten grondslag liggen. Zij zijn reeds aan het publiek medegedeeld door een diepbetreurden vriend, wijlen den heer William Erskine [1] (later Lor...

Chapters

1. Part 1

Het plan van deze uitgave legt mij de verplichting op, een paar woorden te spreken over de gebeurtenissen, die den roman van Waverley ten grondslag liggen. Zij zijn reeds aan he...

2. Part 2

Terwijl ik de dagteekening van mijn verhaal dan stel op zestig jaar voor dezen tegenwoordigen eersten dag van November 1805 [12], wil ik mijn lezers daardoor te kennen geven, da...

3. Part 3

De opvoeding van onzen held, Eduard Waverley, was van eenigzins ongeregelden aard. In zijn kindsheid leed zijn gestel, of werd verondersteld te lijden (hetgeen volmaakt hetzelfd...

4. Part 4

Daar het leven in deze denkbeeldige wereld onzen held dagelijks aangenamer werd, zoo was het hem naar evenredigheid onaangenaam gestoord te worden. De uitgebreide landerijen, wa...

5. Part 5

Op den avond van dezen merkwaardigen zondag trad Sir Everard de boekerij binnen, waar hij onzen jongen held bijna had betrapt, bezig met het oude zwaard van Sir Hildebrand in he...

6. Part 6

Intusschen werd zijn opvoeding als krijgsman voortgezet. Daar hij reeds goed te paard zat, werd hij ingewijd in de kunsten der hoogere rijschool, die, tot volkomenheid gebracht,...

7. Part 7

Zoodra hij de oogen van den grond ophief, waarop ze waren gevestigd geweest om te zien hoe zijne voeten de maat bij het gezang hielden, ontwaarde hij Waverley, en nam terstond z...

8. Part 8

Maar wat den beker betreft, kapitein Waverley, deze werd vervaardigd op last van Sint Duthac, Abt van Aberbrothock, uit dankbaarheid jegens een anderen Baron van den huize van B...

9. Part 9

Thans gaf Waverley zijn voornemen te kennen om Tully-Veolan te verlaten, tijdig genoeg om na afloop van het middagmaal de pleisterplaats te bereiken, waar hij nachtverblijf dach...

10. Part 10

De baanderheer trok met vorst Robbert te veld. Drie jaren sinds ’t afscheid zijn henen gesneld; Niets wist ze van ’t lot van den vriend van haar hart; Toch smachtte naar tijding...

11. Part 11

Eduard had bijna zes weken te Tully-Veolan doorgebracht, toen hij op zekeren morgen, terwijl hij zijn gewone wandeling voor het ontbijt deed, een buitengewone beweging in huis o...

12. Part 12

Nadat op deze wijze de praeliménairen van het algemeene vredesverdrag vastgesteld waren, vertrok de ambassadeur, om met den heer Mackwheeble eenige ondergeschikte punten te rege...

13. Part 13

Een dergelijke vraag, door zulk een man gedaan, verraste Waverley, en deed hem eenigzins ontstellen. Hij antwoordde, dat hij geen andere drijfveer had gehad, met hem te bezoeken...

14. Part 14

Inderdaad, Fergus Mac-Ivor was iemand van wien een Franschman, zoo van eenigen Hooglander, had mogen zeggen: „Qu’il connait bien son monde.” Hij dacht er niet aan, om zich in de...

15. Part 15

De zaal, waarin het feest werd bereid besloeg de gansche ruimte van Ian nan Chaistel’s oorspronkelijk verblijf, en een zware eiken tafel nam de geheele lengte daarvan in. Het mi...

16. Part 16

„Ze zullen hem niet minder dan mij belang inboezemen, schoone dame! Vandaag heeft mij uw vereenigde arbeid – want ik houd vol, dat ge voor de helft deel aan het werk van den bar...

17. Part 17

Dit bracht het gesprek op den Baron, dien Fergus als edelman en soldaat hoog roemde. Zijn karakter werd nog wel zoo juist en fijn geschetst door Flora, die beweerde dat hij inde...

18. Part 18

Daar hij voor zich geen aanspraak maakte op de rechten als Hoofd van een clan of als leenman, achtte hij zich gelukkig door het bondgenootschap en de bescherming van Vich Ian Vo...

19. Part 19

Het behoorde niet tot de gebreken van het Opperhoofd, dat hij onverschillig was omtrent het onrecht zijnen vrienden aangedaan; en voor Eduard koesterde hij, onafhankelijk van ze...

20. Part 20

„Vergeef mij, mijnheer Waverley,” zei Flora, met eenigszins verhoogde kleur, maar op vasten en bedaarden toon; „maar ik zou de zwaarste schuld op mij laden, indien ik draalde u...

21. Part 21

„Om honderd goede redenen. Vooreerst, zijt ge een Engelschman; ten tweede, een fatsoenlijk man; ten derde, een aanhanger van de Bisschoppelijke kerk; en ten vierde, hebben ze in...

22. Part 22

De houding en manieren van Waverley, maar bovenal de schitterende inhoud van zijn beurs en de onverschilligheid, waarmede hij die scheen te beschouwen, hielden zijn reisgezel ee...

23. Part 23

„Daar ben ik juist aan toe, en verzoek uw ruiterlijk antwoord. Hebt gij, sedert ge uw regiment verlaten hebt, eenige briefwisseling, hetzij rechtstreeks of zijdelings, met dezen...

24. Part 24

„In een gewoon geval, zou ik hem gelooven,” vervolgde de magistraatspersoon, „want ze zijn even dom en pedant wat den vorm betreft, als ze verderfelijk van inhoud zijn. Maar kun...

25. Part 25

De tamboer kwam naderbij, terwijl hij geen geregelden krijgsmansmarsch, maar een soort van roffel sloeg, gelijk aan dien, waarmede de brandwacht de slapende ambachtslieden van e...

26. Part 26

Toen ze onder aan de helling, en, naar het scheen, aan de oevers van eene beek kwamen, (want Waverley hoorde het ruischen van eene aanmerkelijke hoeveelheid water, ofschoon de s...

27. Part 27

Aan den anderen oever der rivier, en gedeeltelijk omringd door een bocht van haren loop, stond een groot en zwaar kasteel, welks half ingevallen torens reeds door de eerste stra...

28. Part 28

Een jong man, die zijn eigen schoon blond haar droeg, kenbaar aan de waardigheid van zijn houding, en de edele uitdrukking van zijn welgevormde en regelmatige gelaatstrekken, tr...

29. Part 29

Fergus Mac-Ivor, die zich nu bij hen gevoegd had, liep spoedig over het met Waverley gebeurde heen, en besloot zijn verhaal met de vleiende wijze, waarop hij door den jongen Pri...

30. Part 30

Er lag een ligte nadruk op het woord, die ieder oor zou ontgaan zijn, uitgenomen dat, hetwelk door koortsige vrees overmeesterd was. De toon was echter bepaald aangegeven en vol...

31. Part 31

Terwijl Waverley op dit merkwaardig schouwspel staarde, hetwelk nog indrukwekkender werd door de kanonschoten, die nu en dan uit het kasteel op de Hooglandsche wachten werden ge...

32. Part 32

Hier was dus een militair schouwspel te zien van meer dan gewoon belang, en hetwelk men maar zeldzaam aantreft. De beide legers, zoo verschillend in voorkomen en krijgstucht, en...

33. Part 33

Juist op het oogenblik dat deze gewichtige zaak beslist werd, naderde de baron van Bradwardine, met een bezorgd en toch trotsch gelaat, de beide jonge lieden. Hij steeg van zijn...

34. Part 34

„Ik verlang er geen,” zei de Kolonel; „laat men mij behandelen als den geringsten dier brave lieden, die, op dezen rampspoedigen dag, wonden en gevangenis boven de vlucht hebben...

35. Part 35

John Hodges, een van Waverleys bedienden, die bij het regiment gebleven, en te Preston gevangen genomen was, verscheen op dit oogenblik. Hij had zijn meester uitgevorscht, met o...

36. Part 36

De morgen kwam, en in de kamer van het Opperhoofd vond hij zijn vriend, den vaandrig Maccombich, die hem wachtte om verslag te doen van zijn volbrachten arbeid, het maken, namel...

37. Part 37

Op zekeren avond, dat de vrienden, na lang met elkander te hebben geredetwist, afscheid van elkaâr hadden genomen, en onze held zich te bed had begeven, werd hij omstreeks midde...

38. Part 38

„Een engel, met een keizerrijk tot bruidschat,” herhaalde Fergus, op een toon van bittere ironie, „zal niet zoo licht worden opgedrongen aan een **shireeschen landjonker. Maar,...

39. Part 39

Nu voerde hij Fergus ter zijde, en na een ernstig gesprek van vijf minuten keerde hij in galop naar Eduard terug. „Is het mogelijk,” zeide hij – „kom, rijd aan, Kolonel, want ik...

40. Part 40

De dus geroepen vader kwam spoedig voor den dag; het was een forsche oude boer, met een lederen broek aan en de laarzen over de bloote beenen, die zoo uit het bed gesprongen was...

41. Part 41

De dame kleurde sterk terwijl zij Waverley ontving op een wijze, waarin beleefdheid met vriendelijkheid vermengd was, en haar bevende hand en haperende stem verrieden, hoezeer z...

42. Part 42

„Heere zegene ons, mijnheer Waverley, zijt gij het? Nu, gij behoeft niet bang voor mij te wezen. Ik zou geen mensch in uw omstandigheden willen verraden! – Wel, wel! dat is me h...

43. Part 43

„Davie is zoo dom niet, als de menschen wel meenen, mijnheer Waverley; hij zou u hier niet gebracht hebben, als hij niet geweten had, dat gij een vriend waart van mijnheer – zoo...

44. Part 44

De brief kwam Karel Eduard in handen, juist toen hij naar de Laaglanden afzakte, en daar hem het staatkundig belang maar al te zeer bekend was, dat er voor hem in de veronderste...

45. Part 45

„Dat zou ik heel gaarne doen; en ik ben u wel zeer dankbaar, dat gij mij aan mijn schuldigen plicht herinnert. Maar ik zal eerst na zonsondergang van den kapitein terug zijn, en...

46. Part 46

Van de deur van het kasteel teruggewezen, en niet wagende om aanzoek bij den groot-sheriff of de rechters te doen, in zijn eigen slecht aangeteekenden naam, nam hij toevlucht to...

47. Part 47

Thans waren de laatste soldaten uit het gewelf verdwenen, dat ze gedurende verscheidene minuten waren doorgetrokken; de binnenplaats was geheel ledig; maar Waverley stond er nog...

48. Part 48

„Wel inderdaad, Baron, ik zie niet waarom, – door het geheim van deze dwaze knapen, Waverley en Stanley en van mijn vrouw, die geen zier wijzer is, te verzwijgen – waarom, zeg i...

49. Part 49

„Amhurst overleefde den val van Walpole’s macht, en had reden een vergoeding te wachten. Indien wij Bolingbroke al verontschuldigen, die slechts het wrak van zijn fortuin gered...

50. Part 50

In de Iersche balladen op Fion (de Fingal van Mac-Pherson) treft men, even als in de oorspronkelijke poëzij van bijna alle volken, een cyclus van helden aan, waarvan ieder een b...

51. Part 51

De uitgever van Johnstone’s gedenkschriften brengt een verhaal bij, dat aan Helvetius wordt toegeschreven, en waaruit blijken zou dat prins Karel Eduard, verre van zich vrijwill...

52. Part 52

[37] Zwarte wacht. Vier-en-twintig jaren lang is dit corps bekend geweest onder den titel van het 42ste regiment. Maar bij de oprichting haalde dit 42ste en het Gaelsch freicuda...