Category: Novels

Het ivoren aapje: Een roman van Brusselsch leven

Enkele hoofdstukken uit het "Ivoren Aapje", voortijds in het maandschrift De XXe EEUW verschenen, hebben--naar ik verneem--bij sommige lezers veronderstellingen gewekt, die niets met de bedoelingen van dees werk en de inzichten van den schrijver te maken hebben. Er werd nameli...

Chapters

1. Chapter 1

Enkele hoofdstukken uit het "Ivoren Aapje", voortijds in het maandschrift De XXe EEUW verschenen, hebben--naar ik verneem--bij sommige lezers veronderstellingen gewekt, die niet...

2. Chapter 2

Hij voelt den tijd heel dicht komen bij de gebeurtenis die hij verzint, en hij verwacht zich erop, dat moeders oogen gaan openschuiven en een leven brengen in het wassig gelaat....

3. Chapter 3

Mijnheer du Bessy schudde zijn hoofd. Hij zag er wel oud uit, mijnheer du Bessy; maar, gelijk altijd, waren zijn blinkende haren, schoon zwart geverfd, geleid in een wit-rechte...

4. Chapter 4

Bij den brief van Rupert Sörge schoot óp zijne aandacht. Hij las langzaam den korten brief, terwijl hij zich de sierlijke gestalte te binnen bracht van den nieuwen vriend, welke...

5. Chapter 5

Hij schokschouderde, voelde dat hij er niet bovenop geraakte, dat ze, in de verhouding, den hoogsten kant behield. Met brutaliteit zou zijn toestand nog verslechten. Een redeloo...

6. Chapter 6

Lange uren zat hier pastoor Doening. Hij deed veel aan Vlaamsche literatuur en toetste de troebele opkomst der Vlaamsche letteren aan de fijne kritiek van zijn onfeilbare zinnen...

7. Chapter 7

Met een dergelijk karakter moest hij seffens buiten de algemeene orde gesmeten worden. Dat gebeurde. Nadat hij zich bij alle katholieke dagbladen en tijdschriften als redakteur...

8. Chapter 8

--Het is niet, omdat ik haastig ben, dat ik met de deur in huis wil vallen, mijn vriend. Ik ben niet haastig om weg te zijn van hier, maar ik haast mij u een boodschap te brenge...

9. Chapter 9

Korten tijd na de splitsing van de klerikale partij, trad een jonge "unionist" [4] naast mijnheer Wolf van Dueren op het voorplan. Het was een katholieke priester en heette Pezz...

10. Chapter 10

Lichte gordijnen hingen vóór de hooge ramen. Florjan Pacôme schilderde vooral de wulpsche pikantigheid van bar-juffers en had in dat bijzonder vak eenige beroemdheid verworven....

11. Chapter 11

Ernest lag in een zetel uitgestrekt en frommelde tusschen zijn vingeren een uitgedoofd sigaretje. Hij voelde om hem het groote huis vol met hangende gebeurtenissen en hij volgde...

12. Chapter 12

Hij heette Rupert Sörge. Hij was geen lichtmis, maar hij moest wel voor een lichtmis doorgaan, dewijl hij, in de oogen van een hoog volkje waarmede hij op verre afstanden in aan...

13. Chapter 13

Hij dacht aan Milly d'Orval. Hij overkeek de ontwikkeling van zijn avontuur met haar, herzag de barkleuren van Weenen, de rijkelijke vleesch-overgave te Parijs en te Nizza, de z...

14. Chapter 14

Lucia ging weer stille de tafel om en kwam, gelijk te voren, nevens haar broeder staan. Ze wilde haren arm om Pezza's schouder leggen, en ze boog reeds over hem, om hem in een z...

15. Chapter 15

Hij stond lachend recht en ging, om er zich nogmaals van te overtuigen, over de wieg buigen, die nooit verre van Vere verwijderd was en nu, op een rieten vierpikkel, achter een...

16. Chapter 16

Ernest bloosde licht en Sörge die nu zijne linkerhand in zijn borstzak gestoken had, streelde er langzaam een eirond ivoorken. Juffrouw Titine in grijs-satijnen soirée-kostuum z...

17. Chapter 17

--Het zou mij zeer spijten, juffrouw, hernam hij met lager stemgeluid, als ik nu met het beeld van hetgeen toen gebeurde, iets teers in u ging bezeeren. Een schrikkelijke knette...

18. Chapter 18

De revolutionaire beweging was, na den aanval in den Muntschouwburg, een zonderlingen weg opgegaan. Met Simon Peter werden zes der belangrijkste geheime leiders aangehouden en u...

19. Chapter 19

Heerlijk was die ochtend. Hij kwam met zonnevingeren tokkelen tegen de hooge ruiten van Francine's kamer en joepte geluideloos, als een poesjenel van doorzichtige kleuren, binne...

20. Chapter 20

--Ik noemde u jaloersch, omdat gij in mij geen vertrouwen meer schijnt te hebben. Hoor ik nu niet dat ge mij niet meer bemint, en mag ik niet daaruit besluiten dat gij ook in uz...

21. Chapter 21

Ze bewoonden in Venetië het erfgoed van den ouden heer del Sarto, een vriend van Sörge, den vader. Het was een oud en rijkelijk huis op het groote kanaal, en de halve duisternis...

22. Chapter 22

Van Bern af namen ze hun reisticket voor Brussel, waar ze laat in den avond aankwamen, en Francine werd, in dat onbekende huis van de Louizalaan, naar hare kamer geleid. Ze slie...

23. Chapter 23

--Ik sticht geen misverstand, Ernest. Ik wil helder spreken. Het beste voor ons is dat alles weer helder wordt. Maar ik bid u, verduister niets met onredelijke gramschap. Ik zeg...

24. Chapter 24

--Het is mij zoo zwaar, zuchtte ze, zoo zwaar wat ik over hem te zeggen heb. Het langzame werk, dat in hem sinds maanden aan het groeien is, o dat werk, pastoor, zijt gij dat na...

25. Chapter 25

Ze streelde hem, trok hare handschoenen aan, borg beschaamd hare nuttelooze beurs. Toen ze de hand drukte van haar vader, zag ze de tranen die op zijne wangen rolden. Ze zweeg,...

26. Chapter 26

Hij werd in dat onschuldig bedrijf gestoord door mijnheer Florjan Pacôme, de boudoirschilder, die met groot beslag en eene potsierlijke vrijpostigheid de logie binnenkwam. Pacôm...

27. Chapter 27

--Madame, mijne heeren, uitzonderlijke avonden als deze staan zoo geheel buiten den regel van wat wij tot hiertoe een "geslaagd feestje" hebben genoemd, dat het gewaagd is het c...

28. Chapter 28

En waarlijk, in dat onbekende rijk, in dat rijk van geluk docht het haar dat ze, op een blauwen troon met dag errond, hoog in het blauwe duizelend blauw, tot koningin werd verhe...

29. Chapter 29

Hij zakte stil neer op zijn stoel, en een heele poos kon men het porseleinen klokje, gelijk een teer gedrop, de sekonden zacht-spattend tegen den Venetiaanschen spiegel hooren s...

30. Chapter 30

De rozen werden nog vóor Simon's aankomst bezorgd, en de oudjes maakten zich warm rond de tafel, trippelden gestadig over en weer, schikten en herschikten de bloemen--tot, juist...

31. Chapter 31

Men bracht een flesch oude porto. Het gesprek moest weer uit diepten van ongemak worden opgehaald. Ernest, die geen raad meer wist, meende met wijn zijne zorgen te stillen. Hij...

32. Chapter 32

Simon Peter kon nu aan het woord geraken. Hij sprak met de kalmte van iemand, die uitgenoodigd wordt te spreken over wat hij sinds weken en maanden moe is te overpeinzen. Hij ve...

33. Chapter 33

--Ik zal u dus helpen. Hoort ge niet? Ik help u. Ik breng u uit deze modder, aan wal. Ge hoeft mij niet te bedanken. Een ploert mag kosteloos de toevlucht van een edelman zijn.

34. Chapter 34

Ze herlei haar hoofd op het kussen, en hare dikke haarstrengen kleurden zwaar op de hooge bleekheid van haren hals. En ze zei in een zucht, alsof ze moe werd en rusten wilde:

35. Chapter 35

Ze zag niets meer. Het groote licht van het venster wapperde troebel, en het was nu te laat om den vreemden hinderpaal te weren, die tusschen hem en haar gerezen was. Ze beet op...

36. Chapter 36

--Zie-je, Simon, vervolgde hij met een hoogen zucht, men kan bij zoo'n afsterven niet vergeten dat een zwijgende en vriendelijke getuige de vele tochten van een zwaar verleden h...

37. Chapter 37

Hij zag het hoopje menschen, welke het hooger inzicht der Voorzienigheid had bijeengezameld om zich naar het rustige graf te ontwikkelen. Hij zag ze, Ernest, Vere, Francine, Sim...