Category: Historical Novels

Een Delftshavensche Kwajongen of Het Leven van Luitenant-Admiraal Piet Heyn

De spelling in het origineel is behouden, ook waar deze inconsistent is. Twee uitzonderingen zijn gemaakt: "Hein" op bladz. 110 is veranderd in Heyn en lalei op bladz. 206 is veranderd in lakei.

Chapters

3. Part 3

De man, die achter bleef, had nu het droge plaatsje geheel voor zich alleen en wilde het zich juist eens „lekker” maken, toen hij zijn maat, die er op uit was om eens te kijken,...

5. Part 5

„Laat mij met haar redeneeren, vriend Heyn,” sprak Meester, en haalde een pennemes in een lederen kokertje uit zijn’ zak, en dit bij Moeder Heyn leggende, vervolgde hij: „Maak v...

7. Part 7

Een troost is het vaak voor een lijdend mensch aan een ander mensch zijn leed te klagen. Ook dát mochten de galeislaven niet. Ze moesten stom naast elkander zitten en geen woord...

4. Part 4

Pieter heeft er zijn aandeel van gehad, en als hij niet juist op het oogenblik, dat het dak instortte, zich opnieuw een’ emmer water over het geheele lijf gesmeten had, dan zoud...

8. Part 8

Pieter liet zijne Moeder niet uitspreken. Hij sloot het boek en haar aanziende, zeide hij: „Moeder, er zit u wat op het gemoed. Waarom spreekt u niet open en rond met mij?”

9. Part 9

Eigen schuld, dat ze die duldelooze pijnen op den vermagerden en gekorven rug, of op welk ander lichaamsdeel ook, zoo voelen! Waarom willen ze maar niet begrijpen, dat ze geen l...

11. Part 11

Zoo lang wind en weer gediend hadden, was iedereen over het schip tevreden geweest, maar nu de zee zich heel anders vertoonde, bleek het dat de „Muskaatboom” heel wat te wensche...

2. Part 2

De Rotterdamsche jongens gaven evenwel ook niet zoo gauw krimp, en Govert, die alweer opgestaan was, sloeg er nu, bij gebrek aan een ander wapen, met de klomp op, en toen hij za...

10. Part 10

„Ja, Stuur, ik heb al gezegd: als we zóó in de Indiën komen, dan is dat wel een soort van wereldwonder. Het gaat waarlijk wat àl te mooi! En nu zegt Blokmaker wel: „Je lijkt wel...

16. Part 16

„De laatste, Admiraal? Neen, al zette men u het mes op de keel, gij zult toch niet de ~laatste~ zijn. Gij spreekt het nooit tegen, want gij weet het beter. Maar nu ons volk zoov...

18. Part 18

De Bewindhebbers waren wel genoodzaakt toe te geven, doch wisten evenwel te bewerken, dat zij, die zulk een’ schat in het Vaderland gebracht hadden, toch eenigszins beloond werd...

15. Part 15

„Juist, Admiraal, Portugeesch of Spaansch was ze, toen we haar namen; Portugeesch of Spaansch blijft ze, als ze zoo blijft heeten. Geef haar een’ anderen naam! Noem haar Delftsh...

13. Part 13

Op de eerste reis, die Piet Heyn met dat schip van achttien stukken geschut naar Amerika gemaakt had, was het uitgekomen, dat hij een’ man naar het hart der Bewindhebbers van de...

6. Part 6

Hij wuifde met de wollen muts, deed het nog eens en nog eens, en zij, die daar binnen stond en wie die laatste groet gold, knikte hem zoo lang vriendelijk tegen, tot ze voor elk...

17. Part 17

Den volgenden dag stonden Piet Heyn en Witte weer samen te beraadslagen hoe men nu verder handelen zou, toen Marten, die maar altijd op den loer lag of hij niets verdachts zag,...

12. Part 12

Piet Heyn bedacht zich een oogenblik en vond Martens raad zeer verstandig, want zeer goed had hij gezien, dat ze, als het op een vechten aankwam, bijna stellig en zeker het onde...

14. Part 14

„Gansbloed, wat een kerel,” riep Marten, thans werkelijk den afstand tusschen schipper en Vice-Admiraal geheel vergetende. „Gij zijt er een uit de duizend, Piet! Mijn zuidwester...

1. Part 1

De spelling in het origineel is behouden, ook waar deze inconsistent is. Twee uitzonderingen zijn gemaakt: "Hein" op bladz. 110 is veranderd in Heyn en lalei op bladz. 206 is ve...

19. Part 19

„En nu mijn Admiraal slaapt, wordt het waken mij lastig! Kom, ga mee, Marten, en laten we samen het zeeleven vaarwel zeggen, en als goede vrienden samenwonen! Wij zijn zuinig ge...