Category: Children & Young Adult Reading

Niels Holgersson's Wonderbare Reis

Er was eens een jongen, die zoo ongeveer veertien jaar oud was, lang en mager en met vlashaar. Hij was eigenlijk een deugniet: hij had 't meeste pleizier in slapen en eten, en verder hield hij van kattekwaad.

Chapters

19. Chapter 19

Peer Ola had veel met Jarro gepraat, terwijl die stil in zijn mandje lag, en hij was er van overtuigd, dat de eend hem begreep. Hij vroeg Moeder, of zij hem bij het meer wou bre...

1. Chapter 1

Er was eens een jongen, die zoo ongeveer veertien jaar oud was, lang en mager en met vlashaar. Hij was eigenlijk een deugniet: hij had 't meeste pleizier in slapen en eten, en v...

39. Chapter 39

Zij begon te begrijpen welk een onschatbaar voorrecht het was in de mooie zomerdagen op een groot Zweedsch landgoed te mogen zijn. Het kasteel, waar de oude heer woonde, lag hoo...

32. Chapter 32

"Honderden jaren geleden," begon hij, "gebeurde het, dat een proost hier in Delsbo op een oudejaarsavond midden door het dichte bosch reed. Hij was te paard met zijn pelsjas aan...

37. Chapter 37

Den volgenden dag nam de jongen de gelegenheid waar in een rustuur, toen Akka op een kleinen afstand van de andere wilde ganzen liep te grazen, om haar te vragen, of het waar wa...

15. Chapter 15

"Nu, Duimelot," riep hij, "wat kies je nu? Gebraden te worden, of bij mij te komen? Ik zou je wel het allerliefst opeten, maar hoe de dood je ook te pakken krijgt, is 't mij goed!"

23. Chapter 23

Tegenwoordig beweert men, dat Ysätters-Kajsa dood en weg is, zij, even goed als alle andere heksen. Maar dat is bijna niet te gelooven. Dat klinkt, alsof iemand ons kwam vertell...

36. Chapter 36

Iets anders was het, toen hij ten oosten van de rots de kapel van Kvickjock zag, met de kleine pastorie, en het dorpje; dat vond hij zoo mooi, dat hij tranen in de oogen kreeg....

3. Chapter 3

't Was gemakkelijk te zien, dat de gans, die met den ganzerik praatte, héél oud was. Haar heele veeren kleed was grijs, zonder donkere strepen. Haar hoofd was grooter, haar been...

24. Chapter 24

Hij zei niets meer, maar hij trok haastig zijn jas aan, stak een lantaarn aan, en ging naar buiten. Buiten woei dezelfde felle wind, en 't was er even koud, maar toen hij op de...

30. Chapter 30

"Ik weet niet, wat hij is," zei Asbjörn kalm. "Dat moeten anderen maar uitmaken. Ik ben tevreden, als ik hem goed betaald krijg. Zeg me nu liever, wat je denkt, dat de dokter op...

14. Chapter 14

Als Niels Holgersson maar gauw om hulp geroepen had, zou de witte ganzerik hem stellig hebben kunnen bevrijden, maar de jongen meende zeker, dat hij zich alleen wel tegenover ee...

17. Chapter 17

"Onthoud nu wat ik je zeg," zei hij, "en vergeet dat nooit! Je moet er voor oppassen, dat je nooit iets met Taters te maken hebt. Want ze zijn niet als wij, en dat worden ze ook...

35. Chapter 35

De arbeider kroop naar binnen, en met veel moeite en onder veel gelach werd er plaats gemaakt voor hem en het meisje in de kleine tent, die al te voren vol menschen was. De man...

25. Chapter 25

"Dan zal ik je wat zeggen," zei de beer. "Mijn voorouders hebben in deze streken gewoond, zoolang er bosschen hier in 't land groeiden, en ik heb het jachtgebied en 't veld om t...

2. Chapter 2

Verscheidene troepen wilde ganzen waren al voorbij gekomen. Ze vlogen hoog in de lucht; maar hij kon toch hooren hoe ze riepen: "Nu gaan we naar de rotsen! We gaan naar de rotsen!"

34. Chapter 34

"Neen, dat was niet goed," zei Akka. "Men mag zeggen wat men wil van de arenden, maar ze zijn fierder, en hebben hun vrijheid meer lief dan andere dieren, en het gaat niet aan h...

29. Chapter 29

De kamer was heel klein. De tafel stond niet ver van zijn bed, en hij kon die duidelijk zien, met al de boeken en papieren, den inktkoker en de photografieën, die er op stonden....

10. Chapter 10

"'t Is het beste, dat jelui op het water gaat liggen, tot de mist is opgetrokken," zei de eend. "Men kan wel zien, dat jelui niet aan 't reizen gewend zijn."

22. Chapter 22

Grauwvel nam afscheid van de oude elanden, en ging met Karr verder. Hij werd al stiller, en liep met gebogen kop. Zij kwamen voorbij Krule, de adder, die daar in zijn hol lag.

28. Chapter 28

De studenten in Uppsala zitten niet in een schoolkamer om samen te leeren als schoolkinderen, maar ze studeeren ieder apart thuis op hun kamer. Als ze met een onderwerp klaar zi...

33. Chapter 33

De arend had haar woorden wel niet verstaan, maar hij had toch dadelijk begrepen, dat ze hem het broodje wilde geven. In vliegende vaart was hij op het broodje neergeschoten, ha...

9. Chapter 9

Maar de ganzen bleven dalen. En al gauw was de jongen er verbaasd over, dat hij zóó verkeerd had kunnen zien. De groote steenblokken waren ten eerste niets anders dan huizen. 't...

13. Chapter 13

Toen hij dicht bij de stad kwam, zag hij, dat zij leek op die andere uit de zee, en er toch ook niet op leek. 't Was 't zelfde verschil, alsof men den eenen dag een man zag gekl...

4. Chapter 4

Zoodra de kabouter over den steenen kant om de plaats heen gekomen was, sprong hij regelrecht op de kooi van den eekhoorn toe, en omdat die zoo hoog hing, dat hij er niet bij ko...

12. Chapter 12

Hij liep zorgeloos voort op het open bergdak, en scheen er niet aan te denken, hoe wit en groot hij was. Hij zocht geen schuilplaats achter bosjes gras of andere verhooginkjes,...

18. Chapter 18

Toen Sigurd de volgende keer voor het gerecht werd gebracht, trachtte hij zich nauwelijks te verdedigen. Wat kwam het er op aan, of hij schuldig was aan den paardendiefstal. Hij...

5. Chapter 5

Toen de wilde ganzen eindelijk genoeg gegeten hadden, trokken ze weer naar het meer, en daar vermaakten ze zich en speelden tot tegen den middag. De ganzen daagden den witten ga...

21. Chapter 21

Karr had nauwlijks uitgesproken, of Grauwvel keerde om, en liep over het veld. De oude eland kwam hem tegemoet, en ze raakten dadelijk aan het vechten. Ze zetten de horens tegen...

11. Chapter 11

"Ja, dàt is 't maar, wat ik weten wou," zei de herder, en hij sprak zóó zacht, dat het bijna fluisteren werd, en staarde in den nevel met zijn kleine oogen, die moe schenen te z...

27. Chapter 27

Toen het een dag geregend had, begonnen de sneeuwmassa's in de dennenbosschen eerst goed te smelten, en de lentebeken kwamen in beweging. Alle waterplassen op de hoeven, het mod...

38. Chapter 38

De wilde ganzen hielden vaak en lang rust op den dag. Ze vonden overal zulke heerlijke stoppelvelden, dat ze er bijna niet vandaan konden komen, en ze kwamen niet in Dalsland vo...

8. Chapter 8

"Niet hier in Bleking, moerasuil, maar in Skaane is 't gebeurd, dat een jongen door een kabouter is betooverd en zoo klein gemaakt als een eekhoorn, en later is hij naar Lapland...

31. Chapter 31

De arend zag op. De jongen had werkelijk zooveel draden doorgevijld, dat er nu een groot gat in het staaldraadnet was. Gorgo bewoog de vleugels, en zette af van den steen naar b...

20. Chapter 20

De wilde ganzen waren nooit zoo opgeruimd, als wanneer ze over een vlakte kwamen. Dan haastten zij zich niet, maar vlogen van de eene hoeve naar de andere, en maakten gekheid me...

7. Chapter 7

Daarna verschijnen er aan den hemel niet alleen wolken, maar een menigte ongelijke strepen en teekens. Dan vertoonen zich rechte, gestippelde lijnen in 't oosten en 't noordoost...

16. Chapter 16

Om zich heen zag hij de portretten van hen, die waren heengegaan. 't Waren groote, sterke mannen en vrouwen met ernstige gezichten. 't Waren bruiden in lange sluiers, en heeren...

6. Chapter 6

Akka legde gauw zijn vleugeldekveeren terecht, en boog verscheiden malen den hals, terwijl zij den ooievaar tegemoet ging. Ze was niet heel verbaasd hem zóó vroeg in het voorjaa...

26. Chapter 26

"Ik zal je eens wat zeggen, Duimelot," zei Bataki. "Ik heb al een lang leven achter mij. Ik heb veel goeds en veel kwaads ontmoet, en verscheiden keeren ben ik door de menschen...

40. Chapter 40

Ze gingen het huis binnen, en de jongen had graag willen hooren wat ze daar in de kamer bepraatten, maar hij durfde niet op de plaats te komen. 't Duurde niet zoo heel lang, voo...