Category: Essays, Letters & Speeches

Vogels van diverse pluimage

Hij liegt alsof het gedrukt was, zeide men vroeger met een spreekwoord, dat uit den grooten eerbied voor boeken geboren werd. Hij liegt zoo mooi, zoo glad, zoo juist, dat het uit een boek schijnt genomen. Oudtijds heette het: "daar staat geschreven," maar de spreekwoorden neme...

Chapters

1. Chapter 1

Hij liegt alsof het gedrukt was, zeide men vroeger met een spreekwoord, dat uit den grooten eerbied voor boeken geboren werd. Hij liegt zoo mooi, zoo glad, zoo juist, dat het ui...

2. Chapter 2

Doch zoo gaat het in het leven. De lezer dient er zich mee te troosten, dat het plotseling geschiede, zonder overgang. Evenzoo worden wij met een schok wakker uit de schoonste d...

3. Chapter 3

Een paar dagen later is ook hier een kleine stoet, die hem wegbrengt; acht mannen dragen de baar, die door een vijftal andere mannen gevolgd wordt. Ook hier moet hij zich dwars...

4. Chapter 4

Malle Jantje Kerkgezantje, Ik u vraag: Waarom huilt gij? Waarom pruilt gij In den Haag? Is 't uit ijver? Krijt vrij stijver. Maar ik meen, Dat het kussen U zou sussen Wel in vreên.

5. Chapter 5

--Het bleek nu wat burgemeesteren hadden zitten schrijven onder de preek. De geschrevene aanteekeningen kwamen ter sprake. Smout aarzelde eerst en draaide er omheen, doch eindel...

6. Chapter 6

Maar als het leven een boek is, dan is het een boek, dat de meeste menschen niet lezen. Men moet ook bekennen, dat vele van die boeken het lezen, ja zelfs het opensnijden nauwel...

7. Chapter 7

Omdat er een verbazend, hemelsbreed verschil is tusschen een jongen, een werkelijken jongen van vleesch, been, bloed en al wat er verder bij hoort, en een jongen, zooals wij hem...

8. Chapter 8

Als men ze één voor één trepaneerde--geen nood, dit is slechts eene metaphora, eene redefiguur, waarmede men zegt, wat men niet meent--en hunne hersenpannen als deksels oplichtt...

9. Chapter 9

Het sprong in het oog, dat beide juist van dezelfde grootte, breedte en uitwendige gedaante waren. Het waren geheel en al tweelinghuizen, want er was geen raam of boog of stang...

10. Chapter 10

Het duurde eene poos, totdat al de gemoedsbewegingen bedaard waren; doch toen zijne goede vrouw en ik onzen lach onmogelijk langer bedwingen konden, toen mijnheer Tjilp zeide, d...

11. Chapter 11

Als het een weinig geregend had en er kleine plassen lagen, was het vooral aardig de physionomieën der verschillende vrouwenvoeten te bestudeeren. Dan vooral werden deze zichtba...

12. Chapter 12

Haar gemoed was te vol om meer te zeggen. O, hoe ondankbaar, hoe ellendig vond ik mij, dat ik zelfs toen niet met droefheid naar de toekomst zag en niet liever wenschte te blijven!

13. Chapter 13

Maar toen de tijd naderde, dat mijnheer Van Randenrode zou terugkomen, toen zijn schip binnen was, toen hij bij ons was en de eerste dagen van verwarde vreugd en drukte voorbij...

14. Chapter 14

--Gij zijt eene onbeschaamde, zeide ik, boos, want ik had ongelijk;--verbeeldt gij u, dat gij in uw web het middelpunt der wereld zijt, en dat alle arme vliegjes u ten dienste m...

15. Chapter 15

Tot zoolang, mijn waarde, nu de ladder Jacobs nog overeind staat, en wij de sporten niet missen kunnen, zullen wij niet op de stof en de zinnelijke wereld smalen, noch haar dood...

16. Chapter 16

De schoone jongeling Thunar, de machtigste met den grooten Wodan, de god der hemelverschijnselen, rijdt niet meer met zijn gespan van tandenknarsende bokken[5], raatlend door de...

17. Chapter 17

--Zwijg, riep de koning snel en heftig, roep mij dat oogenblik niet voor den geest. Maar juist daartegen heb ik al gezorgd; een oorverdoovend geraas zal onze aanvallen vergezell...

18. Chapter 18

Zulk eene vreemde verwarring als er nu plaats had, was nog nooit gezien; de beide kampen vereenigden zich, tenten werden overal opgeslagen en de beide koningen en koninginnen vo...

19. Chapter 19

In een hoek der Romeinsche Campagna, een achttal mijlen van Rome lag een dorp, waarvan een der uiteinden in verspreide huizen in de vlakte uitliep. Op de laatste dier kleine won...

20. Chapter 20

Hij liep de trap af en zij volgde hem. Op het geluid afgegaan, stootte hij nu eene deur open. In de huiselijke binnenkamer, bij het zachte licht van een paar kaarsen, zagen zij...

21. Chapter 21

Eens was zij zeer vroeg in den morgen den tuin ingeloopen, die achter des paters woning lag; zij ging de paden door, tot achterin, waar in de schaduw van een ouden vijgeboom een...