Category: Science - Biology

Het Leven der Dieren. Deel 3. Afdeling 2. De Visschen

De Visschen zijn Gewervelde Dieren, die gedurende geheel hun leven uitsluitend door kieuwen ademen. Deze weinige woorden behelzen een veel scherper en duidelijker bepaling van de klasse der Visschen dan door een nauwkeurige beschrijving van alle organen verkregen kan worden. (...

Chapters

1. Part 1

De Visschen zijn Gewervelde Dieren, die gedurende geheel hun leven uitsluitend door kieuwen ademen. Deze weinige woorden behelzen een veel scherper en duidelijker bepaling van d...

2. Part 2

Alle overige Visschen hebben twee tot een kleiner deel van het lichaam beperkte "kieuwholten", die duidelijk van 't spijskanaal gescheiden zijn. In elke kieuwholte van de Rondbe...

3. Part 3

Slechts schijnbaar zijn de levenswijze, de handelingen en de gewoonten der Visschen eenvormig en gelijksoortig, bij nader onderzoek merkt men in hunne werkzaamheden een groote a...

4. Part 4

Het geslacht der Baarzen (Perca) omvat drie soorten van Zoetwatervisschen, die in de Oude en de Nieuwe Wereld de noordelijke gematigde zone bewonen. Zij hebben twee rugvinnen, d...

5. Part 5

De Wrakvisch (Polyprion cernuum) is driemaal zoo lang als hoog en effen bruingrijs van kleur; op jeugdigen leeftijd heeft hij op bruinen grond donkerder vlekken, wolkjes en marm...

6. Part 6

Echte planteneters zijn de Boga's (Box), langwerpige Visschen met kleinen bek en groote oogen, welker belangrijkste kenmerk gelegen is in hun gebit, dat uit slechts één reeks va...

7. Part 7

Dit geslacht omvat een groot aantal soorten; slechts enkele komen aan de Europeesche kusten voor; de meeste behooren in de heete luchtstreek thuis en bewonen gedeelten van den A...

8. Part 8

Het is verre van onwaarschijnlijk, dat er langzamerhand een zekere gehechtheid tusschen de Loodsmannetjes en den Haai ontstaat, daar men ook wel andere bewijzen van verstand bij...

9. Part 9

Er valt niet aan te twijfelen, dat de Tonijnen met geen ander doel bij de kusten verschijnen, dan om kuit te schieten. De eieren van de kuiters, die bij hun komst uit de diepte...

10. Part 10

Alle Zuigvisschen hebben dezelfde levenswijze: evenals de Snottolven en Kringbuiken hechten zij zich vast aan andere voorwerpen, bij uitzondering aan rotsen en steenen, in den r...

11. Part 11

De Zeehanen (Trigla), die in een tweede geslacht vereenigd worden, zijn kleine, hoogstens middelmatig groote, forsch gebouwde Visschen met betrekkelijk zeer grooten, bijna vierz...

12. Part 12

Twijfelachtig is de aanwezigheid bij onze kust van den hoogstens 15 cM. langen Zwarten Zeegrondel (Gobius niger), die in de Middellandsche Zee in aanzienlijken getale voorkomt,...

13. Part 13

In de zeeën om de Antillen wordt de Pijlsnoek vervangen door den Barracoeda (Sphyraena picuda), die, naar men zegt, een lengte van 3 M. kan bereiken; de bovendeelen zijn groenac...

14. Part 14

Het merkwaardigste deel van de levensgeschiedenis der Stekelbaarzen is ongetwijfeld de wijze, waarop zij hunne eieren verzorgen. Als de tijd van kuitschieten nadert, kiest ieder...

15. Part 15

"Hoe meer de watervergaarplaatsen uitdrogen, des te meer hoopen de hier wonende Visschen zich op in de kleine plassen, die nog water bevatten of in den vochtigen modder. Hier zi...

16. Part 16

In den Indischen Oceaan, o.a. bij Java, Sumatra en de Moluksche eilanden, doch ook bij Mauritius, leeft een 25 à 30 cM. lange Lipvisch, die zich door de groote verschuifbaarheid...

17. Part 17

Het verbreidingsgebied van den Schelvisch komt over 't geheel genomen overeen met dat van den Kabeljauw. In de Noordzee is hij nergens zeldzaam, op vele plaatsen zelfs zeer over...

18. Part 18

De Platvisschen, waarvan men bijna 200 soorten onderscheidt, bewonen de zee; eenige zwemmen soms de rivieren op; hier zoowel als daar leven zij op den bodem. Met de blinde zijde...

19. Part 19

Met uitzondering van de Heilbot, bewonen alle hierboven beschreven Platvisschen ondiepe gedeelten van den zeebodem; zij geven de voorkeur aan zandige of althans niet slijkerige...

20. Part 20

De vuurspuwende bergen van Zuid-Amerika, en meer bepaaldelijk die van Quito, werpen niet slechts, zooals dit van vulkanen te verwachten is, asch, slakken en lava uit, maar nu en...

21. Part 21

Voor de karperteelt heeft men minstens tweeërlei vijvers noodig, n.l. ondiepe en diepere; de zoogenaamde mest- en fokvijvers en de winter- of verkoopvijvers. De eerstgenoemde mo...

22. Part 22

Door het bezit van slechts één paar voeldraden en het gemis van doornen komen de Zeelten (Tinca) met de Grondels overeen; aan deze en aan de Barbeelen herinneren zij door de kor...

23. Part 23

Meer tot tijdverdrijf dan voordeelshalve vangt men den Sneep aan een hengel, die met een gewone Huisvlieg als lokaas voorzien is. In den rijtijd geeft de talrijkheid der scholen...

24. Part 24

De Alvertjes zijn gezelliger van aard dan vele andere Visschen, vormen altijd groote, soms ontzaglijke scholen en maken bij warm, stil weer veel beweging in de nabijheid van den...

25. Part 25

Alle Karaïbenvisschen bewonen stroomende wateren van Middel- en Zuid-Amerika. Naar het schijnt, vertoeven zij zelden of nooit in de nabijheid der zee, in het mondingsgebied der...

26. Part 26

A. Seitz, die de Vliegende Visschen in alle zeeën en dus waarschijnlijk alle soorten opmerkzaam heeft nagegaan, is voor weinige jaren weder opgetreden als verdediger van de stel...

27. Part 27

De Zalm heeft een zeer uitgestrekt verbreidingsgebied. Hij houdt zich langer in het zoetwater op dan in de zee, brengt in de rivieren den eersten tijd van zijn leven door en beg...

28. Part 28

Voor de zalmvangst dienen bij ons vooral drijfnetten (die niet dieper mogen zijn dan 2 1/2 M.), treknetten of zegens (handzegens en zalmzegens met vaste spil) en zalmsteeken, in...

29. Part 29

Het witachtige vleesch van dezen Visch is veel minder smakelijk dan dat van den Zalm en wordt lager geschat dan dat van de Zalmforel. Men vangt den Donauzalm in groote netten of...

30. Part 30

De Vlagzalm is onder de Europeesche Zalmvisschen een van de meest verbreide soorten; in geheel Middel- en Oost-Europa, in de wateren van de Alpen, zoowel als in die van de Noord...

31. Part 31

De bewoner van het binnenland kan zich moeielijk een denkbeeld vormen van de haringscholen; de berichten van ooggetuigen komen hem overdreven en ongeloofelijk voor. Deze bericht...

32. Part 32

De naaste verwante van den Haring, die in de Noordzee aangetroffen wordt, is de Sprot (Clupea sprattus), een vischje van ongeveer 15 cM. lengte. Onze visschers en kustbewoners n...

33. Part 33

"Later echter hoorde ik van lieden uit het stroomgebied van den Apoere een verhaal, dat misschien met dat van Humboldt in verband gebracht kan worden. Bij 't overtrekken van een...

34. Part 34

Tot voor zeer korten tijd was de voortplanting der Alen zelfs voor den natuuronderzoeker in een ondoordringbaar duister gehuld; nog altijd worden over dit deel van hun levensges...

35. Part 35

Het verbreidingsgebied van deze tamelijk veelvuldig bij onze kusten voorkomende Visch omvat alle oostelijke deelen van den Atlantischen Oceaan, van Noord-Europa tot aan de Kaap...

36. Part 36

Van de 10 onderorden, waarin Zittel de orde der Ganoïd-visschen verdeelt, zijn slechts 4 tot op heden blijven bestaan. De belangrijkste van deze wordt gevormd door de Kraakbeens...

37. Part 37

Zeer eigenaardig is voorts de inrichting van den ademhalingstoestel. Op de kieuwbogen staan kieuwplaten, welke niet alleen met haar basis aan de kieuwbogen vastzitten, maar ook...

38. Part 38

De Gewone Neushaai (Lamna cornubica) kan meer dan 3 M. lang worden en groeit zeer snel. De huid is glad; de bovendeelen zijn effen grauwzwart, de onderdeelen wit; een uit stippe...

39. Part 39

De Trilroggen of Sidderroggen (Torpedinidae), reeds sinds overouden tijd berucht wegens hun vermogen om electrische schokken uit te deelen, vormen een uit 20 soorten bestaande f...

40. Part 40

Een vertegenwoordiger van deze onderorde wordt door onze visschers Haringkoning (Chimaera monstrosa) genoemd en is door hen in de Noordzee, doch niet aan onze kusten waargenomen...

41. Part 41

Het kuitschieten heeft plaats in de eerste lentemaanden en gaat met eigenaardige handelingen gepaard. De Prikken zijn niet gelijk andere in zoetwater paaiende Visschen uitgerust...