Technology

Het Haarlemmer-Meer-Boek

Uitheemsche vyanden te zitten in de veeren, Te slingeren den staert groothartigh over zee; Is ydel, als uw long, geslagen aen het teeren, Inwendigh vast vergaet; en gy, van hartewee, Zoo deerlijk zucht, en kucht, en loost, by heele brokken, Het rottende ingewant te keel uit in...

Chapters

1. Chapter 1

Uitheemsche vyanden te zitten in de veeren, Te slingeren den staert groothartigh over zee; Is ydel, als uw long, geslagen aen het teeren, Inwendigh vast vergaet; en gy, van hart...

2. Chapter 2

»5. Alzo den tijt bestemt was, zoo zijn wij op de plaatze gegaan, ende gereetgestaan; doen is den Prince Mauritius, met zijn broeder Prins Henderik, met Graaf Willem van Vriesla...

3. Chapter 3

De plannen van Leeghwater en Veeris vonden al dadelijk tegenstand, vooral bij de Ingelanden van Rhijnland, welke vermeenden, dat, door het droogmaken van het Meer, de boezem van...

4. Chapter 4

»Adressant beschouwt zoodanige proefneming strijdig met het regt van den grondeigenaar, die daaraan have en goed ziet prijs gegeven.--Hij zegt, dat de ondervinding hem heeft gel...

5. Chapter 5

»Dan ook tegen dit werk doen zich eenige bedenkingen op. Want om, ter bekorting mijner rede, niet terug te komen op alles, wat daaromtrent reeds in de verbalen der beraadslaging...

6. Chapter 6

"En is nu dit regt verloren gegaan, heeft men deze revenuen niet geteld en ze soms laten varen?--In geenen deele, mijne Heeren!--De stad Leijden is nog, tot op den huidigen dag,...

7. Chapter 7

»Maar hoe het ook zij: uit het regt, dat Leijden heeft op een gedeelte van het Meer, volgt niet, dat het droogmaken van dien plas ongeoorloofd zoude zijn; maar, dat het droogmak...

8. Chapter 8

»Er is in de afdeelingen ook gesproken van den wederstand, welken die droogmaking ondervindt bij twee adressen aan deze Kamer ingezonden. Wat betreft het eene van den Heer van P...

9. Chapter 9

18. Nog daarenboven verhaalden zij mij, dat zij een' oud man gekend hadden, wien het heugde, dat de Zuid-Vennep wel dertig morgen lands groot was, waar nu niet één voetstap van...

10. Chapter 10

De oude en nieuw Zijp. De Berger-Meer. De Boekeler-Meer. De Diepe-Meer. De Daal-Meer. De Slootgaard. De Wog-Meer. De Wout-Meer. De Bleek-Meer. De Schaaps-Kuijl. De Benne-Meer. D...

11. Chapter 11

108. Vooreerst is het notoir, en men kan het ook ligtelijk begrijpen, dat er alsdan nimmermeer in de steden Haarlem en Leiden eenig vuil, stinkend of troebel water zal kunnen ko...

12. Chapter 12

Hadden onze Voorouders voor ons niets gedaan, Holland had ook ligtelijk tot niet gegaan. Maar omdat zij voor ons gestreden hebben als helden, Zijn voor ons nu bereid veel schoon...

13. Chapter 13

»Stijg, Beemster! Purmer stijg! meldt, welige valleijen! Op wier beklaverd veld thans vette kudden weijën; Vermeldt den voorspoed aan der oud'ren vlijt verpligt! Uw welvaart zeg...

14. Chapter 14

»Art. 2. Op het voormelde kapitaal, tegen vier ten honderd opleverende eene jaarlijksche rente van een millioen twee honderd duizend gulden, zal successivelijk kunnen worden afg...