Dutch fiction -- 20th century

Het beloofde land

Aan den rand van de hei lag het Heihuis; gebeukt door de rukwinden, die aanloeiden over de verre heivelden, gegeeseld door sneeuw en hagel, gezengd door de brandende zon, die gloeiend de hitte deed opslaan van den gebarsten grond.

Chapters

1. Part 1

Aan den rand van de hei lag het Heihuis; gebeukt door de rukwinden, die aanloeiden over de verre heivelden, gegeeseld door sneeuw en hagel, gezengd door de brandende zon, die gl...

2. Part 2

Toen hij ouder werd, opende zich zijn begrip voor de daad van zijn moeder; hij zag toen plotseling volkomen haar schuld aan hem en zijn vader. De leefwijze van zijn vader mocht...

3. Part 3

Onder het volk waren de Rossen gezien en geëerbiedigd om hun helder verstand, hun meerdere beschaving, die hen ver boven de overige bevolking verhief, ondanks hun nederig bedrij...

4. Part 4

Een oogenblik zagen zij beiden elkaar aan; las Eli den haat in ’t gezicht van den ander, de wrok tegen den jongere, die sterker dan hij het volk beheerschte door den invloed van...

5. Part 5

Hij had niet geklaagd tegen haar, maar zij had vaag gevoeld, dat hij veel had gezwegen. En haar scherp moedergevoel zeide haar wat het voor hèm moest zijn terug te keeren zonder...

6. Part 6

Maar nà zoo’n dag, als hij zichzelf met geweld had gedwongen vol te houden—lag hij ’s avonds uitgeput, lichamelijk en geestelijk, te slap voor eenige inspanning; dan, in die uit...

7. Part 7

Zij voelde voor hém—voor zijn ellende, maar wilde zijn schuld wegredeneeren; zij kon met haar forsche gezondheid niet doorvoelen al het leed in die overprikkelde natuur. Voor ’t...

8. Part 8

In die lange dagen en avonden, als allen om hem heen waren, als alles in de smidse was vertrouwelijkheid en onderling stil geluk, zat hij erbij en dacht niet aan hen, hoorde of...

9. Part 9

Eli zag rond—langzaam gingen zijn oogen van den een naar den ander—traag in zich opnemend de indrukken: die groep mannen stil hem aanziend onder die onbewegelijke grauwe lucht—e...

10. Part 10

Grootmoeder zag het—en Maarten; zij zagen de strakheid van haar gelaat, de pijn in haar oogen, als zij zat, ledig peinzend, de handen werkeloos in den schoot; zij zat daar, also...

11. Part 11

Den stillen vriendelijken jongen, die op háár leek, en bij haar zat de lange winteravonden—zij zag hem heengaan—zag de lange, lànge jaren, die ze geduldig had doorgewacht,—zag d...

12. Part 12

Er was iets in haar, dat hem ontroerd had van het eerste oogenblik af, toen hij hier binnenkwam, dat brak het vijandig koud gevoel, waarmee hij altijd aan haar gedacht had; terw...