Humorous stories

Geschiedenis van Arthur Pendennis

Op zekeren fraaien morgen in het hartje van het Londensche seizoen kwam majoor Arthur Pendennis van zijn kamers, om naar gewoonte te gaan ontbijten in zekere club in Pall Mall, waarvan hij een der grootste sieraden was. Daar hij onder de beste wijnkenners in Engeland behoorde,...

Chapters

1. Part 1

Op zekeren fraaien morgen in het hartje van het Londensche seizoen kwam majoor Arthur Pendennis van zijn kamers, om naar gewoonte te gaan ontbijten in zekere club in Pall Mall,...

2. Part 2

Toen vroeg haar Pendennis, terwijl hij in het bleeke gezichtje staarde en haar koude handje bleef vasthouden, of zij bij hem wilde komen wonen? Hij was oud in vergelijking van –...

3. Part 3

Vele van de groote jongens, met welke Pendennis werd opgevoed, matigden zich, lang voor dat zij de school verlieten, al de rechten van mannen aan. Velen, bij voorbeeld, rookten...

4. Part 4

Men denke niet, dat Pen onder deze uitspanningen, waarmee het wel wat al te druk ging, zijne studiën geheel verwaarloosde. Hij had van nature liefhebberij in het lezen van alle...

5. Part 5

„Wat!?” vroeg Pendennis op zulk een verwonderden toon, dat Foker het uitschaterde en zeide, dat de drommel hem halen mocht als hij Pen niet voor groen genoeg hield, om niet te w...

6. Part 6

Het gansche gezelschap was aangedaan. Foker haalde een grooten geel zijden zakdoek te voorschijn en huilde als een kind. Pen, van zijn kant, was daarvoor te ver weg. Hij volgde...

7. Part 7

In den korten morgenstond zijns levens, was Cos de ziel der officierstafels, en had de eer zijne drink- of sentimenteele liederen aan den disch der beroemdste generaals en opper...

8. Part 8

Hij gaf dus eene luchtige beschrijving van mijnheer Foker, en voegde er bij, dat hij op school Biervat en Graankorrel werd genoemd en nog andere schimpnamen moest hooren, maar d...

9. Part 9

Twee dagen na de boven beschreven vermakelijkheden gaf de eerwaarde deken van Chatteries ten zijnen huize een diner aan een aantal vrienden van den geestelijken stand. Het is ho...

10. Part 10

Al deze bedenkingen had de weduwe in de twee dagen, die noodwendig vóór de komst van zijn oom moesten verloopen, aan Pen voorgehouden, die ze echter met die beminnelijke rondhei...

11. Part 11

Zij was geen dochter van de eerste mevrouw Bell, die aan de inheemsche koortsen van het eiland overleden was, zeer kort nadat Helena Pendennis en haar echtgenoot (dien Helena me...

12. Part 12

Degenen, die wezenlijk en oprecht belang stellen in de Londensche groote wereld en het voorrecht van eene entrée in de uitgelezenste kringen aldaar, zullen toegeven, dat majoor...

13. Part 13

„En knap is hij ook. Ik ben altijd een ezel geweest, dat is waar! Maar ziet ge, mijnheer, ik kan zeer goed onderscheiden of iemand knap is, en van zulke menschen houd ik.”

14. Part 14

„Op mijn woord van eer, gij houdt er een juweel van een keldermeester op na,” antwoordde Pendennis galant, „en het verwondert mij niet, dat de jongelui dol op haar zijn. Toen wi...

15. Part 15

„Gedaan? Hij heeft ons op de gruwelijkste wijze bedrogen,” antwoordde Emily’s papa. „Hij heeft met uwe genegenheid den spot gedreven en mijne eigene fijngevoeligheid gekwetst. H...

16. Part 16

„Gij meent, kom binnen!” gaf de ander ten antwoord. „Daar zijn we!” en met gekruiste armen binnengetreden zijnde, begon hij het hoofd met eene ongeloofelijke vlugheid rechts en...

17. Part 17

Een heer, wiens naam in een vroeger verhaal [4] voorkomt, de ervaren kunstbeschermer en verlichte voorstander van de muziek en het drama, de hooggeboren heer markies van Steyne,...

18. Part 18

De pastorie is een hecht, breed gebouw van baksteen, uit den tijd van koningin Anna. Zij komt met verschillende uitgangen in de kerk en op de markt uit, en staat aan den ingang...

19. Part 19

Doctor Portman was stellig van oordeel, dat Pen naar de academie moest gaan. Hij hoopte, dat de knaap daar studeeren zou en tevens, met mate, van het beste gezelschap zou geniet...

20. Part 20

„Als Pen naar de academie gaat, cadit quaestio,” antwoordde de dominé; „Smirke’s bezoeken op Fairoaks houden dan van zelf op, zoodat het niet noodig is er de weduwe mee lastig t...

21. Part 21

Pen volgde hem blootshoofds naar buiten. Helena wandelde nog altijd het fluweelzachte grasperk op en neer, terwijl de zon onderging. De hulpprediker nam den hoed af, boog bij wi...

22. Part 22

Lady Agnes, die zich met Henry vereenzelvigd had, de teederste der moeders en eene der goedhartigste, hoewel niet der verstandigste, onder de vrouwen was, ontving den vriend van...

23. Part 23

Pen kwam eerst na Kerstmis thuis, eenigszins tot spijt van zijne liefhebbende moeder en van Laura, die van verlangen brandde om eene mooie sneeuwvesting voor hem te maken, zooal...

24. Part 24

In het gemeenebest der studenten ontstaan reputatiën van dezen aard, geheel onafhankelijk van de academische hiërarchie. Een student kan aan het hoofd der lijst van eereprijzen...

25. Part 25

Zijn raad zou echter toch niet méér gebaat hebben bij een eigenzinnig jongmensch, dan gewoonlijk met goeden raad het geval is bij een knaap, die zich voorgenomen heeft zijn eige...

26. Part 26

Gedurende den laatsten tijd van Pen’s verblijf aan de academie was de genegenheid van zijn oom ten zijnen opzichte aanmerkelijk toegenomen. De majoor was trotsch op Arthur, die...

27. Part 27

Ik heb geen slag om vrouwelijk schoon te beschrijven, en, om de waarheid te zeggen, geef ik er ook niet om, daar goedhartigheid en deugd, naar mijne overtuiging, veel nuttiger v...

28. Part 28

Juist omstreeks den tijd van Pen’s kleinen tegenspoed, toen hij zoo diep in rouw gedompeld was, dat hij geen acht kon slaan op de lotgevallen van personen, waarin hij minder bel...

29. Part 29

Op deze wijze leerde bijna iedereen te Clavering Ned Strong kennen. Hij vertelde het aan madame Fribsby, aan den kastelein van den George, aan Baker in het leesmuseum, aan mevro...

30. Part 30

Het bleek uit die gedichten, dat dit jeugdig schepseltje inderdaad verbazend moest geleden hebben. Zij was met het denkbeeld van zelfmoord vertrouwd. Aanhoudend smachtte zij naa...

31. Part 31

De arme Mirobolant was hartelijk dankbaar, dat hij zijne moedertaal, hoe slecht dan ook, hoorde spreken. De Franschen vergeven onze vergrijpen tegen hunne taal veel gereeder dan...

32. Part 32

„O Pen, dat zoudt gij kunnen zijn,” antwoordde de weduwe. Om de waarheid te zeggen, had Pen daaraan nooit getwijfeld; een gevoel van onbeschrijfelijke opgetogenheid en zelfbehag...

33. Part 33

Laura keek inderdaad naar den kant van Pen. Zij was in gesprek met den heer Pynsent, den zoon van Lord Rockminster, of scheen althans naar hem te luisteren. Hij was de zoon der...

34. Part 34

De Butcher Boy – geenszins het slechtste paard uit Sir Francis’ stal – was aan kapitein Strong tot zijn bijzonder gebruik toegekend; en de oude krijgsman reed er, onder den man...

35. Part 35

Deze heer had reeds vroeg in den avond in die kamer zijn hoofdkwartier opgeslagen, waar hij, uitroepende, dat hij een verwenschten dorst had, eene flesch champagne had besteld....

36. Part 36

Laura kwam vrij laat op den avond van den tweeden dag terug, en het ongeluk wilde, dat mijnheer Pynsent haar met het rijtuig uit Clavering thuis bracht. Het arme meisje kon zijn...

37. Part 37

Daar zulke gedachten Pen bezig hielden, viel hij niet in slaap voordat de kille dageraad van den October-morgen aanbrak; en toen de diligence op de oude pleisterplaats B. stilhi...

38. Part 38

„Zeer goed ingezien, mijn jongen! Minnevuur en liefdeschichten en verliefdheid tot den dood en zoo voorts is heel goed voor een knaap, en gij waart niets anders toen dat geval m...

39. Part 39

Lowton was een groot man, wanneer het op de leiding van een diner aankwam. Hij trachtte het zoo aan te leggen, dat hij de eerste, of „kapitein” van de tafel was, waardoor hem he...

40. Part 40

„Ik benijd Sir Charles Mirabel zijn schoonvader niet,” dacht Pendennis. „En hoe vaart mijn oude vriend Bows, kapitein? Weet gij iets van hem en gaat gij nog met hem om?”

41. Part 41

„Schraalheid van kas zal u goeddoen,” zeide Pen’s vriend, terwijl bij, toen het verhaal uit was, zijne pijp uitklopte; „ik weet voor een mensch – let wel, een fatsoenlijk mensch...

42. Part 42

„Nu gaan zij elkander nog meer in de wielen rijden,” zeide Warrington, toen Pen den brief gelezen had. „Bungay en Bacon haten elkander als de pest; ieder hunner heeft de zuster...

43. Part 43

„Ik wed een guinje, dat het bankbriefje van vijf pond niet lang in zijn bezit zal wezen,” zeide Bungay met het oog op den kapitein, toen hij met zijne metgezellen de gevangenis...

44. Part 44

„Ik zal je mooie prentjes laten kijken,” zeide mevrouw Bungay, met de stem van een boeman, „en nog heel veel ander moois. Kijk eens hier,” – en het papieren zakje opendoende, li...

45. Part 45

„Eene knappe vrouw,” fluisterde Popjoy tegen Warrington, „Stel mij aan kapitein Shandon voor, Warrington. Ik heb gehoord, dat hij een verbazend knappe kerel is, en zoo waar ik l...

46. Part 46

Maar ofschoon men Pen wegens zijne onbescheidenheid en eene zekere voorbarigheid in zijn oordeel te recht moest misprijzen, was hij een volkomen eerlijk recensent en zelfs veel...

47. Part 47

Dezen vrijen tijd besteedde die levendige en beleefde heer onder de knechts en hofmeesters van den adel, die den kring zijner bekenden uitmaakten; en Morgan Pendennis, gelijk me...

48. Part 48

Jufvrouw Amory was de eerste, die er in moest gaan, hetgeen zij met de vlugheid eener fee deed, waarop zij de plaats innam, die haar het best behaagde. Toen volgde Lady Claverin...

49. Part 49

„Het rijtuig van Lady Catherine Martingale,” zeide hij; „geweldig, mooie meisjes, die dochters, ofschoon ik mij hare moeder nog zeer goed herinner, die duizendmaal mooier was. N...

50. Part 50

Jufvrouw Amory maakte nu, volgens hare belofte, muziek voor de jonge heeren. Foker stond verrukt over de gaven, die zij ten toon spreidde, en was zoo goed zijne stem aan de hare...

51. Part 51

Mijnheer Foker junior had bij zijne terugkomst van zijne reis door Europa een knecht meegebracht, die verscheidene talen sprak, de plaats van Domkop vervulde en zich wel verwaar...

52. Part 52

De oude Pendennis verzuimde zelden den kerkgang. Hij achtte zich als gentleman verplicht de instelling van den openbaren eeredienst te ondersteunen en beschouwde het als plichtm...

53. Part 53

„Allebei, of het lijkt er ten minste eenigszins op,” zeide Pen. „Leonora, die den hertog trouwt, is jufvrouw Fotheringay. Den hertog heb ik gevolgd naar Magnus Charters, met wie...

54. Part 54

Deze gedachten zijn wellicht bij jufvrouw Laura opgerezen, ofschoon zij ze aan Helena niet toevertrouwde en ook niet kon toevertrouwen. Zij hield nog ééne zaak voor de weduwe ge...

55. Part 55

Die vrienden van den chevalier maakten eene zonderlinge en veelsoortige vergadering uit; en ofschoon majoor Pendennis niet veel genoegen in hun bijzijn zou gesmaakt hebben, ware...

56. Part 56

„Wat kon ik doen? Iedereen was tegen mij. Caroline zeide, dat ik het geld verloren had, ofschoon ik mij geen zier van al het voorgevallene herinnerde Bovendien had ik het geld v...

57. Part 57

Wij zijn niet voornemens den jongen heer Clavering in zijn schoolleven te volgen; de paden naar den Tempel der Wetenschap werden voor hem gemakkelijker gemaakt dan voor sommigen...

58. Part 58

„Gij zijt een onverbeterlijk vrouwenhater, maar ik geloof, dat gij een hekel aan de schoone sekse hebt omdat gij haar zeer weinig kent,” vervolgde Pen op vrij verwaanden toon. „...

59. Part 59

En bij het einde van de wals – de laatste wals van dien avond – vroeg Blanche hem naar Drummington en wilde weten of het een mooi huis was? Zij had gehoord, dat zijne nichten ze...

60. Part 60

Waarschijnlijk had jufvrouw Blanche Amory meer dan ééne roos in haar bouquet, en waarom zou dat lieve jonge schepseltje niet iets van haar overvloed uitdeelen, en zooveel danser...

61. Part 61

„Hoe vaar je, mijnheer Pendennis?” viel hier eene stem in, afkomstig van een jonkman met eene lange witte jas en eene roode das, waarover een smal, onzindelijk boordje was neerg...

62. Part 62

Om de waarheid te zeggen, Arthur zou, indien hij de stoutmoedigste roué en de listigste Lovelace ware geweest, die zich ooit op het misleiden van een jong meisje toelegde, bezwa...

63. Part 63

De kamer van Bows was integendeel even net als die van zijn medebewoner slordig was. Zijn armoedige kleederen hingen achter een gordijn. Zijne boeken en geschrevene muziek stond...

64. Part 64

„Op mijn woord, mijnheer, gij zijt wel goed, mijne kennissen voor mij te kiezen,” zeide Arthur op hoogen toon, „en te verstaan te geven, dat mijn gezelschap niet zeer wenschelij...

65. Part 65

Helena doorzag oogenblikkelijk deze voorgewende bedenkingen en tegenspraak. „Gij gelooft, dat hij het gedaan heeft,” sprak zij; „gij zult mij niet tegenspreken, dat gij het gelo...

66. Part 66

Bij dit punt van het gesprek kwam mijnheer Bolton de portiersloge binnen, om zijn avondmaaltijd te gebruiken. Bij vaders verschijning werd het onderhoud tusschen moeder en docht...

67. Part 67

De dankbaarheid der weduwe jegens den dokter kende geene of ternauwernood eenige grenzen. De hulpvaardige man lachte om het denkbeeld, dat hij van een letterkundige, of van de w...

68. Part 68

Ofschoon Helena een diepen, diepen zucht slaakte en Laura ook treurig gegriefd was, waren beiden Warrington toch innig dankbaar voor de goede meening, die hij omtrent Arthur koe...

69. Part 69

Het moet een treffend maar melancholisch tafereel zijn geweest, Pen in de verborgenste hoeken van zijn vertrek weemoedig zijne verwoeste schoonheid en de kunstmiddelen, om die v...

70. Part 70

Ditmaal had zij echter geen lust om satiriek te zijn. Zij was, zeide zij, met Lady Rockminster uit rijden geweest in het Park en had wild voor Pen en bloemen voor mama meegebrac...

71. Part 71

Op zekeren helderen Septembermorgen, toen Huxter, na in den Vauxhall een heerlijken nacht met dansen te hebben doorgebracht, zich aan een stalletje in Covent Garden op een kopje...

72. Part 72

Het gantsche gezelschap kon dus vrijelijk het voorgenomen tochtje naar het vasteland aanvaarden, en „Arthur Pendennis, rentier, voyageant avec madame Pendennis et mademoiselle B...

73. Part 73

„Ik ben niet gewoon de brieven van een gentleman achter te houden, noch verd – onbeschaamde vragen te beantwoorden,” riep majoor Pendennis, van ontroering en verontwaardiging be...

74. Part 74

„Wat moesten de gevolgen van een dergelijk huwelijk zijn? Het duurde niet lang, of ik werd gewaar, dat ik met eene boerin getrouwd was. Zij kon geen enkele zaak vatten, die mij...

75. Part 75

„Ik ken hen, omdat zij zoo vriendelijk zijn mij te veroorloven hen mijne boezemvrienden te noemen,” ging Archer voort. „Daar hebt ge den hertog van Hampshire; wat een model van...

76. Part 76

Toen zij den heer Welbore dat nieuws meedeelde, keek hij zoo vreemd op en te gelijk zoo bedenkelijk, dat majoor Pendennis een akelig voorgevoel kreeg. Hij zou eens gaan kijken n...

77. Part 77

Jufvrouw Amory van haar kant was vrij wel met Pen tevreden, zoolang zij niemand beters had. Hoeveel andere jonge dames gelijken haar wel? en hoeveel huwelijken uit liefde houden...

78. Part 78

„Ja, voor den duivel,” zeide hij tegen zijne vrienden in Shepherd’s Inn; „ik zou mijn knecht wegjagen, als ik hem niet twee jaar loon schuldig was, dien schavuit, en ik kan er m...

79. Part 79

De chevalier gebruikte een lekker afscheidsdiner te Blackwall met zijn vriend den kolonel en een paar anderen, die vele toasten op Altamont instelden, op kosten van dien vrijgev...

80. Part 80

„Al betwijfel ik, of ik beter ben dan mijn naaste,” ging Arthur voort, „al erken ik, dat ik niets beter ben, zoo twijfel ik evenzeer of hij beter is dan ik. Ik zie, dat menschen...

81. Part 81

Er stond echter voor den ouden plannenmaker, toen hij al deze dingen overdacht, nog een andere weg open, gelijk zal blijken aan den lezer, die de moeite wil nemen het onderhoud...

82. Part 82

„Hoe maakt ge het, Sir Francis Clavering? Ik moest u noodzakelijk spreken en ben u dus hierheen gevolgd,” antwoordde de majoor, op wiens verschijning de ander een zeer lang gezi...

83. Part 83

Den volgenden dag wandelden zij lachend en snappend, als het vroolijkste paar bekenden dat men zien kon, door het veld. Zij spraken over de dagen hunner jeugd en Blanche was all...

84. Part 84

Jufvrouw Blanche was een beetje jaloersch en gevoelde vrij wat spanning en nieuwsgierigheid ten aanzien van Fanny. Men kan wel aannemen, dat onze held, onder de vele vertrouweli...

85. Part 85

Het diner, dat ter eere van Pen door zijn huurder op Fairoaks gegeven en door de oude mevrouw Stokes, kapitein Glanders, jonker Hobnell en den dominé van Tinckleton met diens vr...

86. Part 86

Bij de twee of drie gelegenheden toen onze jonge vriend Lady Rockminster had ontmoet, was de oude dame, die niet met hem was ingenomen, zeer hoog en kortaf tegen hem geweest, en...

87. Part 87

Slechts een kort oogenblik had zij eenige hoop op Warrington gekoesterd. De bewondering en de eerbied, die zij hem toedroeg, bleven even sterk als ooit bij haar; doch het teeder...

88. Part 88

De arme weduwe had den drank met haar eigen penningen moeten koopen, en daarom gebruikte Morgan er des te rijkelijker van. Juist had hij zijn avondmaal genuttigd en ledigde hij...

89. Part 89

De majoor begon te lachen en zeide: „Wij zullen zien,” en de schuldige knecht herinnerde zich eenige fraaie overhemden met linnen borsten, zekeren rotting met een gouden knop en...

90. Part 90

„Er klopt toch een liefderijk hart in de borst van dien ouden heiden,” zeide Warrington. „Hij stelt nog belang in iemand anders dan zich zelven, ten minste in een ander deel van...

91. Part 91

„Ik bedoel, dat er eene mate van laagheid is, die ik niet kan overschrijden,” gaf Arthur ten antwoord. „Ik kan er geen anderen naam aan geven, al doet het mij leed indien het u...

92. Part 92

De liefste Blanche antwoordde dadelijk op No. 1 van de liefste Laura, dat zij hare zuster met het grootste genoegen zou afwachten. Wat zou dat heerlijk zijn, haar oude duetten n...

93. Part 93

„Ik heb zooveel lofwaardige en brave menschen schipbreuk zien lijden en zooveel kwakzalvers en bedriegers zien slagen, dat gij u vergist, als gij denkt dat ik door mijn eigen ge...

94. Part 94

„Et moi, c’est different. Ik ben reeds vroeg bedorven. Ik kan niet buiten de wereld, niet buiten opwekking leven. Het zou vroeger mogelijk geweest zijn, maar thans is het te laa...

95. Part 95

En binnen traden mijnheer en jufvrouw Samuel Huxter en wierpen zich voor den ouden heer op de knieën. De geknielde kleine Fanny vond genade in zijn oogen. Zij moet toch iets aan...

96. Part 96

Er moesten nog maar weinige, zeer weinige dagen verloopen vóór dien zaligen dag, waarop Foker jufvrouw Blanche de zijne zou kunnen noemen; de inwoners van Clavering waren te hoo...

97. Part 97

En daarbij strekte hij de hand uit om zijn gevangene te grijpen; maar de ander balde zijne vuist en bracht met zijne linkerhand aan Morgan zulk een geweldigen slag op de borst t...