Children's Myths, Fairy Tales, etc.

Andersens Sproken en vertellingen Morgenrood

Misschien is er geen vorm van letterkunde, die in alle kringen der maatschappij zoo zijn invloed doet gelden als het sprookje. Arm en rijk, aanzienlijken en geringen, ontwikkelden en eenvoudigen van geest raken even gemakkelijk onder de bekoring, die er van het sprookje uitgaa...

Chapters

3. Chapter 3

«We moeten eerst eens zien, hoe je je bij de groote manoeuvres zult houden! Gedraag je je slecht, zoodat de generaal je den snavel door de borst stoot, dan hebben de jongens imm...

4. Chapter 4

«Zoo, dat is wat anders!» zei de kleine Klaas en deed de kist open. De koster kroop er gauw uit, stiet de leege kist in het water en ging naar zijn huis, waar de kleine Klaas ee...

5. Chapter 5

De bruiloft werd bepaald en de geheele stad den avond te voren geïllumineerd. Beschuit en krakelingen werden er onder het volk uitgestrooid; de straatjongens stonden op hun teen...

7. Chapter 7

«Wel zeker. Hij kwam op zekeren morgen in zijn tuin en zag een groote brandnetel staan, die met haar bladeren aan een mooien, rooden anjelier allerlei wenken gaf. Zij zeide: «Je...

1. Chapter 1

Misschien is er geen vorm van letterkunde, die in alle kringen der maatschappij zoo zijn invloed doet gelden als het sprookje. Arm en rijk, aanzienlijken en geringen, ontwikkeld...

19. Chapter 19

Den volgenden morgen ging de geleerde man uit, om koffie te drinken en kranten te lezen. «Wat is dat?» zei hij toen hij in den zonneschijn kwam. «Ik heb geen schim meer! Dus is...

17. Chapter 17

De fee glimlachte en bracht hem in een groote, hooge zaal, wier muren doorzichtig schenen te zijn. Hier waren portretten, waarvan het eene gezicht nog mooier was dan het andere....

24. Chapter 24

«Toch moeten wij van elkaar scheiden!» zei de jonkman. «Je broer mag ons niet lijden, daarom zendt hij mij met een boodschap ver over bergen en zeeën heen. Vaarwel, mijn lieve b...

12. Chapter 12

«Het is ongeloofelijk, hoeveel oudere menschen er zijn, die mij zoo heel graag zouden willen hebben,» zeide Ole Luk-Oie. «Dat zijn inzonderheid diegenen, die het een of ander kw...

11. Chapter 11

Nu daalde zij echter, maar op een geheel andere wijze dan het konijntje; de flesch maakte buitelingen in de lucht, zij voelde zich zoo jeugdig, zonder eenige band; zij was nog h...

15. Chapter 15

Buiten op het land, dicht aan den weg, stond een aardig huisje. Ge hebt het zeker zelf wel eens gezien. Daarvoor is een kleine tuin met bloemen en een heining, die geverfd is; d...

6. Chapter 6

Daarop zetten zij den soldaat in de koets van den koning, en de drie honden dansten voorop en riepen: «Hoera!» En de jongens floten op hun vingers, en de soldaten presenteerden...

23. Chapter 23

Stil baden wij alle drie; daarop vroeg zij ons: «Wilt gij vrienden zijn in leven en dood?»--«Ja!» antwoordden wij.--«Wilt ge u, wat er ook moge gebeuren, dit herinneren: mijn br...

16. Chapter 16

Er stond ergens een oud huis; het was in de groote stad met haar druk en levendig verkeer. Het had kamers en zalen; maar deze betreden wij niet; wij blijven in de keuken, en daa...

9. Chapter 9

«Dat gaat goed zoo, dat is het allerbeste!» zei de boom; «nu houden mij geen banden meer terug! Ik kan nu opvliegen naar het allerhoogste licht en den allerhoogsten glans! En al...

14. Chapter 14

Toen de zon zou ondergaan, zag Elize elf witte zwanen met gouden kronen op hun koppen naar het land toe komen; zij vlogen vlak achter elkaar, zoodat ze een lang wit lint schenen...

33. Chapter 33

«Het klinkt precies als glazen klokjes!» zei de kamerheer. «En kijk dat kleine keeltje eens, hoe het op en neer gaat! Het is zonderling, dat wij hem vroeger nooit gehoord hebben...

13. Chapter 13

«Laat mij hem eens zien!» zei de jonge man, glimlachte en schudde daarop het hoofd. «Die kan het toch wel niet zijn; maar hij doet mij denken aan een geschiedenis met een tinnen...

28. Chapter 28

De zoon van den tuinman en een vriendinnetje van dezen waren bij den mesthoop gekomen, hadden den mestkever gezien en wilden nu een grapje met hem hebben. Eerst werd hij in een...

2. Chapter 2

't Was een brave, oude straatlantaarn, die vele, vele jaren achtereen dienst gedaan had, maar nu voor den post, dien zij zoo lang bekleed had, ongeschikt geacht werd. De laatste...

18. Chapter 18

«Nu kan ik zien, dat het Zondag is,» zei de man en gaf zijn vrouw een kus. Zij gingen zitten, lazen in het gezangboek en legden hun handen in elkaar; de zon bescheen de frissche...

10. Chapter 10

En het was een werkelijke ster aan den hemel, die vlak op hen neer scheen, alsof zij hun den weg wilde wijzen. En zij klauterden en kropen; een ellendige weg was het, oneindig h...

8. Chapter 8

«Neem jelui je maar voor de trommelstokken in acht!» zei Peter; en hoe klein hij ook was, toch snelde hij moedig op hen los en sloeg met zijn vuist den eerste den beste voor het...

32. Chapter 32

«Mij ook niet!» zei de kamerkat, «doch ik zal het mij maar niet aantrekken! Babette kan zich immers met dien roodbaard verloven! Maar die is hier ook niet meer geweest, sedert h...

20. Chapter 20

Het lied is nog volstrekt niet uit! Nu begint het eigenlijk eerst recht! Dat is werkelijk zonderling! Al moge ik ook iets geleden hebben, er is toch ook iets van mij geworden! I...

31. Chapter 31

De vijf lange ladders, die tot aan het nest reikten en loodrecht tegen den rotswand aanstonden, schenen een waggelend riet te zijn, en nu kwam het gevaarlijkste werk nog aan; er...

22. Chapter 22

Het metalen varken lag onbeweeglijk, en het frissche water vloeide hem uit den snuit. De knaap zat schrijlings op hem, daar werd er aan zijn kleeren getrokken; hij keek op: Bell...

27. Chapter 27

«Daar in die nauwe straat, in dien lagen kelder woonde eens een arme knaap; van zijn kindsheid af was hij altijd bedlegerig geweest; als hij het gezondst was, kon hij het kleine...

25. Chapter 25

Uit alle tijden, uit alle landen stralen deze lichtbeelden ons tegen, elk wel is waar slechts voor eenige oogenblikken, maar toch als een geheel leven, een levenstijd met zijn s...

29. Chapter 29

Het ging maar steeds bergopwaarts; de gletscher zelf liep in de hoogte als een stroom van woest opeengestapelde ijsmassa's, die tusschen steile rotsen vastgeklemd zaten. Rudy da...

34. Chapter 34

«Bom!» daar werd een oude pot tegen de voordeur van den buurman geworpen. «Piefpafpoef!» daar knalde een pistool; men begroette het nieuwe jaar! Het was oudejaarsavond! Nu sloeg...

30. Chapter 30

Hij liep weer langs den weg voort, waar hij als een kleine jongen met de andere kinderen gestaan en gesneden huisjes verkocht had. Daar boven, achter de dennen, stond het huis v...

26. Chapter 26

«Schoonheid is toch iets hoogers!» zei de appeltak. «Slechts de uitverkorenen komen in het rijk van het schoone! Er bestaat een onderscheid tusschen de verschillende planten, ev...

21. Chapter 21

De oude torenklok had men ondertusschen bijna vergeten; dat zij nog eenmaal naar den smeltoven zou moeten gaan, was vooruit te zien, en wat zou er dan wel van haar worden?--Ja,...

35. Chapter 35

En de toovenaar, die geen naam had, keek door het vergrootglas. Het zag er daarin werkelijk uit als een stad, waarin al de menschen zonder kleeren rondliepen! Het was afgrijseli...