Category: Novels

De ontredderden. Eerste bundel. I en II.

Een mensch gaat te gronde door eigen moedwil of door alles wat men eertijds het noodlot noemde, een sloopende ziekte, de omstandigheden die machtiger zijn dan zijn wil, ofwel door de tergende teruggang van het geslacht dat hem zelf 't slechte blòed ingaf. Deze en nog zooveel a...

Chapters

10. Part 10

Waarom had ze niet liever om 'n drie gulden gevraagd... dan kon ze teminste uit de voeten... D'r man op een betere weg brengen, och lievehemel, hoe liet ze zich daarmee afscheep...

9. Part 9

Het drupje water, voor een paar kopjes, zong al ruisend in de ketel, en nu bedacht ze ineens, dat hij door dit gestoom wakker zou kunnen worden. De angst grijnsde haar al weer a...

2. Part 2

Het druk-woelige, het jagen en stuwen van de groote stratenstad, het rijden en rossen der wagens, het geschreeuw van voerlui en 't gerammel van handwagens, de volte en drukte wa...

5. Part 5

Ze telde haar geld, om te zien of ze nog wat over had. Ja, 't kon nog net, ze pakte een half pond Leidsche kaas, en opnieuw sappelden ze maar rond. Ze werden opzij gedrongen, dr...

11. Part 11

Maar lang hield die opgezwiepte moed niet aan. De kille kamer, zóó zonder vuur, strak en stug in de stilte van het vreemd-aandoende vroege zondagsuur, joeg hem schrik aan. Het z...

8. Part 8

Ze moest lieviger, aanhaliger tegen hem zijn, èn dàt kon ze niet, de afkeer was sterker dan haar beste wil. Goed wou ze voor hem zijn, behoorlijk-goed zonder omslag, en niet mee...

6. Part 6

Baller, klein zwart mannetje, om 't geel en tanig gezichtsvel een verwaarloosd, vlokkig baardkransje, de oogen verzwakt, de knokig-harde handen in stugge stutting onder het land...

3. Part 3

Zoo dwaalde ze rond, tot ze vanzelf meer vertrouwd raakte met al wat zich in die gemeene straat bevond. Ze gaf het nog niet op en zocht en speurde naar een huis, waarvoor geen w...

12. Part 12

De vrieskoû snerpte venijnig op hem in, hij voelde die koû niet, voelde niet zijn leege maag, voelde niets, hij zag enkel haar harde blikken, die in de dood nog zoo verstrakten....

1. Part 1

Een mensch gaat te gronde door eigen moedwil of door alles wat men eertijds het noodlot noemde, een sloopende ziekte, de omstandigheden die machtiger zijn dan zijn wil, ofwel do...

4. Part 4

Dof-zwaar stond hij te lodder-kijken met uitpuilende oogen, en die oogen dwaalden doelloos rond alsof ze niet van hem waren. Verdwaasd keek hij zonder dat hij wist waarom naar d...

7. Part 7

--Daar hei je zeker twee uur voor noodig, om die affertensie op te scharrele... of ik dat niet ken... van zes uur zit-d-ie d'er al... hà, hà, hà, treiterlachte ze.

13. Part 13

Een zuster stevende stemmig aan. 't Verwonderde hem aldoor, dat niemand aan zijn bed zat, dat hij niemand om hem zag, terwijl hij zich zoo geducht had moeten weren. Toch vond hi...