Category: Teaching & Education

Gids bij de studie der Nederlandsche letterkunde Voor leerlingen der gymnasia, H. B. scholen en studeerenden voor de hoofdacte

b. "Wat hòòg steeg, zal te làger zinken!" (vers 74) zegt Jaromir van de klokken en nu laat Staring dezen vloek letterlijk in vervulling gaan. Vooral 't "lager zinken" van de klepels, juist op "den platgeschoren bol" van den pater, is zeer komisch.

Chapters

13. d. In alles wil hij uitblinken en vandaar dat hij één kwetsbare plek

heeft: hij is geen krachtig, forsch gebouwd man en in dat opzicht verre de mindere van de meeste zijner kennissen. Maar toch zal niemand het wagen Meerwoude te beleedigen. Reino...

5. d. Een voorbereider van betere tijden, doordat hij zijn eigen tijd

e. Hij bedriegt zichzelf; is derhalve niet iemand, die geheel verantwoordelijk is voor het verkeerde dat hij doet; er is geen opzet in 't spel. Zijn handelingen zijn niet goed,...

12. c. Een paar bladzijden verder (133) zegt Jonathan: "zoowel als ik er

d. Op blz. 135 wordt de vergelijking tusschen het nu en 't vroeger verder uitgewerkt. "Hoe kan mij het onderscheid tusschen het hoofd en den man treffen! Dat gladde voorhoofdje,...

10. d. Met den graaf zeilt hij mee naar Friesland, weet zooals we reeds

zagen zijn tegenstander eenigszins te ontmoedigen door hem aan de voorspelling van Reinout van Gelder te herinneren, maar als bij toeval weet hij zich gedurende den storm te ver...

11. c. Zelfs hooge geestelijken blijken weinig eerbied voor de Kerk te

hebben. Bisschop Filips zegt: "Ik heb Rome gezien" en juist daardoor beseft hij dat er veel ketterij moet zijn. Een hoogstaand man als Boudewijn van Heerde gruwt van de domme, o...

4. c. Dat de zeegod Proteus alleen tot profeteeren was te dwingen,

Behalve uit het gedicht zelf, blijkt het vooral uit de veranderingen, die Staring later zelf heeft aangebracht. (In de uitgave der Zwolsche Herdrukken staan de varianten aan den...

7. d. De beleediging den Friezen en vooral Adeelen aangedaan door Madzy

f. Seerp kondigt den graaf zijn aanstaand huwelijk met Madzy Dekama aan, juist op het oogenblik dat Willem tijding gekregen heeft van moeilijkheden in Utrecht en dus in een opge...

3. d. De zingende kapelaan, die rondzwerft gevolgd door een troepje

Nooit is zijn verhaal gerekt, alles is even bondig. "Staring herhaalt nooit", zei eens Potgieter en stelde hem daarom aan jonge dichters ten voorbeeld. Staring zelf had in dezen...

8. d. Hij heeft de twisten in Friesland bijgelegd, in 't bizonder die

[Arkels invloed.] Arkel, de bisschop van Utrecht, is iedereen te slim af, zelfs vader Syard. Graaf Willem trachtte in hem een geschikt werktuig te vinden, maar blijkt zich geduc...

2. c. De echt leuke uitdrukking: "Wie scherp van oor is, hoort ze brommen

1. c. De invalide, die nergens bang voor is, strijkt voor hij de kamer

b. "Wat hòòg steeg, zal te làger zinken!" (vers 74) zegt Jaromir van de klokken en nu laat Staring dezen vloek letterlijk in vervulling gaan. Vooral 't "lager zinken" van de kle...

6. c. De aanspraak van de afgevaardigden tot den graaf, waarin ze hem

niet als hun heer erkennen. Willem heeft juist den hertogstitel geweigerd, hij gevoelt zich almachtig en nu die weigering van den kant der Friezen! Adeelen is 't weer, die den g...

9. c. Hij benadeelt den graaf door een opstand in Utrecht te verwekken en

strijdt als onbekend ridder mee tegen de Hollanders. Als eindelijk de burgers zich moeten overgeven, is hij als bisschop reeds aangekomen in 't leger van Willem IV, zoodat hij d...