c. De invalide, die nergens bang voor is, strijkt voor hij de kamer
binnengaat, zelfbewust zijn knevels op, maar zoodra hij bij de twee hoeven nog een kwispelenden staart ziet, "rijst zijn kuif zonder strijken!"
Uit Jaromir te Lochem.
a. De komische figuur van den hoogmoedigen priester, zijn deftig uiterlijk, zijn zelfbewust optreden en dan vooral de overdrijving in de voorstelling van 't bedrevene (vers 57-59).
b. "Wat hòòg steeg, zal te làger zinken!" (vers 74) zegt Jaromir van de klokken en nu laat Staring dezen vloek letterlijk in vervulling gaan. Vooral 't "lager zinken" van de klepels, juist op "den platgeschoren bol" van den pater, is zeer komisch.