Category: Novels

De Ellendigen (Deel 3 van 5)

Vereenig deze twee denkbeelden, die het eene een vuurhaard, het andere het morgenrood bevatten, breng deze twee vonken in aanraking; Parijs, de kindsheid, en er ontstaat een klein wezen. Homuncio zou Plautus zeggen.

Chapters

20. Part 20

Hetzij toevallig, hetzij dat de heer Leblanc een opwelling van ongerustheid gevoelde, hij wendde zijn blik weder, terwijl hij de schilderij bezag, naar den achtergrond der kamer...

18. Part 18

Jondrette was blijkbaar juist binnengekomen. Hij hijgde nog van de buitenlucht. Zijn dochters zaten op den grond bij den schoorsteen; de oudste verbond de hand der jongste. De v...

16. Part 16

"Mijn God! mijn zuster en ik hebben overal gezocht. Hebt gij 't gevonden? Op den boulevard, niet waar? Ja, 't moet op den boulevard zijn. Weet ge, 't is ons ontvallen, toen wij...

13. Part 13

Aan het Luxemburg gekomen wandelde Marius om den vijver en beschouwde de zwanen; toen bleef hij lang nadenkend voor een beeld staan, welks gelaat zwart verweerd was en waaraan e...

17. Part 17

De oudste dochter wreef met een achtelooze houding het slijk van den rand harer mantille; de jongste dochter snikte nog steeds; de moeder had het hoofd van 't kind in beide hand...

21. Part 21

Een reuzengevecht was ontstaan. Met een vuistslag tegen de borst had de heer Leblanc den oude in het midden der kamer doen rollen, daarop met twee slagen twee andere aanvallers...

19. Part 19

Haastig naderde Marius het huis No. 50--52. Hij ging op de teenen naar boven en sloop langs den gangmuur naar zijn kamer. Men herinnere zich, dat deze gang aan beide zijden kame...

11. Part 11

Wij moeten echter zeggen, dat Marius het hart zijns grootvaders miskende. Hij verbeeldde zich dat Gillenormand hem nooit bemind had, en dat deze goede man, zoo kort van stof en...

5. Part 5

Van de priesters vond men er den abt Halma, denzelfden die tot den heer Larose, zijn medearbeider aan la Foudre zeide: Wel! wie is er geen vijftiger! misschien een paar melkmuil...

6. Part 6

De oude kerkmeester sloeg de handen ineen en riep: "Zijt ge zijn zoon! Inderdaad, dat kind moet nu een man zijn. Voorwaar, arme zoon, gij kunt zeggen, dat ge een vader hadt, die...

12. Part 12

"Ziedaar," sprak hij tot de oude vrouw, "hier hebt ge vijfentwintig francs. Betaal de huur voor die arme lieden en geef hun vijf francs, maar zeg niet dat het van mij komt."

9. Part 9

"En ik verheugd. Ik was op 't punt advocaat te worden. Die schrapping nu redt mij. Ik zie af van de overwinningen der balie. Ik zal de weduwe niet verdedigen en den wees niet be...

15. Part 15

Eens had hij een ontmoeting, die een zonderlingen indruk op hem maakte. In een der kleine straten in de nabijheid van den boulevard der Invaliden had hij iemand als een arbeider...

10. Part 10

"God beware mij, dat ik Frankrijk zou willen verkleinen! Maar men verkleint het niet, door het met Napoleon samen te smelten. Welaan, laat ons spreken. Ik ben een nieuweling ond...

7. Part 7

Want met het hoofd in de handen lag Marius daar voorover in het gras bij een graf. Daar had hij zijn bloemen ontbladerd. Aan het boveneinde van den grafheuvel stond op een zwart...

8. Part 8

Jean Prouvaire was van nog zachter aard dan Combeferre. Hij noemde zich Jehan uit een zekere vluchtige grilligheid, welke zich aan de machtige en diepe beweging paarde, waaruit...

3. Part 3

Hij woonde in het Marais, in de straat des filles du Calvaire No. 6. Het huis behoorde hem. Dit huis is sedert afgebroken en herbouwd, en het nummer ervan waarschijnlijk in de o...

1. Part 1

Vereenig deze twee denkbeelden, die het eene een vuurhaard, het andere het morgenrood bevatten, breng deze twee vonken in aanraking; Parijs, de kindsheid, en er ontstaat een kle...

2. Part 2

In Molière was iets van den straatjongen; ook in Beaumarchais. In het leven des straatjongens is iets van den Gallischen geest. Deze, gepaard aan zijn gezond verstand, geeft hem...

14. Part 14

Den volgenden dag,--want hij leefde van den eenen dag op den anderen, er was om zoo te spreken voor hem geen heden meer--den volgenden dag vond hij niemand in het Luxemburg; hij...

22. Part 22

"Ge zijt ellendigen, ofschoon mijn leven niet der moeite waard is het zoo te verdedigen. Zoo ge echter meent, dat ge mij zult doen spreken, doen schrijven, wat ik niet zeggen, w...

4. Part 4

De graaf de Lamothe, die in 1815 een vijf-en-zeventigjarige grijsaard was, had niets bijzonders dan zijn zwijgende, peinzende houding, zijn koel, hoekig gezicht, zijn uitnemend...