Vlaamsch Belgie sedert 1830 Eerste Deel
Chapter 4
Halverwege tusschen Leuven en Antwerpen ligt Mechelen aan de Dijle. In de Middeleeuwen telde deze stad 12,000 lakenwevers, en voorzag de Nederlanden met haar voorwerpen van metaal en met haar klokken; haar goudlederen behangsels waren heinde en ver bekend en haar kanten zijn nog overal beroemd. Mechelen telt heden 56,000 inw. Het is de zetel van het rijksarsenaal voor den bouw en de herstelling van het materieel der spoorwegen; zijn meubelfabrieken, tapijten en gobelins, zijn mis- en kerkboeken worden veel gevraagd. Tijdens Margareta van Oostenrijk en Karel V, en later in de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw heeft Mechelen een belangrijke rol gespeeld. Sedert Filips II is het de zetel van den aartsbisschop, primaat van Belgie. Behalve nog een groot getal mooie huizen, bezit de stad in haar St.-Rombouts-kathedraal, een der schoonste en rijkste kerken. Haar zware toren, niet ongelijk aan een gebeitelde granietrots, is het werk van den beroemden bouwmeester _Rombout Keldermans_. Begonnen in 1452, bereikte hij zijn tegenwoordige hoogte (97m30) in 1515; hij bevat een der welluidendste beiaarden van 't land. Onder de vele groote mannen, die Mechelen heeft voortgebracht, noemen we slechts _Rembert Dodoens_, den beroemden kruidkundige, die tijdens de 16e eeuw de wijk naar Holland moest nemen.
[Figuur: St-Romboutskerk te Mechelen]
Noord-oostelijk van Mechelen ligt Lier (22,300 inw.) aan den samenvloed der beide Neten. In de IXe eeuw werd zij door de Noormannen geplunderd en verwoest. Zij bezit een der prachtigste kapittelkerken van Belgie met een keurig gebeiteld doksaal. Het is de geboorteplaats van den Nederlandschen schrijver _Anton Bergmann_ en van kanunnik _J. B. David_, professor te Leuven.
Te midden der Kempen ligt Turnhout (20,600 inw.) met fabrieken van linnen, meubelpapier en speelkaarten, kantwerk en andere nijverheden. In 1789 overwonnen er de Brabantsche patriotten, onder generaal Van der Meersch, het Oostenrijksche leger.
Langs de spoorlijn Leuven-Brussel zijn we thans de prachtige hoofdstad van Belgie, den zetel van 's lands regeering, genaderd.
Brussel telt 184,000 inw., met haar mooie voorsteden _Laken_(koninklijke verblijfplaats), _Schaarbeek, St.-Joost-ten-Oode, Etterbeek, Elsene, St.-Gillis, Anderlecht, St.-Jans-Molenbeek_ en _Ukkel_ meer dan een half millioen. Gelegen deels in de Vlaamsche laagvlakte, deels nabij het opklimmende heuvelland, het Waalsche gewest, is zij in meer dan een opzicht het echte centrum des lands. In de nieuw gebouwde bovenstad met het heerlijk park, haar vorstelijke woningen en paleizen, spreidt zich rijkdom en weelde ten toon: daar heerscht de Fransche taal. In de benedenstad, het oudere Vlaamsche deel, tevens het middelpunt van arbeid en nijverheid, spreekt het volk vrij algemeen Vlaamsch. Nog onder de Oostenrijksche regeering, op het einde der XVIIIe eeuw, werden meestal de akten te Brussel in het Vlaamsch opgesteld.
Het valt niet te loochenen, dat de gegoede burger van Brussel, evenals die van andere Vlaamsche steden meer en meer verfranscht is; de hoogere standen en de adel waren het sinds geruimen tijd; doch van den anderen kant is het Nederlandsche stambewustzijn bij een groot deel der bevolking levendiger geworden, en is het Vlaamsch in kracht, samenhang en waardigheid vooruitgegaan.
[Figuur: Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier]
[Figuur: Stadhuis te Brussel]
Door haar aangename ligging, door haar inrichtingen op allerlei gebied, haar kunstschatten en nijverheid is zij een der schoonste hoofdsteden der wereld. Bij het binnenkomen valt onmiddellijk de mooi gelegen Kruidtuin in het oog; verder op, in het midden der Koningstraat, heeft men de hooge Congreskolom, waar een heerlijk panorama van de geheele benedenstad zich ontrolt. Onuitwischbaar is de indruk van dit prachtig tafereel met de grootsche Goedelekerk en den slanken St.-Michielstoren van 't stadhuis. Langsheen de Wetstraat zijn de Ministeries en de Wetgevende Kamers, alsook de Warande of het Park met zijn herinneringen aan 1830; aan de overzijde staat het Koninklijk Paleis, het ruiterstandbeeld van Godfried van Bouillon, den held van den eersten kruistocht; links de Rijksbibliotheek met 250,000 boekdeelen en 23,000 kostbare handschriften; daarnaast het algemeen Staatsarchief en het prachtig Museum van moderne schilderstukken. Het Museum van natuurlijke historie met zijn gevulde zalen van allerlei voorwerpen uit het steenen en bronzen tijdperk, en zijn reusachtige geraamten van voorhistorische dieren, bevindt zich thans in een ander lokaal in de nabijheid van het Wiertz-museum. In de monumentale Regentiestraat heeft men op het einde een verrukkelijk gezicht op het Justitiepaleis, dat als een reusachtige Babylonische godentempel in volle majesteit omhoogrijst. Behalve het paleis van den graaf van Vlaanderen treft men langs den overkant een ander aan, waar de schatten onzer oude schilderschool, meer dan 400 doeken, bewaard en bewonderd worden. Verder komt men aan den Kleinen Zavel met zijn schoone herstelde Gothische kerk, en in den daaroverliggenden tuin de martelaarsgroep van Egmond en Hoorn. Op het kunstig gesmeed hek, dat den tuin omringt, staan op granietkolommen de 48 verschillende neringen der XVIe eeuw door bronzen figuren afgebeeld, terwijl rondom de hoofdgroep in nissen van levend groen, tien marmeren standbeelden zijn geschaard, voorstellende even zooveel beroemde mannen uit die merkwaardige eeuw, waaronder Willem den Zwijger en Marnix van St.-Aldegonde. Daarnaast bevindt zich 't Muziekconservatorium; hoogerop het vermelde Justitiepaleis van den bouwmeester _Poelaert_, dat door zijn grootsche afmetingen een machtigen indruk teweegbrengt, evenals het verrukkelijk uitzicht op de benedenstad, die thans onze belangstelling wekt. Wat het eerst in het oog valt is de statige Goedelekerk, een weinig verder de Groote Markt, de rijkste en schoonste van Noord-Europa. Met haar keurig Stadhuis en zijn edelen slanken toren, ter hoogte van 96m63, de nieuw herbouwde broodhalle of Broodhuis naar het oorspronkelijk plan van 1515, en zijn krans van rijk versierde gildehuizen van omstreeks 1700, dwingt zij elken vreemden bezoeker tot bewondering. Het is majesteit, bevalligheid en weelde. _Busken Huet_[20] noemt het "breed kantwerk, goudsmederij, een zonnestraal op den weg der bouwkunst". Onder de moderne gebouwen der benedenstad vermelden wij verder de Beurs, het Postkantoor, de Anspach-fontein, benevens de heerlijke boulevards met de rijke hotels en magazijnen, een uitstalling van 't kostbaarste en 't meesterlijkste der nijverheid, al de verleiding van kunst en verfijnde weelde, die verbluft en verrukt.
[Figuur: Paleis van Justitie te Brussel]
Ten zuiden der hoofdstad in de richting van Henegouwen ontmoet men de kleine stad Halle (12,000 inw.), een druk bezochte bedevaartplaats, en dicht bij de taalgrens, aan de Romeinsche heirbaan van Bavaai naar Atrecht, Edingen _(Enghien)_, in de buurt van een der schoonste parken van Europa.
Volgt men van hier met het spoor nagenoeg den loop van den Dender, tot aan zijn monding in de Schelde, dan ontmoet men langs dien weg de steden Geeraardsbergen (12,000 inw.), Ninove (7,500 inw.), Aalst (30,000 inw.), met grooten handel in hoppe, vlas en koolzaad, met fabrieken van linnen, katoenen, wollen en zijden weefsels. In de prachtig onvoltooide St.-Maartenskerk te Aalst met een schoon doksaal en een meesterlijke schilderij van Rubens, is het graf van _Dirk Martens_, die in 1473 het eerst de boekdrukkunst in Belgie bracht. Hij was een der geleerdste mannen van zijn tijd.
Dendermonde (10,600 inw.). De collegiale kerk bevat merkwaardige schilderijen en beeldhouwwerken van groote meesters. Het is de geboorteplaats van den beroemden toonkundige _Jan Ockegem_(*1430) en van de Vlaamsche dichters _Prudens van Duyse_, die er zijn bronzen standbeeld heeft, en _Em. Hiel_.
[Figuur: Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent]
Gent (163,000 inw., met zijn voorsteden meer dan 200,000). Hoe verschillend moet de indruk zijn, dien de reiziger ondervindt, als hij voor het eerst hier binnenkomt en een moderne stad meent te zien. Nog is hij de Vlaanderenstraat niet door, of de illusie verdwijnt bij het zicht van een reeks oude gebouwen, waarin zich de luister dier trotsche stad van weleer zoo duidelijk afspiegelt. Het eerste gebouw, dat ons treft, is het Geeraard-duivelsteen (13e eeuw), daarnaast de statige kathedraal van St.-Baafs met haar hoogen toren, de oude Lakenhalle met het nog oudere Belfort, welks zware klokken bij feestgetij hun machtige tonen doen hooren. Die trouwe wachter en die bronzen stem onzer aloude gemeentevrijheden behooren onafscheidelijk bij elkaar. Geen dertig meter verder verrijst het prachtige stadhuis, dat uit twee ongelijke deelen bestaat: de jongste gevel in Renaissancestijl der 17e eeuw, de oudere in Gothiek naar het plan van _Domien De Waghemackere_ en _Rombout Keldermans_(1481-1517). Moest het opgebouwd en voltrokken zijn, het zou nergens zijn weerga hebben. Ook de oude Romaansch-Gothische kerken van St.-Nikolaas en St.-Jakobs staan in de onmiddellijke nabijheid. Plaats u slechts vijftig meter verder met het zicht op de schilderachtige Graslei, vroeger de stapelplaats voor de granen van Artois, rechts hebt ge de grauwe massa der St.-Michielskerk, voor u het nieuwe Gothische postkantoor met zijn drie torens, waarboven in de blauwe lucht de klokketoren der St.-Nikolaaskerk en de spits met vergulden draak van het Belfort zich afteekenen; bemerk die rij van oude gebouwen, het "vrije Schippershuis", een der fraaiste Gothische woningen der XVe eeuw, het oude Stapelhuis der XIIIe eeuw in Romaanschen bouwtrant; links, waar de Lieve zich met de Lei vereenigt, den ouden slottoren van 't Gravensteen, en zeg, of het mogelijk is zich een tafereel voor te stellen, zoo keurig en rijk, zoo schilderachtig door samenvoeging van vormen en lijnen, en dit alles op een betrekkelijk kleine ruimte, in het centrum der stad? Doch 't is vooral de St-Baafskerk, die den kunstminnenden reiziger in zoo hooge mate aantrekt. Reeds bij het binnenkomen is de indruk overweldigend. Haar verheven hoogaltaar, dat bijna tot aan het gewelf reikt, het weidsche koor met zijn marmeren praalgraven, de talrijke kapellen met de kostbare gedreven koperen deuren, ieder van deze is op zich zelve een kunstheiligdom. In de eene bewondert men het meesterstuk van _Hubert_ en _Jan van Eyck_ "de Aanbidding van 't Lam Gods" (1411-1432), zoo verheven en dichterlijk van opvatting, zoo volmaakt van samenstelling en techniek, zoo rijk van koloriet; in de andere een der heerlijkste doeken van _Rubens_ "de aanvaarding van den H. Bavo in 't klooster"; in den middelbeuk den zeldzamen schoonen predikstoel van _Laurens Delvaux_ (18e eeuw); aan den ingang links de doopvont, waarin Karel V in 1500 werd gedoopt, en meer andere gewrochten van onschatbare waarde. Wie van karakter en oorspronkelijkheid houdt, begeve zich naar Gent, het Venetie van 't Noorden, door zijn rivieren (Lei en Schelde, Lieve en Moere) en vaarten in verscheidene eilanden verdeeld, die door 65 bruggen met elkander gemeenschap hebben.
[Figuur: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods]
Vervolgen wij onzen weg tot op de Veerleplaats, waar de trotsche oude burcht met zijn hoogen slottoren en versterkten ringmuur uit de wateren omhoogrijst. Dit bewonderenswaardig specimen van militaire bouwkunst, waarvan de onderbouw wellicht opklimt tot de IXe eeuw en waarschijnlijk als sterkte diende tegen de Noormannen, werd door Filips van den Elzas in 1180 vergroot en opgebouwd. Dit slot, dat den geest terugvoert naar overoude tijden, zou een lange geschiedenis kunnen verhalen van Vlaanderens strijd en wee, evenals de Vrijdagmarkt, het forum der oude Gentenaars, waar het standbeeld prijkt van hun grooten burger uit het roemrijk tijdvak van de gemeenten der XIVe eeuw, _Jacob van Artevelde_.
[Figuur: Predikstoel van St-Baafskerk te Gent]
Hoeveel vaderlandsche helden en groote mannen zijn hier niet geboren, ook de machtige Keizer Karel V, die zijn geboorteplaats zoo vreeselijk kastijdde.
[Figuur: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van de zeven bovenpaneelen)]
[Figuur: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (hoofdpaneel)]
De liefhebber van oudheden vindt hier nog zooveel dat zijn weetgierigheid bevredigen kan, vooral de indrukwekkende bouwvallen der aloude St.-Baafsabdij, gesticht in de VIIe eeuw, tijdgenoote van St-Amand, die in 636 hier het evangelie kwam prediken, en herbouwd in de IXe.
[Figuur: Het Stadhuis te Oudenaarde]
Door twee belangrijke kanalen is Gent in gemeenschap met de zee: door de vaart van Brugge en Oostende en door die van Terneuzen, welke, gegraven op last van koning Willem I (1825), thans verbreed en verdiept, een der schoonste kanalen van Europa is geworden.
Door zijn inrichtingen van onderwijs op elk gebied en van elken graad, door zijn hoogeschool in 1817 door Willem I gesticht, door zijn museums en kostbare bibliotheek, door zijn aanzienlijke fabrieken van metaal, linnen en katoen, door zijn tuinbouw en bloementeelt, die thans de eerste plaats in de wereld bekleedt, heeft Gent, ondanks al de uitgestane rampen, zich allengs weten op te richten, dank zij de levenskracht van dat taaie ras, dat in onze dagen zich nog altoos kloek, even vrijzinnig en gevoelig toont voor al wat schoon is en groot, even flink en nijverig als zijn Vaderen van voorheen.
Met dit bemoedigend beeld voor oogen, begeven we ons naar Oudenaarde (7,000 inw.), mede een der oudste en heldhaftigste steden van 't land. Haar rang, evenals haar vermaarde nijverheid van tapijten en gobelins, die in de 15e en 16e eeuw tot 14,000 personen bezighield en voor welke de grootste kunstenaars de modellen en teekeningen leverden, heeft ze laten verloren gaan. Lodewijk XIII gelastte _Filips Robijns_ van Oudenaarde de beroemde manufacturen der Gobelins naar Parijs over te brengen en de werkhuizen van Beauvais in te richten.
Haar muren hebben aan menige bestorming kloeken weerstand geboden. De gebouwen, die ze heeft bewaard, getuigen van haar vroegere welvaart: het Stadhuis, dat pronkjuweel van een uit steen gebeiteld kantwerk met zijn torentinne in vorm van kroon (1525-1537), is het werk van den Brusselaar _Hendrik van Pede_, en moet in schoonheid voor dat van Leuven niet onderdoen. Gelukkig heeft het van de woede der beeldstormers niet te lijden gehad. Het innerlijke bevat een paar mooie schoorsteenen en een prachtige hoofddeur, een meesterstuk der zestiende-eeuwsche Renaissance. Verder heeft men het statig koor van de oude St.-Walburgis-kerk, den Romaanschen tempel van O.-L.-Vrouw van Pamele met zijn edelen vorm en eerwaardig voorkomen.
Oudenaarde is de geboorteplaats van _Margareta van Parma_, de beroemde landvoogdes der Nederlanden (1560-1567), van den vermaarden schilder _Adriaan Brouwer_(1608-1640) en van andere befaamde personen.
Voorbij de stad begint een heuvelachtige streek, een der schoonste van Belgie, met zachte hellingen, vriendelijke valleien en boschrijke hoogten, die Vlaanderen van Henegouwen scheiden en ook de taalgrens vormen tusschen de beide stammen. De hoogste punten der provincie zijn: de Kluisberg (150 M.), in de omgeving van Ronse, de Muziekberg (150 M.), waaraan de legende van Daneelken, den Vlaamschen Tannhaeuser, is verbonden, en de Hootond (180 M.). Richt men van een dier hoogten den blik in het ronde, dan kan men moeielijk een uitroep van bewondering weerhouden. Diep, verreweg kronkelt de Schelde als een zilveren streep door de heerlijke landerijen, terwijl naar het zuiden het oog rust op de zachte omtrekken van den Drievuldigheidsberg, die als een baak de plaats aanwijst, waar de Waalsche stad Doornik met de meest indrukwekkende hoofdkerk en haar vijf Romaansche torens zich verheft.
Ronse (20,000 inw.) was reeds ten tijde der Romeinen een bewoond centrum. Thans is het een zeer bedrijvig midden met fabrieken van allerhande weefsels.
De weg naar Kortrijk is niet lang, maar zeer afwisselend.
Kortrijk (35,000 inw.), te midden der licht groene vlasakkers en het weelderig bouwland, is niet ingeslapen en mag fier zijn op de producten zijner nijverheid. De stad bezit de grootste lijnwaadmarkt van Belgie. Haar fijne linnen weefsels, haar tafellakens en servetten, haar mooie kanten, haar bleekerijen en oliefabrieken bezorgen haar rijkdom en welvaart. Binnen de grenzen der tegenwoordige stad ligt een deel van den Groeningerkouter, waar den 11n Juli 1302 onze ambachtslieden het groote Fransche leger versloegen in den slag der Gulden Sporen, en door hun heldenmoed het bestaan en de toekomst van den heelen Dietschen stam van een gewissen ondergang redden.
Dicht in de nabijheid ligt het aloude Harelbeke, dat beschouwd wordt als de bakermat van Vlaanderen. Dit dorp is de geboorteplaats van den grooten Vlaamschen toondichter _Peter Benoit_.
Gaan we van Kortrijk naar Ieperen, dan stoomt de trein voorbij Meenen (19,000 inw.), Wervik (8,700 inw.), een zeer oude stad, Komen (5,700 inw.), waar de Fransche kronijkschrijver van Lodewijk XI en Karel VI, _Philippe de Comines_, geboren werd, alsook _Auger Busbecq_, beroemd natuurkundige, die uit Azie de jasmijn en tulp in Europa bracht. Met Waasten (13,600 inw.) drijven de genoemde steden grooten handel in tabak en nemen een belangrijk deel aan de linnen- en katoennijverheid.
Ieperen (17,000 inw.), thans een stad van den derden rang, was in de middeleeuwen de machtige mededingster van Brugge en Gent, die te zamen over het lot van Vlaanderen beslisten. Haar omvang was in dien tijd veel grooter dan in onze dagen. Aan haar uitstekend laken, aan de overvloedige productie van dekens en wollen stoffen, aan haar uitgebreiden handel dankte zij voor een groot deel haar voorspoed en welvaart. Doch van al dien rijkdom en geduchte macht is weinig overgebleven: alleen haar monumenten zijn van den eersten rang, waaronder een zeker getal merkwaardige huizen, de oude vleeschhal en inzonderheid de grootsche St.-Maartenskerk en de indrukwekkende lakenhalle.
Grootsch en schoon in den verheven zin is die oude St.-Maartenskerk (1221), haar monumentaal koor met de weidsche praalgraven der oude bisschoppen, en de eenvoudige zerk van _Cornelis Jansenius_, in leven den geeerbiedigden kerkvoogd, den 6n Mei 1638 door de pest weggerukt, doch na zijn dood, ter oorzake zijner schriften, als ketter gedoemd.
Doch het is de welberoemde halle, die het meest de aandacht trekt. Een gevoel van eerbiedige bewondering maakt zich van ons meester, als we staan tegenover dien reuzenbouw met zijn honderd vensters in den voorgevel en zijn zwaren wachttoren. De indruk dien zij maakt, is des te aangrijpender, omdat niemand zulk een wonder verwacht in deze verlaten stad. Het is verreweg het grootste burgerlijk gebouw der middeleeuwen.
Op dit uitgestrekte plein was het, dat de beroemde jaarmarkten gehouden werden, dat de gilden en ambachtslieden vergaderden, en de beroemde rederijkerskamer, de _Alpha en Omega_, haar vermaarde landjuweelen hield.
Niet ver van Ieperen ligt Poperinge (11,500 inw.) te midden van rijke velden met hoppe, die overal gezocht wordt.
Vervolgen wij onze reis naar het noorden, dan ontmoeten we eerst Roeselare (23,000 inw.) op de Mandel, na Kortrijk de nijverigste stad van West-Vlaanderen, met een belangrijke linnen- en hennepmarkt, alsmede fabrieken van katoen, lijnwaad en linten. Het is de geboorteplaats van den te vroeg gestorven West-Vlaamschen dichter _Albrecht Rodenbach_.
Izegem (12,000 inw.) met belangrijke schoen- en borstelfabrieken, en Tielt (11,000 inw.) met linnenweverijen, vlas- en grooten veehandel, laten we terzijde, evenals Tourhout (10,000 inw.), een zeer oude vervallen stad, wier oorsprong ongetwijfeld opklimt tot den tijd onzer heidensche voorouders. Tijdens de middeleeuwen was zij de groote stapelplaats van de Spaansche en Engelsche wolsoorten; door haar jaarmarkten en handel in paarden een der bedrijvigste steden van Vlaanderen.
Ten noord-oosten der stad, op 3 Km. afstand, ligt een deel van 't oude grafelijk slot van Wijnendale, het voormalig zomerverblijf der graven van Vlaanderen, te beginnen met Robrecht den Vries tot en met Lodewijk van Nevers. Maria van Bourgondie, dochter van Karel den Stoute, overleed er in 1482, ten gevolge van een val van haar paard.
Hoe verder men naar het noorden en westen trekt, hoe meer de grond zich effent, tot hij overgaat in de lage vlakte.
Diksmuide aan den IJzer (4,000 inw.) was eenmaal een aanzienlijke haven- en handelsstad, wier jaarmarkten langs de heele kust bekend waren. Zij bezit een doksaal, dat te recht om zijn keurige uitvoering als een der schoonste van West-Europa is bekend. Sedert drie eeuwen geniet de Diksmuidsche boter een welverdiende faam.
Veurne (5,800 inw.) is de westelijkste, maar ook de meest Vlaamschsprekende stad van Belgie. De oude kastelenij met haar talrijke dorpen volgde Brugge en Gent in macht en aanzien op. De groote markt met haar antieke gevels, haar raadhuis en gerechtshof, met daarachter de indrukwekkende kerk en toren van St.-Walburgis, is nog altijd een der schilderachtigste pleinen van geheel Vlaanderen en onder de kleine pleinen van Europa een der allerliefste. Jaarlijks, op den laatsten Zondag van Juli, lokt de vermaarde boetprocessie, met haar eigenaardig zeventiende-eeuwsch karakter, duizenden toeschouwers.
[Figuur: Groote Markt te Veurne]
Heeft men van Diksmuide en Veurne een indruk van verlatenheid meegenomen, nog droeviger is het gevoel, dat ons bevangt, als men Nieuwpoort binnentreedt. De groote markt met haar ruime, zeer eigenaardige Gothische hal, vroeger het middelpunt van haar bedrijvig leven, is thans ledig en verlaten. Ten jare 1600 was Nieuwpoorts strand getuige van een der schoonste wapenfeiten, waarvan de geschiedenis gewaagt, de overwinning van prins Maurits met zijn Geuzenvloot op het Spaansche leger, aangevoerd door den aartshertog Albert van Oostenrijk.
Klimmen we thans de duinen over, om langs de kust met haar aaneenschakeling van kleine en groote badplaatsen, Oostende, het middelpunt van allen, te bereiken.
Zoo stil en rustig Nieuwpoort is, zoo levendig en woelig is Oostende, in het badseizoen vooral. Zonder tegenspraak is zij de schitterendste en meest bezochte badstad van Europa. Het uitzicht, als men haar van den zeekant nadert, is ongemeen betooverend. Haar breede, met zorg onderhouden dijk, welke een der schoonste zeestranden beheerscht, is bezoomd met kostbare villa's in allerlei bouwtrant, met prachtige hotels, paleizen en heerlijke woningen, de eene al weelderiger dan de andere. Meer en meer wordt Oostende de internationale paradeplaats van het rijke Europa. Een geregelde stoomvaartlijn op Dover onderhoudt de gemeenschap met Engeland, waaruit de prachtige en welingelichte mailbooten des zomers duizenden reizigers overbrengen. Wie denkt bij het zien van dit woelig strand, aan den ouden tijd waarop de schoonste bladzijde harer geschiedenis met stroomen bloeds beschreven is, aan de belegering van Albertus en Isabella, waarbij 60,000 strijders den dood vonden (1601-1604)?
Had zij door het beleg en den oorlog veel geleden, de vrede en het sluiten der Schelde hergaven haar een deel van haar voormaligen luister. De stad telt thans 40,000 inw.; meer dan 200 schuiten en een twintigtal stoombooten gebruikt zij voor de vischvangst; ook houdt ze zich bezig met alles wat bij den scheepsbouw behoort.
Van het oude Oostende is weinig overgebleven. Haar prachtige Kurzaal met haar rijke zalen, haar nieuwe schouwburg en postkantoor in Renaissance, haar bijna voltooide sierlijke Gothische kerk, van den Brugschen bouwmeester _De la Censerie_, bewijzen, dat de smaak voor edele kunst nog steeds onze Vlaamsche meesters weet te bezielen.