Turckse slavernie

Part 14

Chapter 143,600 wordsPublic domain

In het Iaer 1641. vvanneer ick vvoonde met Cataborne Moſtafa in de Funduck, gelijck ick in mijn Reyſe verhaelt hebbe, gingh ick ’s avonts met de Chriſten Slaven van de ſelfde Funduck boven op het plat, om de diſcourſen van de Chriſtenen van verſcheyden Natien te verſtaen. Dien avont pratenſe van de reſcontres op Zee, ende dat menighmael door het beleydt van de Capiteyn het Schip de perijckelen ontgaet, ende wanneerder verſchil is tuſſchen de Capiteyn ende de Officiers ende Soldaten, datſe nimmermeer yets doen dat deught, ende voornamentlijck in de Vry-buyterſe Schepen. Daer op verhaelde een Franſe Slaef dat vvanneer hy ontrent tvvee Iaren geleden de Zee kruyſte met de Vry-buyters van Argiers op de Kuſt van Portugael, tvvee Vry-buyters meenden op ſekere nacht een Engels Schip te attacqueren, ende dat door eenigh verſchil tuſſchen de Capiteyn ende Officiers, het Engels ſchip niet geattacqueert vvierde. Ick ſeyde alſdan dat ick op het Engels ſchip vvas: ende ſeght my de reden vvaerom ſy, ſo na by ſijnde, gelijck ghy vveet, vvanneer vvy afſchoten, niet en dorſten aborderen? vvaerom ſchotenſe niet ten minſten eens af? Hy antvvoorde my: ſy dachten niet dat men haer geſien hadde, ende alſoo het groote Schip daer ick op vvas, ſonder het minſte geluyt gehoort te hebben, op een oogenblick op een ſijde eenige ſtucken Yſers ontfingh, ende vvy al teffens ſoo veel Trompetten hoorden, quam’er ſoodanigen ſchrick, vreeſe ende confuſie, dat de Officiers ende ſoldaten recht uyt ſeyden aen de Capiteyn, vvy willen anders niet als by daegh vechten: Ende vvanneer de Turcken ’s anderendaeghs de groote van u ſchip ſagen, neffens de couragie van uvve Capiteyn, haddenſe geen luſt meer te vechten. Ick verſtonde op een vreemde vvijſe ’t gene ick vvenſchte te vveten, ende niet geerne op die vvijſe als ick het dede.

XXXV. VERHAEL.

De Onnoſele beſchuldight.

De Patroneſſe van mijn Cameraet Monſieur Caloen, hadde twee Neven, ſonen van haer Dochter, de eene ghenaemt Moſtafa, die een van de vijf Turcken was, van de welcke in het diſcours van mijn Reyſe gementioneert is: de ander vvas genaemt Amet, die ordinaris vvoonde in een plaiſier-huys buyten de ſtadt van Argiers. Deſe Groot-Moeder van Moſtafa ende Amet vvas een oude moeyelijcke Vrouvve, die in haer Huys Monſieur Caloen niet konde lijden, ende om eerlijck van hem ontſlagen te ſijn, ſontſe hem by haer Neef Amet op haer plaiſier-huys, ende ick vvoonde by mijn Patroon Mahomet Celibi Oiga. Ick hadde in abſentie van mijn Cameraet Monſieur Caloen, getracteert met een Iode dat hy ons ſoude geven 70. ſtucken van achten, met conditie dat de Ridder Philips de Cherf ende Monſieur Caloen ende ick een vviſſel-Brief ſouden gheven, als ofte vvy hondert ſtucken van achten ontfangen hadden. De Ridder ende ick hadden de Wiſſel-Brief onderteeckent, maer de Iode vvilde hebben dat Monſieur Caloen de Wiſſel-Brief mede ſoude onderteeckenen, ende het ſchip waer mede de Wiſſel-Brief ſoude gaen, vvas gereet om te vertrecken: Ende boven dat vvas het twee dagen daer na der Ioden Paeſſche: Door Monſieur Caloen de Wiſſel-Brief te doen onderteeckenen ende die hem toe te ſenden betaemde niet: Want indien men ghevveten hadde dat vvy credijt hadden, ſoude het ſelfde ons quaet gedaen hebben ende onſe vryheydt geretardeert. Om mijn voornemen te bedecken, ging ick by de Patroneſſe van Monſieur Caloen, ende ick ſeyde haer, datſe behoorde haren Slaef ’s anderendaegs voormiddag inde Stadt te laten komen, om dat hy na ſijn Landt moſte ſchrijven, ende het Schip ghereet was t Zeyl te gaen. Ende alſoo Moſtafa een van de vijf Turcken was die in Vlaenderen waren om tegens ons verwiſſelt te worden, dachte ſy dat deſe Brief de vryheydt van haer Neef ſoude vervorderen: Ende ſy ſonde dien ſelfden avont een expreſſen na haer plaiſier-Huys, om haer Neef Amet te ſeggen dat hy de Slaef ’s anderendaeghs voor de middag inde Stadt ſoude ſenden. Amet hadde oock voor ſijn ſelven een Franſe Slaef in het ſelfde plaiſier-Huys, die ſorge over de Wijngaerden droeg, ende vande Toback die hy geplant hadde: Ende alſoo de Landts-luyden van dat Landt groote Dieven ſijn, quamenſe ’s avonts de Druyven ende de Toback ſtelen: Ende om die Dieven te verdrijven, hadde Amet een oudt ſeer verroeſt Rappier, die hy aen Monſieur Caloen gaf, om die tot Argiers te doen accommoderen, ende wederom te brengen wanneer hy op het plaiſier-Huys wederom ſoude komen, om die aen de Franſe Slaef te geven, die daer mede de Dieven ſoude verjagen: Monſieur Caloen quam met het Rappier inde Stadt, ende juyſt op de ſelfde tijdt als Monſieur Caloen tot Argiers quam, wierde ontdeckt een voornemen van eenige Nederduytſe Slaven, die eenighe Wapenen, een Zeyl, ende eenige Riemen om te roeyen begraven hadden, met opſet om met een Barck te vluchten, ende haer vande voorſz dingen te dienen.

Het deſſein wierde ontdeckt, ende de genen welcke geattrappeert wierden, wierden gecondemneert dat yeder twee hondert ſlagen met een ſtock ſoude krijgen. De executie van dit vonnis maeckte dat deſſein publijck onder het Volck, ſoo dat de Patroneſſe van Monſieur Caloen verſtaen hebbende dat de aennemers Hollantſe Slaven waren, diemen met de Duynkerckers voor Landts-Luyden hout, ende dat het deſſein ondeckt wierde juyſt op de ſelfde tijdt als Monſieur Caloen in de Stadt gekomen was, ende dat door mijn aenhouden, ende dat hy noch een Rappier met hem brocht, beſloot de Patroneſſe daer uyt dat wy van die partye moſten ſijn. Zy beſchuldigde ons, ende de voornaemſte oorſaecke daer van was het Rappier: Ende ſonder onſe excuſen te hooren, dedemen tachtig ponden Yſer aen onſe Beenen: Ende indien haer Soon Moſtafa niet geweeſt ware inde macht van onſe Ouders, ſouden wy getracteert ſijn geweeſt als de anderen, te weten twee hondert Slagen met een ſtock ghekregen hebben, hoewel wy onſchuldig waren.

XXXVI. VERHAEL.

Getrouwigheyt, ſtantvaſtigheyt, vergeldinghe ende danckbaerheydt.

In het Iaer 1640. namen de Turckſe Zee-Roovers op den Oceaen in een Schip ettelijcke Nederlantſe Slaven, onder de welcke was een Capiteyn, die een Lackay hadde, die wy alhier Morin ſullen noemen, aen de welcke de Nederlanders recommandeerden voor aleer ſy in Handen vande Turcken vielen, dat hy niet ſoude ſeggen, wie ſy waren, ende indien hy daer in ſecreet was, datſe hem ſouden afloſſen. De nieuwe Slaven wierden tot Argiers ghebracht, ende volgens de gewoonte verkoft ende dien volgende waren de Meeſter ende de Knecht in gelijcke qualiteyt, reſpect ende Rijckdom. Ende alſoo het eenigſte Wit van de Turcken is de gierigheydt, hadde de Capiteyn wanneerſe noch in het Schip waren, Morin vijftig ſlagen met een ſtock op zijn Buyck doen geven, om te weten de naem ende de qualiteyt van ſijn Meeſter ende van zijn compagnons. Morin ſeyde dat hy de naem van ſijn Meeſter niet en wiſt, noch oock van de andere, alleen dat ſijn Meeſter ende zijn compagnons malkander noemden Monſieur. Deſe ſtantvaſtigheydt was ſijn Meeſter ende aen de Nederlandtſe Cameraets die op het Schip genomen waren ſeer aengenaem, onder de welcke eenen was die wy Tiberius ſullen noemen, vviens Ouders Rijck vvaren, die aen Morin ſeyde, blijft getrouvv ende ſtantvaſtig, ende ſoo haeſt als ick in vryheyt ſal ſijn, ſal ick u afloſſen: Een vveynig tijdt daer na verkreeg Tiberius zijn vryheydt, neffens een van zijn compagnons, ende vvanneer hy in zijn Vaderlandt gekomen vvas, verhaelde hy zijne Ouders de volſtandigheydt ende getrouvvigheydt van Morin: De Ouders van Tiberius oordeelden dat de belofte van Morin te verloſſen behoorde gehouden te vvorden: Ende derhalven bevvogen zijnde door de ſtantvaſtigheydt ende getrouvvigheydt van deſe ſlaef, gavenſe eenige Coopluyden van Livorne ordre datmen hem ſoude verloſſen, ende datmen hem met de eerſte ſchepen na Engelandt ofte Hollandt ſoude ſenden. Morin vvierde door de Ioden af-gekocht, ende gelevert in Handen vande voorſz Coopluyden van Livorne, de vvelcken volgens haer ordre Morin vvilden in een Hollandts ſchip vvech ſenden, maer Morin vvilde geenſints daer toe verſtaen, ende vvilde niet ſcheep gaen, gevende voor reden dat hy liever wilde ſterven in een Chriſten Landt, als ſich noch eens te ſtellen in perijckel van een Slaef van de Turcken te ſijn: Waer over de Coopluyden goet vonden Morin te laten gaen in compagnie van eenige Hollanders, die tot Livorne af-gekocht waren, ende die te Lande na Nederlandt gingen. Morin komende in Nederlandt vonde een van de Compagnons van Tiberius genaemt Carel, die deſe ſaecke hadde helpen uyt-voeren: Morin hem ſiende op de volle ſtraet, wierp ſich ſelfs heel plat op de Aerde, hem kuſſende de Voeten. Carel was beſchaemt, want alle het Volck vergaderde rontsom hem om de ceremonien te ſien: Morin ſeyde hem: Waer is Tiberius? Carel antwoorde hem, rijſt op, ende ick ſal u in ſijn Huys brengen. Morin rijſt op, ende gaet met Carel: Soo haeſt als hy in het geſicht van Tiberius quam, deſen getrouwen, deſen erkennende, ende deſen onnooſele, trock uyt ſijn Dye-ſack ſes aſpren Turcks Gelt, ende een Vier-ſlag: Ende ſeyde hem met een compliment op ſijn maniere, Monſieur, gy hebt my af-gekocht, ende tot vergeldinge geve ick alles wat ick inde Werelt hebbe, ende ick ſal alle mijn leven lang voor u bidden. Dit complement geſchiede met ſoodanigen oprechtigheydt dat de aenſienders, onder de welcke ick mede was, ſeer wel te vreden waren te ſien de erkenteniſſe ende de getrouwigheydt van Morin: Waer over Tiberius ſich op nieuws verobligeert vindende, dede Morin Kleederen ende Linnen gheven, ende ſtelde hem in ſtaet om een eerlijck Man te dienen.

XXXVII. VERHAEL.

Schip-braeck in de Haven.

Wanneer ick in het Huys van de Baſſa was, hebbe ick aldaer een Spaenſe Slaef gekent, genaemt Ian de Sijlva; Deſen Ian hadde eenige Iaren langh den Koning van Spaignen voor Soldaet gedient inde Stadt van Oran in Africa, gelegen ſijnde vijf daghen Reyſens van Argiers: De Borgers ſpreecken daer de Moorſe ſpraeck, door dien deſe Stadt vande Moren genomen wierde inde tijdt van de Koning Ferdinandus, als mede ten aenſien van de groote commercie dieſe heeft met de Moren. Deſen Ian ſprack ſeer perfect de Moorſe ſprake na dat hy langhen tijdt tot Argiers Slaef hadde geweeſt ſonder eenige hoope van verloſt te worden, nam hy een reſolutie van wech te loopen, ſich vertrouwende op ’t gene dat hy de ſpraecke ſeer wel konde: Ende om ſijn deſſeyn tot executie te brenghen, trock hy de Turckſe Kleederen van ſijn Patroon aen, hy ging te Peerde ſitten met een lancie inde Handt, de Turban op het Hooft, ende een Zweert aen zijn zijde. Op die maniere begon hy ſijn Reyſe geluckigh. Na dat hy vier dagen gereyſt hadde, quam hy in een Dorp Moſtaga, recht op de middagh, ende alſoo het de koſtuyme van alle de Meſquiten van Babarien is, op de middagh met een Vaendel een teecken te geven om te doen gedencken Godt te dancken met een Gebedt in haer ſpraecke ordinaris genaemt Sala, de welcke geſchiet met vele geſten, met de armen ende Handen, haer legghende op de Knyen, ende ziende na het Ooſt, ende Weſten, Ian de Sijlva tradt mede van ’t Peert, maeckende mede de geſten, gelijck ſy, ende ſich toonende een Mahometaen te zijn. Maer de Mooren remarqueerden terſtont dat onſen Ruyter niet vaſt was in zijn Ceremonien ende ſonder regard te nemen dat hy haer ſpraecke konde, ende dat hy op zijn Turcks gekleet was, arreſteerdenſe hem, ſy namen hem zijne kleederen af, ende bevindende dat hy geen Mahometaen was, ſondenſe hem wel gebonden in goede bewaringe binnen Argiers, alwaer hy drie hondert ſlaghen met een ſtock kreegh, wanneer hy meende dat hy zijn vryheydt verkregen hadde. Gy ziet hier een waerachtigh Schipbraeck inde Haven.

Anno 1621. is by reſolutie van haer Ho: Mo: goet gevonden een beſendingh ofte Ambaſſade te doen, aen die van Argiers ende Tunis: waer toe dat worde gebruyckt, den Heer Cornelis Pinacker, doen ter tijdt Proffeſſor tot Groningen, die inde voornoemde qualiteyt naer Barbaryen inde voorghenoemde Plaetſen worde gheſonden, over Marceillen ende Toulon, alwaer ick in zijne Suitte ben gekomen, ende van daer met twee Schepen van Oorlogh van onſen ſtaet worde naer Argiers ghebracht: Capiteynen waren Auquer Claeſſz Buyſ-Man van Hooren, ende Ioris van Cats vanden Haegh van daen, ende tot Argiers wel ghearriveert, ende volghens ſijne inſtructie ende commiſſie, met die van Argiers een accoort van vrede gemaeckt, ende naer dat wy 6 a 7 weecken daer waren gheweeſt, van daer naer Tunis gegaen, daer wy van gelijck oock met zijn geaccordeert.

Inden tijdt dat wy tot Argiers waren, is geſtorven Capiteyn Auquer Claeſſz Buyſ-Man, ende worde buyten de Stadt begraven, op een ſtuck Landts dat gekocht was door eenen Simon den Danſſer, in ſijn leven een ſeer fameuſen Roover, ende daer worde gemaeckt over het Graf een Sepulture van ſteen; Maer doen ick van Tunis wederom quam, was dat al te mael geruineert; De Turcken ſeyden dat het de Spaenſche Chriſtenen gedaen hadden, andere ſeyden dat het de Renegaden gedaen hadden, in ſomma het was gedaen ende bleef gedaen.

Van de grouwelijcke ende Barbariſche Iuſtitien, die aldaer ſijn gedaen in mijnen tijdt dat ick aldaer ben gheweeſt.

Naer dat ick wederom van Tunis tot Argiers was ghekomen, inde Maent van October 1621. ſoo worden in Argiers gevangen gebracht twee Spaenſe Prieſters, die van Majorc meynden over te ſchepen op de Kuſt van Barbaryen wierden onderwegen genomen, ende beſchuldight dat het Spionnen waren, die vanden Koning van Spaignen met Brieven over ende weder geſonden worden, aen den Coningh Kock, die daer in ’t Gebergte woont, ende een groote Vyandt van die van Argiers is: Deſe twee Papas ofte Prieſters worden den derden dag naer dat ſy in Argiers waren gebracht, buyten de Poort van Bablewet gebracht, ende aldaer half doot geworght, ende doen het Vel af-getrocken, de Vellen met ſtroo opgevult, ende de Lichamen tot Aſſchen verbrant; ende de opgevulde Vellen wierden op den Rugge van een Chriſten Slaef gebonden, ende wierden alſoo met Pijpen ende Trommelen door alle de Straten vande Stadt gebracht, ende daer naer op-gehangen aen de Poort van Babaſon.

Anno 1622. heeft de Duwan een Iode doen branden, om dat hy op ſijn Broot dat ſy maken tegens Paeſſchen, eenige Caracters ofte Letters hadde geſet, dat ſoo wat vremt ſtont inde oogen vande Turcken; ende het ſcheen dat het Kooren of den Tarwe wat meer golde als ordinaris; ſoo wierde de Iode beklaeght, ende met het Broot voor de Duane gebracht, ende doen wierde geſeyt dat ſy met duyren tijdt ſouden geſtraft worden, ſoo wanneer dat over ſulcken ſuperſtitie, die men met het Broot dede, niet geſtraft en wierde: Daer met ſoo wierde den armen Iode na ’t Vuyr gebracht, ende levendigh verbrant.

Oock in den ſelven tijdt wierdender twee Renegaden in den Haeck gheſmeten, om dat ſy hadden willen wegh loopen na Chriſten-lant; den eenen vvas in 3. a 4. uyren doot, ende den anderen leefden ontrent 4. dagen.

Ick hebbe oock gheſien in mijnen tijdt, datter een Tagerin, dat ſijn van die Mooriſques, die in ’t Iaer van 1608. ende negen uyt Spaignen worden geſeyt, deſen ſelven was een Koopman van Zy-Laecken in Argiers, ende hadde verſuymt ’s avonts ſijnen Winckel te ſluyten; De wacht gelijckmen hier ſoude mogen ſeggen de Klapper-Luyden die beſtalen den Winckel; Den Koopman gingh klagen dat hy beſtolen was; Men onderſocht wie daer de wacht hadde ghehadt, ende naer examinatie ſoo worde bevonden, dat den Koopman ſijnen Winckel niet en hadde gheſlooten, ende dat hy oorſaeck hadde gegeven tot de Dievery: Ende alſoo de Dievery daer ſeer wordt geſtraft, want het ſijn ſelver al-te-mael Dieven, ofte altijdt Dieven aen-houders, ſoo worden deſe twee Dieven ghecondemneert gekruyſt te worden, ende de Koopman tuſſchen haer beyden opgehangen, om dat hy oorſaeck was vande Dievery.

Anno 1624. worde den Conſul van haer Ho: Mo: Wynant de Keyſer, van een Engelſche Renegado, die Capiteyn was, met een Vuyſt inden Rugge geſtoten, dat hy ter neder viel; Hy opſtaende ſtiet den Renegado vvederom dat ſijnen Tulbant van ’t Hooft viel, waer over een groote rumoer in de Duaen ontſtondt, ende den Conſul vvorde ghecondemneert met Stocken doot geſlagen te vvorden, ende vvorde ſoo dadelijcken ter neder geſmeten, ende gaven hem 180. ſlagen met Eſſche ſtocken inde volle Duaen op ſijn Billen: Doen vvilden ſy hem omkeeren, om hem op den Buyck te ſlaen tot dat hy doot vvas: Maer den Baſſa ſiende datter noch leven in vvas, heeft voor hem ghebeden, ende gheſeyt ick ſal hem voort ſtraffen in zijn Beurs, ende vvierde doen van de aerde opgenomen, ende in een gat geleyt daer men hier geen Hondt en ſoude leggen, ende daer lagh hy drie dagen: Ondertuſſchen vvierdet met den Baſſa afgemaeckt, met 5000. Realen van achten, ende dat Gelt moſter vveſen aleer hy uyt de Gevangeniſſe koſt komen: Ende het Gelt betaelt vveſende, vvorde hy t’ Huys ghebracht in een Mat, ende omcingelt met 8 a 10 Sehoſſen; Ende ten vvaer dat hy ſulcken Guarde gehadt hadde, ſoude noch vvel perikul geloopen hebbe, om doot geſmeten te vvorden van ’t gheboeft ofte canalie, ende lagh daer over te Bedt meer als 4. Maenden, aleer hy vvas gheneſen; In fin den Conſul hadde de ſmart, ende verloor meeſt alle zijne middelen. Dit was noch het grootſte quaet dat daer uyt volghde, dat de Roovers van Argiers in Zee liepen, ende namen den eenen Hollander voor, ende den anderen naer, ſoo dat het was al ofte de vrede gebroocken was gheweeſt, want watter opgebracht wierde dat bleef’er: Want den Conſul en dorſt qualijck meer ſpreecken, want ſijn credijt was hem benomen; Ende dat te meer doen de Turcken ſagen, dat haer Ho: Mo: het gene dat aen haren Conſul was gedaen, haer niet aen en trocken, ſoo ſijn ſy van tijdt tot tijdt ſtouter geworden, ſoo dat wy op het leſt by haer niet meer geacht en wierden als van te vooren.

Anno 1625. wierter een Turckſe Vrouw beſchuldigt, dat ſy met een Chriſten te doen hadde gehadt; Den Chriſten koſt ſijn ſelven vryen met te Renegeren, ghelijck hy oock dede, maer de Vrouw wierde in eenen Leeren Sack gheſteken, ende inde Zee geworpen: Dit ſijn de Wetten daer.

Op den ſelven tijdt ſoo vergaf den Baſſa ſijn ſelven, uyt vreeſe dat hy ſoude moeten vallen inde Handen vande Militie; alſoo hy de betalingh niet konde doen: Dit was eenen Reſſep Baſſa, ende was den gene die den Conſul, nevens de Duaen, ſoo hadde doen ſtaen, ende de 5000. Realen van achten hadde doen geven.

In ’t ſelve Iaer wierde een Spaignaert geanpalleert, om dat hy het Dochterken van ſijn Patroon, dat ontrent 8. Iaren out was, met ſijn Vinger geforceert hadde, dat het bloede: De Moeder dat ghewaer wordende, heeft het aen haer Man geſeyt, die het ſijn Slaef den Spaignaert opſtreede, die in ’t eerſte niet wilde bekennen, maer viel daer naer door de Mande, ende bekende: Doen heeft ſijn Patroon hem geſeyt, wilt ghy nu Renegeren, ende mijn Dochter trouwen ſoo wanneer dat ſy bequaem is, ick ſalder 10000. ſtucken van achten met geven, ende en ſal over u niet klagen, want ſoo wanneer dat ick ging klagen, ſoo ſult gy moeten ſterven? Waer op den Slaef antwoorden, liever te ſterven als te Renegeren: Den Patroon heeft hem tot 3 a 4 malen die preſentatie ghedaen, maer den conſtanten Don Iohan heeft vaſt op ſijn Chriſten Geloof blijven ſtaen. Doen heeft den Patroon gaen klaghen, over het gene dat ſijn Slaef Don Iohan aen ſijn Dochterken hadde gedaen: Doen wierde de voornoemden Don Iohan de Slaef inde Duaen by ſijn Patroon ontboden, ende hem worde ghevraeght ofte hy ſulcks hadde gedaen aen het Dochterken van ſijn Patroon? Heeft bekent ja ſoo wierde hem ghevraeght ofte hy wilde Renegeren, ende het Dochterken Trouwen, ofte te ſterven? Heeft geſeyt liever ſterven als Renegeren: Daer op wierde hy geſententieert gheampaleert te worden, ende wierde naer buyten gebracht; ick heb hem ſien gaen met de Pael op zijn Schouder, met een groote couragie naer Babaſon, dat is de plaets daermen ordinaris Recht doet, gaende met een groote couragie daer naer toe, ende ſeyde een yegelijcken van zijn kenniſſe adieu, ende gaf’er de Handt: Siet wat een ſtantvaſtigheydt dat dit was voor een Spaenſchen Don, een Perſoon van ontrent 3 a 34 Iaren oudt; Hy hadde dickmael voor zijn rantſoen ghepreſenteert 15 a 16 hondert Realen van achten voor datem, maer den Patroon wilde hem niet minder laten gaen als 2000. Realen van achten. Daer naer hebbe ick verſtaen, dat de Vrouw van zijn Patroon, ende deſen Don Iohan malkanderen wel kenden, ende dat deſe Vrouw hadde verſtaen, dat Don Iohan noch ſomwijlen noch by een ander gingh, waer over deſe Vrouw met Ialouſie was ingenomen, ende ſy op ſulcken manier haer revenſie nam, deſe Vrouwen zijn ſeer vigoreus ſoo wanneer ſy jaloers worden; en ſoo extravagant om haer te revengieren, dat ſy niet aen en zien ofte ſy haer ſelven te kort doen ofte niet, maer het was een groote ſtantvaſtigheydt van Don Iohan in zijn Geloove.

In dat ſelve Iaer is wederom in Argiers ghekomen den Heer Cornelis Pinaker als Ambaſſadeur, met twee Schepen van Oorlogh, de Capiteynen waren Ioncker Cornelis Moens, ende Liedekercken: Deſe Ambaſſade geſchiede overmits datter ſoo veel klachten quamen, dat die van Algiers ende Tunis geen vrede en hielde, ende dat ſy al namen wat ſy bekomen koſten, ende den Ambaſſadeur ſtelde daer eenen anderen, met name Pieter Martenſz Koy, van Schiedam van daen, daer mede dat het ſcheen dat die van Argiers wel te vrede vvaren; ende beloofden beterſchap, ende de vrede vvel te onderhouden, ende dat vvierde ſoo vaſt geſtelt; Ende daer over vertrock den Ambaſſadeur naer Tunis, daer hy oock eenen Conſul bracht, een ſeer fray Man, die langh by den Heer Hage in Conſtantinopolen hadde ghevvoont, met name Lamberto Verhaer.