Studiën in Nederlandsche Namenkunde

Part 19

Chapter 193,490 wordsPublic domain

Uit al het bovenstaande blijkt hoe veel er van eenen enkelen Frieschen naam kan gezegd worden. Zulk eene beschouwing van alle hedendaagsche Friesche personennamen zoude ongetwijfeld zeer veel belangrijke en merkwaardige zaken op het gebied van taalkunde, geschiedenis en oudheidkunde aan het licht brengen. Maar een schat van tijd en een schat van vlijt en toewijding is daar toe noodig! Wie heeft zulke schatten steeds te zijner beschikking?

Reeds is in dit opstel met een enkel woord vermeld dat van ouds her bij de Friezen het gebruik bijzonder sterk in zwang was om de namen te verkorten, te verdraaien, te verknoeien. Aan den eenen kant zekere gemakzucht van de tonge, waardoor men lange namen schuwde, en namen van twee of drie volle lettergrepen reeds te lang vond—en aan den anderen kant de neiging der menschen, vooral van vrouwen in ’t algemeen en van moeders in het bijzonder, om aan de voorwerpen hunner liefde kleine, mooie, zoete, lieve naamkes te geven (poppenammen, zoo als de Friezen, kepnamen, zoo als de West-Vlamingen, kosenamen, gelijk de Duitschers zeggen), dit zijn de oorzaken van het ontstaan dezer misvormde namen. Trouwens deze neiging is niet slechts den Friezen eigen, maar algemeen onder de volken van Germaanschen bloede verspreid. De Hollanders die Kees maken van den volledigen vorm Cornelis, Klaas van Nicolaas en Mie van Maria, de Vlamingen en Brabanders die Sefke maken van Josef, Cies van Franciscus en Treeske van Theresia, de Engelschen die Bob maken van Robert, Dick van Richard, James van Jacob en Bess van Elisabeth, de Duitschers eindelijk die Fritz maken van Friedrich, Kuntz van Konrad en Meta van Margaretha, die allen handelen in deze zaak juist zoo als de Friezen die Gosse maken van Godsskalk, Kei van Gerrit (Gerhard), en Gertje of in de wandeling Gjet, van Gerharda of van Gertruda. Gelijk ook Sibe van Sibrand (Sigebrand), Wobbe van Wolbrecht, Pibbe van Sibbeltsje, enz. Maar Hollanders, Vlamingen, Engelschen en Duitschers gebruiken zulke verkorte en verdraaide namen in den regel slechts in de dagelijksche spreektaal, en geenszins in geschrifte. Zij weten in allen gevalle wat de volle, oorspronkelijke vormen van die verbasterde namen zijn. De Friezen in tegendeel hebben die poppenammen ook in hunne schrijftaal overgenomen. Bij hen hebben die vleinaamkes geheel de plaats der volle, oude vormen ingenomen, en de oorspronkelijke beteekenis dier namen is bijna volkomen verloren gegaan, althans uit de gedachtenis en herinnering des volks, ten eenen male verdwenen.

Dit is in der daad de hoofdoorzaak van de hedendaagsche bijzonderheid en eigenaardigheid der Friesche namen.

Zie hier een algemeen overzicht van de vleivormen en van de verkleinvormen der namen, zoo als die bij het Friesche volk in gebruik zijn.

De vleivormen zijn wel te onderscheiden van de samengetrokkene en ingekorte naamsvormen, zoo als bij voorbeeld Geart en Freark of Frjerk (in Nederlandsche spelling Geert en Freerk), dat samengetrokkene vormen zijn van Gerhard en Frederik; nevens Hille en Brand, dat ingekorte vormen zijn, eigenlijk slechts halve namen, van den volledigen en oorspronkelijken mansnaam Hillebrand (Hildebrand).

De vleivormen zijn bij alle Germaansche volken in gebruik. Op de vorige bladzijde zijn, als voorbeelden, eenige van die vleivormen opgenoemd. Anderen zijn nog bij de Duitschers Ede voor Eduard, Hans voor Johannes, bij de Hollanders Koos voor Jacob, Ari en Aai voor Adriaan, Hein en Henk voor Hendrik, Keetje voor Cornelia, bij de Engelschen Bill voor William, Fanny voor Francisca, enz. De Engelsche naam John is, even als de Nederlandsche naam Jan, de Fransche naam Jean, de Spaansche naam Juan, enz. op zijn beurt eigenlijk ook maar een vleivorm van den volledigen Bijbelschen naam Johannes.

Bij geen enkel Germaansch volk echter zijn de vleivormen der namen zoo veelvuldig, zoo algemeen in gebruik als bij de Friezen. Hier komt nog bij dat die vleivormen bij de Friezen volle burgerrecht hebben verkregen als geijkte namen, zoo wel bij de doopvont, als in de registers van den burgerlijken stand; terwijl bij de andere Germaansche volken die vleivormen (immers bijna zonder uitzondering) slechts in hunne oorspronkelijke kracht van bestaan in gebruik zijn, slechts als vriendelijke namen in den huiselijken kring, maar geenszins als geijkte namen in het openbare leven. De vleivormen der namen zijn bij de Friezen zoo menigvuldig en zoo algemeen in volle gebruik gekomen en genomen, dat zij de oorspronkelijke, volledige vormen der namen, in menige gevallen, schier volkomen uit het gebruik hebben verdrongen. In zulker voegen, dat van verre weg de meesten dezer thans als geijkt geldende vleivormen de oorspronkelijke, de werkelijk volledige vormen niet meer bekend zijn; of althans, dat de samenhang is verloren gegaan, dat men niet meer weet van welken oorspronkelijken, volledigen naam deze of gene hedendaags als volledige naam geldende vleivorm eigenlijk is afgeleid. Van sommigen weet men het wel; van Wobbe (om maar een enkele te noemen) kan men aantoonen dat deze hedendaags als geijkt en volledig geldende naam slechts een vleivorm is van den oorspronkelijken, volledigen naam Wolbrecht; van Pibe, dat deze naam oorspronkelijk voluit Sybren is, even als Tolle komt van Folkert; Benno en Binne van Bernhard, Ekke van Egbert, Ale en Ele van den eenen of anderen met den naamsstam adel of edel samengestelden naam, bij voorbeeld Adelbrecht, Edelmar, enz. Maar bij andere vleinamen kan men er hedendaags slechts met meer of minder goed geluk naar raden, van welke oorspronkelijke en volledige namen ze zijn afgeleid. Als voorbeelden uit deze overgroote afdeeling van Friesche mansvóórnamen kunnen dienen: Abbe, Abe, Adde, Age, Agge, Ale, Alle, Ame, Amme, Ane, Atte, Bauwe, Benne en Binne, Boaye (in Nederlandsche spelling Booye en Boye), Boele, Bokke, Bonne, Bote, Botte, Bouwe, Dedde, Djoere of Djurre, Doaye (naar Nederlandsche spelwijze Dooye), Doede, Douwe, Eabe, Eade, Eage, Eale, Eauwe (in Nederlandsche spelling Eeuwe), Ebe, Ede, Egge, Ekke, Ele, Enne en Enno, Eppe, Fedde, Feye, Fekke, Foeke, Fokke, Foppe, Gabbe, Gabe, Gale, Goaye (naar Nederlandsche spelwijze Gooye, Goye), Goffe, Gosse, Gurbe, Haeye (in Nederlandsche spelling Haaye of Hayo), Halbe, Harre, Hemme, Henne, Heppe, Here, Herre, Hette, Hidde, Hobbe, Holle, Ibe of Ybe en Iebe, Ide en Iede, Ime en Ieme (deze drie laatste, op het oog eenzelvige namen en naamsvormen, zijn volgens hunnen oorsprong, en volgens de Friesche wijze van uitspraak, geheel verschillende namen). Inne, Ipe of Ype, Iwe of Ivo of Jou (dit is, hoe vreemd het ook schijne, geheel één en de zelfde naam), Jelle, Jisse, Jolle, Keimpe, Lieuwe, Lolle, Melle, Menno en Minne, Molle, Nanne, Obbe, Oege, Oene, Offe, Okke, Onne, Otte, Pabe, Pibe, Poppe, Sjolle, Tamme, Tiede, Tiete, Tsjalle, Tsjamme, Tsjebbe, Tsjitte (in Nederlandsche spelling Tjalle, Tjamme, Tjebbe, Tjitte), Walle en Wobbe en nog vele anderen meer, van gelijksoortigen oorsprong en vorm. Van alle deze op eene toonlooze e uitgaande namen valt op te merken, dat zij eveneens, maar minder algemeen, voorkomen met eene o op het einde: Abbo, Deddo, Hero en Heero, Hiddo, enz. zoo als trouwens bij een paar dezer namen in bovenstaand lijstje reeds is aangegeven.

De bovenstaande vleivormen van oorspronkelijk volledige namen hebben op hun beurt weêr het aanschijn gegeven aan verkleinvormen, die dan ook weêr bij de Friezen als geijkte namen gelden en dienst doen. En wijl deze verkleinnamen gevormd zijn door het aanbrengen van verschillende verkleinende achtervoegsels (namelijk se, te, le, tse, ke en tsje, dat is in Nederlandsche spelling tje) achter deze vleivormen of vleinamen, zoo is hierdoor het reeds bestaande overgroote aantal namen nog aanmerkelijk vermeerderd, ja wel verdriedubbeld ten minste. Door verwantschappelijke en vriendschappelijke genegenheid gedreven, hebben de Friezen van alle eeuwen steeds gaarne zulke verkleinende aanhangsels achter de volledige namen hunner bloedverwanten en vrienden gevoegd; en zij doen dit nog heden ten dage, al kunnen die hedendaags ontstane en in gebruik genomene verkleinvormen nu niet meer, gelijk vroeger, als geijkte namen opkomen, noch ook geijkte geldigheid erlangen.

De bovenvermelde verkleinende achtervoegsels se, te, le, tse, ke en tsje (tje) zijn in de Friesche taal gegrondvest, zijn anders niet dan Friesche taalvormen. Maar de drie eerstgenoemden zijn in de taal volkomen verouderd, uit de spreek- en schrijftaal geheel verloren gegaan; de vierde is in deze eeuw sterk verouderende, reeds nagenoeg uitgestorven; terwijl de beide laatste achtervoegsels ook nog in de levende taal, in haren hedendaagschen vorm bestaan.

Om de zaak den onfrieschen lezer duidelijker te maken stellen wij hier dat de algemeen-Nederlandsche vleivormen in verkleinvorm Keesje, Koosje, Heintje voor jongetjes die eigenlijk in de boeken van den burgerlijken stand Cornelis, Jacob(us) en Hendrik heeten, en Kaatje, Keetje, Jansje voor meisjes die eigenlijk als Catharina, Cornelia, Johanna te boek staan, ook de Duitsche namen Fritzchen en Lieschen, in stede van Friedrich en Elisabeth, geheel overeenkomen met Friesche namen als Binse en Ynse, Jelte en Hoaite (Hooite), Andele en Likele, Atse en Feitse, Auke en Doeke, Bontsje en Eeltsje (Bontje en Eeltje), enz. Onder dit voorbehoud, dat de bovengenoemde algemeen-Nederlandsche vleivormen in verkleinvorm slechts gelden in ’t dagelijksche leven en in den huiselijken kring, terwijl de soortgelijke Friesche namen volkomen geijkte geldigheid hebben, ook in het openbare leven.

Als voorbeelden van zulke Friesche mans- en vrouwen-vóórnamen, die eigenlijk slechts vleinamen in verkleinvorm zijn, vermeld ik hier de volgende namen:

1º. Op se eindigende, waar nevens ook de vorm op sen (slechts een bijvorm) voorkomt: Aelse en Aelsen (in Nederlandsche spelling Aalse en Aalsen), Aise of Aiso, Alse, Amse, Bense met Binse, Biense en Bjinse, Bodse, Bonsen, Eadse, Ealse, Edse, Eelse, Eidse, Eise, Haeise (volgens Nederlandsche spelwijze Haaise), Hense, Inse, Ynse en Ynsen, Linse, Mense, Menso en Minse, Oense, Rinse, en vele dergelijken meer.

2º. Op te (oudtijds ook ta) eindigende: Aite, Alte, Bente en Binte, Boaite (in Nederlandsche spelling Booite en Boite), Boete, Bolte, Bonte, Doaite (volgens Nederlandsche spelwijze Dooite), Eente en Eento, Eite, Ente en Inte, Feite, Heite, Hente, Ynte, Jelte, Joute, Monte, Haeite (in Nederlandsche spelling Haaite), Hoaite (volgens Nederlandsche spelwijze Hooite), enz. enz.

3º. Op le eindigende: Amele, Andele, Bartele of Bartle, Bessele, Doekele, Eabele, Eagele, Ebbele, Fokkele, Heabele, Hebbele, Hebele, Hessel, Ibele of Yble, Igle, Ikele, Imele, Jakkele, Jisle, Lykele of Lykle, Nammele, Oebele, Okele, Redle, Ringele, Sibbele of Sibble, Teakele, Wessel, Wiggele, Wobbele, en nog anderen desgelijks.

4º. Op tse of tsen uitgaande: Aetse (in Nederlandsche spelling Aatse), Aitse, Atse, Beintse, Beitse, Betse, Bientse, Bintse en Bintsen, Bjintsen; Boaitse en Boaitsen (in Nederlandsche spelling Booitse, Boitse en Booitsen), Doaitse (volgens Nederlandsche spelwijze Dooitse), Douwtsen, Ealtse, Eatse, Eeltse, Eitse, Feitse, Fetse, Gatse, Gertse en Gertsen, Goaitse en Goaitsen (in Nederlandsche spelling Gooitse en Gooitsen), Haeitse (volgens Nederlandsche spelwijze Haaitse), Hentse, Hertse en Hertsen, Hoaitse (in Nederlandsche spelling Hooitse), Hoatse (volgens Nederlandsche spelwijze Hotse), Yntse en Yntsen, Ytsen, Jeltse en Jeltsen, Jetse, Jitse, Lútsen (in Nederlandsche spelling Luitsen), Mintse, Oentse, Reitse, Sytse (eigenlijk Syttse, Syt-tse, dat is: de verkleinvorm tse achter den vleivorm Site, Syt), Sweitse, Tsjitse (volgens Nederlandsche spelwijze Tjitse), Watse, Wytse, (Wyt-tse; zie bij Sytse, en ook Tsjitse, hierboven); en vele anderen van deze soort.

5º. Op ke (of op eene enkele k) uitgaande: Amke, Auke, Bauke, Binke, Boaike (in Nederlandsche spelling Booike en Boike), Bolke, Bouke, Doaike (volgens Nederlandsche spelwijze Dooike), Doeke of Duco, Ealke, Ebke, Eelke of Eelco, Epke, Feike, Fopke, Galke, Gerke of Gerk, Haeike (in Nederlandsche spelling Haaike), Harke of Hark, Heerke, Hemke, Hepke, Herke, Jelke, Jisk, Jouke, Lolke, Menke of Menco, Oepke, Popke, Rinke, Rouke, Sjouke, Solke of Solco, Tsjalke (volgens Nederlandsche spelwijze Tjalke), Tsjepke (in Nederlandsche spelling Tjepke), en nog een groot aantal soortgelijken.

6º. Op tsje (in Nederlandsche spelling tje) uitgaande: Atsje (volgens Nederlandsche spelwijze Atje), Bintsje, Boaitsje, Boeltsje, Bontsje, Ealtsje, Eeltsje, Galtsje, Goaitsje, Haeitsje, Jeltsje, Mintsje, Oentsje (in Nederlandsche spelling Bintje, Booitje, Gooitje, Haaitje, Oentje, enz.), en vele dergelijken meer.

Ook bij al deze namen in verkleinvorm wordt de toonlooze e op het einde eveneens wel door eene volklinkende o vervangen, zoo als in sommige gevallen reeds in bovenstaande lijstjes aangetoond is. De namen worden hierdoor in der daad klankrijker en schooner, en verliezen niets van hunne zuiverheid; integendeel, zij winnen er bij. Maar de namen op tsje eindigende, op den jongsten verkleinvorm, die voortspruit uit eenen nog hedendaags geldenden taalvorm, maken hierop, althans in Friesland tusschen Flie en Lauwers, eene uitzondering. Die krijgen nooit eene o achter zich, in de plaats van de toonlooze e. Dit zoude dan ook al te sterk indruischen tegen het fijn ontwikkelde taalverstand en taalgevoel, den echten Friezen in den regel eigen. Maar Groningerlanders en Oost-Friezen vervormen ook wel die toonlooze e van hunne verkleinnamen op tje in eene o. Namen als Altjo, Eltjo, Entjo, Reltjo, Rentjo zijn bij hen niet zeldzaam.

De vleinamen, die aan alle deze verkleinnamen ten grondslag liggen (bij voorbeeld Ale bij Aelse [Aalse], Aye bij Aite, Age bij Agele, Binne bij Bintse, Abbe bij Abbeke, Atte bij Atsje) zijn gemakkelijk te herkennen, en staven dan mijn bovenvermeld inzicht aangaande de vorming en den oorsprong dezer namen. Van sommige vleinamen zijn verkleinnamen afgeleid in alle of schier alle boven vermelde verkleinvormen. Van den vleinaam Hayo, bij voorbeeld, zijn afgeleid de verkleinnamen Haeise, Haeite, Haeitse, Haeike en Haeitsje (in Nederlandsche spelling Haaise, enz.); van Boaye (Boye) komen Boaite, Boaitse, Boaike, Boaitsje (volgens Nederlandsche spelwijze Boite, enz.); van Jelle zijn afgeleid Jelse, Jelte, Jeltse, Jelke, Jeltsje, enz.

Nog een andere naamsvorm is van de vleinamen afgeleid; te weten: de patronymicale vorm op ing eindigende. Deze vorm, het echte, het ware Oud-Germaansche patronymicum aanduidende, kan dus van oorsprongswegen geene eigenlijke mansvóórnamen in ’t leven roepen; hij duidt veeleer een maagschapsnaam aan, en is dan ook, als inga, ink of ing, veelvuldig bij de Friesche, de Sassische en de Frankische volksstammen, die gezamenlijk het Nederlandsche volk uitmaken, als uitgang van maagschaps- of geslachtsnamen in gebruik. Niettemin, sommigen van deze patronymicale, op ing eindigende namen zijn heden ten dage, als bij misverstand (’t welk in dezen zin ook bij andere Germaansche volken voorkomt), nog bij de Friezen als mansvóórnamen in volle geijkt gebruik. Als zoodanigen mogen hier vermeld worden: Aling, Ameling, Asing en Asinga, Baling, Balling, Boaying (Booying), Ebbing, Eling, Haring, Hemsing, Henning, Nanning, Tsjalling (Tjalling), Waling en nog enkele anderen.

De hedendaagsche Friezen hebben de gewoonte hunner voorouders om de mans- en vrouwenvóórnamen te verminken en te vervormen door vleivormen en verkleiningsvormen (overigens geenszins eene navolgenswaardige gewoonte), getrouwelijk aangehouden. Zij breiden dit gebruik zelfs nog meer uit. Niet enkel dat zij die verkorte en verknoeide namen hunner voorvaders trouw in gebruik houden, als of die wannamen heel wat eigens en bijzonders waren, maar zij blijven ook nog steeds voortgaan met dit verknoeien hunner namen in vlei- en verkleinvormen. Vele reeds zeer verkorte en verdraaide namen, vooral vrouwennamen, mishandelen zij rustig verder, zoo dat die namen ten langen leste gansch onkenbaar worden. Van de volledige namen Catharina en Margaretha, beiden van Griekschen oorsprong en beiden van schoone beteekenis (te weten: „de reine” en „de perel”), was bij de Friezen in den loop der eeuwen reeds Tryntsje en Grytsje (Trijntje en Grietje) geworden. Maar het schijnt als of voor de hedendaagsche Friezen die namen nog niet genoeg verkort en verbasterd waren. Immers maken zij in het dagelijksche leven de wannamen Tine of Tynke en Nine of Nynke van Tryntsje of Catharina, en Kike van Grytsje of Margaretha. Even zoo verknoeit men Dirk of Durk (voluit Diederik) wel tot Duye, de vrouwennamen Dirkje (beter Diederika) tot Dukke, Sibbeltsje tot Pibbe, Jelle wel tot Jeye, Jeltsje tot Jei of Jeike, Aeltsje (Aaltje) en Baukje tot Aeye en Baeye, Aukje en Barteltsje tot Akke en Bakke, Hylkje en Hiltsje tot Hike en Hikke, Eelkje tot Eke; Tsjeardtsje (Tjeerdtje) tot Kekke, Lutske tot Lukke of Lokke, Jitske tot Jikke, Romkje tot Pomme, Froukje tot Poi, (Sjoerdtsje) tot Sjutte, enz., enz. Deze nieuwerwetsche en leelijke naamsmisvormingen van den laatsten tijd worden thans in den regel niet meer in de schrijftaal opgenomen, ofschoon Akke, Baeye (Baaye) en Jeike ook al een enkele maal in de boeken van den burgerlijken stand vermeld staan. Intusschen—ware ’t honderd of twee-honderd jaren vroeger opgekomen om Romkje te mismaken tot Pomme en Sibbeltsje tot Pibbe, licht hadden wij thans ook Friezinnen die als Pomme en Pibbe in het kerkelijke doopregister en bij den burgerlijken stand te boek stonden. En de geleerden, die honderd jaren na ons zullen leven, zouden zich dan mogen inspannen zoo veel ze wilden en navorschen wat ze wilden, de oorsprong en de beteekenis van de namen Pomme en Pibbe en Poi, dan zekerlijk als zeer eigenaardig Friesch vermeld, zoude hun een raadsel moeten blijven.

Nemen wij als een enkel voorbeeld om aan te toonen hoe zeer de oude, volledige namen heden ten dage in Friesland verbasterd zijn, den naam Eke in behandeling. Eke, zoo heeten eenige mij bekende Friezinnen, althans zoo worden zij in het dagelijksche leven genoemd. Eene enkele staat ook werkelijk in de kerk en ten gemeentehuize als Eke geboekt. In den regel echter, die Eke genoemd worden, staan als Eelkje te boek. Eke! korter kan het niet! Want dat ke is slechts een aanhangsel dat den verkleinvorm maakt; lam of laem, bij voorbeeld, wordt lamke, lammetje, in het Friesch. Neemt men dat aangehangene ke weg, dan blijft er van den naam Eke anders niet over als eene enkele E. Is dat nu een naam, een eigene Friesche naam? Wel neen! Eke is een vleivorm, een poppenamme van Eelkje, dat weet men nog. En de naam Eelkje is op zijn beurt weêr een verkleinvorm, door achtervoeging van het aanhangsel je, van den mansnaam Eelke. Zoo maakt men, door ze den verkleinvorm te geven, vrouwennamen van mansnamen: Pyttsje, (Pietje) van Piet (Pieter, Petrus), Baukje van Bauke (Bavo), enz. Met Eelke zijn wij intusschen nog lang niet waar wij wezen moeten. Immers de mansnaam Eelke is op zich zelven ook weêr een verkleinvorm, door achtervoeging van ke gemaakt. De Friezen toch, hierin onderscheiden van andere Germaansche volken, die slechts hunnen knapen, zoo lang ze nog kleine kinderkens zijn, met verkleinnamen noemen—de Friezen hielden en houden die namen in verkleinvormen ook in gebruik als de kinderen tot knapen en jongelingen, zelfs tot mannen zijn opgegroeid. Nevens Eelke staat Eeltje, het eerste met den Frieschen, het laatste met den Hollandschen verkleinvorm; beide mansnamen beteekenen het zelfde, beiden zijn het verkleiningsvormen van Ele. In der daad worden zij, die Eelke of Eeltje heeten, in den dagelijkschen omgang dan ook wel Ele, genoemd. Maar met Ele zijn wij ook nog niet tot den oorspronkelijken vorm des naams gekomen. Ook Ele is weêr een verkorte, een versletene vorm. Ele staat in de plaats van Edele, en is door zeer gewone uitslijting van de d (de) ontstaan. Ook in het Hollandsch zegt men wel eêl voor edel, vereêlen voor veredelen, vooral in dichterlijken stijl. Edele is de volle vorm van dezen naam, die onder ons nog in zoo menigen verschillenden verklein- en vleivorm voorkomt. Edele is een naam die eene beteekenis heeft, die eenen zin te kennen geeft. Immers de naam Edel of Edele beteekent in der daad de edele, de edele man. Edel of Edele is de nieuwere vorm van den Oud-Frieschen mansnaam Athal, dat is Adel. Zoo heette, volgens de overlevering, de tweede Prins van Friesland, de zoon van den eersten, van Friso, en hij leefde 245 jaren voor Christus’ geboorte. En Athal of Adel, dien naam hebben vele oude Friezen gedragen. Ook is de naam van het roemruchtige Oud-Friesche geslacht Adelen er van afgeleid, en niets als een patronymikum van Adel. [36] De vrouwelijke vorm van Athal of Adel is Athala of Adela, en dezen naam hebben zekerlijk vele Friezinnen in den ouden tijd gedragen. Welke vader gaf niet gaarne zulken schoonen naam, schoon in beteekenis en schoon in klank, aan zijn dochterke? Ook was deze naam niet alleen bij de Friezen, maar bij alle Oud-Germaansche volken in gebruik. Ook bij de oude Franken, die gedeeltelijk de Germaansche voorouders der hedendaags geheel verwaalschte Franschen geweest zijn. De naam Adela der Frankische vrouwen is nog als Adèle bij de hedendaagsche Fransche dames in gebruik. Andere volken, niet het minst ook de Hollanders, hebben ook hier in, als in zoo menige andere zaak, de Franschen nagevolgd, en zoo is nu Adèle vrij wel een kosmopolitische naam geworden.

De Friezen echter, trouw gehecht aan hunnen Germaanschen volksaard, hebben zich steeds te edel geacht om zulke en andere Fransche en verfranschte namen en naamsvormen te dragen. Zij hebben ze steeds, met betamelijke minachting, van zich gewezen. Maar zoo er nu eene Friezin is, wier verknoeide naam Eke haar verdriet, of zoo er eene Friesche moeder of grootmoeder is, die er iets op tegen heeft dat haar kind of kleinkind Eelke of Eeltje zal heeten zoo het een knaap is, of Eelkje als het een meiske is—wel nu—met die, en met honderden andere soortgelijke verkorte en verknoeide namen staat of valt haar Friesdom niet. Dat men dan de volle, onverbasterde, oude en schoone namen Adel en Adela, vol beteekenis, weêr in gebruik neme en in eere herstelle! Bij dien vrouwennaam hoede men zich echter wel dat men er geen Fransche Adèle van make! Men late, bij ’t uitspreken, den klemtoon of de stemsate rusten op de eerste en op de derde lettergreep, op A en a. Zoo draagt men eenen echten Frieschen naam, in volledigen, schoonen vorm.