Reizen En Vechten In Het Zuiden Van De Philippijnen De Aarde En

Chapter 2

Chapter 23,800 wordsPublic domain

"Op het eiland Samar vermoorden groepen pulajana's, dat zijn godsdienstige dwepers, met bolo's, een soort van messen, gewapend, hun landgenooten onder godsdienstige voorwendsels, maar die menschen vluchten, als de soldaten naderen en wagen slechts uiterst zelden een gevecht. De Moro-provincie, waar ik nu juist het bevel heb overgedragen, zal u misschien de voor uw reis voordeeligste gelegenheid bieden. Op dit oogenblik houden de stammen zich rustig, maar u weet, hoe de Mohammedanen zijn; ze kunnen niet lang weerstand bieden aan de verzoeking, een christen den hals af te snijden, een bewerking, die hun het dubbele voordeel oplevert, zich voor deze wereld een repeteergeweer te verschaffen en voor de toekomst het paradijs.

"Misdaden van dien aard worden altijd gevolgd door de zending van een colonne met de opdracht, zich van den misdadiger meester te maken, als het hoofd van den stam hem niet uitlevert. Het spijt mij, dat ik er niet met opzet een voor u kan uitrusten, maar gaat u daarginder heen, en als het toeval u gunstig is, zult u mogelijk het een of ander bijwonen. En dan het is een mooi land, de bewoners zijn interessant, en het militaire leven van onze troepen, die altijd op hun qui vive moeten wezen, is minder eentonig dan in de kazernen van Manilla. Op alle manieren zal uw tijd niet verloren zijn. Een schip moet weldra naar Zamboanga vertrekken, het middelpunt der provincie Moro, daarop zal ik een plaats voor u laten reserveeren en ik zal aan de militaire autoriteiten instructies zenden, waardoor u zich vrij zult kunnen bewegen en een actiever leven leiden dan hier."

Den dag na dit gesprek zat ik tegen één uur rustig in mijn hotel te ontbijten, toen een soldaat mij een brief bracht van den hoofdcommandant; daarin werd mij medegedeeld, dat de stoomboot Sabah de haven precies om twee uur zou verlaten en dat ik mij daarop moest inschepen. Daar men niet minder dan drie kwartier noodig heeft, om van het Bayview-hotel naar de kade voor de militaire inscheping te komen, hield ik slechts een kwartier over, om een rijtuig te krijgen, mijn uitgaven te regelen, voor mijn uitrusting te zorgen en datgene in te pakken, dat men voor een reis van twee maanden noodig heeft. Men ziet het, generaal Wood was zijn belofte nagekomen en zette mij aan het werk, mogelijk wel een weinig haastiger dan ik zou hebben gewenscht. De zee werkte er toe mee, mij in beweging te houden gedurende de drie volgende dagen, die de overtocht duurde en ik had de luiheid van de bewoners van Manilla grondig van mij afgeschud, toen ik te Zamboanga aankwam.

De hoofdstad van de Moro-provincie, gelegen op het westelijkste punt van het eiland Mindanao, is de derde stad der Philippijnen. Toch is het een zeer bescheiden plaatsje, waar buiten het garnizoen en ongeveer twee duizend inboorlingen slechts een veertigtal ambtenaren en kooplieden wonen. De handel bepaalt zich tot den uitvoer van copra, aangevoerd van de groote aanplantingen van kokospalmen, die zich rondom de stad uitstrekken en zich vele mijlen langs de kust voortzetten. Alle veertien dagen komen duitsche paketbooten groote scheepsladingen weghalen van de gedroogde vruchtvleeschmassa, een pulp, die ze rechtstreeks naar Singapore brengen. De inboorlingen breiden de kokospalmaanplantingen steeds uit. Er is weinig onderhoud mee en het product vindt gemakkelijk plaatsing, vooral sedert het copravet te Marseille in veel fabrieken voor de zeepbereiding wordt gebruikt.

Ofschoon Zamboanga hoofdstad is, wonen er bijna niet anders dan inlandsche christenen, afstammelingen van de kolonisten der vroegere strafkolonie, die de Spanjaarden er sinds een eeuw in stand hielden. De weinige Moro's, die men in de omstreken ontmoet, zijn visschers, arme, beschroomde menschen, zeer verschillend van hun woeste geloofsgenooten uit het binnenland.

Ik bleef maar enkele uren te Zamboanga en scheepte mij nog denzelfden dag in op onze stoomboot, die naar Cottabatto vertrok met een kolonel aan boord, belast met de inspectie van alle militaire posten in het gebied van de Rio Grande, aan welker monding wij den volgenden morgen voor anker lagen.

We waren toen midden in den drogen tijd, wat ons verplichtte, om, wilden we hooger de rivier opgaan, de Sabah te verlaten en op een mooie, kleine kanonneerboot over te gaan, met één stuk bewapend, en onder het commando staand van een jeugdig philippijnsch kapitein. Wij zouden achtereenvolgens bezoeken brengen aan de garnizoenen van Reina Regente, Fort-Pikit, Doeloean en daarna te Cottabatto terugkeeren. Dat kleine stadje is de hoofdstad van de provincie van denzelfden naam, die bijna een vierde deel beslaat van de oppervlakte van Mindanao. Het is een geheel moro's-district, en op het grondgebied wonen de talrijkste en welvarendste mohammedaansche stammen van den Archipel.

Daar de revue over het garnizoen eerst zou plaats hebben bij onze terugkomst, bleven wij enkel in de stad, om er te ontbijten en brandstof in te nemen voor de boot. Tegen twee uur in den middag stak ons kanonneerbootje weer van wal. De benedenloop van de Rio Grande loopt door een vlakke streek, die kaal en arm is aan planten, buiten den smallen gordel van enkele palmen aan de oevers. Er zijn niet veel dorpen, en die er zijn, beteekenen niet veel, ondanks de vruchtbaarheid van den grond rondom, want de Moro's zijn geen knappe landbouwers, kweeken slechts een beetje rijst en geven aan vechten en razzia's houden de voorkeur boven het landbouwwerk. Toch is tegenwoordig de geheele bevolking van het dal onderworpen; maar het aantal en de uitgebreidheid van de garnizoenen, die langs de rivier zijn geplaatst, bewijzen wel, dat de regeering niet al te vast op den duur van die onderworpenheid rekent. Tijdens de reis bleven alle soldaten dichtbij de verschansing zitten, met een geweer onder het bereik van hun hand, om op de talrijke krokodillen te schieten, die op de zandbanken liggen te slapen. Dat zijn zeer gevaarlijke dieren; om zich tegen hun aanvallen te beschermen, moeten de vrouwen uit de rivier water scheppen achter daarvoor met opzet gemaakte schuttingen van bamboes.

Op den post Reina Regente zijn gestationneerd twee compagnieën van het 20ste amerikaansche infanterieregiment. De naam geeft al aan, dat het een oude spaansche vestiging is. Trouwens de Amerikanen hebben zich bevlijtigd, overal dezelfde punten te bezetten, die hun voorgangers hadden gekozen, en daarom lieten ze hier het cordon van blokhuizen in den steek, dat de garnizoenen onderling verbond en dat men elke paar mijlen langs de Rio Grande terugvindt. De spaansche forten bestaan uit een rechthoekige steenen versterking, twee meter breed en vier meter hoog, op de hoeken door sterke bastions verdedigd. Ondanks de afwezigheid van een gracht, zijn deze bouwwerken volkomen voldoende, om de aanvallen te weerstaan van alle Moro's van den Archipel, want de artillerie van de inboorlingen is al heel primitief.

Binnen in den vierhoek vindt men de kazernementen, van steen en hout voor de blanke troepen en van bamboes voor de inlandsche soldaten. Ofschoon veel minder weelderig dan de huisvesting te Manilla en te Zamboanga, is er ruimte genoeg; ze zijn hoog van verdieping en goed geventileerd. De keukens bevinden zich in een gebouw, dat afzonderlijk staat, evenals de douchetoestellen, waar ieder soldaat tweemaal per dag onder gaat staan, bij het gaan naar en het terugkeeren van de manoeuvres. De post Reina Regente heeft niet, als die aan de kust, toestellen om water te destilleeren en evenmin ijsmachines, maar men krijgt er dagelijks van Cottabatto een zending ijs, die voldoende is, om een zeer lage temperatuur te houden in de spijskamers, waar het vleesch wordt bewaard, dat in de koelkamers van schepen uit Australië is gekomen. Wat er over is, dient om de dranken van de officieren en van de manschappen af te koelen. Daar de dysenterie zeer gevreesd wordt over den geheelen Archipel, gebruiken de soldaten alleen gedestilleerd of gekookt water.

Een andere kwelling van de streek aan de Rio Grande is de overvloed van muggen, vooral in den regentijd. Ieder bed is voorzien van drie muskietennetten over elkander heen. De soldaten zijn genoodzaakt te eten, vóór het donker is geworden; wat de officieren aangaat, zij eten en werken des avonds in een soort van kooien van metaalgaas, waar ze zich in verbergen, als de avond valt, en die ze enkel verlaten om naar bed te gaan.

Te Fort-Pikit, waar we den volgenden dag aankwamen, ligt slechts een compagnie van inlandsche soldaten, behoorend tot het corps der nationale verkenners. Er bestaan vijftig van die compagnieën van honderd man ieder. Die "native scouts" zijn allen inlandsche soldaten onder het commando van amerikaansche en philippijnsche officieren. Den ganschen morgen woonden wij de oefeningen der compagnie bij. De soldaten waren in veldtenue, een trouwe navolging van die, welke het voetvolk in de Vereenigde Staten draagt; zware kleeren, grove schoenen, overbodige equipementsstukken, absoluut overcompleet voor de inboorlingen, wier natuurlijke vlugheid en lenigheid erdoor verminderen. De bewegingen werden vrij goed uitgevoerd zoolang men met het gebruik der wapens en met de bewegingen in gesloten colonnes bezig was, maar toen de inspecteur gevechtsmanoeuvres wilde doen uitvoeren, schenen noch de officieren, noch de manschappen te begrijpen waar het eigenlijk op aankwam.

Den volgenden dag voeren wij de Rio Grande af, om de posten aan den benedenloop te inspecteeren. Onze kanonneerboot hield eerst stil aan den post te Doeloean. Ik liet den kolonel de twee compagnieën verkenners de revue passeeren, om een uurtje te gaan roeien stroomop en daarbij een bezoek te brengen aan een beroemdheid van het land, het hoofd Piang. Dit hoofd is op het oogenblik de machtigste der vorsten of dato's van de provincie; toch is hij van geringe afkomst, want twintig jaar geleden arbeidde hij nog als slaaf van zijn voorganger; hij is zelfs niet van zuiver ras, maar zoon van een Chinees en een inlandsche.

Piang begon met de gunst van zijn heer en meester te winnen, door te diens voordeele handel te drijven. Uit dankbaarheid voor zijn diensten werd hij in het genot van de vrijheid gesteld en begon voor eigen rekening te werken. Hij was reeds de rijkste man der streek, toen de Spanjaarden hun militaire operaties in het dal begonnen. Piang knoopte onderhandelingen met hen aan, werd de leider van hun spionnendienst en was hun weldra onontbeerlijk geworden. Bij den dood van zijn ouden meester benoemden ze hem tot dato in diens plaats en legden aan de rivierbewoners op, hem gehoorzaamheid te bewijzen. Trots zijn vrijgevigheid werd de nieuwe vorst door zijn onderdanen verfoeid, en vooral ook door de andere stammen, waarvan de hoofden zijn dood hadden gezworen. Zijn eigen schoonzoon, de dato Ali, de dapperste krijger en de bekwaamste van het land, was zijn onverbiddelijke vijand geworden. Piang wist de Amerikanen te overtuigen, dat het eiland niet anders tot rust kon worden gebracht, dan door de verwijdering van zijn mededinger. Na verschillende nuttelooze expedities werd Ali gedood in October 1905 door de troepen van kapitein F. Mac Coy.

Het dorp van het hoofd Piang is omgeven door een palissade van bamboes, waarop lange bronzen kokers staan, die op kanonnen lijken; ze worden lantaka's genoemd. In het inwendige van de omheinde ruimte is de grond bedekt met een dikke laag vuil en afval van allerlei soort, en ondanks de nabijheid der rivier blijft al het overbodige maar bij de huizen liggen. De eenige riolen zijn de magen van kleine varkens, zwarte beesten, die in menigte over den weg loopen te midden van de morokinderen. In het midden van het dorp, dat zich in niets onderscheidt van alle andere, die wij aan de rivier hadden zien liggen, van Cottabatto tot Pikit, staat een tweede omheining, waar de woningen binnen liggen van de familie van het hoofd. De ontvangst bij den dato was uiterst vriendelijk. Hij wijst ons met trots een blinden grijsaard, afkomstig uit Bokhara, die daar op de een of andere onbekende wijze schipbreuk had geleden en die nu des dato's particuliere secretaris was. Onze gastheer is er fier op, dat hij naast zich heeft den eenigen man, die in het land de taal van den Koran kan spreken, want de godsdienstige kennis van de Moro's is al zeer gering, en hun praktijk bepaalt zich tot het opzeggen van het gebed, dagelijks éénmaal. Wat de wasschingen betreft en de inachtneming van den Ramadan, dat zijn bij hen onbekende zaken. Zij eten met smaak en overvloedig varkensvleesch en hun vrouwen weten niets van een sluier. Daarentegen hebben ze wel een woesten haat tegen de Christenen, onverschillig of het vreemdelingen of inboorlingen zijn, en ze zijn doodsverachters zoozeer, dat ze den dood zoeken, als ze door de ongeloovigen overwonnen zijn.

Om den vorst, die mij ontving, eer te bewijzen, begon ik met den priester een langzaam en moeilijk gesprek, mijn best doende, partij te trekken van de enkele arabische woorden, die ik kende en die mij te binnen schoten. Piang kon zich haast niet houden van blijdschap; hij verplichtte al zijn vrouwen, een salam te brengen, zelfs zijn ongelukkige dochter, de weduwe van Ali, die nog ziek was ten gevolge van een wonde, opgedaan in den schouder bij haar pogingen om haar man te verdedigen. Ik had groote moeite, mij van de overmatige gastvrijheid van den ouden dato los te maken; hij gaf mij nog bij mijn vertrek een kris ten geschenke met een prachtig golvend lemmet.

Toen de kolonel de inspectie van de troepen had beëindigd, die als lijfwacht van Piang dienst doen, vertrokken we naar Cottabatto. Ik begaf mij naar de kazerne der compagnie van de politie, waarvan de chef, een jonge luitenant, van mijn aanstaande komst op de hoogte was gebracht en aanbood, mij in bijzonderheden de manier te laten zien, waarop hij zijn mannetjes onderwees en leidde. Ik had veel soldaten van dat corps in de omstreken van Manilla gezien; maar hier waren het allen Moro's, wat een nieuwe aantrekkelijkheid was.

Dit laatste bezoek bevestigde mij in mijn te voren opgevatte meening. De miliciens van het burgerlijk bestuur, ofschoon van zeer betwistbare militaire waarde, zijn toch ver te verkiezen boven de compagnieën nationale verkenners. Al laat de instructie somtijds te wenschen over, de organisatie is tegelijk veel minder kostbaar en veel beter. De officieren worden niet gekozen uit de oude sergeanten van het actieve leger, die slaven zijn van de routine en niet in staat zijn, zich te schikken naar de eischen van een nieuwe instelling, maar zijn jonge mannen van hooger intellectueel standpunt, vol van den geest van initiatief en belangstellend in hun manschappen. De soldaten zijn oordeelkundig uitgerust, loopen op bloote voeten en dragen noch tent noch rugzak; zij voeden zich op de manier der inboorlingen en leven van wat het land levert, in plaats van zich te laten volgen door koelies, die hun amerikaansche levensmiddelen nadragen.

Ik vernam, toen ik van Cottabatto naar Zamboanga terugkwam, dat de geheele provincie Lanao in beroering was, want op den post Parang was een zieke soldaat, die in een tent afgezonderd was, door een dweepzuchtige met een dolksteek gedood, en te Malabang eenige kilometers van daar, was een korporaal, die alleen van het schietterrein kwam, vermoord op niet meer dan 200 meter afstands van de kazernen. De misdadigers hadden zich verscholen bij de bergstammen, die ten zuiden van het Lanaomeer wonen, en toen men tot de hoofden het verzoek richtte, ze uit te leveren, antwoordden zij: "Kom en haal ze!"

Van alle omringende posten kwamen de troepen der mobiele colonnes naar de opstandelingen toe. De vergunning, mij bij een dier expedities aan te sluiten, werd mij gegeven, toen ik er om vroeg; maar ongelukkig moest ik te Zamboanga verscheiden dagen wachten op de aankomst van de boot, die mij naar Overton zou brengen, het punt, dat ten noorden van de landengte van Lanao is gelegen.

Ik maakte van mijn gedwongen werkeloosheid gebruik, om een bezoek te brengen aan Zamboanga en de omstreken. Eerst wees men mij de lagere scholen, die door de Moro's van de kust worden bezocht en door de christelijke bewoners van de stad. De inlandsche onderwijzers laten er de kinderen werken onder de leiding van amerikaansche inspecteurs en inspectrices. Het openbaar onderwijs is van alle takken van bestuur die, welken de Amerikanen het best hebben verzorgd en voor welks ontwikkeling ze het ijverigst geld en moeite hebben overgehad.

Dat onderwijs zal zonder eenigen twijfel goede resultaten opleveren, onverschillig welke beslissing de regeering ten slotte zal nemen ten opzichte van de Philippijnen. Als men met de tegenwoordige politiek voortgaat en den Archipel in den toestand van nu laat blijven, namelijk als een dépendance van de Republiek der Vereenigde Staten, zal de kennis van de engelsche taal, die weldra algemeen onder de inboorlingen zal verspreid zijn, hen nader brengen tot hun meesters, en aan de laatsten vergunnen, beter te strijden tegen de nationale gevoelens en tegen de mogelijke begeerigheid van ondernemende naburen.

Indien echter de Amerikanen zich houden aan de beloften van president Mac Kinley, zooals de democratische partij verlangt, en op een goeden dag aan de Philippijnen hun onafhankelijkheid geheel teruggeven, zullen zij tegen dien tijd, dank zij het onderwijs, het verstandelijke niveau der eilanders in voldoende mate hebben verhoogd, dat de laatsten zichzelven zullen kunnen besturen. Die overwegingen hebben het Departement van onderwijs teruggehouden van de aarzeling en halve maatregelen, waaraan de andere takken van dienst zich hebben schuldig gemaakt, omdat ze altijd vreesden, uitgaven te doen, die bij een verandering van regime binnen korten tijd volkomen overbodig zouden blijken.

Men heeft er een uitstekend onderwijzend personeel heen gelokt door middel van hooge salarissen. Een normaalschool, gesticht te Manilla, levert ieder jaar een aanzienlijk aantal onderwijzers en philippijnsche meesters. Bij de jongste volkstelling waren er niet minder dan 772 amerikaansche ambtenaren en 3489 inboorlingen werkzaam gesteld bij de lagere scholen, en bij het meer gevorderd en middelbaar onderwijs, die of door den staat of door de gemeenten werden bezoldigd. Dat onderwijs voor meer gevorderde leerlingen is nog slechts in schetsmatigen toestand aanwezig; er bestaan inderdaad slechts 50 van die inrichtingen in de meest bevolkte plaatsen te zamen. Daarentegen zijn er 2233 openbare lagere scholen, verspreid over het geheele land en waar een aantal van 120 000 leerlingen onderwijs ontvangen. Dit succes is verkregen door de bemoeiingen van de provinciale gouverneurs, gesteund door de gemeentebesturen, onder wie een voortdurende naijver wordt levendig gehouden door de belofte van steeds grooter vrijheden, naarmate de resultaten van het onderwijs beter zijn.

Men kan niet genoeg bewondering hebben voor een systeem, dat reeds zoo goede vruchten draagt, want in acht jaren is het aan de Amerikanen gelukt, hun taal reeds te doen spreken door driemaal meer kinderen dan de Spanjaarden na een overheersching van drie eeuwen tot de europeesche taal konden brengen.

De politiek van die laatsten heeft altijd bestaan in het houden van de inboorlingen in onwetendheid omtrent de taal en zelfs den godsdienst hunner heeren. Alleen de rijken, de illustrado's, ontvingen eenig elementair onderwijs van den monnik, die godsdienstige leider der gemeente was, zoowel als civiel en rechterlijk bestuurder. Dit stelsel, dat veel gelijkt op dat der Hollanders op Java, (sic! Vert.), heeft het Spanje mogelijk gemaakt, de massa te besturen door tusschenkomst van de illustrado's en der broeders, en de bevolking hield men met weinig kosten rustig, door zich van een slechts zeer klein aantal Europeanen te bedienen. Men ziet, hoe de beide regeeringsstelsels, waaraan de Philippijnen onderworpen zijn geworden, lijnrecht tegen elkaar indruischen, daar het eene gegrond is op het houden der inboorlingen in onwetendheid en het andere zich ten doel stelt de snelle en algemeene ontwikkeling door onderwijs.

Ondanks de groote inspanning van de Commissie voor de Philippijnen is men er nog niet in geslaagd, meer dan het tiende deel der jeugdige Philippino's op de schoolbanken te doen plaats nemen, want de scholen worden bezocht door 120.000 kinderen, terwijl het aantal kinderen tusschen 6 en 18 jaar op 1.200.000 wordt geschat. Men ziet ook wel met eenige verbazing de oprichting van zoo talrijke scholen voor de jonge heidenen en Mohammedanen. De laatsten vooral zijn weinig intelligente leerlingen en altijd zijn ze onwillig, zoodat zelfs het eenvoudigste onderwijs een talrijk personeel vordert, dat men stellig beter elders zou kunnen gebruiken. De stichting van al die scholen is te bevreemdender, daar de Amerikanen besloten schijnen te zijn, in de provincie Moro een politiek tegenover de inboorlingen te volgen, die veel verschilt van de elders toegepaste in het overige deel van den Archipel.

Terwijl ze in de christelijke districten niets hebben gedaan, om de vestiging van emigranten uit de Vereenigde Staten te bevorderen, trachten ze Mindanao en omliggende eilanden te maken tot amerikaansche centra. Zij begunstigen de immigratie door het uitgeven van concessies aan civiele personen en aan soldaten, die in het land wenschen te blijven na afloop van den tijd, waarvoor ze zich hebben verbonden. Wat de Moro's betreft, voor hen schijnt het weinig benijdbare lot der Roodhuiden weggelegd; daar ze weigeren te werken en in de maatschappij der overwinnaars op te gaan, zullen ze verdwijnen voor de superioriteit der blanken. Er is zelfs sprake van geweest, Mindanao in politiek opzicht af te scheiden van het overige van den Archipel en er een territorium van de Unie van te maken; maar door het heftig verzet van de zijde der Philippino's heeft men van dat annexatieplan moeten afzien.

Om aan de kolonisten een goed voorbeeld te geven, hebben enkele geestdriftige ambtenaren uit Manilla vereenigingen gesticht voor het ondernemen van plantages. Zij gebruiken hun tweemaandelijksch verlof ieder jaar met om beurten de exploitatie te leiden van aanplantingen van kokospalmen en tabak, die ze gemeenschappelijk hebben aangelegd. Om hun die taak te vergemakkelijken, heeft de regeering den proeftuin van San Ramon, die vroeger door den spaanschen generaal Ramon Blanco was gesticht, weer in goeden staat laten brengen. Tijdens mijn verblijf te Zamboanga bezocht ik die inrichting, die op 20 kilometer afstands van de stad is gelegen. Het is een alleraardigst doel voor uitstapjes voor ruiters, die er zich langs een goeden weg heen kunnen begeven door kokosbosschen aan het strand. Een oud-kapitein van het vrijwilligerscorps, die er vriendelijk gastvrijheid uitoefent, maar wiens kennis van landbouwaangelegenheden gering is, houdt in San Ramon een aanplanting van abaca, een plant, die in uiterlijk op bananen of pisang gelijkt en welker lange, stevige, soepele vezels de kostbare Manillahennep leveren.

Daar de abaca nog nergens elders geacclimatizeerd is dan op de Philippijnen, en daar het kweeken en bereiden van de hennep zeer gemakkelijk is, worden er overal plantages aangelegd, die jaar op jaar in aantal en uitgebreidheid toenemen; dat product neemt op het oogenblik de eerste plaats in in den uitvoer uit de Philippijnen.

Ik verliet zonder leedwezen het dorre en zandige Zamboanga acht dagen nadat ik er was aangekomen en stapte, na een overtocht van enkele uren, te Overton aan wal. Ik werd ontvangen door den kolonel van het vierde cavalerieregiment, die mij reeds den volgenden dag een paard en een geleide van vijf soldaten aanbood voor een bezoek aan den post Keithley op den noordelijken oever van het meer. Een kapitein, die eveneens dien tocht wenschte te maken, vergezelde mij.