Reizen En Vechten In Het Zuiden Van De Philippijnen De Aarde En

Chapter 1

Chapter 13,845 wordsPublic domain

Produced by Jeroen Hellingman and the PG Distributed Proofreaders Team

Reizen en vechten in het Zuiden van de Philippijnen.

Naar het Fransch van _Reginald Kann_.

Ik kwam op het eind van Januari 1906 te Manilla met het plan, de organisatie der inlandsche troepen te bestudeeren, die de Amerikanen op de Philippijnen hadden gevormd. Ik stelde mij voor, mij dadelijk in verbinding te stellen met den militairen gouverneur, ten einde de inlichtingen te verkrijgen, die ik bij mijn onderzoek noodig had; maar ik vernam, dat de commandant van het bezettingscorps op het punt stond zich in te schepen, om naar de Vereenigde Staten te vertrekken en dat zijn opvolger, generaal Wood, eerst over veertien dagen of drie weken zou aankomen, om hem te vervangen. Ik was dus verplicht al wachtend, den steun in te roepen van de civiele autoriteiten.

Het burgerlijk bestuur van den Archipel is sedert April 1900 geconstitueerd door een commissie, bestaande uit acht leden, van wie vijf Amerikanen en drie Philippino's zijn. Die commissie is belast met het ontwerpen van wetten en moest, nadat ze door het Congres van Washington bekrachtigd waren, de wetten van kracht doen zijn en voor de naleving waken; met dat doel is aan de vijf amerikaansche leden, boven en behalve hun wetgevende macht, ook ministeriëel gezag toegekend.

Op die wijze zijn in het leven geroepen de departementen van Binnenlandsche Zaken, van Handel, en Politie, van Openbaar Onderwijs en van Justitie en Financiën; de vijfde amerikaansche commissaris neemt den titel aan van gouverneur-generaal zonder bepaald aangewezen functies. Deze organisatie, met de opeenhooping van macht, is mogelijk geworden door de zeer uitgebreide prerogatieven, gegund aan de provinciale gouverneurs, die met de commissie in betrekking staan door tusschenkomst van den Uitvoerenden Secretaris. Tot dien ambtenaar wendde ik mij met een schrijven van den franschen consul, waarbij mij op het hart werd gedrukt, geen misbruik te maken van des heeren Fergusson's tijd, daar hij de meest bezette man was op de Philippijnen.

De echt amerikaansche manier, waarop de heer Fergusson audiëntie verleent, de juistheid, waarmee hij zijn ondervrager op de hoogte brengt van hetgeen deze verlangt te weten, vergunt mij te zeggen, dat als niemand het drukker heeft dan hij in den Archipel, ook niemand actiever en practischer en beter ingelicht is.

Ik begaf mij rechtstreeks van het consulaat naar het paleis van de Ayuntamiento, waar de leden van de regeering zetelen. De portier deelde mij mee, dat de heer Fergusson aanwezig was en dat zijn kantoor zich op de eerste verdieping bevond. Ik ging naar boven, maar zocht te vergeefs naar een bediende of zelfs een jongen, wien ik mijn kaartje ter hand kon stellen en den brief van den consul, om een audiëntie aan te vragen. Ik dwaalde lang in een doolhof van gangen en vond ten slotte een half openstaande deur met het opschrift erboven: "Executive Secretary".

Er kwam een geluid van stemmen uit het vertrek. Na eenige aarzeling klopte ik meermalen aan de deur, en daar ik in het geheel geen antwoord kreeg, besloot ik binnen te treden. Er was in de kamer als eenig ameublement een rij stoelen, bezet door verscheiden bezoekers, Amerikanen en Philippino's, en een lessenaar, waarachter de heer Fergusson was gezeten. Zonder het woord tot mij te richten, gaf hij mij een wenk, om te gaan zitten naast de andere personen, wier verzoeken hij met een paar woorden afdeed, terwijl hij met eenzelfde gemak Engelsch als Spaansch sprak.

Toen mijn beurt kwam, nam hij kennis van den brief, die mij bij hem introduceerde, en verzekerde mij daarna in vriendelijke woorden en even vrij van étiquette als zijn ontvangst was geweest, dat hij alles, wat hem mogelijk, zou doen, om mij de vervulling van mijn taak gemakkelijk te maken. "De eenige man, die u werkelijk van dienst kan zijn", voegde hij erbij, "is generaal Wood, die op het oogenblik in het Zuiden is. Ik raad u aan, hem hier af te wachten, want als u hem gingt zoeken, zoudt u gevaar hebben, hem mis te loopen. Wat onze inlandsche troepen aangaat, die bestaan zoowel uit geregelde troepen, die wij 'native scouts' of nationale verkenners noemen, als uit een militie, de constabulary, die, hoewel op militaire manier georganiseerd, onder de burgerlijke regeering staat en dus aan de Commissie moet gehoorzamen. Ik zal u dadelijk een paar woorden van introductie aan den kapitein meegeven en voor enkele andere ambtenaren, tot wie u zich met goed gevolg zult kunnen richten."

Zoo gezegd, zoo gedaan; de heer Fergusson riep een klerk, die onder zijn dictée stenografeerde. Daarna leidde hij mij voor een groote kaart van den Archipel, welke kaart met enkele reclamebiljetten van scheepvaartmaatschappijen de eenige wandversiering van de zaal was, en zei:

"Als u onze inlandsche troepen wilt bestudeeren, schijnt het mij noodig, dat u zich vooraf eenigszins op de hoogte stelt van de verschillende volksstammen, die de eilanden bewonen, van den algemeenen toestand van het land en van de staatkunde, die wij volgen ten opzichte van de onder ons bestuur gekomen menschen. Ik zal u terstond doen toekomen het werk, dat drie jaar geleden geschreven is door het hoofd van den dienst der volkstelling naar aanleiding van zijn werkzaamheden, alsook de rapporten, die wij jaarlijks naar Washington zenden. Dat zal u helpen, de avonden te slijten, want wij hebben hier nog geen vermaken, geen schouwburg, noch music hall. Intusschen zal ik even in een paar woorden voor u samenvatten, wat u meer in bijzonderheden zult kunnen lezen in de geschriften, die ik u noemde.

"Wij verdeelen de bevolking van de Philippijnen in drie algemeene groepen naar hun godsdienst. Vooreerst de heidenen, inboorlingen, die in de bergstreken wonen, waar de werkzaamheid der spaansche zendelingen hen niet heeft bereikt. Ofschoon de verschillende stammen vaak met elkaar in onderlingen strijd zijn, vallen ze de hooger staande rassen niet aan en hebben nooit reden van bezorgdheid gegeven, noch aan de Spanjaarden, noch aan ons. Het zijn in den vollen zin des woords barbaren, en men heeft ze zelfs wel beschuldigd van menscheneten. Wij beginnen nog pas, ons met hen te bemoeien, door een paar scholen op te richten, die tot nu toe maar poovere resultaten hebben opgeleverd.

"De tweede groep is die der Mohammedanen, die het Zuidwesten van den Archipel bewonen, waar vele districten zijn samengevoegd tot wat wij de Moro-provincie noemen, een streek, die aan een afzonderlijk bestuur is onderworpen, dat onder de militaire autoriteiten staat en waar generaal Wood het bevel voert.

"Eindelijk de groote meerderheid der inlandsche bevolking, meer dan negen tienden, bestaande uit de christenen, Maleiers, als de Moro's, maar vermengd met spaansch of chineesch bloed.

"In de steden vindt men bijna niet anders dan zulke kleurlingen, en daar vertoont dan ook de christelijke bevolking alle tinten, waar de menschenhuid voor vatbaar is, en alle beschavingen ook. Naast den blanke, die nauwelijks aan de nagels nog laat zien, dat er gemengd bloed door zijn aderen stroomt, die voor rechtsgeleerde of geneesheer is opgeleid aan een europeesche universiteit, zult u den bergbewoner vinden, die een afgod bezit, beschermer van zijn dorp, en aan dien god menschen ten offer brengt.

"Zoo is het volk, dat wij geroepen zijn te bestudeeren, zoo ingewikkeld, dat alle bestuursmaatregelen tot bezwaren aanleiding geven en zeer moeilijk zijn toe te passen".

Daar de brieven, die mijn beminnelijke vraagbaak voor mij had gedicteerd, inmiddels in het net overgeschreven, waren binnengebracht, nam ik afscheid, om te gaan kennis maken met degenen, tot wie ze waren gericht. Toen ik een uur later in mijn hotel kwam, vond ik er de twaalf deelen, beloofd door den heer Fergusson, reeds wachtend op mijn schrijftafel.

Ik verdeelde nu verder mijn tijd tusschen het lezen van die documenten, de studie van de organisatie van de constabulary in het hoofdkwartier van Binondo, en het bezoek aan Manilla en de omstreken.

Manilla is geen stad in den eigenlijken zin des woords, maar de vereeniging van verschillende neerzettingen langs de zee en de rivier de Pasig. Eerst ligt boven de monding aan den zuidelijken oever de oude spaansche stad, omringd door een wal met bastions en een gracht, die thans gedempt wordt ten behoeve van den algemeenen gezondheidstoestand. De oude esplanade, die zeer uitgestrekt is, werd gedeeltelijk in een bescheiden Botanischen Tuin herschapen, niet te vergelijken met die der andere steden aan de Chineesche Zee. De open ruimte aan zee aan den voet der wallen wordt ingenomen door een groote grasvlakte, waar twee muziekkiosken staan, enkele lantaarns met booglampen en houten rustbanken. Het is de Luneta, de beroemde promenade van Manilla, waar de met wapens in de hand gevangen genomen opstandelingen zijn terechtgesteld. Achter de Luneta vindt men de aangename nieuwe wijken Ermita en Malate, waar in vrij goede villa's de hooge ambtenaren en rijke kooplieden wonen.

De rechteroever van de Pasig loopt langs de handelswijk, in haar geheele lengte doorsneden door een groote straat, de Escolta, die voor Manilla is wat het Strand voor Londen, en de Avenue de l'Opéra voor Parijs is. Daarna volgt de chineesche wijk Binondo. Eindelijk breidt zich rondom deze kern, waar alleen vreemdelingen en rijke Philippino's wonen, een breede kring uit van inlandsche dorpen, een waar woud van hutten van bamboes, op palen gebouwd en met nipabladeren gedekt, het riet uit dit land. Het aantal inwoners van de heele stad is meer dan 200 000.

Manilla bezit weinig belangwekkende bouwwerken buiten een massa zeer oude kerken van een bijzonder stevigen bouwtrant, omdat ze bestemd waren om weerstand te moeten bieden aan de hevige aardbevingen, die het eiland Luzon herhaaldelijk teisteren. Eenige ervan hebben houten en bronzen versiering van beeldhouwwerk, maar de versiering is zoowel binnen als buiten de kerk armoedig en van slechten smaak. De eenige curiositeiten van de stad, die waard zijn bezocht te worden, zijn het kerkhof van Paco en de gevangenis van Bilibid.

Het Pacokerkhof wordt alleen gebruikt voor de klasse der rijken; het aantal dooden, dat er wordt toegelaten, is zeer beperkt en de huur van de nissen van het columbarium is verbazend hoog. Daar iedere familie, die zich respecteert, aan haar leden om haren rang op te houden, althans tijdelijk een graf op het kerkhof van Paco moet verzekeren, worden de lijken er voor een bepaalden tijd heengebracht, waarvan de duur afhangt van de geldmiddelen der bloedverwanten van den overledene. Als de familie ophoudt met het betalen van de maandelijksche bijdragen, worden de lijken opgegraven en opeengehoopt in een gemetselde gang, die rondom het kerkhof loopt en die de deposito wordt genoemd. Daar de lijken daar dikwijls reeds eenige weken na den dood worden heengebracht, wordt die doodengang, vooral in een tijd van epidemieën, veranderd in een waar lijkenhuis in de open lucht, dat zeer veel gevaar voor de levenden oplevert. De Amerikanen hebben gepoogd, het gebruik van de deposito tegen te gaan, maar ze moesten dat plan laten varen om de tegenwerpingen van de bewoners, die weigerden afstand te doen van de gewoonte hunner voorvaderen.

De gevangenis van Bilibid, die ruim is en weelderig ingericht, is tegelijk voor blanke en inlandsche veroordeelden in gebruik. Evenals op het kerkhof van Paco, leveren de hoogere klassen van de bevolking een groot deel van de tijdelijke bewoners. Men ontmoet daar, broederlijk naast elkander, oud-opstandelingengeneraals en amerikaansche ambtenaren die al te veel hielden van de staatsdollars. Allen dragen de zwart en grijze jersey van de dwangarbeiders en hun haar is afgeschoren; maar zelfs in die weinig flatteerende uniform houden ze het prestige van hun vroegeren rang, en de bewakers spreken tot hen met een zekeren eerbied.

Als iedere tropische stad, en eigenlijk nog meer dan elke andere, is Manilla het grootste deel van den dag in slaap. Des morgens zijn alleen de Escolta en de aangrenzende straten een beetje levendig; alle beweging houdt om elf uur ongeveer op, en de wandelaar, die door de verlaten straat loopt, heeft een zware stilte om zich heen, alleen afgebroken door het getik van de schrijfmachines onder de handen van de amerikaansche klerken, die op hun kantoren zitten te werken in hemdsmouwen, met een groen schermpje op het voorhoofd. De bewoners ontrukken zich met moeite aan hun slaapje tegen vier uur en gaan dan in menigte naar de Luneta, waar duizenden menschen uit Manilla zich in groepjes op het gras uitspreiden, om het afgebroken dutje te hervatten, in slaap gewiegd door de tonen van een militair orkest. Rondom het plein rijden ruiters en met vlugge, kleine poney's bespannen rijtuigen voortdurend in het rond, als in een draaimolen.

De stad der inlanders is nog doodscher dan die van de Europeanen. Menschen en dieren rusten er onafgebroken; zelfs de voertuigen, getrokken door reusachtige buffels, die zwaarder en langzamer zijn dan kameelen, geven een indruk van slaperigheid en verdooving. De man uit het volk voegt de luiheid van den Maleier bij de indolentie vol minachting van den Spanjaard; hij wordt alleen des Zondags wakker, om 's morgens naar de kerk te gaan en in den namiddag naar de hanengevechten.

Altijd in Manilla teruggehouden door de mogelijkheid van de terugkomst van generaal Wood, verliet ik de hoofdstad niet dan enkel voor kleine uitstapjes van niet langer dan een dag. Het interessantste was dat naar Malolos, waar ik een bezoek bracht aan eenige officieren, die mij hadden uitgenoodigd, om hun troep te komen inspecteeren. Malolos, hoofdstad van de provincie Bulacan, is beroemd geworden door Aguinaldo, die er in het begin van den opstand de hoofdstad had van zijn kortstondige republiek.

Men gaat naar die stad met den spoorweg, dat is langs de eenige lijn die in den Archipel bestaat en die Manilla met Dagupan verbindt aan de Lingayengolf. Het is merkwaardig, op te merken, dat de Amerikanen, die de grootste spoorwegondernemers ter wereld zijn, tot nu toe geen kilometer nieuwen spoorweg op de Philippijnen hebben aangelegd, want de lijn van Dagupan dateert uit den spaanschen tijd en is door een engelsche maatschappij uitgevoerd.

In het algemeen zijn de openbare werken van den kant der regeering volstrekt niet het voorwerp eener aanhoudende zorg geweest, en de onverschilligheid der Commissie in dit opzicht is een der ernstigste grieven van de Philippino's tegen de nieuwe meesters, die de taak op zich hebben genomen, om hen te besturen. Niet enkel is geen spoorweg aangelegd, maar zelfs het wegennet wordt zeer slecht onderhouden en weinig uitgebreid, ofschoon dat de voorwaarde is voor de welvaart der boeren, die hun waren aan de markt moeten brengen en naar de havens van uitvoer. De inboorlingen klagen ook over de zelfzucht der gezaghebbers uit Amerika in het verdeelen der middelen van gemeenschap, als ze die een enkele maal in het leven roepen. Bijna altijd komen de ondernomen werken slechts aan de amerikanen zelf ten goede en strekken in geringe mate ten voordeele van de massa der bevolking.

Dat is bij voorbeeld het geval met de talrijke wegen, die de garnizoenen uit het binnenland in gemeenschap stellen met de aanlegplaatsen aan de kust. Men kan eveneens als voorbeeld wijzen op den met groote kosten aangelegden spoorweg in de provincie Benguet, om toegang te geven tot het hooge plateau van Baguio, waar de regeering voornemens is, een sanatorium te laten bouwen voor de hooge burgerlijke ambtenaren en militairen, die in de warmste weken naar een koeler klimaat moeten gaan. Dit werk heeft het budget der eilanden bezwaard met niet minder dan 12 millioen francs, en het is zoo slecht uitgevoerd, dat op sommige punten van den weg de overstroomingen hem periodiek maken tot een pad, voor rijtuigen onbruikbaar, zoodat de toeristen verplicht zijn, te paard te reizen en hun bagage per muildier te laten vervoeren. Op andere wegen van den Archipel heeft men nog minder schitterende resultaten verkregen.

De strategische weg, die de garnizoenen van Malabang en Parang verbond en die ook groote uitgaven noodig heeft gemaakt, is geheel door den plantengroei overweldigd, zoodat er thans geen spoor meer van over is, en men zich nu niet van den eenen naar den anderen post kan begeven dan over zee, ofschoon ze maar tien kilometer van elkaar verwijderd zijn. Die middelmatige resultaten zijn gemakkelijk te begrijpen, als men zich voor den geest roept, op welke manier de amerikaansche ingenieurs hun wegen aanleggen op moerassige terreinen. In plaats van een verhooging aan te brengen op een solieden onderbouw en goten open te laten voor de afvloeiing van het water, bepalen ze zich er toe, zoo maar op den grond de ruw bewerkte boomen neer te leggen; dat noemt men de corduroy. De schokken over den hobbeligen weg zijn een marteling voor de reizigers, en het duurt gewoonlijk niet lang, of die boomen zakken in den grond, worden met aarde overdekt, de weg verdwijnt snel en het werk kan weer van voren af aan beginnen.

Ik was sedert veertien dagen in Manilla, en na de kantoren van de militaire administratie te hebben bezocht, enkele garnizoenen uit den omtrek en een aantal kerken, begon ik onder den indruk te komen van de aanstekelijke loomheid, die iemand overvalt in de hoofdstad der Philippijnen, toen men mij kwam meedeelen, dat de nieuwe commandant terug was en mijn bezoek verwachtte op zijn kantoor in het fort Santiago.

Generaal Leonard Wood is een der voornaamste officieren uit het leger der Vereenigde Staten en zeker degene, wiens loopbaan het snelst is gemaakt en over wiens carrière het meest is gesproken. Acht jaar geleden, vóór den oorlog met Spanje, diende hij als officier van gezondheid en had nooit een zuiver militaire betrekking bekleed; maar hij had al de aandacht getrokken door zijn vakkennis en door onderzoekingsreizen in het Noorden van Mexico. President Mac Kinley benoemde hem tot geneesheer op het Witte Huis, en daar maakte hij kennis met een der voornaamste republikeinsche leiders, den heer Theodoor Roosevelt, den lateren President, wiens vriend hij weldra werd.

Toen brak de oorlog op Cuba uit. De heer Roosevelt, die er de voornaamste aanstichter van was geweest, wenschte ook zijn deel te hebben van de gevaren en van den roem, die de strijd aan zoovelen van zijn landgenooten bracht, en had het denkbeeld om met zijn vrienden uit de salons van New-York en van de ranches uit het Verre Westen een regiment van vrijwilligers te vormen. Op het laatste oogenblik deinsde hij er voor terug, zelf het commando op zich te nemen, want hij wist volstrekt niets van militaire quaesties en was niet zeker, of hij wel de ervaring en de kennis bezat, noodig voor de leiding van verscheiden escadrons. Bij die gelegenheid dacht hij aan generaal Wood, die zijn geheele leven in de garnizoenen en in de kampen had gesleten, en stelde dien aan het hoofd van zijn corps, terwijl hij voor zichzelven den graad en de bezigheid van luitenant-kolonel bewaarde.

Nauwelijks was de veldtocht begonnen, of de latere president gaf er zich rekenschap van, dat zijn bezwaren overdreven waren geweest en hij voelde zich volkomen in staat, zijn mannetjes te leiden zonder de hulp van wien ook; zoo werd kolonel Wood benoemd tot generaal der vrijwilligers, terwijl de luitenant kolonel zijn plaats innam als chef der rough riders.

De militaire operaties tegen de Spanjaarden waren niet van langen duur, maar weldra had het expeditionnaire corps van Cuba te vechten tegen een oneindig gevaarlijker vijand, de ongezondheid van het land. De troepen, die het garnizoen van Santiago vormden, namen in het volle regenseizoen bezit van de posten en woningen, waarin hun tegenstanders gewoond hadden gedurende het beleg, en waar de hongersnood en de ontberingen van allerlei aard vreeselijke epidemieën hadden doen uitbreken. De gele koorts en de malaria vielen al spoedig de nieuwe bewoners aan; verschillende generaals werden zelf aangetast en hun jonge kameraad Wood, die de oudste was, werd geroepen tot den post van gouverneur der stad. Zijn medische kennis was hem toen tot grooten steun; hij schreef aan de bevolking en aan de troepen een hygiënische leefwijze voor, die zeer streng was, waakte met de grootste stiptheid voor de naleving en wist ten slotte over de bezoeking te triomfeeren.

Intusschen was te Havana de gezondheidstoestand al niet veel beter dan te Santiago. Generaal Wood werd erheen geroepen in alle haast en slaagde er daar nog beter in, de ziekte tot staan te brengen dan op zijn eersten post. Door de hoofdstad van de gele koorts te bevrijden, verminderde de nieuwe gouverneur niet alleen de sterfte onder zijn troepen, hij behaalde daardoor ook een schitterend diplomatiek succes. De bewoners van de hoofdstad van Cuba, bevrijd van de grootste hunner kwellingen, beschouwden hem als hun weldoener, en de besluiten, die hij nam in den naam der amerikaansche regeering, werden altijd in acht genomen. Zijn naam werd over het geheele eiland geëerbiedigd, en de onderhandelingen van de inboorlingen met de Vereenigde Staten konden aldus een snel verloop nemen. Toen generaal Wood Havana verliet na een verblijf van twee en een halfjaar, werd zijn vertrek betreurd door de geheele bevolking.

In dien tijd had de ex-kolonel Roosevelt Mac Kinley vervangen op het Witte Huis, en daar volgens de wetgeving der Vereenigde Staten de president de officieren benoemt naar zijn welgevallen en zonder de ancienniteit in acht te nemen of den staat van dienst, liet hij zijn vriend met zijn verkregen graad in het gewone leger overgaan en verhief hem na korten tijd tot divisie-generaal.

Men kan nagaan, dat zulk een duizelingwekkend snelle carrière, die in zes jaren een dokter met drie strepen tot divisie-generaal verhief, weldra belast met het belangrijkste commando van het leger, veel afgunst heeft gewekt en jaloerschen heeft gemaakt. Maar ieder is niettemin van oordeel, dat degene, die van die snelle bevordering heeft geprofiteerd, niet misplaatst is in zijn nieuwe waardigheid. De machtige vriendschap, die ertoe heeft medegewerkt, den generaal zijn benoeming te bezorgen, heeft zich in zijn keuze niet vergist. Ik heb zoo goed als alleen verscheiden dagen met generaal Wood gereisd, en ik ben verrast geworden door de manier, waarop hij zich op de hoogte heeft gesteld van alle militaire vraagstukken, ondanks de zoo verschillende en talrijke werkzaamheden, die hem waren opgedragen sedert zijn intrede in het eigenlijk gezegde leger. Zijn wetenschappelijke ontwikkeling vormt een sterke tegenstelling met de onwetenschappelijkheid, de onwetendheid zelfs der oude kolonels, die achter hem aankomen, en die veelal niet anders hebben gelezen dan de reglementen der manoeuvres, terwijl de kunst van oorlogvoeren zich voor hen bepaalt tot eenige indiaansche krijgslisten, ontleend aan de boeken van Fennimore Cooper en Gustave Aymard.

Generaal Wood is een man van 45 jaar, vriendelijk, maar koel. Hij vroeg mij, wat hij voor mij kon doen en wat ik wenschte te zien tijdens mijn verblijf in den Archipel. Ik antwoordde hem, dat ik de troepen in de kazerne had waargenomen en op het excercitieveld, dat ik de organisatie der troepen kende en de manier, waarop ze werden bestuurd en onderricht, en dat ik, om mij rekenschap te geven van hun militaire waarde, ze wenschte te volgen in den strijd of tenminste op expeditie.

"Dat vraagstuk is nog al moeilijk op te lossen," antwoordde de generaal, "want het land is op het oogenblik volkomen tot rust gebracht. Van den vroegeren opstand zijn alleen een paar rooverbenden overgebleven, die meestal uit niet meer dan een dozijn personen bestaan en volstrekt niet interessant zijn, zoodat ik u niet kan aanraden, die achterna te loopen; dat zou even vermoeiend als weinig belangwekkend wezen.