Mathias Sandorf [2]

Part 19

Chapter 193,765 wordsPublic domain

„Hij komt dus?.... Dat is boven allen twijfel, niet waar, Pescadospunt?”

„Voorzeker!....”

„Wanneer?”

„Binnen twintig minuten zal hij hier zijn! Zoolang zal het wellicht niet eens duren, denk ik.”

„Des te beter!” sprak dokter Antekirrt, terwijl hij zich vergenoegd de handen wreef.

„Neen! des te slechter!” sprak Pescadospunt op hoogst ernstigen toon.

„Wat bedoelt ge?”

„Ik weet niet hoe en door wien hij gewaarschuwd is,” antwoordde Pescadospunt, „hij weet, dat gij hier voorafgegaan zijt door een twaalftal manschappen!....”

„Ongetwijfeld door dien bergbewoner, die ons bespied heeft,” zei Luigi Ferrato ontsteld.

„Hoe het ook zij.... en onverschillig door wien ook ingelicht,” antwoordde Pescadospunt, „maar hij weet het!”

„En verder? Ga toch voort!.... er is haast; want de te nemen maatregelen hangen er van af.”

„Hij heeft begrepen, dat gij hem een strik spant,” ging Pescadospunt verder.

„Dat is minder!” meende dokter Antekirrt.

„Ja, maar....”

„Laat hem maar komen!” riep Piet Bathory uitdagend uit en hief daarbij de vuist op.

„Hij zal komen! mijnheer Piet,” zei Pescadospunt, „wees daarvan verzekerd!”

„Goed zoo!”

„Maar bij de twaalf nieuw aangeworven manschappen, die hij van Malta meebracht, heeft hij nog de rest van zijne bende gevoegd, die heden ochtend te Sante Grotta weergekeerd is.”

„Duivels!” zei Luigi. „Dat verandert de zaak aanmerkelijk. Twaalf en....”

„Doet niets!” riep Piet Bathory uit. „Doet altemaal niets! Laat ze maar komen!”

„En hoeveel zijn die bandieten te zamen gerekend?” vroeg dokter Antekirrt.

„Ongeveer vijftig!” antwoordde Pescadospunt. „Eerder meer, dan minder, heer dokter.”

„Duivels!” herhaalde Luigi, en monsterde met de oogen zijne manschappen.

„Wat geeft dat?” vroeg Piet minachtend.

Dat laatste was zeer luchtig uitgesproken; maar men kon het zich niet ontveinzen, de toestand van den dokter met zijn kleinen hoop, die slechts uit elf zeelieden bestond, waarbij hij gerekend moest worden en Luigi Ferrato, en Piet Bathory, en Kaap Matifou, en Pescadospunt. Zestien man in het geheel tegen vijftig! Voorwaar, dat was netelig. In ieder geval moest er een besluit genomen worden en spoedig ook; want de aanval, die verwacht werd, kon ieder oogenblik geschieden. Talmen was hier niet geoorloofd. Een ieder moest stipt weten, wat hem te doen stond. Evenwel alvorens te beslissen, wenschte dokter Antekirrt van Pescadospunt alles te vernemen, wat voorgevallen was, en ziehier, wat hij te weten kreeg:

Zirone was dienzelfden ochtend van Catania weergekeerd. Hij had daar den nacht doorgebracht en hij was het, dien de dokter in de tuinen van de villa Bellini had zien rondslenteren en bespieden. Toen hij in het moordhol van Santa Grotta weergekeerd was, vond hij daar een bergbewoner, die hem het bericht bracht, dat een twaalftal manschappen, die uit verschillende richtingen aangekomen waren, de Casa Inglese bezet hadden.

Voor Zirone was waarlijk niet meer noodig om den toestand te begrijpen. Hij was het niet, die dokter Antekirrt in een valstrik lokte; maar het was die man, waarvoor men hem gewaarschuwd had, voor wien hij zich te wachten had, welke er hem een spande. Dat was volgens hem duidelijk genoeg en aan geen twijfel meer onderhevig. Pescadospunt drong er evenwel op aan, dat Zirone de Casa Inglese zou aantasten. Hij verzekerde hem dat, al was het bericht, hetwelk hij ontvangen had, ook al juist, zijne Maltezers spoedig met het troepje van den dokter klaar zouden komen. Maar Zirone bleef besluiteloos, omtrent hetgeen hem te doen stond. Zelfs begon hem de aandrang, die Pescadospunt thans trachtte uit te oefenen, zonderling voor te komen, en zelfs zoo, dat hij bevelen gaf om dezen laatste in het geheim, maar toch nauwlettend gade te slaan. Onze grappenmaker bespeurde dat evenwel al heel spoedig. Hij was waarlijk te schrander, om niet te bemerken, dat hij te ver gegaan was, dat de toestand zich gewijzigd had.

Om kort te gaan, Zirone zou waarschijnlijk bij zulke onzekere kansen er van af gezien hebben, om te trachten dokter Antekirrt in handen te krijgen, wanneer zijne bende zich niet zoo omstreeks drie uren in den namiddag bij hem vervoegd had. Toen met eene macht van ruim vijftig manschappen onder zijne bevelen, aarzelde hij niet meer. Hij verliet de herberg La Santa Grotta met zijn geheele troep en richtte zijne schreden naar de Casa Inglese; maar hield zich daarbij ver van de gebaande wegen en trok de wildernis door.

Hij wachtte dus totdat de bende van Zirone in het gezicht van de Casa Inglese, welker juiste ligging hij niet kende, gekomen was. Het licht dat door de vensterluiken scheen, veroorloofde hem eindelijk om haar te ontwaren, zoo omstreeks half tien in den avond, op minder dan twee mijlen afstands op de helling van den kegelberg. Pescadospunt sprong toen in de richting vooruit. Zirone zond hem een geweerschot achterna, hetzelfde dat in de Casa Inglese waargenomen werd, maar wat hem niet trof. Met zijne clownsvlugheid was hij weldra buiten bereik, en ziedaar, hoe hij in de Casa Inglese aangekomen was, terwijl hij den aanvallenden troep van Zirone slechts twintig minuten vooruit was.

Toen hij zijn verhaal geëindigd had, bedankte de dokter met een innigen handdruk den koenen en schranderen kerel, over hetgeen hij ten uitvoer gelegd had. En dat hij dien dank ten volle verdiend had, begrepen alle aanwezigen.

Daarna besprak men hetgeen gedaan moest worden. De toestand was thans ernstig genoeg.

De Casa Inglese verlaten en te midden van den nacht den terugtocht ondernemen langs de hellingen van dat woeste bergstelsel, waarvan Zirone en zijne lieden al de paden, al de schuilhoeken, al de moeielijke doorgangen kenden, daaraan viel niet te denken. Dat zou zich aan eene totale vernietiging blootstellen zijn. Het zou honderd malen beter zijn, in dat huis den dag af te wachten, zich daarin te verschansen, en er zich als in een blokhuis te verdedigen, wanneer men mocht aangevallen worden.

Als de dag aangebroken zoude zijn en de gelegenheid zich zoude voordoen om af te kunnen trekken, dan zou men het ten minste in het volle licht doen en men zou zich niet blindelings te midden der afgronden, der solfatara’s en der fumarola’s op die scherpe hellingen begeven, die bij het nachtelijke duister slechts de gevaren vermeerderden en de kansen tot verdwalen verdriedubbelden.

Men zou dus blijven en weerstand bieden, dat was het genomen besluit. En daaraan hield men zich.

De verdedigingsvoorbereidingen werden dadelijk getroffen en onmiddellijk ten uitvoer gelegd.

Eerst werden de beide vensterluiken van de Casa Inglese gesloten en de blinden daarvan binnen behoorlijk bevestigd. Als schietgaten werden de openingen benuttigd, welke tusschen de dakregels, bij hunne steunpunten op den voorgevel van het gebouw, gevormd werden. Daartoe eigenden zich die voortreffelijk en hadden het voordeel niet in het oog te vallen.

Ieder man was voorzien van een achterlaadgeweer en had een twintigtal patronen in een daarvoor bestemden zak in voorraad. Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren daarenboven in het bezit van revolverpistolen en konden hulp verleenen, waar die noodig zoude zijn. Daartoe zouden zij zich echter evenwel in de onmiddellijke nabijheid der strijdenden ophouden.

Kaap Matifou had slechts zijne armen ter zijner beschikking en Pescadospunt slechts zijne handen. Wellicht waren zij niet het slechtste gewapend! Want met die armen en handen wisten die kerels voorbeeldeloos om te gaan.

Ongeveer veertig minuten gingen in spanning voorbij, zonder dat er eene poging van aanval vernomen was.

Zou Zirone, die begreep, dat dokter Antekirrt, door Pescadospunt verwittigd, zich niet zou laten overvallen, van zijne aanvalsplannen afgezien hebben?

Evenwel met vijftig manschappen onder zijne bevelen, met zijne kennis van het omliggend terrein, kon van aarzelen geen sprake zijn. Te veel voordeelen waren aan zijn kant, om de onderneming op te geven. Daarbij de gedachte aan de millioenen van den dokter belette hem een geregeld nadenken.

Tegen elf uren ongeveer stoof de zeeman, die buiten op schildwacht stond, plotseling naar binnen.

Een troep mannen naderde, terwijl zij zich in drie gedeelten verspreidden, met het doel om de Casa Inglese langs de drie genaakbare zijden te omsingelen. De vierde was geheel ongenaakbaar, daar zij tegen de zeer steile hellingen van den krater steunde en derhalve langs dien kant eene ontsnapping onmogelijk was.

Toen de beweging van den vijandelijken troep verkend was door de verdedigers, ging men weer naar binnen, en barricadeerde men behoorlijk de deur. Daarna begaf een ieder zich op zijn post achter de schietgaten, en bekwam de noodzakelijke aanbeveling: niet te vuren, dan bij voldoende zekerheid te zullen treffen. Er mocht geene munitie verspild worden!

Zirone en zijne bende naderden inmiddels voortdurend, maar langzaam en niet zonder eene zekere mate van voorzichtigheid te betrachten; want zij dekten zich achter de vele rotsblokken, die over het terrein verspreid lagen. Zoo trachtten zij den nok van de Plano del Lago te bereiken. Bij den rand van dien nok lagen verbazend groote trachiet- en bazaltblokken opgestapeld, waarschijnlijk met het doel om de Casa Inglese tegen eene afschuiving van sneeuw gedurende de winterstormen te beveiligen. Die blokken boden den naderenden een uitmuntende dekking aan.

Wanneer de aanvallers dien nok zouden bereikt hebben, dan zouden zij nagenoeg onder de vuurlijn van de verdedigers aangekomen zijn, en eene bestorming van het huis kunnen wagen. Zij zouden dan de deur openloopen of een der vensterramen kunnen openbreken en door hun groot getal in staat zijn, de hand op den dokter en op allen, die bij hem waren, te leggen.

Plotseling knalde een geweerschot. Een licht wolkje van kruitdamp krulde langs een der schietgaten naar het dak omhoog. Een der aanvallers viel doodelijk getroffen neer. De aanrukkende bende vlood eenige passen achteruit en dook achter de beschermende rotsblokken neer. Dat was het eerste slachtoffer, hetwelk gevallen was.

Maar langzamerhand slaagde Zirone er in, door van de terreinplooien behendig gebruik te maken, zijne manschappen meer vooruit te brengen, en hen zelfs tot aan den voet der helling van de Plano del Lago te geleiden.

Dat geschiedde evenwel niet zonder dat alweer een twaalftal geweerschoten losgebrand waren, die den gevel van de Casa Inglese verlicht hadden en waardoor weer twee der aanvallers op het sneeuw veld uitgestrekt waren geworden.

Toen stiet Zirone een gil uit, die tot sein moest dienen voor eene algemeene bestorming. Hoewel de voorwaartsche beweging alweer ten koste van verscheidene gewonden geschiedde, vloog toch de geheele bende op de Casa Inglese aan. De deur werd door verscheiden kogels doorboord, waardoor binnen het huis twee matrozen ernstig genoeg gekwetst werden, om buiten gevecht gesteld te zijn. Dat was bij het kleine getal der verdedigers ernstig genoeg. De strijdkrachten stonden toch al zoo ongelijk!

Toen ontspon zich eene levendige schermutseling. Met hunne pieken en met hunne bijlen slaagden de aanvallers er aanvankelijk in, om de deur en een der vensterblinden ter verbrijzelen. De verdedigers waren toen genoodzaakt een uitval te ondernemen, om de aanvallers te verdrijven. Dat geschiedde te midden van een vrij hevig geweervuur, hetwelk van weerszijden ijverig onderhouden werd. Luigi’s hoed werd door een kogel doorboord en Piet Bathory zou zonder de tusschenkomst van Kaap Matifou, door een lansstoot gewond of gedood zijn, welke een der bandieten hem toebracht. Maar onze Hercules was er ook, en.... met denzelfden piek, dien hij den aanvaller met krachtige vuist ontwrong, velde hij hem met een slag op het hoofd ter neder. Dat was een meesterslag geweest!

Kaap Matifou was gedurende den uitval vreeselijk. Hoewel meer dan twintig malen op hem gemikt werd, trof hem toch geen enkele kogel. Wanneer Zirone de overwinning zou behalen, dan was zijn vriend, dan was Pescadospunt bij voorbaat veroordeeld, en die gedachte verdubbelde de woede van den reus. Hij verrichtte dan ook wonderen.

Bij zoo’n hardnekkigen weerstand waren de aanvallers verplicht zich andermaal terug te trekken.

De dokter en zijne lotgenooten konden dus binnen de Casa Inglese weerkeeren en zich rekenschap van den toestand geven. Die was, dat moest erkend worden, in het geheel niet opbeurend. Men verloor evenwel den moed niet.

„Hoeveel gekwetsten hebben wij?” vroeg dokter Antekirrt aan Piet Bathory en Luigi Ferrato.

„Drie,” was het antwoord. „Maar zij zijn vrij ernstig gewond. Ik vrees voor hen.”

„Hoe is het met den toestand der munitie? Dat is een voorname quaestie. Er is nog al geschoten!”

Luigi onderzocht dat dadelijk. Hij liet zich de patroonzakken door zijne manschappen vertoonen.

„De meeste hebben nog slechts tien, enkele twaalf patronen,” antwoordde hij.

„En hoe laat is het?”

„Ternauwernood middernacht.”

Dus nog vier lange uren, alvorens de dag zoude aanbreken. Het werd noodzakelijk, om nog spaarzamer met de munitie om te gaan, ten einde niet ontbloot te zijn, om den aftocht te kunnen dekken, die bij het aanbreken van den dag ondernomen moest worden. Waarlijk, de toestand was verre van rooskleurig. Dat zag ieder der verdedigers volkomen in.

Maar als er niet geschoten mocht worden, hoe dan de nadering der aanvallers te beletten? Hoe dan de overrompeling van de Casa Inglese tegen te gaan, wanneer Zirone en zijne bende den stormaanval hervatten? En die zou niet uitblijven!

Neen! die zou niet uitblijven; want nadat de bandieten een kwartieruur rust genoten en hunne gekwetsten, achterwaarts gebracht achter een lavabedding, als achter eene verschansing, in veiligheid gesteld hadden, stoven zij weer voorwaarts.

Toen, verwoed, en eigenlijk tot razernij vervoerd door den hardnekkigen tegenstand, en vooral door het gezicht van de gesneuvelde en gewonde makkers, beklommen zij de lavabedding, daarna ook de tusschenruimte, die deze van den basaltwal scheidde en verschenen toen aan den nokrand van het bergplat, waarop de Casa Inglese gelegen was. De toestand werd al hachelijker en hachelijker.

Geen enkel geweerschot werd op hen gelost, terwijl zij dien afstand aflegden. Zirone besloot daaruit en, zooals wij weten niet zonder reden, dat het den belegerden aan munitie begon te ontbreken. Dat verlevendigde de hoop.

Toen wekte hij zijne bende op en bracht haar in vervoering. Het denkbeeld om zich van iemand meester te maken die meer dan honderdmaal millionnair was, was wel geschikt, dat zal de lezer moeten toestemmen, om die schurken van de slechtste soort op te winden. Dat gebeurde dan ook.

Hunne geestdrift was zelfs zoodanig, dat zij ditmaal de deur en het venster bemachtigden en zeer zeker het huis stormenderhand genomen zouden hebben, wanneer niet een nieuwe losbranding, thans van zeer nabij afgegeven, er vijf of zes van hen gedood en de overigen teruggedreven had. Zij moesten nogmaals tot aan den voet van de helling van het bergplat terugdeinzen, evenwel niet zonder dat andermaal twee zeelieden gekwetst en buiten gevecht gesteld waren. Het kleine heldentroepje der verdedigers slonk al meer en meer, maar ook de munitie was al weer verminderd.

Vier of vijf schoten, dat was alles, wat den verdedigers van de Casa Inglese thans nog overbleef. Onder die omstandigheden werd de aftocht zelfs bij klaarlichten dag bijna onmogelijk. De verdedigers gevoelden dan ook, dat zij onherroepelijk verloren waren, wanneer er geen hulp opdaagde. Dat was voor allen duidelijk.

Maar vanwaar zou die hulp komen? Ziet, dat was de vraag, die thans aller brein bezig hield.

Men kon er ongelukkig niet op rekenen, dat Zirone en zijne makkers den aanslag zouden opgeven. Zij waren zeker nog wel veertig in getal, die gezond en goed gewapend waren. Zij wisten, dat men hunne geweerschoten weldra niet meer zou kunnen beantwoorden en daarom herhaalden zij den aanval.

Maar.... ziet....

Plotseling rolden kolossale rotsblokken langs de helling van het bergplat naar beneden en verpletterden twee of drie der aanvallende bandieten, alvorens zij zich uit de voeten hadden kunnen maken.

Dat was Paap Matifou, die naar buiten geloopen was, en basaltrotsen voortrolde, om die van den nok van de Plano del Lago naar beneden te laten tuimelen. Hij had alle succes van zijn waarlijk practisch middel.

Maar dat verdedigingsmiddel was op verre na niet voldoende. Daarenboven, het was te voorzien, dat het weldra uitgeput zou raken; men zou dus moeten bezwijken, of alles in het werk stellen, om van buiten af hulp te erlangen. Van buiten af?.... Ja.... maar hoe?....

Toen kreeg Pescadospunt een inval, dien hij aan niemand wilde mededeelen, vooral niet aan dokter Antekirrt, omdat die wellicht zich tegen de uitvoering verzet zoude hebben. Maar hij deelde zijn plan toen aan Kaap Matifou mede. Ziehier, wat daarvan de slotsom was. De reus luisterde aandachtig.

Hij had uit de gesprekken, die in de kroeg van Santa Grotta gehouden waren, vernomen dat een detachement Maréchaussées zich te Casona bevond. Om zich naar Casona te begeven, was slechts een uur tijd noodig en evenveel om terug te komen. Zou het nu geheel onmogelijk zijn, om dat detachement te gaan waarschuwen? Onmogelijk?.... Dat was een raar woord in den mond van Pescadospunt, aan welks bestaan hij zelfs niet geloofde. Maar.... hier was eene voorwaarde te vervullen. Hier moest door de gelederen der belegerende bende gebroken worden, om daarna de westelijke hellingen van het bergstelsel te kunnen bereiken. Anders kon het niet.

„Het is noodig, dat ik tusschen hen door kom....” zei Pescadospunt tot zijn vriend.

Deze knikte toestemmend met zijn overgroot hoofd. Ja, dat begreep hij duidelijk.

„Dus ik zal doorkomen!” zei Pescadospunt op stellig bevestigenden toon.

Dat „dus” was subliem van eenvoud. Kaap Matifou grinnikte van de pret en wreef zich de handen.

„Wat duivel!” ging Pescadospunt voort, „men is clown of men is het niet! Is dat zoo niet?”

„Daartegen valt niets in te brengen,” zei de reus, die zelden zoo veel sprak.

„Luister” sprak Pescadospunt, terwijl hij zijn vriend naar zich toe trok. „Luister!”

En nu deelde hij aan Kaap Matifou fluisterend het middel mede, hetwelk hij dacht te bezigen, om hulp te gaan halen.

„Maar,....” meende Kaap Matifou, „gij waagt.... uw leven... Gij waagt alles!”

„Dat weet ik wel,” antwoordde Pescadospunt, „maar die waagt, die wint.”

„Jawel.... maar....”

„Zwijg maar, ik wil het zoo.”

Dat was een waar stopwoord.

Pescadospunt weerstreven, dat zou Kaap Matifou nimmer gedurfd hebben!

Beiden begaven zich toen naar de westelijke zijde van de Casa Inglese, naar eene plaats, waar een groote voorraad sneeuw door den wind opgehoopt lag.

Tien minuten later kwam, terwijl de strijd van weerszijden hardnekkig voortgezet werd, Kaap Matifou weer te voorschijn en rolde een overgrooten sneeuwbal voor zich uit. Toen dreef hij tusschen de rotsblokken, welke de zeelieden steeds op de aanvallers stortten, dien bal, die langs de helling afrolde en tusschen de bende van Zirone doorgleed en op vijftig passen daarachter in de diepte van een kleine terreinplooi bleef liggen.

Daar opende zich den sneeuwbal, die door den schok half verbrijzeld was en verleende doortocht aan een klein vlug wezen, dat een weinig slim was, zooals het van zich zelven getuigde.

Dat was Pescadospunt! Ja, dat was onze wakkere clown; en dat was het middel, hetwelk hij uitgedacht en ten uitvoer gebracht had.

Opgesloten onder eene laag verharde sneeuw als in eene eierschaal, had hij den moed bezeten, zich langs de helling van het talud te laten afrollen, op gevaar van in een afgrond terecht te komen. En nadat hij van die sneeuwlaag bevrijd was, vloog hij langs de zijpaden, die door het bergstelsel kruisten en richtte zich naar den kant van Casona.

Het was toen ongeveer één uur na middernacht. Er was dus inderdaad geen tijd te verliezen.

Dokter Antekirrt, die op een gegeven oogenblik Pescadospunt miste, riep hem, daar hij meende, dat hij gekwetst was. „Waar die kleine man toch mocht zijn?” vroeg hij zich af.

„Pescadospunt!.... Pescadospunt....” riep hij.

„Weg!” zei Kaap Matifou, zoo laconiek mogelijk. „Weg!.... en voor goed ook!”

„Weg?” vroeg dokter Antekirrt.

„Ja,” knikte de reus.

„Waarheen?”

„Hulp halen!”

„Hulp halen, Kaap Matifou?.... Maar hoe?”

„Als een bal.”

„Als een bal? Zijt gij krankzinnig geworden?” vroeg dokter Antekirrt verstoord.

„Ja! als een bal!” zei Kaap Matifou trotsch, terwijl hij de armen over elkander bewoog om eene wentelende beweging na te bootsen.

En hij verhaalde toen zoo duidelijk hem slechts mogelijk was, wat Pescadospunt uitgevoerd had.

„Brave kerel!” riep de dokter inderdaad in vervoering uit. „Brave kerel!”

En zich tot zijne manschappen wendende:

„Moed gehouden, vrienden!” zei hij. „Moed!.... Die bandieten zullen ons niet gevangen nemen!”

En men ging voort met rotsblokken op de aanvallers te storten. Maar ook aan dat verdedigingsmiddel kwam weldra gebrek. De geheele voorraad was bijna opgeruimd.

Tegen drie uren des morgens waren dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Kaap Matifou en de overige manschappen genoodzaakt, terwijl zij hunne gewonden medevoerden, het huis te ontruimen, dat Zirone toen in handen viel. Twintig zijner bandieten waren gedurende den strijd gedood en toch had hij de getalsterkte nog aan zijne zijde. De kleine troep kon dan ook niet anders den aftocht bewerkstelligen dan door langs de hellingen van den centraalkegel op te klauteren, langs die opeenhooping van lavabrokstukken, van sintelslakken en asch, welker top den krater vormde, dat wil zeggen van dien vuurkolk.

Allen zochten evenwel eene toevlucht op die hellingen; terwijl zij hunne gewonden medevoerden. Van de driehonderd meters, die de helling van dien sintelkegel meet, doorliepen zij te midden van zwaveldampen, die de wind naar hen toedreef, twee honderd en vijftig meters.

De dag begon toen aan te breken en reeds werden in de verte de nokken van het Calabrische gebergte ten oosten van de Straat van Messina gelegen, als met goud getooid.

Maar in den toestand, waarin dokter Antekirrt en de zijnen zich bevonden, bood het daglicht zelfs geen kans tot redding aan. Zij moesten steeds terugwijken, de hellingen opklauteren en de laatste patronen verschieten; terwijl Kaap Matifou met menschelijke kracht de laatste rotsblokken voortslingerde.

Zij moesten zich dus verloren achten, toen eensklaps een aantal geweerschoten aan den voet van den kegel vernomen werden, gepaard aan woest geschreeuw.

Een oogenblik van aarzeling, van weifelmoedigheid openbaarde zich in den bandietentroep. Maar weldra stoof hij uiteen en liet ieder hunner zich langs de hellingen van den berg, zoo snel hij maar kon, afglijden. Zij hadden de maréchaussées herkend, die van Casona, met Pescadospunt aan hun hoofd, opgerukt waren.

De stoutmoedige kerel had zelfs niet noodig gehad tot dat dorp door te loopen. De maréchaussées hadden eindelijk de geweerschoten gehoord en bevonden zich reeds op weg. Pescadospunt kwam inderdaad goed van pas, om hen naar de Casa Inglese te geleiden. Geen oogenblik mocht verloren gaan.

Toen hernamen de dokter en zijne makkers het offensieve. Kaap Matifou stormde, alsof hij zelf een rotsmassa was, op de meest nabij zijnde boeven, velde er twee van neder, die den tijd niet gehad hadden, om te ontvluchten en stortte zich op Zirone.

„Bravo Kaap van mijn hart! Bravo!” riep Pescadospunt, terwijl hij naar hem toeijlde. „Leg hem neer! Laat hem de schouders aan de hielen raken!.... De wedstrijd, heeren! De wedstrijd tusschen Zirone en Kaap Matifou! Nu zult gij iets kostelijks zien! Gij zult voor uw geld niet bedrogen zijn. Treedt binnen heeren! Treedt binnen!”

Zirone hoorde dat kermisgeschreeuw. Met de eene hand, die hem vrijgebleven was, schoot hij, ziedend van toorn, zijn revolver op Pescadospunt af.

De arme kerel rolde op den grond. Blijkbaar was de kleine man ernstig gekwetst.

Toen gebeurde er iets verschrikkelijks.