Mathias Sandorf [2]

Part 20

Chapter 201,042 wordsPublic domain

Kaap Matifou had Zirone bij den hals gegrepen en sleurde hem voort, zonder dat de ellendeling, die half verworgd was, er iets tegen vermocht.

Te vergeefs schreeuwde dokter Antekirrt, die den boosdoener levend in zijne macht wenschte, den reus toe, om hem te sparen!

Te vergeefs trachtte Piet Bathory en Luigi Ferrato hem in te halen, welke haast zij daarbij ook betrachtten.

Kaap Matifou had slechts ééne gedachte, namelijk: dat Zirone met zijn schot Pescadospunt wellicht doodelijk getroffen had! Toen was hij zich zelven niet meer meester, toen hoorde hij niets meer! Hij bekeek zelfs dat menschelijke overblijfsel niet, hetwelk hij aan het uiteinde van zijn uitgestrekte arm droeg.

Hij klom steeds met verhaaste schreden langs de helling van den centraalkegel des vulkaans naar boven. Eindelijk bereikte hij met een laatsten sprong den gapenden mond van eene brandende solfatara. In dien vuurput smeet hij Zirone ter neder.

Inmiddels lag Pescadospunt, vrij ernstig gekwetst, op de knie van dokter Antekirrt gesteund, die de wond onderzocht en verbond. Toen Kaap Matifou bij hem teruggekeerd was, stroomden hem de tranen langs de wangen. De arme kerel was letterlijk buiten zich zelven van droefheid en smart.

„Wees niet bedroefd, dierbare Kaap! Wees niet bedroefd! Het heeft niets te beteekenen!” stamelde Pescadospunt.

Kaap Matifou nam hem in zijne armen, zoo als hij met een kind zoude gedaan hebben, en droeg hem langs de kegelhelling naar beneden; terwijl al de anderen hem volgden en de maréchaussées de laatste vluchtelingen van de bende van Zirone ijverig en onverpoosd nazetten.

Zes uren later was de dokter met al de zijnen te Catania terug en scheepten zich dadelijk aan boord van het stoomjacht Ferrato in. Luigi leidde daarbij het vervoer en de inscheping der gekwetsten.

Pescadospunt werd in de kajuit neergelegd. Met dokter Antekirrt tot geneesheer en Kaap Matifou tot ziekenoppasser, werd hij waarlijk goed verpleegd! Daarenboven, zijne wond—een eenvoudig pistoolschot bij den schouder, vertoonde geen enkel ernstig verschijnsel. De genezing was dus slechts eene quaestie van tijd. Als de lijder behoefte aan slaap had, verhaalde hem Kaap Matifou eene vertelling—steeds dezelfde, de arme reus wist niet meer—en dan sluimerde Pescadospunt zachtkens in, en vond verlichting in eene gezonde rust, bewaakt en gekoesterd, als hij was, door ware vriendschap.

Echter kon, in weerwil van alles, niet ontveinsd worden, dat dokter Antekirrts plannen totaal schipbreuk hadden geleden en dat nog wel bij het begin van den ondernomen veldtocht. Na op het punt geweest te zijn, van zelf in handen van Zirone te vallen, was hij er zelf niet in geslaagd om zich van dien makker van Sarcany meester te maken. Dat was noodlottig genoeg! Welke plannen had hij niet reeds daarop gesmeed! O, hij zou dien schoft wel genoopt hebben zijne geheimen mede te deelen!

En nu? Nu was dat alles in rook verdwenen! En eigenlijk was dat de schuld van Kaap Matifou.... Maar kon men dien dat wel zoo kwalijk nemen? Hij volgde toch slechts de inspraak van zijn hart!

Dan kwam er nog bij, dat, hoewel de dokter er niet tegen op gezien had, om na dien nutteloozen tocht, nog een achttal dagen te Catania te vertoeven, hij geen enkel bericht kon inwinnen omtrent Sarcany. Wanneer die plannen gemaakt had, om Zirone in Sicilië op te zoeken, dan waren zij ongetwijfeld gewijzigd, toen hij met het bericht van den valstrik, die dokter Antekirrt gespannen was, tevens den dood van zijn ouden makker vernam.

Er viel dan in weerwil van alles inderdaad niet anders te doen dan Sicilië te verlaten.

De Ferrato koos dan ook op den 8sten September weer zee en koerste in allerijl naar het eiland Antekirrta, waar het vaartuig na een zeer voorspoedige reis aankwam.

Daar zouden de dokter, Piet en Luigi hunne plannen hervatten, maar die alvorens ten zorgvuldigste herzien en uitwerken. Hun geheele leven bewoog zich toch daar omheen. Het gold thans Carpena terug te vinden. Die toch moest weten, wat er van Sarcany en Silas Toronthal geworden was, en waar die schurken zich ophielden.

Ongelukkiglijk voor den Spanjaard, die, wel is waar, door in de kroeg van Santa Grotta achter te blijven, aan de vernietiging der bende van Zirone ontkomen was, bleef zijn goed gesternte hem niet getrouw, en was zijn geluk weldra uit.

Inderdaad tien dagen later ontving dokter Antekirrt van een zijner agenten het bericht, dat Carpena te Syracusa in hechtenis genomen was,—niet als medeplichtige van Zirone,—maar voor eene vroegere misdaad, die reeds van voor vijftien jaren geleden dagteekende, voor een moord, dien hij te Almayata, in de provincie Malaga, bedreven had, en waarna hij Spanje, zijn vaderland, verlaten had, om zich te Rovigno in Istrië te vestigen. De lezer ziet, dat de kerel voor schurk in de wieg gelegd was. Hij was zijn karakter getrouw gebleven.

Drie weken later werd Carpena, wiens uitlevering door het Spaansche gouvernement verkregen was, naar zijn vaderland overgevoerd en daar tot levenslange galeistraf veroordeeld en naar de Marokkaansche kust, naar het presido van Ceuta, een der voornaamste strafkoloniën van Spanje, gezonden.

„Eindelijk,” zei Piet Bathory, „is dan toch gerechtigheid geschied en is een dier ellendelingen in het bagno te recht gekomen en dat nog wel voor levenslang!”

„Levenslang!.... Neen! waarachtig niet!” antwoordde dokter Antekirrt somber en ernstig.

De jongman keek hem onthutst aan. Hij scheen hem niet te begrijpen en was op het punt inlichting te vragen.

„Andreas Ferrato is in het bagno overleden!” ging de dokter met hoogst ernstige stem voort, „en daar moet een schurk als Carpena niet sterven! Zoo’n dood zou te eervol voor zulk een booswicht zijn! Vindt gij dat ook niet?”

Piet Bathory knikte bevestigend. Hij keek den dokter met een ondervragenden blik aan.

„Ja, zoo beschouwd, hebt gij gelijk,” antwoordde hij eindelijk. „Maar wat hebt gij dan anders voor?”

Dokter Antekirrt antwoordde niet dadelijk. Het was of hij nadacht. Eindelijk sprak hij toch:

„Geduld, Piet! Geduld!”

EINDE VAN HET TWEEDE DEEL.

INHOUD.

BLADZ. I. Verschillende voorvallen 1 II. De mondingen van de Cattaro 22 III. Verwikkelingen 43 IV. Eene ontmoeting in de Stradona-laan 60 V. De Middellandsche Zee 73 VI. Het Verleden en het Tegenwoordige 89 VII. Wat er inmiddels te Ragusa gebeurde 110 VIII. In de omstreken van Malta 131 IX. Malta 150 X. In de omstreken van Catania 180 XI. De Casa Inglese 201