Het "John Grier Home"

Part 17

Chapter 174,178 wordsPublic domain

Ik zette sterke koffie en hielp zooveel ik kon en liet daarna de twee mannen met den jongen achter. Ik ging naar mijn kamer, maar kon er niet toe overgaan naar bed te gaan, daar ik bang was dat ze me misschien toch nog noodig konden hebben. Tegen vier uur kwam Sandy in mijn zitkamer met de tijding, dat de jongen in slaap was gevallen en dat Percy naar bed was gegaan. Die arme Sandy zag er bleek en vervallen uit en was dood op. Toen ik hem aankeek, dacht ik er aan, hoe wanhopig hij werkt om anderen het leven te redden terwijl hij zichzelf nooit spaart en ik zag dat ellendig huis van hem voor mij, waarin nooit eenige vroolijkheid doordringt en de vreeselijke tragedie, die zijn geheele leven beheerscht, drong zich met geweld aan mij op. Alle beleedigde gevoelens, die ik zoo langen tijd had gekoesterd, verdwenen plotseling. Ik voelde een groote sympathie voor hem en ik strekte mijn hand naar hem uit. Hij reikte mij de zijne en plots, -- ik weet nog niet hoe -- ging er een electrische schok door ons heen. Het volgend oogenblik lagen wij in elkaars armen. Hij liet mijn hand los en legde mij kalm neer in een grooten armstoel. "Mijn God, Sallie, begrijp je niet dat ik ook van vleesch en bloed ben?" zei hij en ging de kamer uit. Ik viel in den stoel in slaap en toen vanmorgen de zon in mijn gezicht scheen, werd ik wakker en zag Jane over mij gebukt, vol verbazing op mij neerziende.

Vanmorgen om elf uur kwam hij weer hier, keek mij, zonder ook maar in het minst met zijn oogen te knippen, koeltjes aan en zeide mij, dat Thomas elke twee uur wat warme melk moest hebben en dat ook de stippen in Maggie Peters' keel nagegaan moesten worden.

Nu zijn wij weer bij het oude standpunt en alleen de herinnering aan dat ééne minuutje in dien ellendigen nacht is mij gebleven.

Maar het zou toch wel pikant zijn geweest, vind je ook niet, als Sandy en ik zouden ontdekken dat we op elkaar verliefd waren geworden, terwijl hij met een teeder beminde vrouw in een krankzinnigengesticht en ik met een woedenden verloofde in Washington zit. Misschien is het wel het beste voor mij, dat ik mij dadelijk in het Noodlot schik en kalm een paar maanden lang S. McB.'s op mijn tafellakens borduur, zooals elk ander fatsoenlijk verloofd meisje zou doen.

Ik herhaal nog eens met kracht dat deze brief niet voor Jervis' oogen bestemd is. Verscheur hem in kleine stukjes en gooi die in de Caraïbische Zee.

S.

3 Januari.

Lieve Gordon,

Je hebt groot gelijk dat je boos bent. Ik weet heel goed, dat ik, geen aardige lieve minnebrieven schrijf. Ik heb daarvoor alleen maar de brieven van Elisabeth Barrett en Robert Browning in te zien om te constateeren, dat de warmte van mijn stijl nog veel te wenschen overlaat. Maar je weet reeds en dat al heel lang, dat ik een hevig, geëmotioneerd gemoed heb. Ik weet wel dat je verlangt naar zulke zinnetjes als: "Den heelen dag denk ik slechts aan jou"... "Mijn liefste, ik gevoel me alleen gelukkig als jij bij me bent...", maar dat zou niet bepaald waar zijn. Jij vult niet al mijn gedachten, 107 vondelingetjes doen dat, en ik gevoel me werkelijk heel goed, ook als jij niet hier bent. En ik wil natuurlijk zijn. Je zult toch niet wenschen dat ik je vertel, dat ik me verlaten en eenzaam gevoel als dat niet het geval is. Maar toch vind ik het altijd heerlijk als je hier bent. Je weet dat heel goed en het is een groote teleurstelling voor me als je niet kunt komen. Ik waardeer ten volle al je lieve innemende karaktertrekken maar werkelijk, mijn goede jongen, ik kan je geen sentimenteels brieven sturen. Ik denk nog steeds aan die hotelkamermeid, van wie je de brieven op je lessenaar liet slingeren, en nu hoef je me niet dadelijk te vertellen dat je die brieven niet op je hart draagt, want dat weet ik ook wel beter.

Vergeef me als ik je met mijn laatsten brief pijn deed. Sedert ik hier kwam, ben ik erg critisch geworden, wat het onderwerp "drank" betreft. Jij zou net zoo zijn als je gezien hadt, wat ik hier heb gezien. Verschillende van mijn kinderen zijn het treurig resultaat van een paar aan drank verslaafde ouders en hun leven zal nooit volkomen gelijk worden aan dat van een normaal kind. Ik kan de rijen van onze kinderen niet langs kijken of ik moet aan dat vreeselijk kwaad denken.

Ik ben bang dat je werkelijk gelijk hebt als je zegt, dat het een truc van een vrouw is om groots woorden over vergeven te gebruiken en er dan toch nog altijd op terug te komen. Maar zie je, Gordon, ik weet eigenlijk niet wat het woord vergeving beteekent. Het kan niet gelijk staan met vergeten want dat is een physiologisch proces en hangt niet van den wil af. Wij allen hebben een verzameling van gedachten, die wij graag kwijt zouden willen zijn, maar ongelukkigerwijs verlaten juist die ons niet. Als vergeving beteekent dat je ergens nooit meer over spreekt, dan zou ik dat wel kunnen, maar het is niet altijd de verstandigste manier om iets onplezierigs te begraven. Het groeit en groeit dan en stroomt als vergif door je bloed en door je gedachten.

Ach Gordon, werkelijk, ik wilde je dit allemaal niet vertellen. Ik wou lief en vriendelijk tegen je zijn, de zorgelooze, soms wat lichtzinnige Sallie, die jij het liefste ziet. Maar ik heb in dit laatste jaar zóó veel Realiteit meegemaakt, dat ik werkelijk bang ben, dat ik in een heel ander meisje ben veranderd dan het persoontje, waarop jij verliefd werd. Ik ben niet langer het lichtzinnige wezentje, dat met het leven speelt. Ik weet dat voor mezelf heel zeker en dat beteekent ook, dat ik niet altijd kan lachen en gekheid maken.

Ik weet wel dat dit alweer een vreeselijk onhartelijke brief is, even erg als de laatste en misschien nog erger, maar als je eens wist, wat we achter ons hebben: een jongen, zestien jaar oud, erfelijk belast kind van aan drank verslaafde ouders, heeft zich bijna vergiftigd door het opdrinken van een flesch haarwater dat voor de helft uit alcohol bestond. Wij hebben drie dagen lang hard geploeterd en ik weet nu, dat hij genoeg hersteld is om het grapje te herhalen als hij daartoe gelegenheid ziet. "It 's a gude warld, but they 're ill that 's in it".

Verontschuldig die Schotsche uitlating. Het is een slip of the pen. Verontschuldig alles, wil je?

Sallie.

11 Januari.

Lieve Judy,

Ik hoop, dat mijn twee telegrammen je niet al te zeer hebben laten schrikken. Ik had willen wachten om je het nieuws te schrijven zoodat ik je alles duidelijk had kunnen uitleggen, maar aan den anderen kant was ik zoo bang, dat je het intusschen misschien op andere wijze zou kunnen vernemen. De heele zaak is erg genoeg maar er zijn geen levens bij verloren gegaan en alleen één geval is ernstig. Wij sidderen nog als wij er aan denken hoe vreeselijk het had kunnen afloopen met meer dan honderd slapende kinderen in dit gebouw, dat voor brand zoo vatbaar is!

[Illustratie]

De nieuwe brandtrap was absoluut niet bruikbaar. De wind blies er net tegen aan en de vlammen speelden er om heen en wij redden dus alle kinderen door de gangtrappen. Maar ik zal van voren af aan beginnen.

Het had dien dag aan één stuk door geregend, dank zij een goede Voorzienigheid, en de daken waren doornat. Tegen den avond begon het te vriezen en de regen veranderde in natte sneeuw. Om tien uur, toen ik naar bed ging, bulderde de wind uit het N. W. en alles wat los was aan ons gebouw, klepperde en ratelde. Om twee uur ongeveer in den nacht werd ik wakker, omdat een hel licht in mijn oogen scheen. Ik sprong uit mijn bed en liep naar het venster. Het wagenhuis stond in lichte laaie en een vonkenregen vloog naar onzen Oostelijker gevel. Ik rende naar de badkamer en leunde uit het venster. Daar kon ik zien, dat het dak van de babykamer op een zestal plaatsen al vlam had gevat.

O Judy, ik geloof dat mijn hart een ondeelbaar oogenblik niet meer klopte! Ik dacht aan die zeventien zuigelingen, die daar onder dat brandende dak rustig sliepen, en ik kon niet meer! Eindelijk had ik genoeg wilskracht om mijn knikkende knieën tot loopen te dwingen en ik rende naar de hall, waar ik in het voorbijgaan mijn autojas greep.

Ik trommelde aan de duer van Betsy en van Miss Matthews en van Miss Snaith en van Mr. Witherspoon, die echter al door het helle licht gewekt was en bij drie treden tegelijk de trap op holde, worstelend met zijn overjas.

"Breng alle kinderen naar de eetzaal, eerst de kleinste", hijgde ik. "Ik zal de brandweer waarschuwen".

Hij vloog door naar de derde verdieping terwijl ik naar de telefoon rende en, o, Judy, ik dacht, dat ik nooit antwoord zou krijgen, de telefoonjuffrouw sliep als een os!

"Het John Grier Home staat in brand.... Waarschuw de brandweer en wek het dorp.... Geef u me 505", zei ik.

In een seconde had ik den dokter en o, wat was ik blij toen ik zijn koele kalmeerende stem hoorde!

"Het huis staat in brand", schreeuwde ik. "Kom vlug en breng zooveel mogelijk mee".

"In een kwartier ben ik er. Vul de badkuipen met water en doe er de dekens in". En hij hing de telefoon aan den haak.

Ik holde terug naar de hall. Betsy luidde onze brandklok al en Percy had zijn Indianenbende naar de slaapkamers B en C gebracht.

Onze eerste gedachte was niet het vuur te blusschen, maar eerst de kinderen in veiligheid te brengen. Wij begonnen met G en gingen van krib tot krib, er telkens een baby met een dekentje uithalend, waarmede wij naar de deur holden, waar een Indiaan al op de wacht stond om het kind naar beneden te dragen. G en F stonden beide vol rook en de kinderen waren zoo vast ingeslapen, dat wij ze niet wakker konden krijgen en ze dus ook niet konden loopen.

Gedurende de volgende uren heb ik dikwijls de Voorzienigheid en Percy Witherspoon gedankt voor de uitstekende reddingsoefeningen, die wij wekelijks hebben gehouden. De 24 oudste jongens hebben onder Percy's leiding geen oogenblik hun tegenwoordigheid van geest verloren. Zij waren in vier groepen verdeeld en vervulden hun post als kleine soldaten. Twee groepen hielpen ons om de verschrikte kinderen uit de slaapkamers te halen en hen zoet te houden. Een groep hanteerde de brandspuit uit het groote waterreservoir, in afwachting van meer geoefende hulp, en de rest hielp bij de redding van ons goed. Zij spreidden dekens op den grond, gooiden den inhoud van mijn bureau en van de kasten daarin en wierpen de pakken daarna de trappen af. Alle kleeren zijn gered behalve die welke de kinderen den dag te voren hadden gedragen. Ook zijn de meeste dingen van den staf behouden gebleven, maar alles wat in de kamers G. en F. thuis hoorde, is verloren gegaan, want nadat wij daaruit het laatste kind in veiligheid hadden gebracht, waren die vertrekken zoo vol rook, dat het onveilig werd er weer in te gaan.

Toen de dokter met zijn chauffeur en nog twee buren kwam, gingen wij al met de kinderen van de laatste slaapzaal naar de keuken, het meest veilige hoekje van het gebouw. De arme schapen waren blootsvoets en in dekens gehuld. Bij het wekken hadden wij hun gezegd dat zij hun kleeren mee moesten brengen, maar in hun angst hebben zij er slechts aan gedacht er zoo vlug mogelijk uit te komen.

Op dat oogenblik was de gang zoo vol rook, dat wij bezwaarlijk konden ademen. Het zag eruit alsof het heele gebouw er aan zou gaan, hoewel de wind op den Westvleugel stond.

Een andere auto met hulpvaardige lui uit Knowltop kwam haast onmiddellijk na die van Sandy en opnieuw begon het gevecht tegen het vuur. De brandweer kwam eerst tien minuten later. Zie je, ze hebben alleen maar paarden en wij zijn hier drie mijlen ver weg en dan zijn ook de wegen nogal slecht. Het was een vreeselijke nacht. Koud sneeuwweer en daarbij woei het vreeselijk, zoodat je bijna niet kon blijven staan.

De mannen klommen op het dak en werkten op hun sokken om niet uit te glijden. Ze sloegen de vlammen met natte dekens en vochten als helden.

Intusschen zorgde de dokter voor de kinderen. Wij wilden hen natuurlijk graag naar een veiliger plaats wegbrengen, want als het heele gebouw eraan zou gaan, konden wij hen niet in dat vreeselijke weer buitenshuis laten staan met een dun nachtjaponnetje aan en een deken om. Gelukkig kwamen nu nog verscheidene auto's met heeren, wien wij verzochten ons hun voertuigen zoolang af te staan.

Knowltop was voor een paar dagen geopend, omdat daar de 67ste verjaardag van den ouden heer gevierd werd. Hij was een van de eersten die ons te hulp kwam en stelde ons dadelijk zijn geheele gebouw ter beschikking. Het was de dichtst bijgelegen schuilplaats en wij maakten daarvan dadelijk dankbaar gebruik. Wij stopten onze twintig kleinsten in de auto's en de gasten, die zich in alle haast hadden aangekleed, namen de schapen in ontvangst en brachten hen naar het huis. En stel je eens voor: Mr. Reinier (dat is Mr. Knowltop's eigenlijke naam) heeft juist een groot steenen gebouw laten zetten met een garage en dat was nu prachtig verwarmd en voor onze kinderen bestemd!

Nadat de babies in het huis waren ondergebracht, gingen de vriendelijke gasten opnieuw aan het werk en brachten die schuur in orde om daar de oudere kinderen te slapen te leggen. Zij bedekten den vloer met bossen hooi en spreidden daarover lakens en legden daarop dertig kinderen in rijen te slapen alsof het kleine kalfjes waren. Miss Matthews en een nurse gingen met hen mee en gaven alle kinderen warme melk te drinken, zoodat zij binnen een half uur even vredig sliepen alsof zij in hun eigen kribje lagen.

Maar intusschen verkeerden wij in het John Grier Home in doodsangst. De eerste vraag van den dokter was bij zijne komst geweest:

"Zijn de kinderen geteld? Weet U zeker dat ze er allemaal zijn?"

"Wij hebben ons in elke slaapkamer er van overtuigd dat er niemand meer in was, voordat wij er uitgingen", antwoordde ik.

Waarlijk, ze konden in die verwarring onmogelijk geteld worden. Een twintigtal jongens waren nog in de slaapkamers om onder leiding van Percy Witherspoon de kleeren en meubels te redden, terwijl de oudste meisjes rijen schoenen sorteerden en er de kleintjes van trachtten te voorzien, die blootsvoets rondliepen en jammerlijk huilden.

Nadat wij nu ongeveer zeven auto's met kinderen vol hadden geladen en weggestuurd, vroeg de dokter plotseling:

"Waar is Allegra?"

Hierop ontstond een vreeselijk zwijgen. Niemand had haar gezien. Toen stond plotseling Miss Snaith op en gilde het uit. Betsy pakte haar bij haar schouders beet en schudde haar hevig heen en weer.

Het bleek dat zij meende, dat Allegra verkouden was en daarom had zij haar kribje uit de frissche lucht-nursery naar de voorraadkamer gebracht. En daarna had zij het geval vergeten.

Welnu, je weet waar onze bergplaats is. Wij keken elkaar verslagen met doodsbleeke gezichten aan. Op dat oogenblik stond de heele oostelijke vleugel in lichte laaie en ook de trap naar de derde verdieping brandde. Het scheen onwaarschijnlijk, dat het kind nog in leven was. De dokter was de eerste die zijn tegenwoordigheid van geest herkreeg. Hij pakte een natte deken beet, die als een doorweekte massa op den grond van de hall lag en sprong de trap op. Ik vloog uit huis en riep de brandweerlui op het dak. Het venster van onze voorraadkamer was te klein voor een man om er door te kruipen. De brandweerlieden hadden het ook niet geopend, uit angst, dat daardoor tocht zou ontstaan.

Ik kan niet beschrijven, wat er in de volgende huiveringwekkende oogenblikken gebeurde. De trap van de derde verdieping viel krakend uiteen en werd door een vlammenzee verslonden, ongeveer vijf minuten nadat de dokter erover was gegaan. Wij hadden alle hoop hem ooit weer te zien, al opgegeven, toen plotseling een kreet onder de menigte op het grasveld opging. De dokter verscheen aan een der vensterramen aan de voorzijde van het huis en riep een der brandweerlui toe om een ladder op te stellen. Toen verdween hij weer en het scheen ons toe dat de ladder nooit zou komen, maar ten slotte kwam ze toch en twee mannen beklommen haar. Door het openen van het raam was een windvlaag ontstaan en de lui werden bedwelmd door de groote rookwolken, die uit het huis naar buiten woeien. Na een eeuwigheid verscheen de dokter opnieuw met een wit bundeltje in zijn arm. Hij reikte het den mannen toe. Toen wankelde hij en verdween weer in het huis.

Ik weet niet wat er daarna gebeurde. Ik wendde mij af en sloot mijn oogen. Op de een of andere manier wisten zij hem uit het huis te krijgen en halfweg de ladder af. Toen lieten zij hem glijden. Hij was bewusteloos door de vele rook, die hij had ingeademd en de ladder was erg glibberig door het gesmolten ijs en vreeselijk wankelend. Hoe dan ook, hij lag op den grond toen ik weer bij kwam, terwijl de heele groep menschen aan het heen en weer draven was. Iemand riep, dat zij hem lucht moesten geven.... Eerst dachten zij dat hij dood was. Maar Dr. Metcàlf uit het dorp onderzocht hem en verklaarde, dat hij zijn been en twee ribben had gebroken en overigens geen andere kwetsuren opgedaan had, naar het scheen. Hij was nog steeds bewusteloos toen zij hem naar huis reden, op twee kindermatrassen die de jongens uit de ramen gegooid hadden en waarop men hem op den wagen waarmede de ladder was gekomen, gelegd had.

En de rest van ons, die achter was gebleven, ging met het werk door alsof er niets was gebeurd. Het vreemde van deze schijnbare onverschilligheid is te verklaren als je nagaat, dat er overal zooveel te doen was, dat je geen vrij oogenblik had om na te denken en de heele toedracht van het geval dus ook eerst later begreep.

De dokter had, zonder ook maar één oogenblik te aarzelen, zijn leven gewaagd om Allegra te redden. Het is het dapperste, wat ik ooit heb gezien en toch nam deze heele zaak maar vijftien minuten van dien vreeselijken nacht in beslag en was het toen slechts een klein voorval.

En hij redde Allegra. Zij kwam met verwarde krullen en een glimlach van allerliefste verbazing over dat nieuwe spelletje van kiekeboe uit de deken te voorschijn. Zij schaterde het uit! De redding van dat kind is werkelijk een wonder. Een paar meter van haar bedje verwijderd had de muur al vlam gevat maar dank zij de windrichting was haar kamertje gespaard gebleven. Indien Miss Snaith wat meer met frissche lucht had opgehad en het venster open had gelaten, zou het kind omgekomen zijn, maar gelukkig is Miss Snaith geen liefhebster van buitenlucht en gebeurde er geen ongeluk. Als wij Allegra hadden verloren, weet ik, dat ik er mij eeuwig een verwijt van zou hebben gemaakt dat ik geweigerd had, dat zij door de Bretlands werd aangenomen en ik ben ervan overtuigd, dat ook Sandy daarvan het grootste verdriet gehad zou hebben.

Ondanks al wat wij verloren hebben, ben ik toch dankbaar als ik aan de vreeselijke oogenblikken denk, die wij hebben doorgemaakt. Die afgrijselijke zeven minuten, dat de dokter op de brandende verdieping was, bracht ik in angst en vreeze door, telkens het ergste verwachtend.

Maar ik zal trachten je alles geregeld verder te vertellen. De brandweer en de vrijwilligers (vooral de chauffeur en de stalknechten van Knowltop) werkten dien heelen nacht dapper door en onze nieuwste negerkokkin, die een juweel in haar soort is, kwam op het prachtig idee om een groote ketel koffie te zetten. De noncombattanten schonken dit den brandweerlui in als ze elkaar aflosten om een paar minuten uit te rusten, en het hielp uitstekend.

De rest van de kinderen konden wij in verscheidene gastvrije huizen onderbrengen, met uitzondering van de oudere jongens, die den heelen nacht hard doorploeterden. Het was heusch aardig om te zien hoe de heele buurt aan kwam loopen om ons te helpen. Menschen, van wie wij niet eens dachten, dat hun het gesticht bekend zou zijn, boden nu in het holst van den nacht hun huis ter onzer beschikking aan. Zij namen de kinderen tot zich, gaven hun een warm bad en een warm bord soep te eten en stopten ze in bed. Voor zoover ik kan nagaan, heeft nog geen van mijn 107 pleegkinderen last gehad van hun rondhuppelen op bloote voetjes op den natten grond, zelfs niet de kinkhoestgevallen.

Het was al klaarlichten dag voordat het vuur zoodanig was getemperd, dat we konden nagaan, wat er van het gebouw behouden was gebleven.

Mijn vleugel is absoluut gespaard gebleven, hoewel hij een beetje van den rook heeft geleden en de hoofdingang is ook haast heelemaal behouden tot de middelste trap toe. Maar al het andere is verkoold en heeft door het water te lijden gehad. De oostelijke vleugel is een zwarte, daklooze puinhoop. Je gehate zaal F, lieve Judy, is voor altijd verloren. Ik wou dat jij die kamer even goed uit je geheugen zou kunnen verbannen als ze thans van de aarde is verdwenen. In elk opzicht is het oude John Grier Home nu voor goed verdwenen.

Ik moet je ook iets grappigs vertellen. Ik zag nog nooit zooveel humoristische dingen als in dien ongeluksnacht. Toen iedereen in volslagen négligé werkte (de meesten in pyama's of ulsters en allen zonder boord), kwam daar de WelEd. Gestr. opdagen in onberispelijk tenu, geschikt om naar een afternoon tea te gaan. Hij droeg zelfs een parel in zijn das en witte slopkousen! Maar hij was inderdaad buitengemeen behulpzaam en bood ons zijn heele huis aan. Ik liet hem derhalve Miss Snaith, in uiterst overspannen zenuwtoestand, derwaarts transporteeren, met het gevolg dat haar geschokte zenuwen hem dien heelen nacht zòò in beslag namen, dat hij onmogelijk nogeens bij ons kon komen.

Ik zal je nu geen verdere bijzonderheden meedeelen. Nog nooit in mijn leven heb ik me zoo uitgeput gevoeld, maar heusch, Judy, er bestaat geen enkele reden om je reis af te breken.

Zaterdagmorgen in de vroegte waren hier al vijf regenten tegenwoordig en wij allen werkten ons gek om de dingen op orde te krijgen. Onze kinderen zijn op het oogenblik over het heele stadje verspreid, maar wees niet bang, we weten heel goed, waar ze ondergebracht zijn en geen enkel schaap zal verloren raken. Ik wist niet, dat menschen, die absoluut vreemden voor je zijn, zoo lief kunnen wezen, en mijn eerbied voor het menschelijk ras stijgt met elke minuut.

Den dokter heb ik nog niet gezien. Ze hebben naar New York om een chirurg geseind om zijn been te zetten. De breuk was vrij ernstig en er zal heel wat tijd mee heen gaan voor hij weer de oude is. Ze denken niet dat er nog inwendige verwondingen zijn hoewel hij er leelijk aan toe is. Zoodra ik hem mag bezoeken, zal ik je uitvoerig schrijven, maar nu moet ik werkelijk eindigen, als ik wil dat deze brief nog met de mail van morgenochtend meegaat.

Dag Judy, wees maar niet bezorgd! Alles komt wel op zijn pootjes terecht! En bovendien zijn er nog verschillende gelukjes aan dit ongeluk verbonden. Maar daarover morgen!

Sallie.

P.S. Lieve deugd, daar komt een auto met J. F. Bretland!

John Grier Home, 14 Januari.

Lieve Judy,

Hoe vind je dit?!:

J. F. Bretland heeft een beschrijving over onzen brand in een New Yorksche krant gelezen en is in doodsangst hierheen getuft. Zijn eerste vraag, toen hij over onzen verkoolden drempel schreed, was: "Is Allegra gered?"

"Ja", antwoordde ik.

"Goddank", zuchtte hij en viel in een stoel neer.

"Dit is geen plaats voor kinderen", vervolgde hij ernstig, "en ik ben hierheen gekomen om haar mee te nemen, Ik neem de jongens ook", voegde hij er haastig aan toe, voordat ik tusschen beide kon komen. "Ik heb met mijn vrouw het geval besproken en wij zijn tot de conclusie gekomen, dat wij er net zoo goed drie als één kunnen aannemen, nu wij toch die zorg willen hebben".

Ik bracht hem naar de bibliotheek, waar mijn kleine familie sinds den brand is geïnstalleerd en toen ik tien minuten later voor een conferentie met de regenten werd weggeroepen, liet ik J. F. B. met zijn dochter op zijn knie en de twee jongens tegen hem aangeleund als den gelukkigsten vader op de wereld achter.

Dus zie je dat onze brand ons een groot geluk heeft gebracht, want nu zijn deze drie kinderen voor altijd verzorgd. Het is haast het verlies waard.