Het "John Grier Home"

Part 16

Chapter 163,940 wordsPublic domain

Wat ik nu weer het liefste zou willen is, dat een stuk of acht lieve fijngevoelige jonge vrouwen op een avond in de week geregeld hier zouden komen en, voor het vuur gezeten, sprookjes zouden vertellen aan onze kinderen terwijl die boonen afhaalden of erwtjes zouden doppen of iets anders doen. Ik zou zoo graag willen dat mijn kleintjes ieder op hun beurt eens flink vertroeteld werden. Zie je Judy, ik kan jouw jeugd niet vergeten en ik tracht nu de leegte in het leven van die kindertjes zooveel mogelijk aan te vullen.

De regentendag van verleden Woensdag verliep prachtig. De nieuwe dames zijn erg lief en alleen maar de aardige heeren verschenen.

Ik kan je het prettige nieuws berichten, dat de WelEd. Gestr. Heer Wijkoff op bezoek bij zijn getrouwde dochter in Scranton is en ik hoop maar, dat ze haar vader uitnoodigt voor goed zijn tenten bij haar op te slaan.

Woensdag.

Mijn verhouding tot den dokter is meer dan ergerlijk en werkelijk, daartoe bestaat geen enkele reden. Hij gaat zijn gang in zijn droge, afgezonderde leefwijze zonder ook maar het minst aandacht aan iemand of iets te wijden.

Ik ben gedurende deze laatste maanden meer verwaarloosd geworden dan in mijn heele vroegere leven ooit het geval was en ik spits me erop om wraak te kunnen nemen. Ik breng al mijn vrijen tijd daarmede door, dat ik in mijn fantasie situaties in het leven roep, waarbij hij vreeselijk gewond wordt en mijn hulp absoluut noodig heeft terwijl ik met de grootste boosaardigheid mijn schouders onverschillig ophaal en me van hem afwend.

Werkelijk, je zou het vroolijke onbezorgde en vriendelijke persoontje dat ik vroeger was, niet meer in die oude, kwaadaardige heks herkennen.

's Avonds.

Geloof je werkelijk dat ik een autoriteit ben, wat de zorgen voor door liefdadigheid gesteunde kinderen betreft? Morgen gaan ik en andere autoriteiten een officieel bezoek afleggen bij het "Hebrew Sheltering Guardian Societys Orphan Asylum" te Pleasantville. (Wat een naam)! Het is van hieruit een zeer omslachtige en langdurige reis, waarbij opstaan voor dag en dauw, het gebruik van twee treinen en een auto is vereischt, maar als je werkelijk een autoriteit bent, moet je ook daarnaar leven. Ik vind het prettig andere inrichtingen te zien en zooveel mogelijk plannen tegenover onze vernieuwingsplannen van het volgend jaar te stellen. En dit gesticht te Pleasantville moet zeer goed gebouwd zijn.

Na veel overpeinzingen moet ik eerlijk bekennen, dat het heel verstandig was, dat we de verbouwing tot den volgenden zomer hebben uitgesteld. Natuurlijk was ik teleurgesteld omdat ik nu niet meer het middelpunt van de algemeens afbraak kan zijn en ik houd er zooveel van, zoo'n middelpunt van afbrekingen te zijn! Maar misschien wil je toch mijn raadgevingen aanvaarden hoewel ik dan niet langer het officiëele hoofd zal zijn. De twee verbouwingen, waartoe we dit jaar zijn overgegaan, zijn prachtig en voldoen volkomen aan de gestelde eischen. Ons nieuwe waschhuis wordt hoe langer hoe beter en bevrijdt ons van die vreeselijke lucht, die zoo eigen is aan gestichten. En het huisje van onzen tuinbaas zal waarschijnlijk de volgende week klaar komen. Het eenige wat daar nu nog aan ontbreekt, is een kwast verf en een paar deurknoppen.

Maar och lieve deugd, daar wacht ons een teleurstelling, want Juffrouw Turnfelt heeft ondanks haar gezellige dikte en zonnigen lach er het land aan, dat kinderen om haar heen rumoeren. Ze maken haar zenuwachtig. En Turnfelt zelf, hoewel een uitstekend tuinier, is geestelijk niet zoo ontwikkeld als ik wel gehoopt had. Toen hij pas hier kwam, stelde ik de bibliotheek tot zijn beschikking. Hij begon met het gedeelte, het dichtst bij de deur, hetwelk 37 deelen van Pansy's werken bevat. Toen hij vier maanden over Pansy had gedaan, dacht ik, dat een verandering geen kwaad kon en stuurde ik hem "Huckleberry Finn", maar hoofdschuddend bracht hij dat boek na een paar dagen terug en beweerde, dat na Pansy elk ander boek hem saai toeleek. Ik ben bang dat ik iemand noodig zal hebben die een beetje meer naar afwisseling haakt, maar in elk geval is Turnfelt bij Sterry vergeleken nog een echte geleerde.

O ja, van Sterry gesproken, dat heer bracht ons een paar dagen geleden een bezoek met de houding van een geslagen hond. Het schijnt dat de rijke heer in de stad, wiens landgoed hij heeft beheerd, hem niet langer gebruiken kan en Sterry heeft ons nu vriendelijk voorgesteld om hier terug te komen en zelfs toegestaan, dat de kinderen zich met hun tuintjes zouden vermaken als zij dat zoo graag wilden. Ik heb echter voet bij stuk gehouden en zijn aanbod niet geaccepteerd.

Vrijdag.

Ik kwam gisternacht vol afgunst uit Pleasantville terug. Och mijnheer de President, geef ons hier ook wit gepleisterde cottage-woninkjes met Luca Bella Robbia figuren als versiering aan het front van het huis! Zij hebben daar bijna 700 kinderen, alle van niet al te jeugdigen leeftijd. Natuurlijk maakt dat een groot verschil met ons 107-tal, waaronder zooveel babies. Toch gaf de directrice mij een paar heel goede wenken. Ik verdeel nu mijn kuikens in groote en kleine zusjes en broertjes. Elke groote heeft een kleine, waarvoor bij moet zorgen en die hij moet liefhebben en moet helpen, terwijl hij toe moet zien, dat het haar van het kleintje altijd netjes gekamd is en zijn kousen opgetrokken, en zorg moet dragen dat het kind zijn lessen goed kent. En ook moet het groote kuiken het kleine liefkoozen en streelen en zorgen dat het kindje ook zijn aandeel aan kandijklontjes en ander lekkers krijgt. Zoo zorgt b.v. groote zusje Sadie Kate voor kleine zusje Gladiola en dat is natuurlijk heel prettig voor Gladiola maar het is speciaal goed voor de ontwikkeling van Sadie Kate.

Ook richt ik bij onze oudere kinderen een bond op voor zelfbeheersching, zooals wij die ook op de Universiteit vormden. Dat zal hen helpen als ze hun weg in het leven moeten zoeken en hun eigen heer en meester zijn. Het lijkt me vreeselijk om die kinderen al met hun zestiende jaar de wijde wereld in te sturen. Vijf van hen zijn zoo ver, maar ik kan het toch niet over mij verkrijgen. Ik herinner me mijzelf op dien leeftijd. Ik was nog zoo'n onwetend luchthartig jong ding en wie weet, wat er van mij terecht zou zijn gekomen als ik dan al voor mezelf had moeten zorgen.

Ik moet je nu verlaten want ik heb nog een flinken brief aan een jong politicus in Washington te schrijven en dat is zwaar werk. Wat kan ik aan een staatsman schrijven, waarin hij belang stelt? Ik kan niet anders dan over babies en nog eens babies berichten en hem zou het niets kunnen schelen als alle babies van de wereldoppervlakte plotseling weggevaagd werden. Of neen, dat is niet waar. Ik ben bang dat ik hem verloochen. Babies, tenminste jongens-babies, groeien op tot kiezers!

Dag! Sallie.

Lieve Judy,

Als je vandaag een gezelligen brief van me verwacht, laat die hoop dan maar dadelijk varen. Het is hier vreeselijk ellendig mistig druilerig weer met veel regen en natte sneeuw en akelige natte kou. Dan heb jij op het mooie Jamaica met zijn zonneschijn en oranjebloesem, het toch vrij wat beter dan ik hier.

Er heerscht hier kinkhoest en de menschen kunnen ons zelfs in den trein, hier twee mijlen ver weg, hooren hoesten. Hoe we er aan zijn gekomen, weten we niet. Dat is een van de genoegens van het gestichtsleven! Onze keukenmeid is er stiekum van door gegaan. Ik begrijp niet hoe ze haar koffer heeft weggekregen, maar weg is die! En het keukenvuur schijnt haar vergezeld te hebben -- alle pijpen zijn bevroren en nu zijn de loodgieters hier aan het werk en hebben den keukenvloer opengebroken. Een van onze paarden heeft de spat en het mooist van alles: onze arme, lieve Percy is zoo down, zoo down, zoo down! Wij hebben drie dagen lang geen rustig oogenblik gehad omdat wij bang waren, dat hij zelfmoord zou plegen. Dat juffertje in Detroit (ik zag wel dadelijk, dat het een harteloos, oppervlakkig vlindertje was) is, zonder zelfs de moeite te nemen hem zijn ring terug te zenden, er van doorgegaan en heeft zich verkocht aan een man, die behalve haar echtgenoot nog de gelukkige bezitter van een jacht en een stuk of wat auto's is. Het is het beste, wat Percy ooit had kunnen overkomen, maar het zal nog wel heel lang duren eer hij zelf tot dit inzicht komt.

Onze 24 Indianen zijn weer bij ons in huis. Het speet me dat ik hen moest binnenroepen, maar de tenten zijn werkelijk niet geschikt om er in te overwinteren en ik kan hen hier ook heel goed huisvesten, want de groote, ijzeren waranda, die op Jervis' raad met glas is overdekt, biedt een prachtige slaapplaats. En ook dat deel, hetwelk voor de zonnebaadjes van onze kleintjes dient, is een prachtige aanvulling van de nursery. Wij kunnen onze kleintjes zien groeien onder den extra toevoer van zonneschijn en frissche lucht!

Met den terugkeer der Indianen in de geciviliseerde maatschappij eindigt Percy's werkkring hier. Ik dacht dat hij weldra zijn intrek in het hotel zou nemen maar hij gevoelt niet den minsten lust om te verhuizen. Hij is aan de jongens gewend geraakt, zegt hij en hij zou ze erg missen als hij hen niet meer dagelijks zag. Ik denk dat hij in werkelijkheid zich zóó ellendig voelt door zijn verbroken verloving, dat hij bang is voor de eenzaamheid. Hij heeft iemand noodig die elk vrij oogenblik bij hem kan zijn en God weet hoe dolblij wij zijn, dat wij hem nog een tijdje hier kunnen houden. Hij gaat zoo prachtig met onze aankomende jongens om en ze hebben behoefte aan den invloed van een man, maar wat ter wereld moeten wij met hem beginnen? Zooals jij ook verleden zomer ontdekte, bevat dit ontzagwekkend kasteel geen overvloedige logeerkamers. Hij heeft het zich tenslotte in het laboratorium van den dokter gemakkelijk gemaakt en de geneesmiddelen zijn zoo lang naar een kleine kamer bij de hal verhuisd. Hij en de dokter hebben het zoo met elkaar afgesproken en als zij beiden niet tegen wat ongemak opzien, vind ik het ook goed.

Ik kijk daar juist op den kalender en zie dat het nog maar een week voor Kerstmis is. Hoe kunnen wij al onze plannen in die ééne week ten uitvoer brengen! De kinderen geven elkaar cadeautjes en wel een duizend geheimpjes werden in mijn oor gefluisterd.

Gisternacht heeft het gesneeuwd. De jongens zijn 's morgens in het bosch geweest, waar ze klimop hebben geplukt en dennegroen, dat ze op sleden hierheen hebben gebracht. Twintig meisjes zijn nu elken middag in het waschhuis bezig met het binden van groen voor het versieren van de ramen. Ik weet nog niet hoe we de volgende week zullen kunnen wasschen. We waren eigenlijk van plan geweest om den Kerstboom als een verrassing achter te houden, maar wel vijftig kinderen hebben een kijkje door het raam van het waschhuis genomen en ik vrees, dat zij het aan wel vijftig anderen oververteld zullen hebben.

Op je verzoek hebben we de Sinterklaasmythe onder de kinderen verbreid maar mijn verhaal vindt niet veel geloovige toehoorders. "Waarom is hij dan vroeger nooit gekomen?", was Sadie Kate's sceptische vraag. In elk verschijnt St. Nikolaas dus dit jaar bij den Kerstboom. Uit beleefdheid verzocht ik den dokter om hiervoor te spelen en daar ik er haast zeker van was, dat hij zou weigeren, had ik Percy gevraagd in geval van nood ervoor op te treden. Maar je kunt nooit weten hoe een Schot handelen zal. Sandy nam het zeer vriendelijk aan, wat ik Percy meegedeeld heb.

Dinsdag.

Is het niet eigenaardig dat sommige menschen er maar op los praten en net zeggen, wat hun in hun dom brein te binnen schiet? Ze schijnen er absoluut geen conversatie op na te houden -- het eenige, waarover ze kunnen spreken, is over het weer en over schandaaltjes.

Dat is alles à propos van een bezoek dat ik vandaag ontving. Een vrouw kwam hier het kind van haar zuster brengen om het schaapje hier te houden totdat de moeder hersteld is, hoewel ik uit hetgeen zij mij zei, moet opmaken, dat daar bitter weinig kans op bestaat. In elk geval echter waren alle voorbereidingen reeds genomen en had de vrouw slechts het meisje af te leveren en zelf te vertrekken. Maar daar zij nog een paar uur op haar trein moest wachten, gaf zij te kennen dat zij het gesticht graag zou zien. Ik liet haar dus de kamer van het kleintje zien en het kribje, waarin kleine Lilly voortaan zal slapen en onze gele eetzaal met zijn fries van konijntjes, zoodat zij zooveel mogelijk vriendelijke indrukken met zich mee kon nemen naar de arme moeder. Daar zij vermoeid scheen, noodigde ik haar uit, in mijn zitkamer een kopje thee te drinken. Dr. MacRae, die er ook juist was en verbazend hongerig scheen te zijn (wat thans uiterst zelden het geval is -- hij stemt er nu maar twee keer maandelijks in toe een kopje thee bij de directrice te drinken), kwam ook, zoodat wij een klein gezelschap vormden.

Nu gevoelde de vrouw de verplichting op zich rusten ons af te leiden en bij wijze van conversatie vertelde zij, dat haar man verliefd was geraakt op een meisje aan de kas van een cinema (volgens haar een beschilderd mager nest) met geel haar, dat den heelen godsganschelijken dag niets anders deed dan gom kauwen, en nu al zijn geld voor dat meisje uitgaf om nooit anders dan stomdronken bij zijn vrouw thuis te komen, waar hij dan wel wat erg wild met haar meubeltjes omging. Een ezel met het schilderij van haar moeder, dat ze al voor haar huwelijk had, gooide hij bij een van die gelegenheden om, alleen maar om het plezier te hebben het te hooren kraken. Tenslotte voelde de arme tobster zich te moe om zoo verder door te leven. Dus dronk zij een flesch azijn leeg, omdat iemand haar had gezegd, dat het vergif is als je het achter elkaar opdrinkt. Maar ze ging niet dood, ze werd alleen ziek, en hij kwam terug en zei, dat hij haar dood zou ranselen als ze ooit weer den moed had zoo'n grapje uit te halen. En hieruit maakt zij de gevolgtrekking, dat hij toch nog wel iets voor haar moet voelen.

En dat alles dreunde ze achter elkaar op terwijl ze in haar kopje thee roerde.

Ik dacht er over na, wat ik zou kunnen zeggen, maar werkelijk, ik kon geen woorden vinden. Maar Sandy was bij die gelegenheid weer een echt flink man. Hij sprak haar prachtig toe en zoo kalmeerend en stuurde haar daarna geheel opgelucht weer naar huis. Ja, onze Sandy kan werkelijk verbazend aardig zijn als hij dat wil, vooral tegenover lui, die geen recht op hem hebben. Ik denk dat dat tot zijn doktersroeping hoort en het een deel van zijn werk is om den geest zoowel als het lichaam te genezen. De meeste lui schijnen die weldadige geestelijke rust ook noodig te hebben. Mijn bezoekster leek mij ook in zoo'n rustbehoevenden staat te verkeeren. Ik denk erover na, wat ik wel zou doen als ik met iemand getrouwd was, die mij voor zoo'n gomkauwend meisje in den steek liet en thuis kwam om alles stuk te smijten. Naar de tooneelstukken van dezen winter te oordeelen, is dat iets wat iedereen kan overkomen -- zelfs in de beste kringen.

Je behoort den Hemel te danken, dat je Jervis tot man hebt. Er gaat zoo iets zekers van hem uit. Hoe langer ik leef, des te meer kom ik tot de ontdekking, dat een goed karakter toch het eenige is wat waarde heeft. Maar hoe ter wereld kun je achter de waarheid komen! De mannen kunnen over het algemeen zoo handig van zich af praten!

Good-by! Prettige Kerstdagen, Jervis en twee Judies!

S. McB.

P.S. Ik zou het heel prettig vinden als je mijn brieven wat vlugger beantwoordde.

John Grier Home. 29 December.

Lieve Judy,

Sady Kate heeft er de heele week mee zoek gebracht om een Kerstmis-epistel aan jou op te stellen en ik heb er niets meer aan toe te voegen. O, we hebben zoo'n heerlijken tijd hier gehad! Behalve alle cadeaux en spelen en lekkere dingen om te eten, hebben we hier boerendansen uitgevoerd en wedstrijden op schaatsen gehouden en caramels gemaakt. Ik weet niet of deze vertroetelde vondelingetjes ooit weer in normale kinderen zullen veranderen.

Hartelijk dank voor je zes cadeaux. Ik ben met alle zes erg in mijn schik, vooral met het portretje van Judy junior; dat ééne tandje, dat ze met zooveel trots toont, geeft bepaald iets intelligents aan haar snuitje.

Je zult het ook wel prettig vinden, dat ik Hattie Heaphy bij een domineesfamilie heb kunnen plaatsen. Het zijn verbazend lieve menschen. Ze hebben zelfs niet met hun oogen geknipt toen ik hun het verhaal van den avondmaalsbeker deed. Zij hebben het kind als Kerstcadeau aan elkaar gegeven en ze dribbelde toch zoo gelukkig weg aan de hand van haar nieuwen vader!

Ik zal je niets meer schrijven want vijftig kinderen zenden je nog bedankbriefjes en de arme Tante Judy zal onder haar mail begraven worden als de boot dezen keer aankomt.

Veel liefs aan alle Pendletons.

S. McB.

P.S. Singapore zendt veel hartelijke groeten aan Togo. Het spijt hem dat hij je hond indertijd in zijn oor heeft gebeten.

John Grier Home, 30 December.

O, Gordon, beste jongen, ik heb toch zoo'n vreeslijk boek gelezen! Ik probeerde laatst Fransch te spreken en daar het niet al te best van stapel liep, begreep ik, dat ik mijn taalstudie wel eens mocht opfrisschen als ik er niet heelemaal uit wilde raken. Onze Schotsche dokter heeft gelukkig zijn opvoedingsplannen bij mij gestaakt, dus heb ik nog wat vrijen tijd hiervoor. Het een of ander ongelukkig toeval liet mij naar "Numa Roumestan" van Daudet grijpen, maar dat is een slecht boek voor een jong meisje, dat met een staatsman verloofd is. Lees het eens, mijn lieve Gordon, en tracht er dan vooral tegen te waken, dat je karakter op dat van Numa gaat lijken. Het is de geschiedenis van een staatsman, die onrustbarend betooverend is (net als jij) en door iedereen bemind wordt, die hem slechts kent (ook weer evenals jij). Hij heeft een zeer innemende wijze van spreken en steekt prachtige speeches af (ook weer net als jij). Iedereen ligt aan zijn voeten en zegt tegen zijn vrouw: "Wat moet U, die dezen prachtmensch zoo intiem kent, toch een heerlijk leven hebben".

Maar hij was niet zoo lief als hij bij haar thuis kwam, alleen maar wanneer hij een zaal vol toehoorders voor zich had met daverend applaus. Met elken kennis zou hij een glas wijn drinken en vroolijk zijn en vertrouwelijke mededeelingen doen, maar als hij daarna thuis kwam, was hij brommerig. "Joie de rue, douleur de maison", is de strekking van het boek.

Ik heb tot gisternacht twaalf uur aan één stuk doorgelezen en werkelijk, het boek hield me wakker. Ik weet, dat je er boos om zult zijn, maar heusch, lieve Gordon, er is te veel waarheid in, om mij niet te ontroeren. Ik wilde niet meer over het ongelukkige incident Op 20 Augustus spreken (we hebben het toen voor goed afgehandeld) maar je weet heel goed, dat jij iemand noodig hebt, die over je waakt, en ik vind dat geen prettige gedachte. Ik wil het gevoel hebben dat ik absoluut veilig ben en ook gerust kan zijn bij den man, met wien ik trouw. Ik zou nooit in een voortdurend stadium van angst kunnen verkeeren en me ongerust moeten maken totdat je thuis kwam.

Lees "Numa" eens, en dan zal je het vrouwenstandpunt, dat ik hierbij inneem, heel goed begrijpen. Ik ben in geen enkel opzicht geduldig of zacht of met een kwijnende verdraagzame natuur toegerust en ik ben een beetje bang voor wat ik doen zou, als in mijn leven iets dergelijks zou gebeuren. Mijn hart moet absoluut kalm zijn als het goed wil werken en o, Gordon, ik hoop zoo, dat ons huwelijk een mooi huwelijk zal zijn.

Vergeef het me, dat ik zoo schrijf. Ik meen er niet mee dat ik werkelijk geloof, dat je een vreugde op straat en een last in huis zult zijn. Het komt alleen doordat ik gisternacht geen oog heb toegedaan en me nu zoo gedrukt voel.

Laat het nieuwe jaar vreugde en geluk en heerlijke rust over ons beiden brengen.

Je Sallie.

1 Januari.

Lieve Judy,

Er is iets verbazend vreemds gebeurd en nog weet ik niet of het werkelijkheid is of dat het slechts een droombeeld was. Ik zal je alles van A tot Z vertellen, maar ik geloof dat het het beste is, als je dezen brief daarna verbrandt. Hij is niet bepaald voor Jervis' oogen bestemd.

Herinner je je het geval van Thomas Kehoe, dien we in Juni hebben uitbesteed? Hij ging gebukt onder den last van uit aan den drank verslaafde ouders voort te spruiten, wat weer op erfelijke belasting aan weerszijden berustte, en toen hij nog een baby was, schijnt hij met bier inplaats van met melk gevoed te zijn. Hij kwam hier met zijn negende jaar, en uit het zwarte register zien we, dat hij gedurende zijn verblijf hier al twee maal dronken was, één keer door bier, dat hij van werklui had gestolen en een andere keer (en toen heel erg) door het drinken van brandspiritus. Je ziet dus dat het kind onder bezwarende omstandigheden werd uitbesteed, maar wij waarschuwden de familie (vlijtige, nette boerenmenschen) van te voren en hoopten er het beste van.

Gisteren telegrafeerde dat gezin ons, dat zij hem niet langer konden houden en vroegen mij of ik zoo goed wilde zijn hem van den zesuurtrein te halen. Turnfelt ging naar het station, maar daar was geen Thomas te bekennen. Ik stuurde nog dienzelfden avond een telegram weg, waarin ik hun vertelde, dat de jongen niet was aangekomen en om nadere bijzonderheden verzocht.

Gisternacht bleef ik wat langer dan gewoonlijk op om mijn lessenaar op te ruimen, en ook om met heldere gedachten het nieuwe jaar in te gaan. Tegen twaalf uur merkte ik, dat het al laat geworden was en dat ik erg moe was. Juist was ik van plan naar bed te gaan, toen ik door een geklop op de buitendeur schrok. Ik stak mijn hoofd uit het raam en vroeg, wie daar was. "Tommy Kehoe" antwoordde een heel onvaste stem.

Ik vloog naar beneden en opende de deur, en die jongen, zestien jaar oud, strompelde naar binnen -- stomdronken! Gelukkig was Percy niet ver weg, zoodat ik hem kon roepen. Ik wekte hem en samen sleepten wij Thomas naar onze logeerkamer, de eenige afgezonderde plaats van ons gebouw. Daarna telefoneerde ik om den dokter, die, naar ik vrees, een erg vermoeiender dag achter zich had. Hij kwam terstond en wij hadden met ons drieën een afschuwelijken nacht. Naderhand bleek dat de jongen met zijn bagage een flesch haarwater had meegenomen, die aan zijn vroegeren baas toebehoorde. Dat goed bestond voor de helft uit alcohol en hiermee had Thomas zich gedurende zijn reis verkwikt.

Hij verkeerde in zulk een toestand, dat ik vreesde dat wij hem niet meer zouden kunnen redden -- vreesde, neen dat hoopte ik zelfs. Als ik een geneesheer was, zou ik in zulke gevallen, in het belang van het komende geslacht, niet trachten redding aan te brengen. Maar je hadt Sandy eens moeten zien werken! Dat vreeselijke instinct dat hier een leven te redden viel, was bij hem ontwaakt en hij vocht met alle kracht en energie die hem eigen is.