Het "John Grier Home"

Part 18

Chapter 184,138 wordsPublic domain

Maar ik geloof dat ik je nog niet verteld heb hoe de brand is uitgebroken. Er zijn nog zooveel dingen waarover ik je nog niet heb geschreven, dat ik al bij de simpele gedachte schrijfkramp krijg. Wij hebben nu ontdekt dat Sterry deze week een dag onze gast is geweest. Na een dronkemansgelag in de kroeg keerde hij naar onze wagenschuur terug, klom door het raam en stak een kaars aan. Hij maakte het zich daar gemakkelijk en viel in slaap. Waarschijnlijk heeft hij vergeten de kaars uit te blazen, in elk geval vatte de schuur vlam en kon Sterry er nog net bijtijds uit komen. Hij ligt nu in het ziekenhuis in de stad, badend in zoete olie en vol smart zijn pijnlijk aandeel in het ontstane onheil betreurend.

Ik ben blij dat het huis zoo goed tegen brand was verzekerd, het geldelijk verlies zal dus niet zoo bijster groot zijn en wat het andere betreft, daarover valt in het geheel niet te treuren. Op het oogenblik zie ik slechts winst in de groote verandering, met uitzondering van het ongelukkig voorval met onzen armen dokter. Iedereen is allerliefst voor ons. Heusch Judy, ik wist niet dat menschen zoo welwillend en vriendelijk konden zijn. Heb ik ooit iets slechts van regenten gezegd? Dan trek ik dadelijk elk boos woord terug. Vier van hen kwamen dadelijk den morgen na den brand uit New York over en alle regenten, die hier in de buurt wonen, doen wat zij kunnen. Zelfs de WelEd. Gestr. is zoo verdiept in het bestudeeren van den gedachtengang van de vijf gestichtskinderen, die bij hem inwonen, dat hij het ons tot nu toe geen oogenblik lastig heeft gemaakt.

De brand brak in den nacht tusschen Vrijdag en Zaterdag uit en ten volgenden Zondag moedigden de dominés in alle kerken de gemeente aan, om een of twee kinderen drie weken te gast te vragen tot het gesticht weer op orde zou zijn.

Het was heerlijk om de uitwerking van die woorden te zien. Binnen een half uur waren alle kinderen uit logeeren gevraagd en denk eens aan, wat dat niet voor de toekomst belooft! Van nu af aan stelt elk van die families persoonlijk belang in ons gesticht. En begrijp ook eens, wat dat voor de kinderen wil zeggen! Die zien nu hoe een werkelijke familie leeft en voor het eerst zullen dozijnen van hen den drempel van een particulier huis overschrijden.

Wat de naaste toekomstplannen aangaat, kan ik je nog iets vertellen.

De Societeit heeft hier een gebouw, dat zij 's winters nooit gebruikt en dat zij heel beleefd ons voor dien tijd heeft aangeboden. Het grenst aan het land achter ons huis en wij maken het nu bewoonbaar voor veertien kinderen met Miss Matthews aan het hoofd. Daar onze eetzaal en keuken gespaard zijn gebleven, kunnen zij daar komen om te eten en te leeren en het is uitstekend, dat zij een half uur moeten loopen, voordat zij naar bed gaan.

Dan heeft die aardige moederlijke Juffrouw Wilson, die naast den dokter woont en zoo goed voor Loretta is geweest, erin toegestemd om nog vijf kinderen onder haar hoede te nemen voor $ 4. elk per week. Ik stuur de meest belovende oudere meisjes, die huishoudelijken aanleg hebben getoond en die het prettig zouden vinden om eens in een gewoon gezin te leeren koken, naar haar toe. Juffrouw Wilson en haar man vormen zoo'n prachtig paar in hun spaarzaamheid en eenvoud en liefde, dat ik werkelijk geloof, dat het goed zal zijn voor onze kinderen om met hen eenigen tijd om te gaan. Het is een leerschool voor de plichten en deugden van de huisvrouw.

Ik zei je het al, dat de menschen van Knowltop in dien vreeselijken nacht 47 van de allerkleinsten bij zich in huis hebben genomen en je weet geloof ik eveneens, dat de gasten, inplaats van gezellig te soupeeren, hun handen uit de mouwen staken om ons te helpen. Wij verlosten hen den volgenden dag van 36 kinderen maar nog altijd hebben zij er elf over. Heb ik ooit Mr. Knowltop een ouden brombeer gescholden? Ik neem dat woord terstond terug en ik vraag nederig excuus daarvoor. Hij is zoo zacht als een lammetje. Wat denk je wel dat die gezegende man deed nu wij in de penarie zitten? Hij heeft een leegstaand huis voor onze babies ingericht, heeft zelfs een geroutineerde Engelsche kindermeid aangenomen om de leiding op zich te nemen en geeft ons nog daarbij de prachtige melk uit zijn modelboerderij cadeau! Hij beweert dat hij jaren lang erover heeft gedacht, wat hij toch met die melk moet doen, daar hij ze onmogelijk verkoopen kan, want dan zou hij er een dubbeltje per kwart liter op verliezen.

De twaalf oudere meisjes van slaapkamer A heb ik in de nieuwe tuinierswoning gezet. De arme Turnfelts, die er juist twee dagen van hebben genoten, zijn naar het stadje verwezen. Maar ze zouden toch niet voor de kinderen willen zorgen en ik had die ruimte noodig. Drie of vier van deze meisjes zijn als onbruikbaar door pleegouders teruggestuurd en hebben nu uiterst goede leiding noodig. Wat denk je dus dat ik gedaan heb? Ik telegrafeerde aan Helen Brooks, dat zij die uitgevers moet laten schieten en daarvoor in de plaats de zorg voor deze meisjes op zich moet nemen. Je begrijpt dat zij daar prachtig mee zal omspringen. Zij nam het voorloopig aan. De arme Helen is zoo beu van het contractleven, dat zij alles voortaan op de proef wenscht.

Voor de oudere jongens is iets buitengewoon heerlijks gebeurd. Wij kregen een gift uit dankbaarheid van J. F. Bretland. Hij bezocht den dokter om hem voor de redding van Allegra persoonlijk te bedanken. Zij hadden een lang gesprek over de behoeften van het gesticht en toen J. F. B. terugkwam, overhandigde hij mij eene chèque van $ 3000.-- om het Indianenkamp op een degelijke basis bouwen. Hij en Percy en de dorpsarchitect hebben teekeningen gemaakt en naar wij hopen zullen onze dapperen binnen twee weken het winterkwartier betrekken.

Wat kan het mij schelen dat het oude John Grier Home eraan is gegaan nu mijn 107 kinderen in zoo'n vriendelijke wereld belanden!

Vrijdag.

Ik veronderstel dat het je verwondert, dat ik je niets over den toestand van den dokter meedeel. Ik kan je echter geen informaties uit de eerste hand geven, want hij weigert mij te ontvangen. Toch heeft hij al iedereen, behalve mij, bij zich gezien -- Betsy, Allegra, Mevrouw Livermore, Mijnheer Bretland, Percy, verschillende regenten.... Allen berichten dat hij zoo goed vooruitgaat als maar verwacht kan worden van iemand met twee gebroken ribben en een fractura fibulae, dat is, geloof ik, de medische uitdrukking voor zijn gebroken been. Hij vindt het niet prettig dat voor hem veel drukte wordt gemaakt en bedankt ervoor, als held te figureeren. Ik, als dankbaar hoofd van dit gesticht riep verschillende gelegenheden te te hulp om hem officieel te bedanken, maar steeds werd ik aan de deur afgescheept met de boodschap, dat hij juist sliep of dat hij niet gestoord wenschte te worden. De eerste twee keeren geloofde ik dat Miss MacGurk dit op eigen houtje deed, maar nu weet ik wel beter. Toen dus onze kleine meid aan de beurt kwam om haar onschuldig "dag, dag" te zeggen tegen den man die haar het leven redde, vroeg vroeg ik Betsy, haar naar den dokter te geleiden.

Ik weet heusch niet wat dien man bezielt. Hij was de laatste weken juist heel aardig tegen mij, maar als ik nu iets van hem weten wil, moet ik Percy er heen sturen om het te hooren. Ik vind dat hij, al wenscht hij me persoonlijk niet te zien, me toch ontvangen moet als directrice van het gesticht. Maar daarover zijn wij het nu al lang eens. Sandy is een Schot!

* * * * *

Later. Het zal een fortuin aan postzegels kosten om dezen brief naar Jamaica te verzenden, maar ik wil graag dat je van alles op de hoogte bent en er is sedert de stichting in 1876 nog nooit zoo iets opzienwekkends gebeurd. Deze brand heeft ons zulk een schok gegeven, dat wij jaren lang er wakker van zullen blijven. Ik geloof dat elk gesticht om de 25 jaar tot den bodem toe af moet branden, om los te raken van al die ouderwetsche instellingen en verouderde begrippen. Ik ben zoo blij dat wij Jervis' geld niet den vorigen zomer voor de verbouwing hebben uitgegeven. Het zou vreeselijk naar zijn als al die verbeteringen nu vernietigd waren geweest. Van het geld van John Grier kan het mij niet zoo erg schelen sedert ik heb gehoord, dat hij dat verdiend heeft met het patent op een medicijn, hetwelk volgens hooren zeggen opium bevatte.

Wat het overschotje van ons betreft, dat door den brand hier werd achtergelaten, wel, wij leven hier heel gezellig in het bewoonbare deel van het huis en wij hebben ruimte genoeg aan de eetzaal en de keuken. En later kunnen wij plannen voor de toekomst maken.

Begrijp je nu wat er met ons is gebeurd? De goede God heeft mijn bede verhoord en het John Grier Home leeft in kleine groepje in aparte huizen.

Je met werk overladen S. McBride.

John Grier Home, 16 Januari.

Lieve Gordon,

Hou je nu alsjeblieft kalm en laat de dingen nu niet erger schijnen dan ze zijn. Het is natuurlijk onmogelijk voor mij om het gesticht op dit oogenblik op te geven. Je moest inzien, dat ik mijn kinderen onmogelijk kan achterlaten, nu ze me juist zoo vreeselijk noodig hebben. En ik ben ook niet van plan om die idiote philantropische neigingen eraan te geven. (Je ziet, hoe jouw uitdrukkingen me nu nog beheerschen).

Je hebt heelemaal geen reden om boos te zijn. Ik overwerk me heelemaal niet, integendeel, ik houd van deze drukte. Ik ben nog nooit zoo werkzaam en zoo gelukkig geweest als nu. De dagbladen maken van dien brand een groot voorval, waarmee ze veel kolommen kunnen vullen en die plaat van mij met een baby onder elken arm berust op reine fantasie. Een of twee kinderen hebben keelontsteking en onze arme dokter ligt in gipsverband, maar goddank, wij zijn allen springlevend en van plan dit nog vele jaren te blijven.

Ik kan je nu geen bijzonderheden meedeelen. Ik heb er werkelijk geen tijd voor. En kom alsjeblieft niet. Later, als de dingen op orde zijn, moeten wij een gesprek over ons beiden hebben, maar eerst moet ik tijd hebben om daarover te denken.

S.

21 Januari.

Lieve Judy,

Helen Brooks heeft op een onberispelijke wijze de leiding over onze andere meisjes op zich genomen. Het is het moeilijkste werk dat ik haar had kunnen geven, maar zij doet het graag. Ik geloof dat zij een waardevolle aanvulling van onzen staf zal zijn.

En ik vergat je ook nog over Punch te schrijven. Toen de brand hier was uitgebroken, stonden die twee aardige dames, die hem den zomer bij zich hebben gehad, juist op het punt om den trein naar Californië te pakken. Zij namen hem eenvoudig onder haar arm met haar bagage mee en reden met hem weg; en dus zal Punch den winter in Pasadena doorbrengen. Ik vermoed dat ze hem wel voor goed zullen houden. Begrijp je hoe blij ik met al deze voorvalletjes ben?

Later. -- Die arme eenzame Percy heeft juist den avond met mij samen doorgebracht, omdat hij veronderstelt dat ik zijn smart begrijp. Waarom moet ik in staat zijn om een ieders verdriet te begrijpen? Het is erg moeilijk om medegevoel uit een leeg hart te pompen. De arme jongen is op het oogenblik erg terneergeslagen, maar ik geloof dat ik hem, met Betsy's hulp, er wel doorheen zal helpen. Hij is op het punt op Betsy verliefd te raken, maar hij weet dat zelf nog niet. Nu is hij in het stadium aangeland, dat hij in eigen verdriet zwelgt; hij voelt zichzelf als een held in een treurspel, als een man, die door het leven zwaar is beproefd. Maar ik heb opgemerkt dat hij altijd vriendelijk zijn diensten aanbiedt zoodra Betsy maar in de buurt is, onverschillig wat zij te doen heeft.

Gordon seinde mij vandaag, dat hij morgen komt. Ik ben doodsbang voor dat onderhoud en ik weet zeker dat er een uitbarsting zal komen. Hij schreef mij den dag na den brand en vroeg mij "dat gesticht te laten stikken" en dadelijk met hem te trouwen, en nu komt hij hier om dat nader te bespreken. Ik kan hem niet aan het verstand brengen, dat ik er niet toe wil overgaan met allerliefste onnoozelheid de leiding van 107 kinderen in den steek te laten, juist op het oogenblik dat ik het hardst noodig ben. Ik deed mijn best om hem van hier weg te houden, maar helaas, als ieder ander van zijn sexe is hij koppig als een muilezel. O, Judy, ik weet niet wat er nu weer gebeuren moet. Ik wou dat ik, een oogenblikje maar, in de toekomst kon zien.

De dokter ligt nog altijd in het gips en ik hoor dat het hem goed gaat, hoewel hij erg brommerig is. Hij mag nu elken dag wat opzitten en een zorgvuldig uitgezochte schare van bezoekers ontvangen. Mrs. MacGurk sorteert die luidjes aan de deur en stuurt die, welke zij niet genegen is, naar huis terug.

Dag Judy. Ik zal je gauw meer schrijven maar ik ben nu zoo slaperig dat mijn oogen haast dicht vallen. Ik moet nu beslist naar bed om bestand te zijn tegen de 107 moeilijkheden van morgen.

Hartelijke groeten aan alle Pendletons, S. McB.

22 Januari.

Lieve Judy,

Deze brief heeft niets te te maken met het John Grier Home. Het gaat hierbij alleen om Sallie McBride.

Herinner je je, dat wij het laatste universiteitsjaar de brieven van Huxley hebben gelezen? In dat boek staat een zin, die sedert steeds in mijn geheugen is gebleven: "Er is in ieders leven een Kaap Hoorn, waarbij iemand het gevaar overwint of ondergaat". Dat is afgrijselijk waar en het verdrietige is, dat je je Kaap Hoorn niet altijd kunt herkennen als je haar ziet. Je moet soms in zwaren mist zeilen en vóór je het weet, ga je onder.

Ik heb in de laatste dagen gemerkt, dat ik de Kaap Hoorn van mijn eigen leven had ontdekt. Ik begon mijn verloving met Gordon eerlijk en vol hoop, maar langzamerhand ben ik hoe langer hoe meer wantrouwend geworden, wat het eind van het liedje betrof. Het meisje waarop hij verliefd is, is niet de IK, die ik wil zijn, maar de IK, die ik dit jaar heb trachten te verdrijven en ik weet niet zeker, of ze ooit werkelijk heeft bestaan. Gordon verbeeldt zich dat ze bestaat. In elk geval is ze er nu niet meer en de eenige goede en faire oplossing voor hem en voor mij was, om onze verbintenis te verbreken.

Er bestaat nu niet langer een band tusschen ons tweeën. Wij zijn slechts vrienden. En nog steeds begrijpt hij mij niet. Hij meent dat als ik slechts belang in zijn leven zou stellen, wij beiden gelukkig konden zijn. Natuurlijk stel ik belang in hem als hij bij mij is. Ik spreek over dingen waarover hij graag hoort spreken, en hij vermoedt niet dat een groot deel van mijn wezen (het grootste deel van mijn zijn) hem op geen enkel punt ontmoet. Ik speel een beetje remedie als ik bij hem ben. Ik ben dan niet mijzelf en als ik dagelijks met hem zou moeten omgaan, zou ik altijd moeten blijven comedie spelen. Hij verwacht van mij dat ik zijn gezicht zal bestudeeren en zal lachen wanneer hij lacht en mijn wenkbrauwen fronsen wanneer hij hiervoor het sein geeft en hij begrijpt maar niet, dat ik evengoed als hij een persoonlijkheid ben.

Ik kan mij in de wereld bewegen. Ik kleed mij goed, ik kan goed toehooren en ook goed zelf praten, dus zou ik een ideaal huisvrouw voor een politicus zijn. En daarom houdt hij van mij.

In elk geval zag ik plotseling met afschrikwekkende duidelijkheid, dat ik, als ik zoo doorging, een paar jaar later in hetzelfde geval zou verkeeren als Helen Brooks nu. Zij is voor mij een veel beter voorbeeld van het huwelijksleven dan jij, lieve Judy. Ik geloof dat zulke menschen als jij en Jervis gevaarlijk zijn voor de samenleving. Jullie zien er zoo gelukkig en tevreden uit, dat je er een onschuldige toeschouwster toe brengt om weg te rennen en den eersten den besten man op te pikken, die zich voordoet. En dat is dan altijd de verkeerde man.

Nu hebben Gordon en ik voor het laatst en definitief gekibbeld. Ik zou graag in vrede van hem gescheiden zijn, maar in verband met zijn temperament (en ik moet toegeven, het mijne ook) hadden wij een groote vulkanische uitbarsting. Hij kwam hier gistermiddag nadat ik hem had geschreven niet te komen en wij wandelden over Knowltop drie en een half uur heen en weer over den winderigen moerasgrond en legden daarbij ons wezen tot de diepst verborgen plekjes bloot. Niemand kan ooit zeggen dat die breuk door het elkaar niet kennen ontstond.

Het eindigde met Gordons afscheid. Toen ik hem zag heengaan en achter de heuvels verdwijnen en tot de ontdekking kwam, dat ik vrij en alleen was, mijn eigen meesteres, o Judy toen voelde ik me ook goddelijk verlicht en gelukkig! Ik kan je dat niet zeggen! Ik geloof niet dat een gelukkig getrouwde vrouw ooit zal begrijpen hoe verrukkelijk _alleen_ ik toen was. Ik wilde mijn armen uitbreiden en de heerlijke wijde wereld omhelzen, die mij nu plotseling toebehoorde. O, het is zoo'n heerlijke verlossing, dat dat nu eindelijk geregeld is! Ik ontdekte de waarheid op dien nacht toen de brand uitbrak en toen ik een nieuw John Grier huis zag verrijzen, waarin mijn plaats niet meer zou wezen. Een vreeselijke afgunst knaagde aan mijn hart. Ik kon het niet meester worden. En gedurende die vreeselijke oogenblikken, toen ik dacht dat we onzen dokter hadden verloren, zag ik wat zijn leven beteekende en hoe veel meer waarde dat leven had dan dat van Gordon en ik wist toen, dat ik den dokter niet alleen kon laten. Ik moest hier blijven om alle plannen uit te voeren, die wij samen hadden opgemaakt.

Het lijkt dat ik je niets dan een woordenvloed schrijf, maar ik ben zoo vol van overstelpend enthousiasme! Ik zou willen spreken en spreken, alleen om mijn hart uit te kunnen storten. En ik stond daar alleen in het schemerlicht van dien winterdag en haalde diep adem en voelde me zoo heerlijk, zoo goddelijk vrij, en toen holde ik de heuvels af en liep al zingend door het land. Eigenlijk is het schandelijk, als je bedenkt dat ik met een gebroken hart naar huis behoorde te keeren. Ik dacht geen oogenblik aan dien armen Gordon, die diep bedroefd naar het station stapte.

Toen ik het huis binnentrad, werd ik door de vroolijke stemmetjes van de kinderen begroet, die op hun avondeten wachtten. Dat waren mijn kinderen en in een plotselinge ontroering trek ik de drie, die het dichtst bij mij stonden, naar mij toe en drukte ze aan mijn hart. Plotseling was er zoo'n nieuw leven voor mij open gegaan, alsof ik uit de gevangenis trad en mij vrij wist. Ik had het gevoel alsof... neen, ik zal zwijgen, ik wenschte, dat je de heele waarheid kon weten. Laat Jervis dezen brief vooral niet lezen, maar zeg hem op kalme wijze wat er eigenlijk in staat.

Het is nu middernacht en ik zal trachten in te slapen. Het is heerlijk dat ik nu niet behoef te trouwen met iemand, met wien ik niet wil trouwen. Ik ben blij dat de kinderen me noodig hebben en dat Helen Brooks hier is en ik ben ook blij, dat die brand is uitgebroken. O, ik ben met alles zoo blij en ook met den brand, waardoor ik het gevaar kon inzien. In mijn familie is tot heden nog nooit een scheiding voorgekomen en ze zouden het vreeselijk vinden als daarop een uitzondering werd gemaakt.

Ik weet dat ik afschuwelijk egoïst ben. Ik behoorde nu aan het verdriet van dien armen Gordon te denken, maar heusch, ik moest comedie spelen als ik zou willen voorgeven, dat ik daarover werkelijk treurde. Hij zal wel iemand anders vinden met net zulk eigenaardig haar als het mijne, die net zoo'n geschikte huisvrouw voor een staatsman zou zijn en die niet behebt is met die verdoemde moderne nonsens-ideeën over de politiek en rechten van den mensch en eerlijkheids-begrippen en vrouwenvrijheid en den overigen onzin, waarover de tegenwoordige generatie van vrouwen bij voorkeur gelieft te raaskallen. (Ik haal slechts aan, waarbij ik de uitdrukkingen van den teleurgestelden jongen man wat verzacht).

Nacht, lieve menschen. O, wat zou ik het heerlijk vinden om nu bij je aan de baai te staan en over de blauwe, blauwe zee te staren.

Addio! Sallie.

27 Januari.

Waarde Dr. MacRae,

Zou dit briefje u misschien in wakenden toestand aantreffen?

Wellicht weet u niet dat ik u viermaal heb opgezocht, om u op mijn allerliefste wijze te bedanken en troost aan te bieden voor de opgedane breuken. Het heeft mij waarlijk ontroerd toen ik hoorde, dat Mrs. MacGurk den heelen dag in beslag wordt genomen door het aannemen van bloemen en gelei en soepjes en gebraden duifjes, geschonken door de bewonderende dames van deze streek aan den brommerigen held in het gipsverband. Ik weet dat u een stevigen Zuidwester van meer waarde acht dan een aureool, maar ik dacht werkelijk dat u mij nog een beetje anders beoordeelde dan de bewuste hysterische dametjes. U en ik waren vrienden (wel eens met ruzie-tusschenpoozen) en hoewel er een paar bijzonderheden achter ons liggen, die beter niet in ons leven hadden moeten voorkomen, zie ik niet in, dat wij daarom den heelen omgang met elkaar zouden moeten afbreken. Kunnen wij niet zoo verstandig zijn om het verleden als afgedaan te beschouwen?

De brand heeft te weeg gebracht dat zooveel menschen vriendelijkheid aan den dag legden. Ik wenschte, dat dat ook bij u het geval was. Sandy. Ja, ik ken mijn vriend door en door. Je mag voor de heele wereld als brommerig en hard en onmenschelijk, als een SCHOT, je voordoen, toch kun je mij niet voor den gek houden. Mijn in den laatsten tijd zeer geoefend psychologisch oog heeft je gedurende tien maanden bestudeerd en ik heb tot het diepste binnenkamertje van je hart gekeken. Je bent zacht en vriendelijk en medelijdend en verstandig en vergevingsgezind en groot in je denken en voelen. Dus wees alsjeblieft ook de volgende keer, dat ik je kom opzoeken, te spreken en wij zullen dan een geduchte operatie in den tijd, die achter ons ligt, maken en vijf maanden amputeeren.

Herinner je je nog dien Zondagmiddag toen wij samen autoden en zoo'n pret hadden? Wel, dat is nu gisteren geworden!

Sallie McBride.

P.S. Als ik me verneder om u nog eens op te zoeken, vernedert u u dan dermate, dat u me ontvangen wilt, want ik verzeker u, dat ik het nu voor de laatste maal beproef. Ook kunt u gerust zijn: ik zal niet in tranen uitbarsten of pogingen doen om uw hand te kussen, zooals ik vernam dat een adoreerende dame deed.

John Grier Home, Donderdag.

Waarde vijand,

Nu ziet u dat ik u zeer goed gezind ben. Als ik u met MacRae aanspreek, houd ik niet van u en als ik u als mijn vijand betitel, doe ik het wel.

Sadie Kate bracht mij uw briefje en het is werkelijk zeer goed geschreven, in aanmerking genomen dat het met uw linkerhand geschiedde. Ik dacht op het eerste gezicht, dat het van Punch was!

U kunt me morgen om vier uur verwachten, maar zorg er voor dat u wakker bent. Ik ben blij, dat u ook vindt, dat wij vrienden zijn. Werkelijk, ik heb het gevoel alsof ik iets zeer kostbaars, dat ik eerst door onachtzaamheid heb verloren, heb teruggewonnen.

S. McB.

P.S. Java vatte op den nacht van de brand kou en heeft nu kiespijn. Hij zit met zijn hand onder zijn wang als een klein, ziek kindje, en treurt.

Donderdag 29 Januari.

Lieve Judy,

Dat moeten tien vreeselijk slordige velletjes geweest zijn, die ik je de vorige week zond. Heb je mijn bevel opgevolgd en mijn brief verbrand? Ik zou het niet prettig vinden, die woeste uitingen tusschen mijn correspondentie te houden. Ik weet dat mijn gedachtengang zelfzuchtig, schandalig, ja, zelfs shocking is, maar je kunt niet altijd voor je gevoel instaan. Meestal wordt verloofd-zijn als een aangename emotie beschouwd, maar het haalt niet bij de heerlijk ongedwongen vroolijkheid en vrijheid van het niet-verloofd zijn. Ik verkeerde in de laatste maanden in een verbazend prikkelbare stemming en nu is alles goddank in orde gekomen en niemand was ooit gelukkiger met zijn ongehuwden staat dan ik nu.