Het eerste ontwerp voor de bedijking der Zuiderzee, 1848
Part 7
Even zoo als Amsterdam, zullen ook alle zaanlandsche dorpen verkorte gemeenschap met de zee verkrijgen, en ook van dáár zullen directe aan- en afvoeren van en naar alle landen geschieden kunnen. Eveneens als nu, van uit het Nieuwe Diep, van Rotterdam en van Harlingen, het vee, de eigene producten, vervoerd worden, eveneens zal dit van uit de zaanlandsche dorpen plaats hebben. De ligging der fabrijken werd gunstiger, het vertier aan de molens, en van zoovele door den handel bestaande bedrijven, werden daardoor verlevendigd, en op nieuw tot bedrijvigheid gebragt. Dat men zich maar de moeite wille geven, dit alles goed in te zien, en daarnaar te handelen. Thans moeten u, Zaankanters! uwe groenten, uwe levensmiddelen van Broek op Langendijk, van over Amsterdam aangevoerd worden, terwijl uw nu moerassige en drabbige grond, door eene voldoende, zonder kosten te verkrijgen afwatering, door uwe thans werkelooze sluizen, alsdan droog blijft liggen, en in kostelijke warmoezeniers en tuingronden zal herschapen worden, waarop zoovelen, die nu ledigloopen en uit de armenkassen, onvoldoende, om de dringende behoefte te leenigen, trekken, werk zullen vinden en alsdan zelfs zullen kunnen bijdragen, om die kassen te helpen schragen, opdat zij tot hulp verstrekken voor diegenen, waarvoor dezelve oorspronkelijk bestemd waren, voor de ouden van dagen, voor door ziekelijkheid verachterden, en voor weduwen en wezen.
Het Departement der maatschappij: tot Nut van 't Algemeen aan de Zaan, kan deszelfs prijsvraag, tot wering van de steeds toenemende armoede, alsdan intrekken;--het tijdelijk plaats gehad hebbende gebrek, zal eene gebeurtenis in de geschiedenis worden, welke opgehouden zal hebben te bestaan!
Er zijn zekere ongeriefelijkheden, waarop men, van zijne jeugd af er aan gewoon, naauwelijks meer let, of gevoelt, dat ze bestaan. Wie denkt er aan de Zaan aan, dat het een ongerief is om, naauwelijks uit het huis komende, gevaar te loopen van in het water te stappen? Verkrijgt men eens eene verbeterde afwatering, zoodat de landerijen droog blijven, waardoor men zonder klompen droogvoets kan loopen dan zal men erkennen, van eenen grooten last ontslagen te zijn, dien men nu naauwelijks meer opmerkt.
Doch niet alléén, dat het eigenaardig zoogenaamde Waterland een droog land zal worden, maar daardoor zal het ook tot alle kultuur geschikt worden, en alzoo zal de waarde der landerijen niet alleen verhoogen, maar ook de bouw en verkoop der produkten zal toenemen, en daardoor meer arbeid en welvaart geboren worden.
Hoe vele duizende bunders land, binnen den omtrek van Amsterdam en Zaandam, nu drassig en moerassig liggende en kwalijk eenig gras opleverende, zullen door de droogmaking dubbele waarde verkrijgen. Draagt daarom ook, én voor uw zelfbehoud, én voor de vermeerdering uwer middelen, én voor de toekomstige welvaart uwer kinderen van het uwe bij, opdat de droogmaking der Zuiderzee ten uitvoer gelegd kunne worden.
En zijn zoovele West-Vriesche steden, wier kronijken van vroegere welvaart melding maken, binnen wier muren de half gesloopte bouwvallen van bestaan hebbende paleizen, pakhuizen, werven, enz., den voorbijganger weemoedig daarop doen staren met oneindig meer belangstelling dan de tegenwoordige inwoner van Rome de overblijfselen der grootheid zijner voorzaten, wier bestaan hij naauwelijks kan bevroeden. Neen, nog zijn die tijdperken zoo ver niet in het verledene, nog leest men in de geschiedenis van ons vaderland met bewondering en belangstelling het tijdperk der bevrijding van het Spaansche juk, en hoe de Watergeuzen van uit hunne havens tot de bevrijding van hun vaderland hielpen bijdragen; hoe de Nederlanders, de vrijheid bevochten zijnde, meer vredelievende, doch niet minder gevaarlijke togten ondernamen, hoe zij Nova Zembla naderden en de Oost-Indiën bezochten, hoe zij uit het Noorden den walvisch, uit het Oosten de geurige specerijen mede huiswaarts bragten!
Moge alsnu de vaart van uit die havens niet meer naar zoo ver gelegene streken plaats hebben, de inwoners zullen evenwel gelegenheid vinden, om schepen tot aan- en afvoer van velerlei behoeften voor zich zelven en de bewoners van de drooggemaakte Zuiderzee, binnen hunne havens te zien laden en lossen; terwijl zij thans de magt niet bezitten, om door de slib, die hen omgeeft, hunne havens genaakbaar te maken.
Wij kunnen het geheele territoir niet bewandelen, dat den weldadigen invloed van deze onderneming zal ondervinden. De bewoners van elke plaats moeten daarover nadenken, de voordeelen opsommen, wikken, wegen en beslissen, of niet de drang der noodzakelijkheid, hun allen gebiedt, met den meesten spoed tot het ten uitvoer brengen der droogmaking van de Zuiderzee mede te werken, opdat de voorgespiegelde welvaart geene ijdele begoocheling blijve, maar zich met de daad verwezentlijke.
Eene waarheid is en blijft het, dat wij op de Voorzienigheid moeten blijven vertrouwen; het is echter niet minder waarheid, dat wij verpligt zijn, naar onze menschelijke inzigten de middelen, welke tot verbetering van onzen toestand kunnen leiden, ter hand te nemen, om daarop naar de bedoelingen van den Alwijze, zijnen zegen af te wachten. Wij mogen beschouwen en bepeinzen, maar dat moet geene besluiteloosheid worden, die de gelegenheid laat voorbijgaan, om tot de algemeene verbetering van onzen toestand handen aan het werk te slaan. Dat toch niet op den duur de schimp des vreemdelings bewaarheid worde: "De Hollander praat veel, doch voert niets uit!"
Duldt niet, dat de droogmaking van de Zuiderzee uit gebrek aan geld, onuitgevoerd blijve, zoodat ook de vreemdeling met zijn geld er toe bijdragen moet, en het den schijn zoude hebben, alsof het u onverschillig ware, hoe de droogmaking tot stand moge komen.
En wat is er dan wel noodig, om dat alles daar te stellen? zal men welligt vragen.--Om de Zuiderzee van Enkhuizen af tot bij Stavoren in te dijken en droog te maken, met de indijking van het IJ, het daarmede verbondene kanaal tot in de Noordzee, de vaarten van Zaandam en Nauerna, al de opgegevene ringvaarten om de Zuiderzee, benevens het afwateringskanaal door de Geldersche Veluwe naar de Steenenkamer, voor dit alles, benevens het sloten, slechten en kavelen van de geheele oppervlakte der 270,000 bunders, worden ruim negentig millioenen guldens vereischt. Maar die som ware er noodig, zoo men alles wilde daarstellen, en staande de volvoering van het geheel, niets wilde verkoopen;--doch het droog gemaakte en geheel voor de kultuur gereede IJ, heeft minstens eene waarde van zestien millioenen guldens, welke te realiseren waren. Het sloten, slechten, kavelen à f 84,-- over den 260,000 Bunders berekend, beloopt wel twintig millioenen guldens. Het toebereiden van het land kon trapsgewijze geschieden, naar gelang dat er verhuurd of verkocht werd, in welk laatste geval het sloten, slechten en kavelen aan den kooper konde overgelaten worden, zoodat met omstreeks 50 à 60 millioenen guldens een werk te voltooijen ware, dat jaarlijks millioenen guldens kan opleveren.--Vier en vijftig millioenen guldens kostte de enkele spoorweg van Londen naar Birmingham, en de inschrijving daarvoor was binnen weinig tijds vol en welke waarborg biedt die weg den geldschieter aan? Een vermoedelijk vertier van reizigers en het vervoer van goederen, terwijl eene opkomende concurrentie, eene verbeterde uitvinding van wegen te leggen, die een goedkooper vervoer oplevert, gezwegen nog van het luchtreizen, dat, naar men zegt, door eenen Hollander schijnt mogelijk gemaakt te zullen worden, de waarde der actiën tot nul zal kunnen doen dalen--het land, hetwelk f 350,-- het bunder, geheel ter bebouwing gereed, zal kunnen kosten, kan door geen onvoorzien evenement verloren gaan. "Land is zekere bezitting," zegt het spreekwoord.
De zaak zal, wat het geld betreft, wel uitvoerbaar worden, indien er maar eene directie gekozen wordt, wier persoonlijk karakter en moraliteit vertrouwen inboezemt.
Het is in Amsterdam niet alléén, het is overal in ons vaderland, dat er zoovele inrigtingen, aan de weldadigheid gewijd, in stilte bestaan, waar niet mede gepraald wordt, zooals in Engeland, door de woorden: "Gesticht door vrijwillige bijdragen," in vergulde letters voor de gevels te hechten; maar welke gestichten desniettemin door belanglooze waarneming van het beheer voldoening geeft voor de eerlijkheid en goede trouw der bestuurders.
Nog mag men in deze de Hollandsche trouw roemen, en het strekt ons ten bewijze, dat het niet aan mannen zal ontbreken, welke er eene eer in zullen stellen, dit ontwerp met belangloozen ijver te helpen tot standbrengen. Mogen wij namen noemen, wij zeggen dan, kiest mede in het bestuur den tegenwoordigen burgemeester van Amsterdam, den man, die in de zitting der tweede kamer van de Staten Generaal blijken gaf, de belangen van het rijk belangloos voor te staan, door van het Honorarium af te zien; den man, die een der edelste voorstanders, van de Kweekschool voor de Zeevaart is, waar hij even trouw den toestand van de zieken onderzoekt, als in den vroegen morgen, in de open lucht, de exercitiën der kweekelingen bijwoont; hij, die bewijzen gegeven heeft, de stads belangen voor te staan, en met moed ontzag in te boezemen tot waarneming der verpligtingen, die op de ambtenaren rusten, en die welligt slechts door den gebrekkigen langzamen gang, dien de verouderde vorm van regeren mede brengt, verhinderd wordt, om aan de stad meerdere welvaart te verschaffen. Schouwt om u heen,--zoo vindt gij er nog velen bij ons. Wij kennen er ook, die gaarne zouden willen medewerken, maar die te naauwgezet zijn, en wien de vrees weêrhoudt, omdat hun goeden naam anderen zou aansporen tot geldelijke bijdragen, en zij zich daardoor bij eventueel nadeel, een onverdiend verwijt zouden op den hals halen.
Heeft men op Engelsche wijze eene naamlijst van de notabelste ingezetenen van Amsterdam, aan eene, zoo niet geheel, nogtans meerendeels Engelsche onderneming, de Rijn-Spoorweg, weten te voegen, die, zonder voordeel te trekken, zelfs nog met opofferingen de belangen der onderneming voorstaan; waarom zoude het met deze onderneming dan niet geschieden, waaraan de belangen, de voorspoed en welvaart van allen in dit Rijk verbonden zijn? Zouden hier niet ook Graven, Baronnen en Jonkheeren willen medewerken (niet blootelijk in schijn hun naam presterende, zooals in Engeland), om eene zaak voor te staan, waarmede ook hun belang verbonden is; grondeigenaren, wier eigendommen allen verbeteren zullen, door de daar te stellen betere uit- en afwateringen? Wij zouden verlangen, dat eene commissie zich, zonder dadelijke geldelijke belooning, belastte met een onderzoek omtrent de uitvoerbaarheid van ons ontwerp, en wat het technische betreft, deze taak liet waarnemen door waterbouwkundigen, daarbij respectabele aannemers voegende, welke door practische ondervinding geleid, eene, hoewel steeds globale berekening van de kosten konden indienen, of de door ons gemaakte ramingen, in overleg met ons, konden onderzoeken, om daarin zoodanige wijzigingen te maken, als zij met hunne kunde en ondervinding gelooven te moeten maken. Er waren zeker aanvankelijk wel eenige kosten mede gemoeid, doch er heeft zoo menig voorloopig onderzoek, op deze wijze, in minder belangrijke aangelegenheid plaats gevonden, waarom zouden wij dan betwijfelen, dat men hier niet zoude slagen?
Is dit voorloopig onderzoek gunstig, dan schare men uit alle standen notabelen om zich heen, welke eene directie kiezen, die zich constitueert, en de gevorderde maatregelen neemt, om eene maatschappij te vormen, die het voorgestelde doel zal ten uitvoer brengen; die de noodige onderhandelingen met de hooge regeering leidt, zoo mede met alle hierin betrokkene partijen, en zich van een toereikend kapitaal voorziet. Deze directie beschouwe, totdat er voordeelige resultaten aanwezig zijn, hare taak als eenen eerepost; zij bedenke, hoeveel tijd, kosten en moeite zoo vele commissiën thans vorderen, om de bestaande armoede te lenigen, om gebrek voor te komen, om tijdelijk te voorzien, waar de toekomst thans niet gunstiger is, terwijl daarentegen, door het daarstellen dezer onderneming, de oorzaken van de armoede, en dit gebrek in tijdelijke voorzieningen, zullen ophouden te bestaan.
Hier zal het bestuur der werkzaamheden van alle zijden medewerking vinden, terwijl eens ieders voordeel daaraan verbonden is. Hoe spoediger de dijken daargesteld, de omdijkingen gereed, en de droogmaking der Zuiderzee voleindigd zal zijn, zooveel te spoediger zal ook de zorgelijke gesteldheid, waarin een ieder, zoowel als de schatkist, verkeert, ophouden te bestaan.
"Waarom dit ontwerp niet aan de regering ingediend, opdat het door haar worde ten uitvoer gebragt?" heeft men ons gevraagd en zal men nog wel vragen. Wij komen er onbewimpeld voor uit, dat wij daarin groote zwarigheid vinden.
Engeland en Frankrijk strekken ons ten voorbeeld, dat zij het raadzaam oordeelen, groote ondernemingen door particuliere associatiën te laten ten uitvoer brengen, omdat deze, in hun eigen belang werkende, dezelve zuiniger en met meerdere spoed daarstellen, het ook hier te lande plaats vindt.
Bij eene regering moet naar administratieve instructiën gehandeld worden; daar worden zekere plannen beraamd, die plannen worden door haar alléén gevormd, overwogen en goedgekeurd, zonder daarover adviezen van andere deskundigen in te winnen, waardoor zwarigheden opgelost, en verkeerde berekeningen zouden kunnen worden opgehelderd. Alles wordt op de bureaux in het geheim behandeld, en noch het publiek, noch deskundigen, kunnen er over oordeelen, dan wanneer het te laat is; eerst dan, wanneer men reeds een begin met de uitvoering gemaakt heeft, en de feilen onherstelbaar zijn, worden er somwijlen, op goede gronden rustende, verslagen medegedeeld in de dagbladen, de agenten van het bestuur antwoorden niet, en wanneer zulks al eens geschiedt, dan nog maar zeer onvolledig en oppervlakkig. De toegevoegde commissiën, waarvan veelal de leden notabelen zijn, welke het somwijlen aan de noodige kunde ontbreekt, om de dáár eenzijdig voorgelegde plannen en bestekken te beoordeelen, roepen geenen raad van onzijdige deskundigen in, welke in staat zouden zijn, hen voor te lichten omtrent de eenzijdig gestelde ontwerpen, en aldus worden plannen van menschen, die natuurlijk met hun eigen werk zijn ingenomen, zonder neutraal onderzoek, en zonder eigene kunde der commissie goedgekeurd en aangenomen. Dit nu heeft bij ondernemingen door particulieren geene plaats; daar heeft men natuurlijk zijne eigene, daartoe gekozene, deskundigen; maar derzelver ontwerpen worden niet administratief onderzocht. Dat agenda's schriftelijk om rapporten en advies vragen, valt daar weg; het gekozene commité hoort, ziet, oordeelt, en beslist spoedig en tijdig.
Bij de regeering heeft men superieuren en ondergeschikten, de generaal en de korporaal, en blindelings moeten daar de orders gevolgd worden. Is de superieur kundig, dan heeft hij somwijlen onverschillige en trage ondergeschikten; deze doen zooveel en zoo weinig als hun wordt voorgeschreven, en als zij verantwoorden kunnen. Zien zij fouten, zij laten dezelve oogluikend voorbijgaan: het is zeker, dat zij hersteld moeten worden,--doch ziedaar eene reden, waarom het werk langer onderhanden blijft, en er alzoo meerder kans is, om langer geëmploijeerd te blijven. Weet men iets beters, men zwijgt; en wel vooral, wanneer de superieur een opgeblazen persoon is. De superieur moge geschikt zijn, maar trage ondergeschikten hebben, hij vordert niet; zoo lang zij als machines de hun opgelegde taak volbrengen, kunnen zij niet ontslagen worden. Is de superieur verwaand, en zijn de ondergeschikten bekwaam, zij moeten zwijgen; zij worden als wijsneuzen beschouwd, en hun wordt aangemaand, niet te denken, maar te handelen, zooals hun voorgeschreven is.
Voor velen onzer bekwame waterbouwkundigen is dikwijls de minder kundige ondergeschikte een last, waarvan zij niet kunnen ontslagen worden, en waardoor dan dikwerf niet zoo gehandeld wordt, als wel behoort, terwijl hij zelf aan beperkte instructiën gebonden is, en zijne, na bevind van zaken betere inzigten, moet laten rusten. Is hij daarentegen bij eene particuliere onderneming, daar is elke voorgestelde verbetering welkom, dewijl men, voor eigen belang werkende, niet van hoogere magt afhankelijk is; men komt dan tot een dadelijk besluit. Bij zulke ondernemingen worden de onderscheidene verdiensten ook beter beloond, waardoor de ambitie geprikkeld wordt. Ook is er, bij aanbesteding der werken door particulieren, meerder vooruitzigt, dat de voorgestelde werken goedkooper aangenomen worden en beter ten uitvoer zullen gebragt worden--zulks is door de ondervinding bevestigd. Dit wordt veroorzaakt, door dien de aannemer vrijere magt heeft om te handelen. De letter van het bestek op te volgen, is veelal schier ondoenlijk, en wordt evenwel door 's Rijks Ingenieurs gevorderd; en dit volgen der letter van het bestek heeft menig aannemer ten val gebragt, terwijl het Rijk er juist niet beter bij gevaren is. Als men bij particuliere aanbestedingen bespeurt, dat de aannemer zijnen pligt betracht, en de zaak (hoewel niet letterlijk volgens het bestek) ten uitvoer brengt, dan is men tevreden. Is er somwijlen verschil, men gaat vrijelijk naar de directie; maar geen aannemer bij het Rijk, die zich over den bij het werk aangestelden Ingenieur beklagen zal, want hij weet, voor ééns en voor altijd, dat het nutteloos en ondoenlijk is.[5]
[5] Bij ons bestaat een zeer groot ongerief. Een burger, die zich over een ambtenaar te beklagen heeft, levert zijne klagten in bij den minister. Dit beklag wordt door Z.Ex. aan den betrokkenen ambtenaar toegezonden, ter fine van consideratie en advys, op deszelfs rapport, wordt door zijne Z.Ex. conclusie genomen, en hoe dit antwoord geweest is, krijgt de geriefde nimmer te weten. En hoe zou het mogelijk zijn, (wij willen niet zeggen, dat hij in het ongelijk wordt gesteld), dat het indienen van klagten hem iets zouden baten: de eene heeft zijne vrienden en betrekkingen bij het ministerie, en de andere kent de laarsjes en de trappen niet, om op te klimmen. Werd echter, zooals regt en billijk was, den klager het rapport van den aangeklaagden ambtenaar, ter wederlegging, tot repliek medegedeeld, en dan in handen gesteld van onzijdigen, dan ware het vrij wat beter voor ons volksgeluk.
Bij particuliere ondernemingen, weet de aannemer, is er voor de stipte betaling gezorgd, en bij het Rijk?--hoe dikwijls zijn aannemers daar niet te leur gesteld? In 1815 en 1816 ontvingen zij voor hunne f 100 in plaats van geld, syndicaat ter waarde van 80 à 85%, in 1830 schatkistbiljetten van 70 à 80%. Dit gebruik maken van zoodanige hulpmiddelen, hetwelk menigen onschuldige in verlegenheid bragt, heeft het Rijk veel meer gekost, dan het verschil tusschen den prijs van het papier en kontant bedroeg. In Engeland betaalt men immer 's Rijks werken met wissels op 3/m. op de bank, met inbegrip der 3/m. disconto. Dan dient ook de meerdere spoed in aanmerking te komen, waardoor de particuliere, uit den aard der zaak, aan de regeringswerken vooruit zijn. Veel wordt bij particulieren mondeling behandeld, hetwelk bij de regering schriftelijk moet geschieden. Deze schriftelijke voorstellen hebben eenen geruimen tijd noodig, om in en uit de handen der maar op zekere tijden bijeenkomende commissiën te komen; en dan moeten dezelve nog door vele handen in de ministeriën circuleren, alvorens de minister fiat teekent. Bij eene particuliere directie heeft ieder belang en winst bij spoed; daarentegen bij rijks-commissiën wordt aan de leden geen nadeel berokkend door vertraging; het honorarium gaat door.
De Ingenieur, die bij eene droogmaking zijne buitengewone toelage geniet, zoo lang de droogmaking duurt, heeft er geen belang bij, dezelve met spoed te volbrengen; want eigenbelang is en blijft immer eene sterke drijfveer.
Zoo wil men, dat er eindelijk verstopt geraakte pompen in de dijken van eenen drooggemaakten plas gevonden zijn, terwijl men vele gissingen gemaakt heeft omtrent het gestadige toevloeijen van het water. Intusschen heeft de droogmaking vele duizenden boven de vastgestelde raming gekost. Even als de pompen bij toeval zijn verstopt geraakt, even zoo zijn zij bij toeval ontdekt. Bij vele dingen ligt evenwel de blaam niet op de hooge regering zelve, het is de administratie aan wier werkzaamheden, zoo het schijnt, niet meer spoed kan bijgezet worden, daar hare omslagtigheid allen spoed weert.
Wij hebben onbewimpeld onze gedachten gezegd; de toedragt der zaak, naar ons inzien, bloot leggende, beschuldigen wij niemand. Wij hebben meermalen de eer gehad, vele verdienstelijke ambtenaren, zoo in hooge als mindere betrekkingen, te leeren kennen, wier kunde en beleid wij alle achting toedragen. Hoe ook door dezen en genen onze wijze van denken en spreken moge beschouwd worden, men zal moeten erkennen, dat wij, zoo verre het in ons bereik mogelijk is, nut willen stichten.
Wij willen ook eene nationale eerezuil oprigten: wij willen 's Rijks schatkist door 's Lands welvaart gestijfd hebben; wij willen eenen magtigen steun geven aan handel, aan scheepvaart, aan landbouw, en aan alle bij ons te huis behoorende fabrijken en trafijken. De gedrukte middelstand zal nieuw leven erlangen, en voor jaren zal de armoede geweerd zijn; er zal meer nationale rijkdom ontstaan, doordien wij eene grootere hoeveelheid goeden bebouwbaren (slib)grond zullen aanwinnen, dan wij thans bezitten. De noodzakelijkheid en de uitvoerbaarheid betoogd hebbende, willen wij de onderneming eerst eens uit staatkundig oogpunt beschouwen.
Wij prijzen dezelve aan, als eene schadevergoeding voor het door den Belgischen opstand geleden verlies van grondgebied.
Zij zal den Staat tot voordeel zijn, door den aanwas der bevolking te bevorderen, daar op den aan de zee ontwoekerden grond, meestal, zoo niet geheel, van den vruchtbaarsten aard, steden en dorpen zullen herrijzen, waarin duizende huisgezinnen in welvaart en voorspoed zullen kunnen leven.
Door de gelegenheid daar te stellen, om de overvloedige gelden, nu ongebruikt of aan vreemden ter leen verstrekt, voordeelig ter bevordering van eigen welvaart te besteden.
Door de nijpende armoede te beteugelen, daar er omstreeks tachtig millioenen guldens, alléén of meerendeels, aan graaf- en dijkwerken, met inbegrip van sloten, slechten en bekavelen, zal moeten worden besteed, behalve hetgeen aan bouwmaterialen, fabrijk- en stoom-werktuigen zal moeten worden ten koste gelegd.
De nijverheid, gepaard met aanzienlijke vorderingen in wis-, natuur-, schei- en werktuigkunde, heeft onder alle volken verbazende voortgangen gemaakt, en allerwege heerscht eene overproductie. Door den ontzettenden aangroei der bevolking, vooral in de fabrijkdistrikten en steden, is er een overvloed van menschen, welke, bij de vereenvoudiging der werktuigen in de fabrijken, waardoor minder handen benoodigd worden, onmogelijk werk en brood kunnen vinden. Voor die overbevolking hier te lande, in groote mate door verminderden handel en daardoor ontstaan gebrek aan vertier veroorzaakt, moet naar middelen van bestaan en werk omgezien worden. Voor den landbouw is de handwerker zoo niet in eens bekwaam; er moeten dus openbare werken ondernomen worden, waardoor èn landbouw èn vertier bij de ambachten en bedrijven ontstaat; en daartoe strekt ons ontwerp.