Het eerste ontwerp voor de bedijking der Zuiderzee, 1848

Part 12

Chapter 123,614 wordsPublic domain

Victualie-winkels konden onder toezigt eener commissie worden geopend, waar de arbeider tegen matig gestelde prijzen, goede waren, en al het benoodigde voor zijn onderhoud moest kunnen vinden, opdat hij niet, zoo als maar te dikwerf het geval is, zooveel voor ligging en voedsel behoeve te betalen, dat hem te weinig overblijft om zijn afwezig huisgezin te kunnen onderhouden, hetwelk menigen arbeidzamen huisvader noodzaakt, van zoodanig werk af te zien. Een bezwaar, na voltooijing der werken den poldergast in den omtrek zwervende te vinden, dat tot onrust aanleiding geeft, kon worden opgeheven, door namelijk bij elke 50 bunders land eene plek voor woning en tuin af te zonderen, waardoor er gelegenheid zoude gegeven worden tot vast verblijf, met het vooruitzigt, om bij den grooten bouwman of grondbezitters later voortdurend van werk verzekerd te zijn, en het gaf den landbouwer, die anders om arbeiders verlegen kon zijn, gelegenheid dezelve om zich heen te vinden.

De onderneming, die dusdanige voordeelen aan den landbouwer en den daglooner verzekerde, zoude geene uitschotten voor den aanbouw van woningen te doen hebben; terwijl dezelve uit de ingehouden 1/10 der loonen werden bestreden; voorts verkocht of verhuurde zij aldus eenige duizende bunders land, waarop eene nijvere bevolking zoude aangroeijen, die door haren aanwas tot verhooging der waarde van den grond veel zoude bijdragen. Door de daar nut stichtende arbeiders-gezinnen, werden elders armenkassen verligt.

Wij geloven, dat het tot de spoedige kolonisatie des polders zoude bevorderlijk zijn, wanneer men percelen van 25 bunders of daaromtrent, voor den tijd van 25 á 30 jaren in pacht gave met eene kleine erfpacht, om woningen daarop te bouwen; den pachter het regt gevende, om de in pacht genomen grond, gedurende of na de voleindiging van de pachtjaren, voor eene vastgestelde som te kunnen overnemen.

Aan de mondingen der kanalen, en vooral aan die te Zandpoort, zouden al spoedig dorpen, door visschers en loodsen bewoond, ontstaan, welke de nu woest liggende duingronden zouden bebouwen, en aan dezelve vele waarde verschaffen, dewijl die grond goed voor bebouwing geschikt is.

Er zouden welligt bij of aan de mondingen der zeegaten van rijkswege vuurtorens en defensie-werken moeten aangelegd worden, een punt, dat wij geheel aan de zorg van de regeering kunnen overlaten. De aanleg van beiden zouden kosten veroorzaken, doch die kosten, even als de verminderde inkomsten van het Noord-Hollandsche kanaal, werden rijkelijk vergoed, door de meerdere opbrengsten, welke uit deze onderneming zullen voortvloeien, en uit de besparing van zoo vele kosten, aan dijk- en andere waterwerken, welke nu jaarlijks moeten worden gemaakt, en die een drukkende en blijvende last voor de staat zijn, maar alsdan zoude vervallen.

Wij mogen nog een gewigtig punt hier niet met stilzwijgen voorbij gaan, namelijk de gezondheid. De baron VAN LIJNDEN VAN HEMMEN, heeft daaraan een geheel hoofdstuk gewijd in zijn werk over de droogmaking van het Haarlemmer-meer, toegelicht met certificaten en de gevoelens van H.H. Professoren en Doctoren, welke allen zeer gunstig luiden.

Wij meenen tot geruststelling den lezer daarheen te kunnen verwijzen, en mogen, gelooven wij, veilig daarbij voegen, dat door verbeterde afwateringen, vele moerassen zullen opgeruimd worden, wier opruiming veel tot de gezondheid zal bijdragen, waardoor van zelve de opstijging van vele schadelijke dampen zal ophouden, welke tot koortsen en andere gevaarlijke ziekten aanleiding geven. De Zuiderzee is grootendeels klei, aangegroeide slib en zand, en alzoo geen moeras; van opdroogende klei en zand heeft men geene nadeelige gevolgen te vreezen; maar daarenboven houden wij het er voor, dat uit de opruiming van de groote waterplas in de Zuiderzee niet dan voordeel voor de gezondheid zal ontstaan.

Wij achten, op weinige bladzijden na, onze denkbeelden, omtrent de droogmaking van de Zuiderzee zooveel noodig ontwikkeld te hebben. Vele geleerden zullen zich welligt omtrent den inhoud bedrogen vinden, dewijl ons geschrijf geenszins een technisch betoog is, zooals men later welligt van eene meer bekwame hand dan de onze zal kunnen verwachten, doch dit was ons doel niet. In zoodanige werken, komen statistieke tabellen en waterbouwkundige opgaven te pas, die zulk een werk zeer kostbaar en zeer droog voor den lezer maken, waardoor de schrijver bij deskundigen veel eer en roem verkrijgt; maar waarbij het algemeen minder belang heeft. Er is ook veel tijd toe noodig, benevens de toegang tot bureaux en archieven, al hetwelk ons ontbroken heeft; en toch hopen wij meer nut te stichten, dan anderen, met beter verstand en meerder moeite.

Wij hebben de voordeelen, welke uit de droogmaking van de Zuiderzee en het IJ en de daar te stellen kanalisatiën zullen ontstaan, zoo kort doenlijk voorgesteld. Alle provinciën, steden en dorpen, welke met de voorgestelde onderneming in aanraking komen, zullen de meest gewenschte verbeteringen en voordeelen kosteloos verkrijgen, waaraan wederom andere voordeelen verbonden zijn. Tot de noodzakelijkheid der droogmaking toe, en het te keer gaan van verdere verwoestingen en schaden, hebben wij bewezen.

Wij hebben nu nog te betoogen, dat aan de voltooijing van een zoo nuttig en wenschelijk werk geene moeijelijkheden in den weg gelegd, noch dat hetzelve door nuttelooze vertragingen moet opgehouden worden. Buitengewone omstandigheden vorderen buitengewone maatregelen, en waar zulk een voorstel als dit te berde komt, zal men op middelen bedacht moeten zijn, om buiten den gewonen vorm van den tragen gang der administratiën in het behandelen van zaken, den spoed en de medewerking van alle zijden in te roepen, om alle hulp aan de des benoemde commissie van onderzoek te verleenen; waartoe mondeling, in stede van schriftelijke antwoorden, meer bevorderlijk zullen kunnen zijn. Kleine gekwetste belangen zullen zich om billijke vergoeding mogen aanmelden, die hun ook zullen geworden; zij mogen staande het onderzoek echter geene beletselen zijn.

Voor het algemeen belang gelooven wij te mogen beweren, dat er geene nuttelooze bemoeijelijkingen in den weg gelegd zullen worden, noch dat men vertragende belemmeringen in de werkzaamheden zal ondervinden.

Het is de onmiskenbare bedoeling van de hooge regering, dat particulieren, zich tot uitgestrekte ondernemingen ten algemeenen nutte vereenigen, en van daar de wet (het besluit) van den 6 Junij 1840, welke aanmoedigen zoude, alles, wat wij voorstellen te ondernemen. Zij wilde uitgestrekte woeste gronden ontgonnen hebben, zij wilde zeeën ingedijkt en drooggemaakt zien, zij wilde dat stroomen verbeterd en verlegd en nieuwe daargesteld werden,--nu komt een voorstel, dat dit alles omvat, en waarvan de uitvoerbaarheid mogelijk is.

De departementen van financiën, oorlog, marine en binnenlandsche zaken; provinciale, plaatselijke en polderbesturen; water- en heemraadschappen, en kamers van koophandel zullen geene bezwaren kunnen opwerpen, die niet kunnen opgelost worden.

Al deze ministeriëele departementen, hooge collegiën en achtbare besturen, zullen een votum van goedkeuring kunnen uitbrengen, en de hooge regering in staat stellen, hare bekrachtiging te verleenen, aan een ontwerp, hetwelk zulk een alles omvattend, zulk een afdoend redmiddel is, hetwelk strekken zal tot de physieke verbetering van ons vaderland, en waardoor de welvaart der ingezetenen zoo krachtig zal bevorderd worden.

Naar alle, om dit werk gelegene, markten zullen (hetzij dat de uitgestrektheid in te dijken grond al of niet eene op zich zelve staande en beheerde provincie zal worden) en van die gronden voortkomende producten, welke millioenen guldens zullen bedragen, toevloeijen, van die markten uit zal ook in de groote en vele behoeften, der nieuwe provincie moeten worden voorzien. De omzettingen van zoovele millioenen, zullen op al die markten, bloei en welvaart achterlaten. Bij den daardoor ontstanen handel voegen zich voor de belendende provinciën en steden de voor hun kosteloos daar te stellen verbeterde gemeenschap en afwateringen, met nimmer gekende en hoogst verbeterde waterberging bij hooge vloeden; herstel van havens met gewenschte diepgaande kanalen tot in de Noordzee, behalve een aantal nieuwe veilige land- en binnenwaterwegen, welke een onderling verkeer zullen openen, die het vertier zullen vergemakkelijken, en waardoor alle provinciën, tot elkander in ligging zullen verbeteren.

Geen stad, dorp of vlek, in de nabijheid van dit groote werk gelegen, die niet hun wel begrepen belang er in zoude erkennen, en alzoo niet mede zoude werken, om alles te bevorderen, wat tot de spoedige daarstelling van de geheele onderneming kan strekken.

Geen polderbestuur, water- of heemraadschap, dat in zijne regten bemoeijelijkt zal worden. Hunne thans vermenigvuldigende zorgen tot bestrijding van steeds stijgende kosten zullen verminderen. Hunne waterloozingen zullen door krachtig werkende sluizen spuijen. Door de gedurig in de ringvaarten afloopende boezems zal geen molen meer tot stilstand worden gedwongen, wanneer er aan malen behoefte is, terwijl thans de wind vaak nutteloos door de hekken speelt.

Men zal geen overloop of doorbraak van dijken meer te vreezen hebben, noch bezorgd behoeven te zijn voor verslibbing van de sluizen, van havens en uitwateringen door de krachtig werkende verhangen in de Noordzee, langs nieuwe en verlengde stroomen. De instandhouding der veiligheid van alle werken aan dijken, havens en sluizen zal gewaarborgd zijn. Al de thans kostbare en moeijelijk in goeden staat te houden zeeweringen, worden in beschermingswerken voor den droog te houden grond in de Zuiderzee veranderd. Grooter bewijs voor de alsdan te verkrijgen veiligheid is wel niet te bedenken. De oude zeedijken, monumenten van voorouderlijke vlijt en inspanning, zullen dan eene tegenovergestelde dienst verrigten: zij zullen weelderige beemden beschermen, waar eens menig rijmelaar kwinkeleren zal!

De kamers van koophandel zullen met levendige vreugde een ontwerp omhelzen, dat door Nederlanders is ontworpen, en overwaardig, om ook door Nederlanders te worden ten uitvoer gebragt; een ontwerp, hetwelk eene levensvraag voor de financiën, den handel en de scheepvaart, fabrijken en landbouw is. Wij laten gaarne aan betere beoordeelaars, dan wij zijn, de taak over, al de voordeelen te berekenen en aan te wijzen, welke de verwezentlijking van dit belangrijk ontwerp zal ten gevolge hebben.

De waterstaat zal hare zorgen verligt vinden, omtrent zoo vele belemmerde afwateringen, in de bestrijding van kosten tot jaarlijks onderhoud aan slechts ten halve werkende middelen van zeeweringen, ter voorkoming van afspoelingen en verplaatsingen van land, welke thans zoo vele bekommeringen opleveren, en die alsdan van zelf ophouden te bestaan. Ook die waterstaat zal gaarne een plan bevorderen, waar de waterbouwkunde tot volksgeluk zal bijdragen. In den roem, dit werk te hebben helpen voltooijen, zal dit ligchaam deelen, terwijl het door ons altijd voor wenschelijk wordt gehouden, dat uit haar midden ons een commissaris worde toegevoegd, die, door zijne kunde en zijn beleid veel zal bijdragen tot bevordering van het doel, en tevens alle bestaande regten en belangen zal kunnen voorstaan, waar het zaak is, het goede met het nuttige te verbinden. Het is niet te betwijfelen, of dit ligchaam zal volijverig willen medewerken, om deszelfs alouden roem in de geheele wereld te blijven handhaven.

Het ministerie van binnenlandsche zaken zal zich verheugen, dat het overal de thans bestaande zorgen ziet wijken, die door de steeds toenemende armoede worden verwekt. De aan hetzelve gerigte rapporten van provinciale staten, zullen dan van alle kanten te gewagen hebben van bedrijvigheid en neringen, van trafijken en fabrijken.

Het ministerie van oorlog zal zijnen werkkring doelmatig uitgebreid zien, door den aanleg van verdedigingswerken aan nieuwe havens, die tot roem van de landmagt zullen kunnen verstrekken, waar de kunde onzer Genie, zonder belemmeringen, zal kunnen uitmunten in hare keuze van terrein voor vestingwerken op te werpen, waar zij blijken kan geven, eenen COEHOORN te overtreffen.

De marine zal in het bezit worden gesteld van meerdere en diepere havens, met eene onaantastbare zeehaven voor de stad Amsterdam, waar daarenboven de groote werf, thans genoegzaam slechts tuighuis en door verslibbing ontoegankelijk, weder in hare behoeften, als vroeger, zal kunnen voorzien.

Van voor de stad Amsterdam zal het grootste linieschip, onbekommerd omtrent diepgang, toegerust, gewapend en bemand, zee kunnen kiezen.

De marine zal ook hare medewerking niet ontzeggen; bij toenemende scheepvaart wakkert ook de marine aan, daar, in tijden van gevaar, de eerste de steun voor de laatste wordt, om haar wederkeerig te beschermen.

Door voorspoed en vermeerderden handel vermenigvuldigt de koopvaardij en groeit de marine aan. Hare thans karige budgetten zullen onbekrompen kunnen worden. Door meerdere koopvaardij- en meerdere oorlogschepen zal de schoone hollandsche vlag zich alom in verwijderde zeeën en havens ontrollen en golven.

De tijden kunnen komen, dat wij weder mannen als DE RUITER en TROMP noodig hebben tot verdediging van onzen handel en van onze koloniën, en dan zijn zoo veel onaantastbare havens een eerste vereischte; dit bewijzen ons de schatten, welke door onze naburen met verkwistende handen daaraan besteed worden, en die, door verwezentlijking van ons plan, voor onze marine kosteloos zullen worden verkregen.

De inkomsten van het departement van financiën zullen door spoedig vermeerderende opbrengsten, door den meerderen omloop van geld, door handenarbeid verkregen, en door de gevolgen der indijking worden vermenigvuldigd.

Het crediet van den Staat vindt eene grootere waarborg in de vermeerdering van het nationaal vermogen, in de meerdere welvaart en weelde, die de onafscheidbare trawanten van bedrijvigheid zijn.

Het departement van financiën kan eene bron in de zee, welke zoo mild voor hetzelve zal vloeijen, niet willen verstoppen.

Al deze staatsmagten, elk hunner afzonderlijk voor hare belangen naar één doel strevende, vormen een geheel, hetwelk de Hooge Regering gunstig zal doen stemmen voor een ontwerp, hetwelk onafzienbaar, zoo in dadelijke voordeelen als in de gevolgen, voor haar is. Voorzeker eene bemoediging in den druk van dure tijden, tijden van werkeloosheid en verslagenheid voor velen, eene reden van verstomming voor hen, die de krachten van het volk anders zouden willen aanwenden, dan tot werkdadige verbeteringen,--verbeteringen, te groot en te veel, daadwerkelijk en in de gevolgen, om door den grootsten staatsman in eens te kunnen omvat en omschreven worden, die in eene betere toekomst voor onze natie liggen verborgen.

De gunstige gevolgen nagaande, welke wij met zekerheid door het indijken en droogmaken van de Zuiderzee in derzelver geheelen omvang, door het daarstellen van zoo veel kanalen, door den aanbouw der gronden in die zee zullen verkrijgen, hebben ons den tegenwoordigen toestand van ons Land meer leeren kennen en doen overwegen.

Nederland is dat niet meer, wat het vroeger was, wat het nog zijn kon en zijn moest. Dat, wat de wangunst van vreemden beoogde, wat de mededinging van andere volken zocht te bewerken, is schier bereikt. Onze ontzaginboezemende magt is verdwenen; onze grootheid en invloed naar buiten zijn te niet; vele onzer koloniën zijn ons ontnomen; weg zijn onze wereldhandels-vloten, met oorlogsmagt bemand; weg is die stoute ondernemingsgeest van vroeger, die in 1814 nog eens weder herleefde; weg is onze voordeelige ligging aan de zee, waarin weleer zich rivieren loosden, welke men thans ontberen wil, en vroeger niet ontberen kon, dewijl zij door verslibbing harer beddingen en mondingen onbruikbaar worden, en door tijd en kosten verslindende kanalen zijn vervangen. Wij staan ten achteren met onze wegen van vertier--en te laat vatten wij den stoom aan, die wegen baant, zonder afstanden te kennen.

Wat moet er van Nederland worden, bij de mededinging, en bij die betere wegen van vervoer onzer naburen?

Nederland, overvleugeld door magt, bedreigd door zeeën en rivieren, doorweven van kostbare waterkeeringswerken, zoo naar binnen als naar buiten bezaaid met sluizen en wateropvoerings-werktuigen, welke in ligging, aanleg en onderhoud te kostbaar, en in uitwerking te kort schietend bevonden worden, waardoor zij hun doel misten; de gronden verachteren, en de landbouw, met de lasten daarvan bezwaard, tegen meer bevoordeelden magteloos zich zoekt te verheffen; waar ontoereikende middelen ter verbetering der hydrauliek aangewend, waar kosten tot herstel ontzien worden, en de physieke toestand niet verbetert.

Het komt ons thans meer dan immer te pas, het goed bevonden voorbeeld onzer voorouders na te volgen, en den grond aan de Zuiderzee te ontwoekeren, dien deze ons ontnam,--ja zelfs meer dan zij ons ontnam, en den herwonnen, ons ontroofd geweest zijnde grond, tot een schoone parel aan onze kroon te maken, kostelijker dan die, welke haar thans omringen.

Op dien grond, zoo vruchtbaar, zoo edel, zal onze overbevolking gedijen, die nu een last, maar dan eenen zegen wordt. Onze kinderen zullen het vaderland niet verlaten, om te vergeten, dat zij Nederlanders waren. Door aanwinst van land zullen wij onzen landbouw verbeteren, of door afwatering verrijken. De landbouw zal alsdan de middelen verschaffen, waardoor de fabrijken op vertier naar buiten kunnen werken, en met vreemden zullen kunnen concurreren, zoo doende zullen landbouw en fabrijken, geschraagd door handel en scheepvaart, wederkeerig handel en scheepvaart schragen.

Door onze verbeterde gemeenschap met de zee- en handelskanalen, door verbeterden landbouw, door bloei van op onzen grond te huis behoorende fabrijken, die geene behoeftige bevolking aankweeken, en door bloeijenden handel, zullen wij ons voor andere volken onmisbaar maken, en door het belang dat zij bij ons hebben, hen tot onze vrienden maken, en tot hunnen spijt blijven bestaan, die den ons zoo dierbaren grond gaarne zagen verslinden, om van Keulen af den Oceaan te kunnen bevaren.

Wij herhalen het, Nederland kan door inspanning van krachten, een gelukkig land worden. Het is voor hetzelve eene levensvraag, behalve de aanwinst van eene rijke provincie, verkorte gemeenschap met de zee daar te stellen, welke door mindere kosten, af- en aanvoer aanwakkeren zullen. Het is eene levensvraag om aan den gezonken handel, scheepvaart en landbouw, nieuwe bronnen van welvaart te verschaffen, daarbij den bloei van fabrijken verzekerende.

De aanwinst eener schoone en kostelijke provincie ligt in ons bereik, over welker in bezitneming, wij met geene vreemde mogendheden zullen hebben te onderhandelen; waartoe slechts de wil noodig is, om ze de onze te maken.

Deze schoone taak op ons nemende, dat grootsche werk voltooijende, daarvoor worden de inspanning van krachten en de gemaakte kosten rijkelijk vergoed, het late nageslacht zal er ons voor zegenen.

Het zal aan onze verguisde natie achting en ontzag hergeven.

De invloed zal moreel en physiek zijn: moreel omdat onze werkzame geest stof tot werk zal vinden; physiek daar onze gesteldheid alom zal verbeteren.

Wij dragen met vertrouwen op de uitvoerbaarheid een ontwerp voor, dat reeds vroeger had moeten verwezentlijkt zijn, dat door zijne gevolgen reeds nu zijnen zegen over ons land had moeten verspreiden.

Waande eens NAPOLEON den Helder tot eene oorlogs- en zeehandelshaven te kunnen verheffen, hij zag de reeds lang gebouwde wereldstad over het hoofd, waaraan alleen het Zeekanaal ontbrak, om hare veilige en onaantastbare haven te naderen, van waar zegen en voorspoed alom verspreid werd, en wederom zal kunnen verspreid worden.

Eenmaal zal alsdan door de stad, welke thans ontvloden wordt, wegens gebrek aan versche lucht, aan water en aan vertier, de Rijn kunnen stroomen, en zal hare sluimerende grootheid weder ontwaken.

Wien het geluk van Nederland ter harte gaat, en gelooft meerder voor hetzelve te kunnen verrigten, wijze iets beters aan, dan de droogmaking der van ouds genoemde Goudzee met zeehavens en kanalen, zoo onmisbaar voor landbouw, fabrijken, handel en scheepvaart, een spoorslag en ontwikkeling gevende, waardoor Neerlands crediet, roem en eer gewaarborgd worden en LEEGHWATERS spreekwoord bewaarheid:

_Als het water is aan kant, Is de vijand uit ons land._

BIJLAGE I.

ONTWERP VAN INDIJKING EN DROOGMAKING VAN EEN GEDEELTE DER ZUIDERZEE VANAF ENKHUIZEN TOT STAVOREN

EN INDIJKING EN DROOGMAKING VAN HET IJ EN ZEEKANAAL VAN AMSTERDAM TOT IN DE NOORDZEE.

Korte omschrijving.

De bedoeling is voorhands een gedeelte van de Zuiderzee in te dijken en daaraan is vooral in het belang van de Stad Amsterdam van daar een kanaal, langs Zandpoort tot in de Noordzee lopende, verbonden, waardoor schepen van grooten diepgang, met ongebroken last binnen weinige uren de Stad zullen kunnen naderen.

Men zoude beginnen met het Zeekanaal dat eenen aanvang nam bij het Westerdok, in eene regte lijn binnen- en buitendijks op Halfweg aanlopende, en van daar langs Spaarndam op Zandpoort, op 500 ellen afstand van het kasteel van Bredenrode; hier werden schutsluizen gelegd, met nog overlaten ter weerzijde, van valraketten voorzien, om bij magtig opperwater eenen geregelden afloop daarvan te verzekeren, voorts worde van af die sluis in eene regte lijn door de duinen heen doorgegraven tot in zee, in de richting van mijlpaal No. 57.

Men stelt voor aan het geheele kanaal eene diepte van zeven ellen beneden Amstelpeil te geven, wordende hetzelve buiten bij de sluizen beginnende 300 ellen wijd en in de in zee te leggen hoofden 350 ellen, waarbij 100 ellen voor overlaat, 50 ellen aan weerszijde. Het binnenkanaal worde boven 300 ellen wijd, latende daarvan aan weerszijden 50 ellen breedte, als uiterwaarden, dienende om bij hoogen binnenwaterstand als waterberging en meerdere ruimte tot afloop van water te verstrekken, blijvende het eigentlijke kanaal alzoo 200 ellen wijd.

Wanneer dit werk voltooid is, wordt er een afdammingsdijk gelegd in het IJ, van af het Westerdok in rigting op de Willemssluis van het Noordhollandsche kanaal. De geheele uitgestrektheid van het IJ, aldus ingesloten, stelt men voor droogtemaken, en daarin twee kanalen te graven, waarvan er een bestemd is voor de vaart van af Nauerna op Spaarndam 15 ellen wijd en een van Zaandam op Halfweg aan, wijd 50 ellen, terwijl er tevens eene ringvaart gemaakt wordt van af te Beverwijk op Spaarndam aan, daar en voorts overal om het IJ alle bestaande regten en uitwateringen opnemende.

Men blijve met het kanaal op eenen afstand van 500 ellen van de sluizen van Rijnland te Halfweg en Spaarndam, die als dan zoo werkeloos als thans niet zouden blijven, daar men het verhang bij gewoon getijde van Amsterdam tot in de Noordzee bij Mijlpaal No. 57 op minstens eene el berekenen kan en dat van het grootste gewigt voor Amstelland, de stad, Noordholland en de droog te maken Haarlemmermeer en Rijnland is.

Na de daarstelling van bovengenoemde werken, welke eene oppervlakte na de droogmaking van ruim 8000 bunders zoude beslaan, allen van de vruchtbaarste slibgronden, als mede, hier niet onder begrepen, eene strook der allodiale gronden in de duinen, langs het kanaal op ½ uur breedte ter wederzijde ter bebouwing aangekocht hebbende, worde er met de voorbereidende maatregelen voor de indijking der Zuiderzee begonnen. Deze bestaan in het daarstellen van ringvaarten om de geheele uitgestrektheid der kust, zoo Westvriesche tot Enkhuizen, als om de andere zijde, langs alle de aan zee gelegene steden, tot aan Laaksum, een gehugt in de nabijheid van Stavoren.