Het Duitsche Witboek: Documenten aangaande het uitbreken van den oorlog
Part 3
De Koninklijke regeering betreurt, dat luidens de mededeeling der K. en K. regeering bepaalde Servische officieren en ambtenaren aan de zooeven genoemde propaganda hebben medegewerkt, en dat deze daardoor de betrekkingen van vriendschappelijke nabuurschap in gevaar gebracht hebben, tot welker inachtneming de Koninklijke regeering zich door hare verklaring van 31 Maart 1909 plechtig verbonden had.
„De regeering...” gelijkluidend met den verlangden text.
_Kantteekening der K. en K. regeering._
De door ons geëischte formuleering luidde: „De Koninklijke regeering betreurt, dat Servische officieren en ambtenaren... medegewerkt hebben...”
Ook door deze formuleering en de verdere bijvoeging „luidens de mededeeling der K. en K. regeering”, tracht de Servische regeering hetzelfde te bereiken wat reeds boven door ons werd aangeduid: voor de toekomst de vrije hand te houden.
_De Servische Nota._
De Koninklijke regeering verplicht zich verder:
1. Bij gelegenheid van de eerstvolgende gewone zitting van de skupschtina aan de perswet eene bepaling toe te voegen, volgens welke ophitsing tot haat tegen en verachting voor de Monarchie, zoomede iedere publicatie waarvan de algemeene strekking gericht is tegen de territoriale integriteit van Oostenrijk-Hongarije, ten strengste zal worden gestraft.
Zij verbindt zich, met het oog op de in de naaste toekomst plaats vindende grondwetsherziening aan artikel 22 van de grondwet eene alinea toe te voegen, welke het in beslag nemen van dusdanige publicaties veroorlooft, iets wat volgens de duidelijke bepalingen van artikel 22 der grondwet thans onmogelijk is.
_Kantteekening van de K. en K. regeering._
Wij hadden verlangd:
1. Iedere publicatie te onderdrukken, die aanzet tot haat tegen en verachting voor de Monarchie en welker strekking gericht is tegen de territoriale integriteit van de Monarchie.
Wij wilden alzoo Servië de verplichting opleggen, er voor te zorgen, dat dusdanige persaanvallen in de toekomst zouden achterwege blijven, wij wenschten alzoo op dit punt een bepaald resultaat te bereiken.
In plaats daarvan biedt Servië ons de indiening van twee wetten aan, welke als middel zouden moeten dienen om dit resultaat te bereiken, en wel
_a_) Een wet, waardoor de daarvoor in aanmerking komende, der Monarchie vijandige, persuitingen subjectief zullen kunnen worden bestraft, wat ons absoluut onverschillig is, te meer daar het bekend is, dat de subjectieve vervolging van persdelicten uiterst zelden mogelijk is en dat bij eene daarmede in overeenstemming zijnde laksche toepassing van een dergelijke wet, ook de weinige gevallen, die daaronder vallen, niet zouden worden gestraft, alzoo een voorstel dat onzen eisch in geen enkel opzicht tegemoet komt, en dat ons daarom niet de geringste garantie biedt voor het door ons gewenschte resultaat;
_b_) een aanvullingswet op artikel 22 der constitutie, hetwelk de confiscatie zou veroorloven—een voorslag, die ons evenmin kan bevredigen, aangezien het bestaan van zulk een wet in Servië ons niets helpt, wanneer niet de regeering zich verplicht die wet ook toe te passen, wat ons echter niet beloofd werd.
Deze voorstellen zijn dus geheel onbevredigend—en dit te meer daar zij ook in zooverre ontwijkend zijn, dat ons niet gezegd wordt, binnen welken tijd die wetten zullen worden ingediend en daar in geval van eene verwerping der wetsvoorstellen door de skupschtina—om van een eventueel aftreden der regeering in het geheel niet te spreken—alles bij het oude zou blijven.
_De Servische Nota._
2. De regeering bezit geen enkel bewijs en ook de nota van de K. en K. regeering levert haar dit niet, dat de vereeniging „Narodna Odbrana” en andere gelijksoortige vereenigingen tot op den huidigen dag door een van hunne leden eenige misdadige handeling van dezen aard zouden hebben begaan. Intusschen zal de Koninklijke regeering aan den eisch der K. en K. regeering gevolg geven en de vereeniging „Narodna Odbrana”, zoomede iedere vereeniging, die tegen Oostenrijk-Hongarije mocht werken, ontbinden.
_Kantteekening der K. en K. regeering._
De der Monarchie vijandige propaganda van „Narodna Odbrana” en van de met deze verbonden vereenigingen, vervult in Servië het geheele openbare leven; het is derhalve eene geheel ongepaste gereserveerdheid, wanneer de Servische regeering beweert, dat haar daarvan niets bekend is.
Geheel afgezien hiervan is de door ons gestelde eisch niet volkomen vervuld, daar wij bovendien verlangd hebben: op de propagandamiddelen dier vereenigingen beslag te leggen en het wederoprichten der ontbonden vereenigingen onder een anderen naam en in anderen vorm te verhinderen.
In deze beide richtingen zwijgt het kabinet van Belgrado volkomen, zoo dat ons ook door de ons gedane halve toezegging, geen waarborg wordt geschonken, dat door de ontbinding van de der Monarchie vijandige associaties, in het bijzonder van de „Narodna Odbrana”, aan hun drijven definitief een einde zal worden gemaakt.
_De Servische Nota._
3. De Koninklijk Servische regeering verbindt zich zonder verwijl uit het openbaar onderwijs in Servië alles te verwijderen, wat de tegen Oostenrijk-Hongarije gerichte propaganda zou kunnen steunen, wanneer haar door de K. en K. regeering positieve bewijzen voor die propaganda worden geleverd.
_Kantteekening van de K. en K. regeering._
Ook in dit geval verlangt de Servische regeering eerst bewijzen, dat bij het Servische openbaar onderwijs eene der Monarchie vijandige propaganda wordt gevoerd, terwijl zij toch moet weten, dat de bij de Servische scholen ingevoerde leerboeken in deze richting stof bevatten, die aan critiek onderhevig is en dat een groot deel van de Servische onderwijzers in het kamp der „Narodna Odbrana” en van de met deze verbonden vereenigingen staat.
Overigens heeft de Servische regeering ook hier aan een deel van onze eischen niet zóó voldaan, als wij dit verlangd hebben, wijl zij in haren text den door ons gewenschten tusschenzin „zoowel wat betreft het onderwijzend personeel, als wat betreft de leermiddelen”, wegliet, een tusschenzin, die duidelijk aantoont, waar men de der Monarchie vijandige propaganda in de Servische school, zoeken moet.
_De Servische Nota._
4. De Koninklijke regeering is ook bereid die officieren en ambtenaren uit den militairen en civielen dienst te ontslaan, waarvan door gerechterlijk onderzoek wordt vastgesteld, dat zij zich aan handelingen tegen de territoriale integriteit der Monarchie hebben schuldig gemaakt; zij verwacht, dat de K. en K. regeering haar door middel van het instellen van eene gerechtelijke vervolging de namen zal mededeelen van die officieren en ambtenaren en van de feiten, die hen ten laste worden gelegd.
_Kantteekening der K. en K. regeering._
Waar de Koninklijk Servische regeering hare toezegging de betreffende officieren en ambtenaren uit den militairen en civielen dienst te ontslaan, verbindt aan de omstandigheid, dat deze personen door een gerechterlijk onderzoek zullen worden schuldig bevonden beperkt zij hare toezegging tot die gevallen, in welke deze personen een strafrechterlijk vast te stellen delict ten laste ligt. Daar wij echter de verwijdering van die officieren en ambtenaren verlangen, welke eene der Monarchie vijandige propaganda voerden, wat immers in het algemeen in Servië geen gerechtelijk strafbare zaak is, schijnt aan onze eischen ook op dit punt niet te worden voldaan.
_Nota der Koninklijk Servische regeering._
5. De Koninklijke regeering moet bekennen, dat zij zich niet ten volle rekenschap kan geven omtrent den zin en de draagwijdte van dit verlangen der K. en K. regeering, hetwelk bedoelt, dat de Koninklijk Servische regeering zich zou verplichten op haar grondgebied de medewerking van de ambtenaren der K. en K. regeering toe te laten, echter verklaart zij, dat zij bereid is, iedere medewerking aan te nemen, welke in overeenstemming is met de grondslagen van het volkenrecht en van het strafproces en die verder in overeenstemming is met de betrekkingen van vriendschappelijke nabuurschap.
_Kantteekening van de K. en K. regeering._
Met deze vraag heeft het algemeene volkenrecht even weinig te maken als het strafprocesrecht. Het gaat hier om eene aangelegenheid waarmee alleen de staatspolitie te maken heeft en die langs den weg van eene bijzondere overeenkomst is op te lossen. De gereserveerdheid van Servië is daarom onbegrijpelijk en ware door haar vagen algemeenen vorm geschikt tot onoverkomenlijke bezwaren aanleiding te geven bij het afsluiten van de betreffende overeenkomst.
_Nota van de Koninklijke Servische regeering._
6. De Koninklijke regeering houdt het begrijpelijker wijze voor haar plicht tegen alle personen, die bij het complot van 15/28 Juni betrokken waren of betrokken zouden geweest zijn en die zich op haar gebied bevinden, een gerechterlijk onderzoek in te leiden. Wat de medewerking van hiertoe speciaal gedelegeerde ambtenaren van de K. en K. regeering aan dit onderzoek betreft, zoo kan zij een dergelijke deelneming niet aannemen, daar dit in strijd zou zijn met de grondwet, en met de wet op de strafprocedure. Maar in enkele gevallen zou den Oostenrijksch-Hongaarschen ambtenaren mededeeling kunnen worden gedaan van de resultaten van het gerechterlijk onderzoek.
_Kantteekening der K. en K. regeering._
Ons verlangen was geheel duidelijk en niet mis te verstaan. Wij verlangden het inleiden van een gerechterlijk onderzoek tegen de deelnemers aan het complot. Deelneming van K. en K. ambtenaren aan de hierop betrekking hebbende onderzoekingen (recherche in tegenstelling met enquête judiciaire). Wij hebben er geen oogenblik aan gedacht K. en K. ambtenaren aan de Servische gerechtszittingen te doen deelnemen. Zij zouden slechts aan het vóóronderzoek van de politie medewerken, hetwelk het materiaal voor het proces zou moeten aanvoeren en schiften. Wanneer de Servische regeering ons hier misverstaat, dan doet zij dit bewust, want het onderscheid tusschen enquête judiciaire en een eenvoudige recherche moeten ieder duidelijk zijn. Daar zij zich aan iedere contrôle van het in te leiden proces wenschte te onttrekken, hetwelk bij correcte doorvoering hoogst ongewenschte resultaten voor haar opleveren zou en daar er voor haar geen mogelijkheid bestaat op plausible gronden de medewerking onzer ambtenaren aan de politie enquête van de hand te wijzen (voorbeelden voor een dergelijk ingrijpen van de politie bestaan in grooten getale) heeft zij zich op een standpunt geplaatst hetwelk hare afwijzing den schijn van recht moet geven en ons verlangen, als niet voor inwilliging vatbaar, moet stempelen.
_Nota van de Servische regeering._
7. De Koninklijke regeering heeft nog denzelfden avond van den dag waarop zij de nota ontving, den majoor VOISLAR TANKOSIC doen arresteeren, wat echter MILAN CIGANOVIC betreft, die een onderdaan van de Oostenrijksch-Hongaarsche Monarchie is, en die tot den 15en Juni als aspirant bij de directie der spoorwegen werkzaam was, deze kon tot nu toe niet worden ontdekt, weshalve een bevel tot inhechtenisneming werd uitgevaardigd.
De K. en K. regeering wordt uitgenoodigd ten behoeve van het voortzetten van het gerechterlijk onderzoek, zoo snel mogelijk de punten, welke aanleiding hebben gegeven tot verdenking, en de bij het gerechterlijk onderzoek te Serajewo verzamelde bewijzen voor de schuld der beklaagden in den aangegeven vorm bekend te maken.
_Kantteekening van de K. en K. regeering._
Dit antwoord is achterhoudend. CIGANOVIC ging luidens het door ons ingestelde onderzoek 3 dagen na den aanslag, toen bekend werd dat CIGANOVIC aan het complot had deelgenomen, met verlof, en begaf zich in opdracht van de prefectuur van politie in Belgrado naar Ribari. Het is dus om te beginnen onjuist, dat CIGANOVIC reeds den 15/28 Juni den Servischen staatsdienst verliet. Hierbij komt dat de prefect van politie van Belgrado, op wiens bevel het vertrek van CIGANOVIC heeft plaatsgevonden, en die wist waar deze zich ophield in een interview verklaarde, dat iemand van den naam MILAN CIGANOVIC in Belgrado niet bestond.
_Nota van de Servische regeering._
8. De Servische regeering zal de bestaande maatregelen tot onderdrukking van den smokkelhandel in wapens en explosieve stoffen verscherpen en uitbreiden. Het is vanzelf sprekend, dat zij onmiddellijk een onderzoek zal inleiden, en de ambtenaren van den grensdienst op de lijn Sabac–Loznica die hun plicht hebben verzuimd en de hoofdschuldigen aan de misdaad de grens hebben laten overschrijden, streng zal straffen.
9. De Koninklijke regeering is gaarne bereid verklaringen te geven over de uitlatingen welke hare ambtenaren in Servië en in het buitenland na den aanslag in interviews hebben gedaan en die volgens de beweringen der K. en K. regeering vijandig waren tegenover de Monarchie, zoodra de K. en K. regeering de plaatsen dezer uiteenzettingen aangeeft, en zal hebben bewezen, dat deze uitlatingen inderdaad door de betreffende ambtenaren zijn gedaan. De Koninklijke regeering zal er zelfs zorg voor dragen de noodige bewijzen en het noodige overtuigingsmateriaal daarvoor te verzamelen.
_Kantteekening van de K. en K. regeering._
De betrekkelijke interviews moeten der Koninklijk Servische regeering zeer nauwkeurig bekend zijn. Wanneer zij van de K. en K. regeering verlangt dat deze haar alle mogelijke details omtrent deze interviews verschaft, en wanneer zij zich een formeel onderzoek voorbehoudt, toont zij aan, dat zij ook aan dit verlangen niet ernstig wil voldoen.
_Nota van de Servische regeering._
10. De Koninklijke regeering zal voor zoover dit niet reeds in deze nota geschied is, de K. en K. regeering op de hoogte stellen van de uitvoering der maatregelen die in de voorafgaande punten genoemd worden, zoodra een van die maatregelen bevolen en uitgevoerd wordt.
De Koninklijke regeering gelooft, dat het in het gemeenschappelijk belang is, zich bij de oplossing dezer aangelegenheid niet te overijlen en is daarom voor het geval de K. en K. regeering door dit antwoord niet bevredigd mocht zijn, als steeds bereid eene vredelievende oplossing aan te nemen, zij het door het overdragen van de beslissing over dit vraagstuk aan het internationale gerecht in Den Haag, zij het door het overlaten van de beslissing aan de Groote Mogendheden, die hebben medegewerkt aan het uitwerken van de door de Servische regeering den 18/31 Maart 1909 afgegeven verklaring.
#Uit het Oostenrijksch-Hongaarsche materiaal.#
Weenen, 27 Juli. Het in de Oostenrijksch-Hongaarsche circulaire aan de buitenlandsche gezantschappen in de aangelegenheid van het Servische conflict genoemde dossier wordt heden openbaar gemaakt.
In deze memorie wordt er op gewezen, dat de van Servië uitgaande beweging, die zich ten doel gesteld heeft, de zuidelijke deelen van Oostenrijk-Hongarije van de Monarchie los te rukken teneinde ze met Servië tot een staatseenheid te verbinden reeds lang geleden een aanvang heeft genomen. Deze propaganda die, wat haar einddoel betreft, zichzelf steeds gelijk blijft, en slechts wat de aan te wenden middelen en hare intensiteit betreft, veranderingen doormaakt, bereikte gedurende den tijd der annexatiecrisis haar hoogtepunt en trad toen openlijk met hare denkbeelden voor den dag. Terwijl aan den eenen kant de geheele Servische pers tot den strijd tegen de Monarchie opriep, vormden zich—afgezien van andere propagandamiddelen—vereenigingen, die dezen strijd voorbereidden, onder welke de „Narodna Odbrana” de belangrijkste was. Voortgekomen uit een revolutionnair comité constitueerde zich deze van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken te Belgrado volkomen afhankelijke organisatie onder leiding van staatslieden en officieren waaronder de generaal JANKOVIC en de vroegere minister IVANOVIC. Ook majoor OJA TANKOVIC en MILAN PRIBICEVIC behooren tot de grondleggers. Deze vereeniging heeft zich ten doel gesteld, het vormen en uitrusten van vrijcorpsen met het oog op den toekomstigen oorlog tegen de Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie te bevorderen. In eene aan de memorie toegevoegde bijlage wordt een uittreksel openbaar gemaakt uit het door het hoofdbestuur der „Narodna Odbrana” uitgegeven vereenigsorgaan van denzelfden naam, in welk orgaan in verscheidene artikelen de werkzaamheid en het doel van deze vereeniging uitvoerig worden verklaard. Het heet daarin, dat de hoofdtaak der „Narodna Odbrana” is: de verbinding met hare broederen van verre en nabij aan de andere zijde der grens en met onze overige vrienden in de wereld.
_Oostenrijk wordt als de eerste en grootste vijand aangeduid._ Waar de „Narodna Odbrana” de noodzakelijkheid van den strijd met Oostenrijk predikt, daar predikt zij een heilige waarheid betreffende onzen nationalen toestand. Het slothoofdstuk bevat een beroep op de regeering en aan het volk van Servië om zich met alle middelen op den strijd voor te bereiden, die door de annexatie is geprofeteerd.
De memorie schildert, volgens het getuigenis van een door de „Narodna Odbrana” aangeworven komitatschi, de toenmalige werkzaamheid van de „Narodna Odbrana”, die een school onderhield welke geleid werd door twee kapiteins, waaronder TANKOVIC, in welke _school benden werden opgeleid_ en welke scholen door generaal JANKOVIC en kapitein MILAN PRIBICEVIC regelmatig werden geïnspecteerd. Verder werden de komitatschi's onderricht in _schieten_ en _bommen werpen_, in _het leggen van mijnen_ en _het opblazen van spoorwegbruggen_. Na de plechtige verklaring van de Servische regeering van het jaar 1909 scheen ook het einde van deze organisatie te zijn gekomen. Deze verwachtingen zijn echter niet in vervulling gegaan, integendeel werd de propaganda door de Servische pers voortgezet. De memorie voegt als voorbeeld aan, de wijze waarop de aanslag tegen den Bosnischen „Landeschef” VAREASNIN publicistisch werd gebruikt doordat de attentator als Servisch nationaal held werd gevierd en zijn daad werd verheerlijkt. Deze bladen werden niet alleen in Servië verspreid, maar ook langs wel georganiseerde sluipwegen in de Monarchie binnengesmokkeld.
Onder dezelfde leiding als bij haar stichting werd de „Narodna Odbrana” onlangs het centrum van eene agitatie waartoe _de scherpschuttersbond met 762 aangesloten vereenigingen, een Sokolbond met 3500 leden en verscheidene andere vereenigingen behoorden_.
Onder den dekmantel van eene beschavingsvereeniging optredend, die slechts de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de Servische bevolking, zoowel als haar materieele vooruitgang ter harte gaat, toont de „Narodna Odbrana” haar werkelijk gereorganiseerd program in het boven geciteerde uittreksel uit haar vereenigingsorgaan, in hetwelk „de heilige waarheid” wordt gepredikt, dat het eene _onafwijsbare noodzakelijkheid is tegen Oostenrijk zijn eersten grootsten vijand deze uitroeiingsoorlog met geweer en kanon te voeren_ en het volk met alle middelen voor te bereiden op den strijd ter bevrijding van het onderworpen gebied, in hetwelk vele millioenen geknechte broeders smachten. De in de memorie geciteerde oproepingen en redevoeringen van dezelfde soort werpen het licht op de veelzijdige buitenlandsche werkzaamheid der Narodna Odbrana en van hare dochtervereenigingen, die in het houden van voordrachttourneeën en in het deelnemen aan de feesten van Bosnische vereenigingen, waarbij dikwijls leden voor de bovengenoemde Servische vereenigingen geworven worden, bestaat. Tegenwoordig is men nog bezig te onderzoeken of de Sokolvereenigingen in Servië er dezelfde vereenigingen in de Monarchie toe overhaalden zich met hen te vereenigen tot een tot dusver geheim gehouden verbond. Door vertrouwensmannen en afgezanten werd er beroering gebracht in de kringen der volwassenen en van de jeugd, die niet tot oordeelen in staat is. Zoo werden door MILAN PRIBICEVIC vroegere Honved-officieren en een luitenant van de gendarmerie er onder bedenkelijke omstandigheden toe gebracht den dienst in het leger der Monarchie te verlaten. In de normaalscholen der onderwijzers werd een verregaande agitatie ontwikkeld. De verlangde oorlog tegen de Monarchie werd in militair opzicht ook in zooverre voorbereid, dat Servische gezanten voor het geval van het uitbreken van de vijandelijkheden, werden belast met het vernielen van transportmiddelen en het aanwakkeren van oproertjes en panieken. Dit alles wordt in een bijzondere bijlage vastgelegd.