Het boek van Siman den Javaan Een roman van rijst, dividend en menschelijkheid
Part 17
Maar toch, wanneer Versnoek en Nederman gerekend hadden op groote toegevendheid en bereidwilligheid bij den ambtenaar om mede te gaan met hun plannen, dan hadden zij zich vergist. Van Dam, het is misschien reeds meer gezegd, maar herhaling kan, waar zijn deugden zoo weinige waren, zeker geen kwaad--Van Dam was geen slecht mensch, die er op uit zou zijn medemenschen te kwellen. Integendeel, en hij hield zichzelf voor een zeer goed ambtenaar, die werkelijk hart had voor de bevolking. En zelfs was die neiging zoover gegaan dat hij, met de wetenschap zich eenige soesah te veroorzaken, geweigerd had de weigerachtige heerendienstplichtigen te tuchtigen. Elders is ook dit reeds medegedeeld en men weet dus dat de politierechter, op last van den procureur-generaal te Batavia, tot tuchtigen heeft mòeten overgaan.
Nu scheen het wel of Van Dam bij intuïtie begreep dat een dringender reden dan bloot hoffelijkheidsbetoon de beide landheeren naar zijn woning had doen komen. En hij voelde als 't ware dat men hem zou trachten te overrompelen. Hoe echter zich te verschansen, waar hij niet vermoeden kon van welke zijde de aanval dreigde?
"We komen met een ernstige zending, mijnheer Van Dam!" begon Versnoek, "en het is hoofdzakelijk in uw belang, waarachtig in uw belang, dat u ons bij u ziet."
"In mijn belang?"
"Ja, ja in uw belang," viel Nederman in.
"Wij komen u namelijk waarschuwen ..."
"Zoo, waarschuwen? Waarvoor?"
"Er gaat een heel moeilijke tijd voor u aanbreken, mijnheer Van Dam, waarin ... waarin ...--hoe zal ik 't zeggen--waarin u zult staan voor gebeurtenissen en toestanden, die heel wat beleid, ja, heel wat bestuursbeleid zullen vorderen."
"Dat is een heel raadselachtige en ernstige inleiding," lachte de assistent-resident, gemaakt vroolijk. "En waar slaat dat nu allemaal op?"
"Dat zult u dadelijk hooren."
"De lui weigeren om met den volgenden oogst rijst te leveren," vulde Nederman ongeduldig aan.
"O, daar weet ik alles van!"
"Zoo? weet u dat?"
"Ja, er zijn reeds verscheidene opgezetenen bij mij geweest om me te waarschuwen, dat ze de vrijwillige overeenkomsten niet meer zullen teekenen."
"Dat is sterk. Komen die lui u dat te voren reeds vertellen?"
Nederman hield zich, als wist hij hier niet van.
"Ja."
"En wie zijn de kerels, weet u dat misschien ook?"
"Ja, ik heb ze natuurlijk genoteerd."
"Mag ik dat lijstje bij gelegenheid eens van u inzien?" vroeg Nederman met een bijbedoeling.
"Wel ja, daar heb ik geen bezwaar tegen. Maar u ziet dus dat ik van de plannen der bevolking weet."
"En wat denkt u te doen?"
"Niets. Wat zou ik kunnen doen? Als ze volharden in hun dwaze plannen, moeten u en ik ons daarbij wel nederleggen."
"Daarin ben ik 't toch niet met u eens, mijnheer Van Dam," viel Versnoek in, terwijl hij een teug nam van de whisky-soda. "Ziet u eens. U kent ons lang genoeg om te weten dat wij geen bloedzuigers der bevolking zijn, niet waar? Indien maar eenigszins mogelijk helpen wij ze, dan 's met dit, dan 's met dat; vischtjoeké, tuinhuur, niet waar? Enfin, dat weet u net zoo goed als wij. In de laatste jaren is de heffing verminderd en, men mag nou toch zeggen wat men wil, maar die heffing is mild: 1/5, en als er een beetje reden voor is, krijgen ze nog vermindering ook. Trouwens het is een practisch oeconomisch beginsel, dat wij de lui niet boven draagkracht belasten. Gaat het de bevolking goed, dan gaat het ons ook goed. En daarbij, gesteld eens dat wij dit beginsel uit het oog verloren, dan is u daar om er voor te waken dat de bevolking niet gevexeerd wordt."
"Ja, ja, dat is zoo," beaamde Nederman, "en het is zonder eenige vleierij gezegd, mijnheer Van Dam, ik heb verscheidene assistent-residenten gekend, maar de bevolking mag dankbaar zijn dat u over ze waakt. U bent stipt rechtvaardig en u draagt de lui een goed hart toe ..."
"Juist, mijnheer Van Dam, en behalve een goed hart nog een goede dosis gezond verstand, en nog meer op het laatste dan op het eerste komen wij een beroep doen. In uw belang in de eerste plaats, omdat wij het zeer ongaarne zouden zien, dat u, van wien wij telkens de meest ondubbelzinnige blijken van welwillendheid hebben ondervonden, nu de dupe zou worden, door soesah, lastige perkara's, noodeloos gewrijf en geschrijf en god-weet-wat-niet-al-meer, van ... eh ... van conflicten tusschen landheeren en opgezetenen. In de tweede plaats in het belang van de bevolking. De inlander is net een groot kind en als hij zich nou in zijn hoofd gehaald heeft dat dìt goed is en dàt niet, dan moet men over meer beleid, overredingsvermogen, taal- en menschenkennis beschikken, dan wij bezitten, om ze te overtuigen van het verkeerde. Dat kunt u, maar dat kunnen wij niet. En in de derde plaats komt ons eigen belang ook nog een woordje meespreken, of juister, het belang van de eigenaren, dat wij dan moeten behartigen. Want ziet u eens: als de bevolking padi levert, dan vervalt ze van zelf in veel zwaardere heffing, dat is duidelijk. Vandaar dan ook dat wij rijst vragen, alweer om ze niet te zwaar te treffen. Nou, en nu zult u zeggen, dan brengt je belang toch mee om padi te ontvangen, als ze dat zelf komen leveren--dat is alleen maar waar voor een of twee jaren. Want als we een beetje verder kijken, wat zien we dan? De bevolking bemerkt natuurlijk al spoedig dat ze meer opbrengt dan vroeger. Ze gaan niet na, dat ze zelf de schuld zijn van den toestand, welneen, maar ze worden ontevreden. Er komt volksverloop, minder zorg wordt er besteed aan het product en het slot van het liedje is dat wij met een betrekkelijk grootere hoeveelheid rijst in het begin bedrogen uitkomen op den duur. De wijsheid gebiedt hier om met het mindere tevreden te zijn. En als de bevolking toch méér wil leveren, dan moeten die groote kinderen maar gedwongen worden om het voor hen voordeeligste te kiezen, al was het dan tegen hun zin in."
Versnoek had gepoogd met overtuiging te spreken. Hij was welbespraakt, gevat en diplomatiek.
Daarbij had hij een paar sterke bondgenooten, n.l. de onkunde van den assistent-resident wat het bedrijf in zijn afdeeling, het hoofdbedrijf, betreft en de vatbaarheid van den heer Van Dam voor vleierij. Toch was Van Dam niet zoo naïef te gelooven dat eerst in de derde plaats het belang van den landheer gold en dat ethische gevoelens zijn bezoekers tot hem gebracht hadden.
"Maar ik zou u toch wel de opmerking willen maken, mijnheer Versnoek, dat naar het mij voorkomt, de bevolking nog zoo ongelijk niet heeft, als ze ..."
"Als ze padi levert, bedoelt u? Wel, mijnheer Van Dam, daarin vergist u zich toch zeer sterk. Hoewel, ik geef dadelijk toe, dat het voor outsiders altijd een buitengewoon moeilijke zaak is juist de waarde van dit punt,--de heffing van padi of rijst, bedoel ik--te schatten, laat staan te berekenen. Indien u er belang in stelde, zou ik u met cijfers kunnen aantoonen met hoeveel de bevolking in het voordeel is bij rijstlevering."
"Nou, daar houd ik mij voor aanbevolen."
"Ik heb er mij niet op geprepareerd, ziet u, anders zou ik mij gewapend hebben met stukken en paperassen. Maar wat in het vat is verzuurt niet."
"O, ik kan je wel een handje helpen, collega," zeide Nederman. "Nog eergisteren had ik het erover met een van de employés. Ik behandel die dingen graag met de jongens. Daar leeren ze van. Want over het algemeen loopen ze wat hard van stal. En dan is het maar: hoe meer tjoeké hoe beter. Ziet u, dan pleeg ik te remmen. Wat bliksem, die arme zwarten zijn ook menschen."
"Natuurlijk, natuurlijk."
"Nou, Van Affelen had het er ook over dat padi voordeeliger zou zijn voor de lui. Maar dat is niet waar. We hebben rekening te houden met de hoeveelheid rijst, hé? Want de lui moeten hun padi ook tot rijst maken. Nou in 19.. hebben wij binnengekregen ruim vijf en dertig duizend picol rijst. Dat zou geweest zijn--ik ken de getallen nog uit het hoofd--als wij padi hadden gevraagd, ruim zes en tachtig duizend picol padi. Dit omgezet in rijst, eerste en tweede soort, zou het niet onaardige voordeeltje voor ons hebben opgeleverd van ruim een halve ton; stamploon, maalloon, etc. etc. afgetrokken, dus schoone winst."
"H'm." De assistent-resident was wat bang voor cijfers: hij was een leek, zijn bezoekers deskundigen.
Zou dus waarlijk padi-levering zooveel nadeeliger zijn voor de bevolking? Het kwam hem vreemd voor. Zouden ze zoo'n voordeeltje van vijftig mille maar hebben laten schieten? Het klonk ongelooflijk!
"Maar nu houdt u ook geen rekening met een hoop factoren," zeide hij, zich groot houdend.
"Neen, neen, er is met alles rekening gehouden, met de meerdere transportkosten, met het gewicht van de padi, hè, nou dat is een voornaam ding ..."
"Als je blieft," vulde Versnoek aan. "De rijstlevering belet vexatie, maar met padilevering, gesteld 's dat een Europeaan zich daartoe zou willen leenen, met padilevering kan je eenvoudig laten wegen, waar het gewas het best staat. Dan zou een hoop schelen op het geheel. En dat kan niet belet worden. De geteekende overeenkomsten daarentegen worden door u geregistreerd en als wij daarvan afweken, gesteld dat we het deden, zou dat als contractbreuk worden aangemerkt; zeer terecht overigens, zeer terecht, ik geef 't dadelijk toe."
"En de keuring, Versnoek, vergeet die niet. Hoe gaat dat, mijnheer Van Dam? Daar wordt genoteerd wat voor soort padi, wat voor qualiteit. Nou en in de pakhuizen wordt streng rekening gehouden met die factoren, altijd in het belang van de bevolking. En dat is dan natuurlijk uit met padilevering. Want dan geldt eenvoudig de regel: zooveel oogst; 1/5 afleveren in de pakhuizen. Als je blieft. En nu zeggen we: nou ja, jullie moogt wel wat minder mooie korrel brengen. Er is veel regen geweest van het jaar."
Zelfs Versnoek zweeg bij deze leugenachtige voorstelling van zaken. Die Nederman durfde! Maar Van Dam wist te weinig van al die zaken om den spreker op z'n valschheden te wijzen. Hij wist van al die factoren niets af. En het was wel jammer dat hij het gesprek tusschen Nederman en Van Affelen van eenige dagen te voren niet had bijgewoond: toen Nederman klaar en duidelijk bewezen had dat padi-levering zoo nadeelig was voor het land. Al kon hij zich nu niet verklaren waaròm de landheeren een zich oogenschijnlijk zoo gemakkelijk te bezorgen winst prijs gaven, hij begon over te hellen tot de meening dat padi-levering nadeelig was voor de bevolking en dat deze dit niet inzag.
"Dat is nu wel allemaal waar", zeide hij, "maar nu houdt u toch geen rekening met het feit dat u de rijst berekent tegen 54 procent van de padi."
"Ja zeker, maar ..."
"Nou, die coëfficient is toch te hoog, niet waar?" Het was een stroohalm, waar hij zich aan vastklampte, maar zeker voor hem de zwakste.
"Te hoog? Welneen, mijnheer Van Dam, wel neen. Te laag, bedoelt u, te laag." Triomfantelijk haalde Nederman uit een portefeuille in een binnenzak een toegevouwen papier voor den dag. Hij reikte het den ambtenaar over, met de woorden: "Hier hebt u een paar stampproeven. Die heb ik altijd met andere paperassen bij me."
Hij paste er wel voor te verklaren dat hij, als bij intuïtie, nog even voor zijn vertrek het velletje uit zijn zakboekje had gescheurd. Men kon niet weten--het zou eens noodig kunnen zijn.
De assistent-resident keek het papier in. Het bevatte het hier naast afgedrukte staatje.
STAMPPROEF van padi van Alas Bamboe.
================+===========================+==========================+=========+=========+========= | | Verkregen rijst | | | Hoeveelheid padi| +-----+---------+----------+ Dedek | Merang | Totaal | SOORT |grof | fijn | totaal |(zemelen)| (stroo) | -------+--------+ |-----+--+------+---+------+--+------+--+------+--+------ picol | kattie | |p.|k.|p.| k. |p. |k. |p.|k. |p.|k. |p.|k. -------+--------+---------------------------+--+--+--+------+---+------+--+------+--+------+--+------ 1 | -- |Glewang (mindere kwaliteit)|--|30|--|26 |-- |56 |--|29-1/2|--|12 |--|97-1/2 1 | -- |Idjoean (mindere kwaliteit)|--|28|--|31-1/2|-- |59-1/2|--|29 |--|09-1/2|--|98 -------+--------+---------------------------+--+--+--+------+---+------+--+------+--+------+--+------ Gemiddeld| |--|29|--|28-3/4|-- |57-3/4|--|29-1/4|--|10-3/4|--|97-3/4 ================+===========================+==+==+==+======+===+======+==+======+==+======+==+======
STAMPPROEF van padi van Sikarang.
================+===========================+================================+=========+=========+========= | | Verkregen rijst | | | Hoeveelheid padi| +---------+----------+-----------+ Dedek | Merang | Totaal | SOORT | grof | fijn | totaal |(zemelen)| (stroo) | -------+--------+ |---------+--+-------+--+--------+--+------+--+------+--+------ picol | kattie | |p.|k. |p.| k. |p.|k. |p.|k. |p.|k. |p.|k. -------+--------+---------------------------+--+------+--+-------+--+--------+--+------+--+------+--+------ 1 | -- | Ossok |--|36 |--|26-1/2 |--|62-1/2 |--|28 |--|07-1/2|--|98 1 | -- | ,, |--|35-1/2|--|27 |--|62-1/2 |--|27 |--|08 |--|97-1/2 1 | -- | Idjoean |--|42-1/2|--|18 |--|60-1/2 |--|28-1/2|--|09 |--|98 1 | -- | ,, |--|34 |--|27 |--|61 |--|29 |--|08 |--|98 1 | -- | Glewang |--|41 |--|19 |--|60 |--|28-1/2|--|09 |--|97-1/2 1 | -- | ,, |--|42 |--|17 |--|59 |--|29 |--|09-1/2|--|97-1/2 -------+--------+---------------------------+--+------+--+-------+--+--------+--+------+--+------+--+------ Gemiddeld| |--|38-1/2|--|22-5/12|--|60-11/12|--|28-1/3|--|08-1/2|--|97-3/4 ================+===========================+==+======+==+=======+==+========+==+======+==+======+==+======
"Wel, het is duidelijk niet waar? Bij minder kwaliteit glewang en idjoean krijgen wij nog 57 3/4 kattie, bij betere kwaliteiten zelfs bijna 61. Wij brengen de bevolking in rekening niet meer dan 54 procent. Nou, dat is dunkt mij dan toch al het zuiverste bewijs dat wij er niet op uit zijn, de lui te villen."
Hij wisselde een snellen blik met Versnoek. Van Dam zat nog steeds met aandacht in het papier te turen. Het was dus toch waar? Wel, kijk, het deed hem pleizier! Er was dus toch niet zooveel baatzucht als steeds werd afgeschilderd, niet het minst door sensatie-lievende persorganen. Gelukkig; hij zou nu kunnen rekenen op medewerking bij de landheeren om de bevolking op haar eigen belang te wijzen. Maar toch, hij begreep eigenlijk nog niet goed, waarom de eigenaren dan toch geen padi vroegen. Vroeger moest dat wel het geval geweest zijn. Och kom, het zou wel zijn zooals Versnoek gezegd had. De practijk had ze wijsgemaakt, had ze geleerd de belasting niet te zwaar te doen drukken. Ja ja, dat was het. Volksverloop is een naar ding. En per slot van zaken zouden ze bedrogen uitgekomen zijn. Maar de assistent-resident wist niet dat de stampproeven waardeloos waren, wijl zij genomen waren bij meest zorgvuldige stamping om schitterende resultaten te verkrijgen; hij kon dus niet vermoeden dat deze kleine hoeveelheden wel degelijk uitgezochte padi een valsch beeld gaven van den voornaamsten factor bij de rijstwinning; hij begreep niet dat met zulke staatjes, aantoonende dat men zestig en meer procent rijst kon verkrijgen van 36,7 % breuk bijv., gewoekerd werd; hij kon de valschheid niet bespeuren in de opzettelijke leugens omtrent de winning, hem daarnet van beide zijden op de mouw gespeld; hem was het niet bekend dat van 1887 tot 1898, gedurende twaalf jaren dus, op Telatiga de padi niet meer dan nauw 54 % rijst leverde van de verhouding 32 % grof en 68 % fijn, geheel andere cijfers, naar men ziet, dan die hem uit eenige stampproeven van 8 picols uitgezochte padi werden opgedrongen; hij kon dus niet vragen met welk recht--buiten dat steunen op de "vrijwilligheid" der overeenkomst--de landheeren tjoekérijst eischen van slechts 20 % breuk in naam, van 16 tot 11 % inderdaad. Dit alles wist de assistent-resident niet, al had hij het kunnen, al had hij het moeten weten.
"H'm," zeide hij, "alles goed en wel; maar de geschiedenis spreekt toch een heel andere taal. Daar heb je bijvoorbeeld de oud-resident Smith, die noemde den toestand op de particuliere landen in sommige opzichten erger dan slavernij. Hij heeft er nog een brochure over geschreven, geloof ik."
"Jawel, jawel, dat is zoo. Hij toonde aan dat de landheeren in plaats van 1/5 aan padi, 1/10 en meer in rijst eischten. Maar die oude heer sprak van de veertiger jaren, mijnheer Van Dam, al langer dan een halve eeuw geleden. Hij kan best gelijk gehad hebben--wie wie zal het controleeren?--maar wat hij toen zeide, kan toch moeilijk op toestanden van thans toepasselijk verklaard worden."
"Nou, maar oud-resident Kan dan? Die is niet van tempo doeloe. [221] En Kan is in zijn open brief aan de Kamer lang niet malsch geweest hoor; potstausend neen. Hij heeft de landheeren van niets meer of minder beschuldigd, dan van meer dan dubbel zooveel tjoeké te eischen dan waarop zij wettig aanspraak konden maken."
"En wat heeft het gegeven?" vroeg Versnoek, ietwat schamper.
"Gegeven? Neen, gegeven heeft het niets, maar er werd een onderzoek ingesteld naar de gegrondheid van de beschuldigingen van vexaties van de opgezetenen door het vorderen van heerendiensten en het doen van heffingen in strijd met de wet."
"Nou ja, een onderzoek; dat is ons ook bekend," zeide Nederman, "maar u vergist u dat Kan daartoe den stoot gegeven heeft. Zijn pamflet kwam eerst daarnà in het licht."
"Zeker," viel Versnoek bij, "en de uitslag van het onderzoek heeft wel bewezen dat al die beschuldigingen laster waren."
"Dat is wel wat bout gezegd," meende Van Dam.
"Er is toch geen vervolging uit voortgevloeid?"
"Neen, dat niet; maar de beschuldigingen zijn wel degelijk juist bevonden."
"Toch wel kras, dat er dan geen straf gevolgd is," merkte Versnoek ongeloovig op. Hij had zich eigenlijk nooit druk gemaakt om wat er vroeger gebeurd of niet gebeurd was, en kende dus ook de historie op dit punt niet anders dan terloops.
"O, dat zal ik u wel vertellen. Eerstens is het wel degelijk Kan geweest, die op een onderzoek heeft aangedrongen. En dat onderzoek werd toen gelast door den gouverneur-generaal. De toenmalige hoofdinspecteur der cultures heeft daarop alle beschuldigingen van Kan waar gemaakt. En een gerechtelijke vervolging werd toen wel degelijk gelast. Er is twee jaar later, meen ik, weer van afgezien. Maar waarom? Omdat het bestuur aan de verbodsbepaling van het overtreden artikel 11 van het reglement zelf niet de hand had gehouden."
"A la bonne heure!" riep Versnoek uit. "Neen, die is goed! Daar hebben de bestuursambtenaren dan de landeigenaren een grooten dienst mede bewezen. De overweging van dat besluit is overigens magnifiek."
"Cynisch is een beter woord, vind ik."
"Maar dat slaat ook al niet op den huidigen toestand, mijnheer Van Dam. Integendeel, wij komen hier juist bij u om u te verzoeken met uw invloed de bevolking van haar dwaze voornemens terug te houden. Mij dunkt, dat pleit dan toch eer vòòr dan tegen ons!"
"O, zeker, zeker; de toestanden zijn dan ook zeer ten goede veranderd. Maar houdt u mij ten goede, mijne heeren, goed kan die toestand toch nog altijd niet genoemd worden ..."
"Wij streven er naar, mijnheer Van Dam, om hem in de eerste plaats niet te verslechteren. Dat is al een heele stap in de goede richting, dunkt mij. Strijd tusschen kapitaal en arbeid is er altijd, zal er wel altijd zijn, zoolang kapitaal en arbeid bestaan. Kijk maar om u heen; overal, overal ziet u conflicten tusschen werkgevers en werknemers. Dat is eenmaal onvermijdelijk, een economische strijdvraag, waarop het antwoord wel nimmer gegeven zal kunnen worden,--het bevredigend antwoord ten minste. Ik zou met eenige hoop op goeden uitslag de stelling kunnen verdedigen: zonder belangenstrijd geen industrieele ontwikkeling, al klinkt het wat paradoxaal, en al zullen de meeste economisten dit wel niet met mij eens zijn. Maar, zooals ik zeg, wij streven naar verbetering, en u zult ons niet alleen altijd bereid vinden u te steunen in uwe pogingen om betere verhoudingen in het leven te roepen, maar wij komen u nu zelfs verzoeken om uwe medewerking daartoe."
"O, daar kunt u op rekenen; daartoe ben ik èn als mensch èn als ambtenaar ten allen tijde bereid. En dan ligt me al dadelijk iets op het hart. Ik zou graag zien dat de bepalingen in de overeenkomsten op de beide landen conform gemaakt werden, in de productiebepaling van de velden, bedoel ik. Op Telatiga neemt u een grens aan van 37,5 picol padi voor geslaagde sawahs en op Alas Bamboe is 31,5 picol ..."
Nederman viel den spreker in de rede.
"En een kwart, mijnheer Van Dam, en een kwart maar, en, ziet u, daar zijn verschillende redenen voor. In de eerste plaats is de bodem op Alas Bamboe zooveel vruchtbaarder; bij gelijke bewerking geeft de grond er meer beschot dan op Telatiga. Dit is wel de hoofdreden. En dan, zooals dat heet, hè--de toestand is een historische,--'t is nu zoowat adat geworden. Wat de deur dicht doet, is, dat uit den tjoeké-aanslag wel blijkt dat altijd ten voordeele der bevolking wordt beslist. Sawahs van een beschot boven de grens van goed geslaagd en minder geslaagd worden nìet met de maximum-opbrengst belast. En daardoor komt het in de practijk toch eigenlijk op hetzelfde neer."
Versnoek keek zijn collega weer even aan. Waarlijk die Nederman durfde! Hij wist zeker het best dat bijv. onder slecht geslaagde sawahs ook die gerekend werden, welke misoogst hadden opgeleverd. Ja, uitsluitend zulks zelfs. Want de gemiddelde opbrengst van die slecht geslaagde velden bedraagt, volgens den staat van den tjoeké-aanslag zelf, iets meer dan 2 1/4 kattie natte padi per roede. En dit beteekent: misoogst. En zoo zal men vinden voor de "minder goed geslaagde sawahs" een opbrengst van nauw 4 kattie natte padi per roede. Die sawahs konden dus niet vallen onder artikel vier der vrijwillige overeenkomst. En ook wist Nederman dat de grensbepaling van 31 1/4 picol padi op niets berustte en dat op Telatiga, bij wat minder slecht geïrrigeerde gronden, een aanzienlijk hoogere limiet gesteld is. Nederman wist dat 0.40 picol rijst gevorderd wordt voor 1 picol natte padi van minder goed geslaagde sawahs van 22.5 picol per bouw. Het "minder goede" ligt niet uitsluitend in de kwantiteit; neen, meest altijd is ook de kwaliteit van het product niet te loven. Nederman wist dat op Telatiga van sawahs met een opbrengst van 27 1/2 picol natte padi--de grens tusschen geslaagd en niet geslaagd product--slechts 0.33 picol rijst voor 1 picol padi werd gevraagd. Hij wist dat dit eerst onlangs daarop was teruggebracht, nadat door den vorigen landheer was aangetoond dat een heffing van 0.37 picol te zwaar was.
Ten slotte ook was het Nederman wel bekend dat een picol natte padi zelden meer opbrengt dan 0.40 picol rijst, grof en fijn dooreen, dat de heffing van 0.40 picol grofkorrelige rijst, als op Telatiga plaats heeft van goed geslaagd product, zeer zwaar is en dat op Alas Bamboe dit van minder goed en slecht geslaagd product geëischt wordt.
Dit alles had ook de assistent-resident kunnen weten. Hij wist het evenwel niet en voelde dus niet het onware van Nedermans woorden.