Part 3
Vroeger waren de vormen, die men na den dood van dierbare bloedverwanten in acht moest nemen, veel ingewikkelder en talrijker dan nu. Men zet denzelfden dag nog een advertentie in de courant.
Dikwijls wordt er onder de advertentie gemeld: »eenige en algemeene kennisgeving« en dan behoeft men verder geene annonces rond te sturen. Aan familieleden wordt het overlijden per telegram of per briefje gemeld en bij buren en intieme vrienden moet het mondeling worden aangezegd, met de volgende woorden.
»De Heer en Mevrouw N. geven kennis van het overlijden hunner zuster, Mevrouw L.-B. te Utrecht.«--
Stuurt men echter wel annonces rond, dan moet men daarvoor natuurlijk lijsten opmaken en de adressen schrijven.
Zoo spoedig mogelijk na het overlijden bestelt men den directeur der plaatselijke begrafenisvereeniging bij zich, die zich verder met de regeling voor de begrafenis belast. Het huis wordt gesloten tot na de begrafenis, slechts weinig menschen volgen de ouderwetsche vorm, die eischte, dat men zes weken achter gesloten luiken zat.
Wonen degenen, die aan de begrafenis zullen deelnemen, in dezelfde plaats, dan worden zij daarvoor mondeling uitgenoodigd; men stuurt eene schriftelijke uitnoodiging, als zij ergens anders wonen en meldt het uur der begrafenis en wanneer de heeren afgehaald zullen worden; voor buiten de stad wonenden geeft men den trein op, waarvoor een rijtuig hen aan het station opwacht.
De gasten worden door de familieleden van den ontslapene in het sterfhuis ontvangen, waarna de aanspreker in de deur de namen in volgorde voor de koetsen opnoemt, op deze wijze:
»Eerste rijtuig: de heer S., Mijnheer A., Mijnheer X., de heer R.«
In het eerste rijtuig nemen de naaste familieleden plaats, daarna de verdere familieleden en ten slotte de vrienden.
Tegenwoordig gebeurt het wel eens, dat dames aan de begrafenis deelnemen, vroeger gebeurde dat nooit.
Aan het graf dankt een der naaste familieleden voor de betoonde belangstelling aan den geliefde doode bewezen.
In dezelfde volgorde wordt daarop naar het sterfhuis teruggereden, waar men alvorens te vertrekken een kopje koffie en een broodje nuttigt.
Wanneer men een goede vriend der in rouw gedompelde familie is, dan gaat men spoedig na het overlijden naar hen toe. Anders wacht men met een kondoleantiebezoek tot na de begrafenis. Heeft de familie onder de advertentie laten zetten: »verzoeke van rouwbeklag verschoond te blijven« dan behoeft men eerst 10 of 14 dagen na de begrafenis een bezoek te brengen. Voor zulk een bezoek dragen de dames, indien zij die hebben, een zwarte japon en mantel met zwarten hoed, in ieder geval een donker, eenvoudig kleed, met gedekte handschoenen; heeren steken zich in gekleede jas met zwarte das en hoogen hoed.
Eene weduwe bedankt een jaar na den dood van haar Echtgenoot met eene advertentie in de courant; voor andere familieleden doet men dit na drie maanden of zes weken. Gewoonlijk stuurt men gedrukte kaarten van dankbetuiging aan hen, die buiten de stad wonen en blijken van deelneming gaven. Voor bloemen en kransen bedankt men met een kort briefje.
Natuurlijk volgt ieder bij het aannemen en afleggen van rouw zijne eigen gevoelens, doch gewoonlijk doet men het op de volgende wijze:
Eene weduwe draagt een jaar zware rouw, krippen japon met lange sluier op straat en klein krippen hoedje. Daarna nog een half jaar wat krip op de japon en hoed, verder doffe zijde en na twee en een half jaar lichten rouw, dat wil zeggen, wit en zwart, grijs en lila. Dikwijls legt zij dan na drie jaar den rouw geheel af en verschijnt weer in andere kleuren.
Voor ouders draagt men van een tot twee jaar rouw, waarvan een half jaar een lange sluier en een geheel jaar krip. Voor grootouders, broers en zusters draagt men geen krip en negen maanden of een jaar rouw.
Gedurende den rouwtijd mag men geene edelsteenen of andere bijouterieën dragen, alleen wél gouden ringen.
HET GESPREK.
In onze samenleving speelt het gesprek, de manier van spreken, een groote rol en converseeren is nog een aparte gave, die voor 't grootste gedeelte aangeboren is, doch ook aangekweekt en geoefend kan worden. Over het algemeen wordt er bij kinderen te weinig op gelet, hoe zij spreken en juist in den schooltijd, wanneer zij vaak leelijke woorden en slechte uitdrukkingen overnemen, wennen zij zich voor hun heele verder leven een minder mooie spreekwijze aan. Thuis moet er acht op geslagen worden, of het kind van minder beschaafde kameraden niet met een leelijken, platten tongval of onbeschaafd dialect leert praten en thuis moet hem ingeprent worden, steeds beleefd en met twee woorden »Ja, Mijnheer,« »Neen, Mevrouw« te antwoorden.
Hoe weinig menschen kunnen kort en aardig een voorval beschrijven, den inhoud van een boek of comediestuk duidelijk en boeiend weergeven of iets, wat zij zelf beleefd hebben, aanschouwelijk voorstellen! Meestal ligt dit hieraan, dat de meesten over een betrekkelijk kleine woordenkeus beschikken en dus voortdurend dezelfde woorden en uitdrukkingen moeten gebruiken, wat den toehoorder spoedig verveelt. Ook werkt het eentonig wanneer iedere zin met »En toen« begint, wat een dikwijls voorkomende gewoonte is.
Hoe mooi klinkt onze Hollandsche taal van de lippen van een begaafden redenaar of predikant en hoe verbaasd zijn wij dan over den rijkdom onzer taal, waarvan men in het dagelijksch leven zoo bitter weinig merkt!
Men moet vermijden, steeds hetzelfde woord, b. v. leuk, éénig, dol, enz. te gebruiken; voor kleine kinderen staat het aardig, het hoort nu eenmaal bij schoolmeisjes en is dan wel geoorloofd, maar volwassen personen moeten het zich afwennen. Men kan er zich heel goed aan gewennen om de bij het woord en de gelegenheid passende bijvoegelijke naamwoorden te gebruiken en door het lezen van in mooien stijl geschreven boeken en gedichten neemt men onwillekeurig iets uit dien woordenrijkdom over.
De hoofdzaak is verder, dat wij leeren onze gedachten juist en duidelijk uit te drukken. Vele menschen verontschuldigen zich dan door te zeggen: »ik voel het wel, maar ik kan mij niet uitdrukken«. Ook hierin moet men zich oefenen, om zijne toehoorders en degenen met wie men een gesprek voert te onderhouden. Lieden, wier gedachten vlugger werken dan hun tong, vallen over hunne woorden en laten die door hun haast vaak weg, terwijl anderen naar denkbeelden moeten zoeken, stotteren en hakkelen, of in een zin blijven steken en het overige door een welsprekend handgebaar aanvullen.
In den huiselijken kring en in het dagelijksch leven oefenen wij ons in het gesprek, om later daar buiten bij vrienden en kennissen, in gezelschappen, kortom in de wereld, te kunnen converseeren.
Evenals er menschen bestaan, die geene woorden kunnen vinden om hunne gedachten uit te drukken, zijn er ook nog zulke, die juist wel de woorden, vele mooiklinkende, holle woorden en hoogdravende uitdrukkingen bij de hand hebben, maar wien het aan gedachten ontbreekt en die de menschen probeeren te boeien door hun taal en hen zoo denken te overbluffen, dat zij niet eens het gebrek aan inhoud merken. En nu willen wij nog even een fout vermelden, waaraan vele lieden zich schuldig maken. Dit is het gebruik van vreemde woorden, waarvan men de oorspronkelijke beteekenis in de vreemde taal niet kent. Het wordt helaas maar al te vaak als een teeken van beschaving aangezien, om zooveel mogelijk Fransche woorden gedeeltelijk tot Hollandsch vervormd, te gebruiken, terwijl men die taal niet meester is. Dit is nu juist een groot gevaar en de goede lieden, die zoo rustig en trotsch verkeerde woorden gebruiken, vermoeden niet, welk een mal figuur zij slaan. Werkelijk, deze slechte gewoonte is geen teeken van ontwikkeling, beschaving of deftigheid. Onder de eerste standen onzer maatschappij, onder onzen adel en aristocratie heerscht de gewoonte, zich in mooi, zuiver Hollandsch uit te drukken en woorden uit vreemde talen zooveel mogelijk te vermijden, behalve natuurlijk die woorden, die langzamerhand verbasterd zijn en in onze woordenboeken zijn opgenomen.
Hoe vaak hoort men de menschen de woorden liggen en leggen, kennen en kunnen verwarren!
_Liggen_ beschrijft een toestand van rust! hij ligt, lag, heeft gelegen (in bed).
_Leggen_ is een beweging: ik leg, legde, heb gelegd (een boek op tafel). De kip legt een ei. Zij heeft groenten ingelegd.
_Kennen_ is weten, kennis hebben van. Kent ge deze dame? Ik kende hem vroeger. Ik heb haar nooit gekend.
_Kunnen_ is: in staat zijn tot. Kan uw kindje al praten? Ik kan niet komen. Hij zoude het niet gekund hebben.
Men moet bij het spreken vooral ruwheid vermijden, die zich uit door het gebruik van ruwe woorden, als »lollig« en »beroerd« en verder door vuistslagen op de tafel en te hard spreken. Vloeken is natuurlijk verboden en woorden als »verduiveld, bliksems,« enz. worden maar al te vaak gehoord, al klinken zij alles behalve beschaafd.
En nu komen wij tot het gesprek zelve en wel het eerst op het gesprek in een kleiner gezelschap. Hier is het de plicht der gastvrouw een levendig gesprek op te houden, de zwijgende, verlegen jongelieden er in te trekken en toch zelve niet te veel te spreken. Zijn er alleen dames, dan worden er wel onderwerpen van gesprek gevonden en helaas wordt er dan ook dikwijls veel kwaad gesproken, iets, waaraan beschaafde heeren zich niet zoo schuldig maken. Converseeren is de kunst te spreken, zonder eigenlijk iets belangrijks te zeggen. Daarom moet men nooit persoonlijk worden of in een algemeen gesprek intieme onderwerpen aanroeren. Natuurlijk hangt het geheel van het gezelschap af, waarin men zich bevindt.
Met ontwikkelde lieden, die men vroeger reeds ontmoette, onderhoudt men zich over politiek, boeken, comediestukken, muziek en wat dies meer zij.
Ieder is verplicht aan het algemeene gesprek deel te nemen en zoo nu en dan bescheiden zijne meening te zeggen. Iemand die niet gevat of geestig is en niet op iedere vraag een antwoord klaar heeft, zal zich in een kring van geestige, levendige menschen verlegen voelen en de rol van waardeerend toehoorder moeten spelen. Doet men dit dan met een vriendelijk gezicht en lacht men om de aardigheden der anderen, dan maakt men een beteren indruk dan wanneer men probeert mee te doen door geestigheden of grappen te vertellen. Hiermede moet men toch altijd heel voorzichtig zijn, want ge kunt er iemand door beleedigen of mede vervelen of hen die de grap niet begrijpen, er boos mede maken.--
Niets is op den duur hinderlijker bij het gesprek dan lieden, die voortdurend om alles grinneken en lachen en daardoor vaak hunne domheid toonen en zij, die nooit lachen en strak voor zich kijken, als het geheele overige gezelschap schatert. Het is dan, alsof hij de grappen der anderen beneden zich acht en de menschen ietwat minacht.
Gewoonlijk duurt een algemeen gesprek slechts kort en gaat over in gesprekken tusschen twee of drie personen.
Bij een diner is het rangschikken der plaatsen een der onaangenaamste plichten van gastheer en gastvrouw. Immers, zij moeten overleggen, welke gasten elkaar kennen en het goed samen kunnen vinden; zij moeten een verlegen jong meisje naast een vroolijk jongmensch en een schuchter jongeling naast een levenslustige dame plaatsen, opdat zij elkaar tot een gesprek zullen brengen. Hierbij moeten beide partijen zich inspannen om een zoodanig antwoord te geven dat men op het zelfde onderwerp kan voortgaan of op een verwant onderwerp overspringen. Niets is vreeselijker voor hem, die het gesprek leidt, dan antwoorden als: »Och«--»O ja«--»Neen« enz., die dan meteen het begonnen onderwerp afbreken.
Wanneer een jongmensch met een getrouwde vrouw spreekt of voor 't eerst aan haar wordt voorgesteld, moet zij altijd het gesprek openen. Evenzoo wachten jonge meisjes, die zich aan oudere dames laten voorstellen, totdat dezen het woord tot hen richten.
Kent het jonge meisje de oudere dames evenwel, dan is het hare plicht haar op bals en avondpartijen, op recepties en weldadigheidsfeesten, even te gaan aanspreken.
Over het voeren van een gesprek met een bekende is natuurlijk niets te zeggen. Men kent elkaar en zal dus meestal onderwerpen kunnen vinden. Met geheel vreemden is het lastiger en willen wij u de volgende wenken geven. Ten eerste moet men de gelegenheid niet laten voorbij gaan om aan het daareven gezegde een nieuwe vraag of opmerking vast te knoopen. Verder moet men vermijden over zich zelve, zijn eigen belangen, werken en leven te spreken, doch moet integendeel steeds een onderwerp aanroeren, waarin de ander belang stelt en waarover hij dus allicht onderhoudend spreken zal. Zijt gij dan aan een u bekend onderwerp bezig, vermijdt het dan echter den ander tot zwijgend toehooren te dwingen, maar geef hem gelegenheid, zijne meening te zeggen en luister geduldig naar hem. Toehooren speelt ook een voorname rol en er zijn vele menschen, die het niet kunnen, die met het een of ander voorwerp beginnen te spelen, of hunne oogen laten ronddwalen of den spreker eenvoudig in de rede vallen, wat altijd onbeleefd is. Men zij altijd hoogst voorzichtig en prate nooit zijn mond voorbij. Het is gevaarlijk in het bijzijn van vreemden over gemeenschappelijke kennissen te spreken en een onvriendelijke opmerking over hen te maken. Zelfs vrienden kan men niet altijd vertrouwen op het punt van zwijgen en er wordt door oververtellen zooveel kwaad gedaan. Men moet dus liever over algemeene onderwerpen spreken en met tact en fijn gevoel te werk gaan.
Wanneer wij onze kinderen leeren met twee woorden te spreken, zal hen dit later steeds te pas komen. Een jongmensch noemt tegenover een dame haren achternaam er bij; zoo zal hij eene getrouwde vrouw begroeten met Dag Mevrouw N., hoe maakt ge het? en tot een jong meisje gewend: »Goeden avond, juffrouw Z.« In het verdere gesprek kan men dan wel met »Mevrouw« alleen volstaan, maar nooit »juffrouw« alleen, dat is niet zeer beschaafd. Een jonge dame van adel spreekt men alleen als »freule«, zonder haar naam, aan.
En nu nog een enkel woordje over het elkaar bij den naam noemen.
Jonge meisjes doen dit vrij spoedig, doch als zij elkaar slechts oppervlakkig kennen, en een van haar trouwt, dan wordt zij voor de anderen »Mevrouw.«
Door de ouders van kennissen en vriendinnen kunnen jonge meisjes zich natuurlijk bij den naam laten noemen, doch met broers en vrienden moet zij voorzichtig zijn, daar het op de jongelieden zelf geen prettigen indruk maakt, wanneer een jonge dame door iedereen bij haar voornaam wordt genoemd en »jij« tegen alle heeren-kennissen zegt. Dit is slechts toegestaan, wanneer men veel bij de ouders van het jonge mensch aan huis komt of hem zelf dikwijls in gezelschap, op het sportterrein of de ijsbaan ontmoet. Het is steeds aan de dame voor te stellen, elkaar bij den naam te noemen; van heeren mag dit voorstel nooit uitgaan.
Eene getrouwde vrouw kan een jong meisje gerust bij den naam noemen, terwijl dit toch »Mevrouw« zegt; de jonge vrouw vraagt het meisje, haar bij haar naam te noemen. Den man eener getrouwde vriendin blijft gij »Mijnheer« noemen; komt gij echter veel bij hen aan huis, dan zal uwe vriendin u verzoeken, hem bij den naam te noemen, in dit geval wacht gij, totdat zij het voortstelt.
Tegenover vreemden spreekt men van oudere of getrouwde dames en vriendinnen, die men zelve bij den naam noemt, als van »Mevrouw S.,« of »Juffrouw B.,« niet alleen met den voornaam.
Heeren mogen achter den rug eener dame die zij goed kennen en bij den naam noemen, niet spreken van »Marie R.« of »Anna S.«, dat klinkt onbeschaafd en tegenover vreemden familiaar en onbescheiden; zij hebben het over »Juffrouw R.« en »Mevrouw S.«
Hiermede hebben wij ongeveer alle onderdeelen van »het gesprek« behandeld en hopen, dat deze wenken menigeen het spreken zullen veraangenamen.
BRIEVEN.
Uit onze brieven, uit ons schrift en onze stijl treedt onze beschaving minstens even duidelijk op den voorgrond, als uit onze persoon en onze manieren. Anderen kunnen ons voor een groot gedeelte uit onze brieven leeren kennen, waarin wij, vaak onbewust, veel van onze persoonlijkheid neerleggen. Geestige menschen schrijven geen nietszeggende epistels, nette geen slordige brieven.
Het is een groot compliment, een goed briefschrijver genoemd te worden en daarom moeten wij ons door oefening in die kunst bekwamen.
Het is niet noodig mooi te schrijven, als uw schrift maar regelmatig en duidelijk leesbaar is. Uw papier moet natuurlijk geheel schoon zijn en bij het couvert passen, wat kleur en formaat betreft. Slechts aan zeer goede vrienden moogt gij b. v. een velletje linnenpapier in een glad enveloppe of een rose velletje in een wit couvert sturen.
Men moet er zich aan gewennen, zonder fouten te schrijven; men ziet in brieven zelfs van ontwikkelde lieden, de wonderlijkste stijlfouten en ook het gebruik van komma's en punten wordt vaak verwaarloosd.
Vooruit moet gij eenigszins overleggen, wat gij schrijven gaat en hoe gij uwe gedachten zult inkleeden. Vooral dit laatste is zeer gewichtig, want onoverlegde brieven, in de eerste opwelling van woede en drift geschreven en vol beleedigende uitdrukkingen, hebben al heel wat verdriet en kommer veroorzaakt. Wees dus in brieven langzaam met klachten en verwijten en wees voorzichtig met mededeelingen van intiemen aard, over familieleden, geldzorgen enz. Vele menschen zijn slordig en onvoorzichtig met ontvangen brieven en hebben de gewoonte, die overal te laten slingeren.
Vergeet nooit eerst te beginnen met naar de omstandigheden van den ander te vragen en eenige punten uit zijn laatst ontvangen brief te beantwoorden. Schrijf steeds den datum bovenaan, en begin niet met »Ik«--. Voor wij tot den eigenlijken overgaan, nog eenige woorden over het adres onzer brieven.
Plak het postzegel rechts bovenaan en nooit omgekeerd, op zijn kop. Halverwege het couvert zet men duidelijk den titel en den naam. Daaronder de straat en rechts onderaan de stad.
Te weinig gefrankeerde brieven zijn onbeleefd en dus moet men den brief wegen, wanneer men niet zeker weet, of hij niet meer dan 20 gram weegt, anders, moeten er 2 zegels van 5 cts. opgeplakt. Voor het buitenland onder 20 gram 12½ cts., er boven 20 cts. Let er vooral op, dat gij de juiste titels op uwe brieven schrijft, daar vele menschen hier juist zeer op gesteld zijn. Dit zijn de voornaamste:
Voor juffrouw A: Mejuffrouw A. Voor freule: Mejonkvrouwe; voor een getrouwde vrouw: Mevrouw, Vrouwe of WelEdgeb. Vrouwe. Voor eene getrouwde adellijke dame: Hoogwelgeb. Vrouwe Voor de echtgenoote van een graaf: »Hooggeb. Vrouwe, Gravin M.« Voor eene adellijke weduwe: Douairière.
Voor een jongmensch boven de 16 jaar, die nog geen betrekking heeft: Weled. Heer. Voor kooplieden en niet gestudeerde heeren: WelEd. Geb. Heer. Voor meesters in de rechten, assistent residenten in Indië: WelEd. Gestr. Heer. Voor inspecteurs der belasting, raadsheeren, hoofdofficieren, residenten in Indië: Hoogedelgestr. Heer. Luitenant-Generaal, Generaal, Admiraal, Vice-Admiraal, Minister, Gouverneur-Generaal: Excellentie. Voor alle doctoren: Weled. Zeergel. Heer. Voor artsen: Weled. Gestr. Heer. Voor predikanten: Weleerw. Heer. Zijn zij doctor in de theologie dan: Weleerwaarde Zeergel. Heer. Voor Professoren: WelEd. Hooggel. Heer. Voor burgemeesters: WelEd. Achtb. Voor een rechter van adel: Hoogwelgeb. Hoogedelgestr. Heer Baron N. Voor een officier van adel: WelEd. Gestr. Heer Jonkheer P.
In officieele stukken kan men denzelfden titel van het adres zonder familienaam als aanhef gebruiken of men begint:
Hooggeachte Heer of Mevrouw B.
Alle requesten aan ministers, aan den gemeenteraad, enz. worden in de derde persoon gesteld.
Brieven aan onbekenden onderteekent men »hoogachtend,« of aan hooger geplaatste: »Uw dienstw. dienaar.« Heeren onderteekenen ook aan dames: »Uw dienstw.« Oudere dames schrijven aan jongere »Uwe U toegenegene M. R.« of »geloof mij vriendschappelijk M. R.« Zij zal echter niet »Mevrouw R.« onderteekenen, dat is burgerlijk en niet voornaam. Jonge meisjes onderteekenen aan oudere dames, die zij weinig kennen: »Met beleefde groeten« of »met vriendelijke groeten.«
Uitnoodigingen in de derde persoon worden op dezelfde wijze beantwoord en alleen op zeer familiare invitatie mag men met een kort briefje, mondeling of per telefoon antwoorden.
Brieven van rouwbeklag moeten kort zijn, en slechts enkele hartelijke woorden van medegevoel bevatten.
Van brieven met gelukwenschen verwacht men, dat zij iets langer zijn en duidelijk toonen, dat de schrijver zich waarlijk over ons geluk verheugt en er in deelt.
Nieuwjaarsbrieven daarentegen kunnen kort en hartelijk zijn, tegenover meerderen natuurlijk uiterst beleefd en eerbiedig gesteld.
Zorg er vooral voor, dat uwe brieven op tijd aankomen; de verjaardagsbrief, die eenige dagen te laat komt, omdat de schrijver den juisten datum vergeten had, wordt onverschillig gelezen. Hierbij is te vroeg veel beter dan te laat. Brieven van dank voor eene genoten beleefdheid of ondervonden vriendelijkheid moeten zoo spoedig mogelijk geschreven worden, evenals brieven met een verzoek of vraag, waarop de schrijver gaarne spoedig antwoord zou hebben.
Onder alle omstandigheden moet gij het schrijven van anonieme brieven vermijden. Dit is niet alleen hoogst onbeschaafd, maar getuigt van groote lafheid, daar men daardoor aan den ontvanger iedere kans ontneemt van zich te kunnen verdedigen. Ieder, die niet rondweg met zijn naam en persoon voor den dag durft komen, bekent daarmede iets kwaads te doen en met recht worden schrijvers van anonyme brieven door alle beschaafde lieden met argwaan en minachting aangezien.
Vele lieden voeren hunne correspondentie voornamelijk op briefkaarten, doch dat is een slechte gewoonte. Tegenover oudere menschen en hooger geplaatsten is het eenvoudig niet geoorloofd en onbeleefd.
Uitnoodigingen per briefkaart te beantwoorden, is onbeschaafd, evenals het aankondigen van verloving, huwelijk, geboorte of sterfgeval.
Men mag geene vertrouwelijke of persoonlijke mededeelingen, geene gevoelsuitingen aan briefkaarten toevertrouwen, die toch vaak, door anderen gelezen worden.
Tegenwoordig kunnen wij door mooie prentbriefkaarten van onze reizen en uitstapjes onzen achtergebleven familieleden en vrienden veel genoegen bereiden en zij zullen ons dankbaar zijn, als wij door een geschreven groet toonen, ook in den vreemde aan hen te denken.
INHOUD.
Bladz.
Uiterlijk en Kleeding 1
Op straat 8
Bezoeken afleggen, ontvangen en voorstellen 11
Diners en Partijen 17
Kleinere feestelijkheden 25
Verloving en Huwelijk 28
Rouw 33
Het gesprek 36
Brieven en Briefkaarten 43
[Illustratie]
FOTOGRAFEEREN KAN IEDEREEN. HET ONTWIKKELT DEN SMAAK EN HET KUNSTGEVOEL!
* * * * *
IVENS & Co
HOFLEVERANCIERS
NIJMEGEN -- GRONINGEN AMSTERDAM -- DEN HAAG
* * * * *
FOTO-TOESTELLEN VOOR THUIS EN OP REIS IN ELKE GROOTTE EN VOOR IEDERS BEURS