Het boek der Etiquette

Part 2

Chapter 23,957 wordsPublic domain

DINERS EN PARTIJEN.

Heeft men besloten een diner te geven, dan stuurt men veertien dagen van te voren de uitnoodigingen voor een groot diner, die voor een kleiner diner een week ongeveer te voren rond. Voor groote partijen doet men dit met een gedrukte kaart in de derde persoon gesteld; bij voorbeeld:

_De Heer en Mevrouw N.-H. hebben de eer den Heer (of Mejuffrouw) S. uit te noodigen Maandag 20 Maart te 7 uur bij hen te komen dineeren (of -- bij hen het middagmaal te komen gebruiken)._

_V. G. A. voor 15 Maart._

Men antwoordt in de derde persoon als volgt:

_De Heer (of Mejuffrouw) S. zal met zeer veel genoegen gebruik maken van de vriendelijke uitnoodiging van den Heer en Mevrouw N.-H. voor 20 Maart a. s._, of:

_De Heer S. is tot zijnen spijt verhinderd gebruik te maken van de vriendelijke... enz._

voor kleinere met een geschreven invitatie in de derde persoon of per briefje. Men vermeldt natuurlijk het uur, waaraan de gasten zich stipt te houden hebben. Het spreekt van zelf, dat deze de uitnoodiging zoo spoedig mogelijk na ontvangst beantwoorden, ten einde de gastvrouw gelegenheid te geven voor de opengevallen plaatsen nog andere kennissen in te vragen.

De dames verschijnen bij een officieel diner gedecolleteerd, de heeren in rok en witte das.

De gastheer en gastvrouw ontvangen de gasten in het salon; men begroet eerst de gastvrouw, vervolgens haren man en dan de overige gasten, aan wie men, zoo noodig, voorgesteld wordt.

Heeft de meid of knecht gemeld, dat de soep op tafel is, dan biedt de heer des huizes de oudste of aanzienlijkste dame den arm, de gastvrouw gaat het eerst naar de eetkamer geleid door den oudsten of hoogstgeplaatsten heer; de heer des huizes volgt en daarna de overige gasten. Gewoonlijk zegt de gastheer vooruit aan iederen heer, welke dame hij naar tafel geleiden moet.

De heeren geleiden de dames naar haar plaats, en schuiven de stoelen voor haar aan; allen gaan eerst zitten, wanneer de gastvrouw plaats genomen heeft. De plaatsen zijn bij een groot diner door geschreven naamkaartjes op bord of glas aangegeven. De gastheer zit tusschen de twee oudste of aanzienlijkste dames, de gastvrouw tusschen de twee hoogst geplaatste heeren. Komt er echter een jong meisje of een heer bij dit diner voor den allereersten keer bij de familie aan huis, dan zullen zij gewoonlijk hun plaats naast den gastheer of gastvrouw vinden. Bij ieder bord ligt een broodje, meestal op of in het servet. Dit mag men nooit met een mes snijden; men breekt er met de vingers kleine stukjes af. Het servet breidt men over de knieën uit en bevestigt het niet onder de kin, dat is niet geoorloofd. Men zit in een rechte, doch niet stijve houding en eet kalm, met kleine happen en denkt er aan niet met een vollen mond te spreken of te drinken. Vork, mes en lepel houdt men hoog bovenaan den steel vast; men brengt het eten naar den mond en niet den mond omlaag naar het eten. Soep eet men zonder slurpen, van een niet te vollen lepel. Het zijn slechte manieren om van zijn mes te eten, evenals het eten van visch met een stalen mes. Vindt men geen zilveren vischvork en mes naast zijn bord, dan eet men met een gewone vork en met een stukje brood in de linkerhand. Voor en na het drinken veegt men zijn mond aan het servet af.

Men gebruikt den lepel zoo weinig mogelijk en eet bijna alles met de vork, waarmede men ook beentjes uit den mond op het bord legt. Natuurlijk begint men niet te eten, voordat alle gasten bediend zijn en de gastvrouw begint. Wanneer gij niet van wijn houdt of als geheelonthouder nooit wijn gebruikt, moet ge u toch een glas laten inschenken; ge behoeft er immers niet van te drinken. Wordt er een toost gehouden, waarbij men op iemand's gezondheid drinken moet, neem er dan een slokje van. Heeft men een mes of vork of broodje laten vallen, vraag den knecht dan ongemerkt om een ander; ook uw servet moet gij in dat geval niet zelf oprapen.

Tusschen de gerechten in, voert men een aangenaam gesprek, houdt de handen boven tafel, doch zit niet voortdurend met het een of ander te spelen; niets toch is zoo hinderlijk als menschen, die voortdurend armen, handen en voeten bewegen en geen oogenblik stil zitten.

Vruchten schilt men op een vork met het vruchtenmes; abrikozen en perziken schilt men op het bord; druivenschillen neemt men met een lepeltje uit den mond, evenals de pitten van compote.

Vaak bedienen de heeren hunne buurdames van een gerecht, wat deze altijd aannemen. Worden de wijnen niet door den knecht rondgeschonken, dan is het de plicht der heeren in te schenken.

Bij groote diners gebruikt men de koffie na het maal in het salon, bij kleinere wordt deze in de eetkamer aan tafel gedronken. Na afloop van den maaltijd geeft de gastvrouw het sein tot opstaan, waarop de heeren hunne rechter buurdame den arm aanbieden en naar het salon geleiden, waar men zich nog even staande onderhoudt. Hierna trekken de heeren zich terug tot het rooken van een sigaar en blijven de dames in het salon, waar later thee rondgediend wordt. Bij het heengaan geeft een oudere dame het sein tot vertrek, nadat de knecht of meid heeft gemeld, »dat het rijtuig van Mevrouw B. (Mejuffr. X. of den Heer A.) vóór is.« Jonge meisjes of jongelieden mogen nooit het eerst weggaan, alleen wanneer zij door vertrek met den trein aan den tijd gebonden zijn, mag hierop een uitzondering gemaakt worden. De gasten bedanken de gastvrouw voor den aangenamen avond; men geeft de dames een hand, voor de heeren is eene buiging voldoende. Bij het weggaan geeft men aan knecht of meid een fooitje.

Voor de gastvrouw zelve willen wij alleen dit opmerken, dat de tafelversieringen van bloemen tegenwoordig laag zijn en men veel losse bloemen, groene ranken en strikken op tafel legt. Natuurlijk is dit alles ook aan de mode onderhevig. Kaarsenverlichting is weer zeer in zwang en niet te lichte eetkamers, waar alleen de tafel door kaarsen met zacht gekleurde kapjes laag beschenen is, maken een aangenamen indruk. Ook zijn zeer lange menus geheel uit de mode (behalve natuurlijk bij groote en officieële diners); het is tegenwoordig deftiger om weinig gangen van uitgelezen spijzen te geven. De verschillende wijnen hangen van de gerechten af; hoe meer gerechten hoe meer wijnen. Gewoonlijk wordt er reeds bij het vleesch, dus na den visch met zoeten wijn, champagne geschonken, behalve bij kleine dinertjes. Bij de koffie presenteert men eenige soorten likeur.

Nu komen wij tot de andere feestelijkheden, waaronder wij rekenen: het bal en den muziekavond. Bij een bal dragen de dames natuurlijke elegante, gedecolleteerde avondjaponnen, de heeren rok, witte das en witte handschoenen.

Aan jongelieden, die toch niet dansen en slechts tegen een deur geleund, toekijken, heeft men op een bal niet veel.

De gastheer en gastvrouw zorgen er zooveel mogelijk voor, dat de jongelieden aan alle jonge meisjes voorgesteld worden en dat ieder een balboekje met potloodje ontvangt. De jonge meisjes laten zich aan alle getrouwde en oudere dames voorstellen, die zij dan in den loop van den avond even gaan aanspreken.

Het is een plicht der heeren om zooveel mogelijk met alle dames een keer te dansen, dit geldt vooral voor den gastheer. Jongelui zullen een goeden indruk maken, wanneer zij met de echtgenooten en dochters hunner meerderen dansen en zich het lot der arme muurbloempjes aantrekken. Men verzoekt eene dame met eene buiging om het genoegen van een dans, en na afloop brengt men haar weer naar haar plaats terug, waarop men zich met elkander onderhoudt.

Is een jongmensch door den gastheer aan eene dame voorgesteld, dan eischt de beleefdheid, dat hij met haar danst; ook de gastvrouw mag niet overgeslagen worden.

Op een groot bal geldt gewoonlijk de regel, dat een jongmensch niet meer dan twee, hoogstens drie keer met dezelfde dame danst; de extra dansen gelden niet mee, daarin is men vrij. Wordt er later gesoupeerd, dan vraagt men meestal van te voren een dame daarvoor, die men dan op den avond van het bal bloemen stuurt, die zij op het bal medebrengt, de ververschingen worden door knechts rondgediend. Eenvoudiger en dus aangenamer is een buffet, van dranken en sandwiches en andere ververschingen voorzien. De gasten begeven zich daarheen of de heeren halen het gewenschte voor de dames naar den balzaal.

Jongelieden, die niet goed kunnen dansen, moeten er zich liever niet aan wagen, daar zij de dames, die met hen rondspringen, een mal figuur laten slaan.

Heeren laten zich het eerst aan de oudere gasten, daarna aan de jonge dames voorstellen. Danst iemand met een jong meisje, wier ouders aanwezig zijn, dan verzoekt hij haar, hem aan hare ouders voor te stellen. Na de voorstelling moet de meerdere of oudere het gesprek openen en bij de eerste ontmoeting, zoowel als bij het afscheid kan men zeggen, »aangenaam kennis te maken.«

Bij een groot bal wordt meestal tegen middernacht gesoupeerd. Hiervoor zijn in een ander vertrek kleine tafeltjes voor 4, 6 of 8 personen aangericht; slechts zelden echter voor twee. Jongelieden zullen een aangenamen indruk maken, wanneer zij hunne vrienden aan weinig dansende dames voorstellen en haar daardoor dansers bezorgen.

Onder het dansen behoeft men niet te spreken, zoo nu en dan een kleine opmerking is voldoende.

Wordt er een lancier gedanst, dan moet de heer vooraf met drie andere paren afspreken, samen een quadrille te vormen; de heeren en dames eener zelfde quadrille laten zich aan elkaar voorstellen.

Het is niet noodig, dat de dansende paren dadelijk na afloop van den dans met een buiging van elkaar gaan; men kan dan gerust tot de eerste tonen van den volgenden dans met elkaar spreken.

Na afloop van het bal halen de heeren de avondmantels en sorties hunner dames en geleiden hen naar het rijtuig. Is het een groot bal, dan wachten de gasten gekleed in vestibule of kleedkamer tot hun rijtuig door den knecht afgeroepen wordt.

Op gemaskerde bals is ieder ongedwongen en vrij. Men danst met elkaar, zonder voorgesteld te zijn; alleen de heer, met wien gij soupeert, moet zich aan u bekend maken. De toon is vroolijk en los en ieder drage er het zijne toe bij om het plezier en de jolige stemming te verhoogen. Voor het souper, tegen middernacht, worden de maskers gewoonlijk afgenomen.

Men mag nooit zonder handschoenen dansen, zelfs niet, wanneer men onverwacht een dansje begint, zooals na een dinertje.

Heeft men gasten voor een avondpartij zonder dansen, een muziekavond of speelavondje gevraagd, en het uur vermeld, dan wacht de gastvrouw, tot alle gasten aanwezig zijn, waarna men thee laat aanbieden. Is het een muziekavondje, dan luisteren de gasten zwijgend toe, zoolang er muziek gemaakt wordt en onderhouden elkaar in de tusschenpoozen. Zijt gij muzikaal, en vraagt men u om iets te spelen of te zingen, laat u niet lang bidden maar zet u eenvoudig aan de piano en draag zonder verdere woorden iets voor, dat vooral niet te lang moet zijn. Weigert een gast echter, dan mag de gastvrouw er niet verder op aandringen.

Zijn er niet veel gasten, zoodat de gastvrouw zelve thee schenkt, dan is het de plicht der jonge meisjes, haar met het ronddienen hiervan te helpen. Later op den avond wordt er wijn met gebak, sandwiches of vruchten rondgediend.

De speelavondjes, waarop na de thee de kaarten voor den dag komen, zijn langzamerhand uit de mode geraakt; alleen in kleine plaatsen en in gezinnen, waar vele heeren aan huis komen, treft men nog de kaartavondjes aan.

Het is echter steeds raadzaam, om eenige kaartspelen, als whist en bridge, goed te leeren, om in vele gezelschappen geen spelbreker te zijn; bovendien is het voor niemand een genoegen met slechte spelers te spelen. Speelt gij in 't geheel niet, neem de uitnoodiging liever niet aan. Spreken onder het spelen is wel geoorloofd, doch moet men steeds goed op letten. Bij het uitdeelen mag men nooit vinger en duim bevochtigen, dat is zeer onbeschaafd. De gastheer zorge er voor, dat de inzet niet te hoog wordt bepaald; ofschoon spelen om geld steeds laakbaar is en men het liever alleen om de eer moest doen, geeft juist het geld voor vele menschen de bekoring aan het spel en zoo het om lagen inzet gaat, kan men het gerust doen. Het is evenwel de plicht der gastvrouw bij het bepalen van den inzet met de financieele omstandigheden harer gasten rekening te houden.

Niemand mag ooit over zijn verlies boos worden of teleurstelling laten blijken, wanneer men door het slechte spel van zijnen maat verloren heeft. Lieden die niet tegen hun verlies kunnen, bederven vaak de gezellige stemming der anderen, evenals zij, die na ieder geëindigd spel er nog lang en breed over naspreken en redetwisten.

Het is beleefd, met de rechterhand van zich af te coupeeren, al wordt hiertegen veel gezondigd.

KLEINERE FEESTELIJKHEDEN.

Behalve bals en partijen, brengen ook kleinere feestelijkheden een aangename afwisseling in ons leven. Onder dezulke rekenen wij het eerst den verjaardag, die familieleden en vrienden door bloemen, cadeaux en brieven tot een feestdag voor ons maken. Het is een aardig gebruik, oorsprongelijk uit Duitschland afkomstig, om de cadeaux op een met de bloemen versierde tafel bijeen te zetten, en die 's middags aan de gasten te laten zien. Kent men de jarige zeer intiem, dan mag men haar reeds 's morgens bezoeken; anders doet men beter 's middags na half drie te komen.

De waarde van het verjaarsgeschenk, dat men medebrengt, hangt voornamelijk af van den voet, waarop men met de jarige staat. Kent men haar zeer goed of heeft men verplichtingen aan haar, dan is het geschenk grooter dan dat aan kennissen of minder intieme vrienden. Een geschenk krijgt bijzondere waarde, wanneer het door de handige vingers der geefster zelve is gemaakt. Heeren zullen meestal hunne gelukwenschen vergezeld doen gaan van het zij bloemen, een plant of een doos bonbons. Maar hoe groot of hoe klein het cadeau ook zij, het moet in zijn soort mooi en smaakvol zijn. Alles wat namaak is van kristal, goud en edelsteenen dient vermeden te worden als zijnde voortbrengselen van slechten smaak. Veel hangt af van de wijze, waarop een geschenk gegeven wordt; immers een kleinigheid, smaakvol verpakt en ons met een hartelijk woordje en lieven glimlach aangeboden, zal meer genoegen geven dan het geschenk van grootere waarde, dat koud en stijf overreikt wordt.

Gewoonlijk is het thee-uurtje bij een verjaardag het drukste uur van den dag en daarom raden wij de gastvrouw aan, op dien dag door een nichtje of vriendin thee te laten schenken, opdat de jarige zich aan hare bezoekers wijden kan. Behalve thee, kan men limonade aanbieden. Het schenken van alcoholische dranken op dat uur is in beschaafde kringen geheel uit de mode. Men presenteert koekjes of kleine gebakjes (petits-fours in papiertjes zijn bijzonder aan te raden), daar men met taartjes de lichte visitehandschoenen licht besmetten kan.

Dikwijls wordt een verjaardag besloten met een gezellig dinertje van familieleden en vrienden, waarbij aan het dessert op de gezondheid der jarige gedronken wordt. Gewoonlijk wordt daartoe het woord gevraagd door een der bloedverwanten of naaste vrienden. Heeft men diens voornemen bemerkt, dan legt men mes en vork neer, om aandachtig naar den spreker te luisteren. Heeft men de gave van het woord en veel humor, dan kan men op aangename wijze het tafelgezelschap bezig houden en door een geestige redevoering de algemeene vroolijkheid verhoogen. Is men echter niet welbespraakt dan dient men vooral kort te zijn en zijn enkele woorden als »Dames en Heeren, ik stel u voor op de gezondheid van onze jarige gastvrouw te drinken!« ruimschoots voldoende. Sprekende over familiefeesten, mogen wij den doop vooral niet vergeten. Van vriendinnen en goede kennissen heeft de jonge moeder jurkjes, sokjes, mutsjes, jakjes, enz. ontvangen en hen de geboorte harer baby laten weten. Natuurlijk geeft men hierop antwoord door een paar hartelijke woordjes, wat bloemen of slechts door een kaartje, terwijl men zoo nu en dan naar den welstand van moeder en kind laat vragen. Ontvangt de jonge moeder weer, dan wordt er een advertentie van dankbetuiging in de courant geplaatst, met vermelding van dag en uur, waarop bezoeken bij voorkeur worden afgewacht. Het kindje ligt in de wieg en wordt aan ieder getoond, terwijl aan de bezoeksters een kopje kandeel wordt aangeboden.

Na eenige weken, soms na enkele maanden, wordt het kindje in de kerk gedoopt en door grootmoeder, moeder of peettante ten doop gehouden.

Na de doopplechtigheid volgt gewoonlijk een doopmaal van familieleden en vrienden. De ouders verwachten gewoonlijk van peet of peettante een zilveren kroes, zilveren rammelaar of ander mooi geschenk voor het kind. Het is een aardige gewoonte een petekind van af de geboorte met elken verjaardag een grooten zilveren lepel en vork en met St.-Nicolaas of Kerstmis een dessert couvert te geven en hiermede tot haar 24ste jaar door te gaan, wanneer zij van zilver voorzien is en ten slotte een etui er voor ontvangt.

VERLOVING EN HUWELIJK.

Vroeger werd er van het publiek worden eener verloving altijd een groot feest gemaakt, doch dit is van lieverlede veranderd nu ook een verloving, die verbroken wordt, niet meer zoo'n opzien baart. Het jonge paar stuurt eenvoudig hun beider visitiekaartjes samen in één couvert rond. Op dat van het meisje moet haar adres staan, opdat de kennissen weten, waarheen hunne gelukwenschen te richten; evenals de datum van den ontvangdag. Aan goede vrienden en familieleden vertelt het jonge meisjes het heugelijke nieuws mondeling of per briefje.

Op den ontvangdag, die tegenwoordig niet meer zooals vroeger op een groote receptie lijkt, doch een meer eenvoudig karakter draagt, staat het jonge paar te midden der gezonden bloemstukken; het meisje draagt een licht japonnetje en houdt de bloemen, haar door haar aanstaande gegeven, in de hand. Gewoonlijk ontvangt men op een Zondagmiddag van half 3 tot 5 uur en wel ongeveer 14 dagen nadat het engagement publiek werd.

Met het oog op de later te maken visites raden wij u aan, in de gang, vestibule of kleedkamer een lijst met pen en inkt neer te leggen, waarop de bezoekers hun naam kunnen teekenen. Het jonge paar weet dan, aan wie zij later een bezoek moeten brengen. Kaartjes met gelukwenschen heeft men niet te beantwoorden, wel echter brieven en briefkaarten. Het paartje moet er vooral aan denken allen, die hun bloemen zonden, daarvoor op den ontvangdag te bedanken of, indien de kennissen niet zelf verschijnen, hun een kort briefje te schrijven. Natuurlijk stellen het jonge meisje en haar aanstaande hunne kennissen, die de ander nog niet ontmoette, aan elkander voor.

Ongeveer een week later beginnen zij hunne engagementsvisites te maken in een net coupétje of tegenwoordig veel per auto. De jonge dame draagt een gekleed wandeltoilet, haar aanstaande de gekleede jas met gekleurde das en gekleurde handschoenen, waarvan een los in de hand wordt gehouden. Worden zij bij kennissen niet ontvangen, dan geeft de heer hun beider kaartjes af.

Daar het helaas vaak voorkomt, dat een verloving afraakt, willen wij met een enkel woord hierover spreken. Natuurlijk gaat men stil uit elkaar, zonder verder met kennissen over de reden hiervan te spreken; het jonge meisje gaat dan dikwijls voor eenigen tijd uit de stad om pijnlijke vragen en medelijdende blikken te ontloopen. De verlovingsring en alle brieven en geschenken worden teruggegeven en ook de reeds door vrienden en kennissen gegeven cadeaux aan hen teruggestuurd. Ontmoet de jonge man zijne vroegere verloofde op straat of in een gezelschap, dan groet hij haar beleefd als een gewone kennis.

In den engagementstijd is het de plicht van den jongen man, zijn meisje nu en dan een blijk zijner liefde te geven en haar een klein smaakvol geschenk aan te bieden. Jonge meisjes ontvangen altijd gaarne bloemen die elke kamer zoo feestelijk en zonnig maken en ieder met zorg gekozen bouquetje, uit haar lievelingsbloemen bestaand, zal het jonge meisje altijd welkom zijn. Vooral in het begin der verloving moet men practische, huishoudelijke gaven wat vermijden, bruikbare voorwerpen voor de huishouding zal de jonge verloofde wel van hare familieleden en vriendinnen ontvangen.

Vertoont het jonge paar zich in het publiek, of bevinden zij zich in het gezelschap van anderen, dan moet het zich vooral niet voortdurend met elkaar bezig houden, elkaar steeds aankijken, of alleen met elkaar praten. Liefkoozingen in het bijzijn van anderen zijn eenvoudig verboden; ieder weet wel, hoe vervelend zoo'n verliefd paartje zijn kan. Woont het paar in dezelfde plaats, dan teekenen zij 14 dagen van te voren, anders 3 weken voor het huwelijk aan, waarna zij bruid en bruidegom zijn. Nu ontvangt het meisje van alle kanten geschenken waarvoor zij bedanken moet. Onder hare intieme vriendinnen kiest zij hare bruidsmeisjes, op wier schouders talrijke kleine plichten rusten. Heeft de bruid vele vriendinnen en goede kennissen, en gaat zij na haar huwelijk in een andere plaats wonen, kan zij in den bruidstijd een middagthee geven, waarvoor de bruidsmeisjes de uitnoodigingen schrijven.

Den avond vóór de aanteekening worden de huwelijksannonces rondgezonden, die de wederzijdsche ouders sturen. Bij het aanteekenen op het stadhuis behoeft men geene fooien te geven.

Op den Zondag na het aanteekenen wordt er een receptie gehouden, te midden der bloemen, die de bruidsmeisjes in gangen en kamers verdeeld hebben. De bezoekers dragen gekleede jas en hoogen hoed, de dames gekleed wandeltoilet. Het verdient aanbeveling, de namen der bezoekers door den knecht, die de kamerdeur opent, luid te laten noemen. Het bruidje ontvangt of in haar trouwjapon zonder sluier of in een niet gedecolleteerd, gekleurd avondtoilet en heeft een witten bouquet van den bruidegom in de hand. Voor deze is de gekleurde jas met bloem in het knoopsgat of als militair, het groot tenue de aangewezen kleeding. De bezoekers begroeten en feliciteeren het bruidspaar het eerst, vervolgens wederzijdsche ouders, waaraan zij, zoo noodig, voorgesteld worden. Lange gesprekken mag men niet houden, doch moet dadelijk verder gaan en voor anderen plaats maken. Meestal zijn de geschenken door de bruidsmeisjes in een andere kamer op tafels gerangschikt, met de kaartjes der gevers er bij en worden door alle bezoekers bewonderd. Heeren, die de bruidsmeisjes niet kennen, laten zich aan haar voorstellen. Sommigen laten in deze kamer door de bruidsmeisjes bruidsuikers aanbieden, doch noodig is dit niet. Is het erg vol, dan verdwijnen de bezoekers ongemerkt, anders kan men het bruidspaar nog even goeden dag zeggen. De bruidegom zorgt er natuurlijk voor, dat de noodige stukken voor het huwelijk, in orde zijn.

Meestal zijn er alleen bruidsmeisjes, doch soms worden hetzelfde aantal vrienden van den bruidegom als bruidsjonkers aangesteld die dan gedurende den bruidstijd de bruidsmeisjes bij alles helpen en haar op receptie en trouwdag een bouquet aanbieden. Het bruidspaar geeft meestal op den trouwdag een aandenken aan de bruidsmeisjes.

Op den trouwdag rijdt de stoet het eerst naar het stadhuis. Als eerste rijtuig rijdt dat der bruidsmeisjes (met de bruidsjonkers als die er zijn), vervolgens het bruidsrijtuig en daarna de ouders. De bruidsmeisjes, die meestal gelijk gekleed zijn en dezelfde bouquet dragen, helpen de bruid met in en uitstappen met haar sluier en sleep. Het jonge paar werpt meestal fl 10 in de armenbus aan den uitgang van het stadhuis.

In de Kerk nemen alle familieleden plaats en dan komt het bruidspaar, gevolgd door de bruidsmeisjes binnen. Deze laatsten houden als het noodig is, bouquet en handschoen der bruid voor haar vast.

Wanneer op het te volgen dejeuner het jonge paar heengaat, is het de plicht der bruidsmeisjes en -jonkers de vroolijke stemming er in te houden, want maar al te dikwijls verflauwt die en vlot het gesprek niet meer zoo goed.

Dienzelfden avond staat de annonce van het jonge paar en die der wederzijdsche ouders in de courant, waarin allen bedanken voor de betoonde belangstelling.

ROUW.