Part 1
Produced by the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+----------------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | | moderniseren. | | | | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | | | | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. | | | | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. | | | | In het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. | | Deze dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven | | als »aanhalingstekens«. | | | | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de | | aangebrachte correcties. | | | +----------------------------------------------------------------+
No. 38. Practische Bibliotheek. Prijs 35 Cent.
Het Boek der Etiquette
DOOR
YVONNE
INHOUD:
Uiterlijk en Kleeding Op straat Bezoeken afleggen, ontvangen en voorstellen Diners en Partijen Kleinere Feestelijkheden Verloving en Huwelijk Rouw Het gesprek Brieven en Briefkaarten
BAARN.--J. F. VAN DE VEN.
Victoriawater OBERLAHNSTEIN
EERVOLLE VERMELDING AMSTERDAM 1908
: EERVOLLE VERMELDING HAARLEM 1910 :
Practische Bibliotheek
_Schreber_, Longen-Gymnastiek 35 Ct. _Bock_, Eerste Hulp Ongelukken 35 » Amateur Fotograaf. 2e druk 25 » _Toepoel_, Physical Culture 60 » Licht-, Lucht- en Zonnebaden 30 » Mijn Aquarium 35 » De Kleine Briefsteller 35 » De Jonge Schaker 35 » _Broekkamp_, Jonge Dammer f 1.25 _Broekkamp_, Damstudies 35 Ct. _Leefson_, Nieuwste Dansen 35 » Skatspel, handleiding 50 » Billardschool. 2e druk 35 » _Ott_, Rijwiel, inrichting. 2e dr. 25 » Levensmagnetisme 15 » Mijn Terrarium 35 » Luchtscheepvaart, pop. besch. 30 » Chauffeurs-School 75 » Eenvoudige Boekhouding 35 » Telegrafie zonder draad 35 » Röntgenstralen en Radium 35 » De Dammer 35 » Zweedsche Gymnastiek 60 » Voetbal omnia Vincit 30 » Hoe maak ik Tenten? 30 » Do you speak English? 30 » Parlez-vous Français? 30 » Sprechen Sie Deutsch? 30 » Parla Italiano? 30 » Parolas Esperante? 30 » Vlinderverzameling 35 » Nieuw Spelenboek 35 » Hengelsport 35 » De Padvinders 25 » Konijnenfokken 35 »
Sport-Bibliotheek
Voetbal-Sport 25 Ct. Voetbal-Scheidsrechter 60 » Voetbal. 4e druk 25 » Lawn Tennis. 2e dr. 30 » Lawn Tennis. 3e dr. f 1.60 Water-Polo. 2e dr. 30 Ct. Cricket 30 » Croquet 30 » Kegelen 30 » Korfbal 30 » Hockey 30 » Hockey. Eng. regels 60 » Hardloopen. 2e dr. 30 » Roeien 35 » Zeilen 50 » Zwemschool 2e dr. 35 » Droogzwemmen 15 » Boksen. 2e druk 35 » Schermen 50 » Worstelen 60 » Schoonrijden 50 » Kolven 50 » Rolschaatsenrijden 30 » Openluchtspelen 45 » Halteren 35 » Skiloopen 30 » Kaatsen 50 » Wielrennen 35 » Wandelen 35 » Balwerpen 35 » Handboogschieten 35 » Ju Jutsu 60 » Motorbootsport 60 » Manoeuvres te paard 60 »
:: UITGAVEN VAN J. F. VAN DE VEN TE BAARN ::
HET BOEK DER ETIQUETTE
Het boek der Etiquette
DOOR
YVONNE
[Decoratieve illustratie]
BAARN--J. F. VAN DE VEN
Typ. Firma Van der Want & Co., Amersfoort.
UITERLIJK EN KLEEDING.
Aan onze vormen en manieren moet men kunnen zien, dat wij beschaafde menschen zijn, en daarom moeten wij in de allereerste plaats op ons uiterlijk letten. Een der vele bewijzen van beschaving is reinheid en netheid. Wij kunnen hier niet uitwijden over de noodzakelijkheid van veel baden en wasschen en dikwijls schoon ondergoed aantrekken, of over het onderhoud van ons hoofd en het haar. Maar hoe vaak zijn menschen, die zich zelve zeer beschaafd en ontwikkeld vinden, toch slordig in hun uiterlijk en kleeding! Hoe dikwijls ziet men op straat een vuilen of afgetrapten onderrok uit een elegant wandeltoilet komen. Netheid bestaat uit ontelbare kleinigheden, die maar al te vaak verwaarloosd worden. Ons uiterlijk en onze kleeding moeten in de eerste plaats verzorgd zijn. Geen luchtgaatjes in kousen en handschoenen, geen stof op den hoogen hoed, geen vette kraag aan overjas en japon, geen rouwrandjes aan de nagels.
Een waarlijk beschaafd mensch neemt in den huiselijken kring dezelfde vormen en manieren in acht als daar buiten, immers goede manieren zijn geene uiterlijkheden, maar vormen een deel van ons wezen en komen uit ons hart en ons verstand voort. Daarom zal het een waarlijk beschaafde vrouw onmogelijk zijn 's morgens aan het ontbijt hare huisgenooten te vergasten op het leelijke schouwspel van papillotten of krulhaarspelden; om de zelfde reden zal de heer des huizes niet zonder jas of boord in de huiskamer verschijnen. Steeds moet uw uiterlijk zoo zijn, dat, zoo er een onverwacht bezoeker binnentreedt, gij hem zonder onrust of verlegenheid tegemoet kunt treden.
's Morgens moet het toilet der huisvrouw eenvoudig en doelmatig zijn; een peignoir met langen sleep is af te raden, daar hierdoor bij het gaan door keuken en kelder onnoodig stof wordt opgewarreld. Een korte rok (vooral niet te nauw, dat men zich makkelijk kan bewegen) een flanellen blouse met witten boord zijn vooral voor jonge vrouwen en meisjes een passend en geschikt morgencostuum. Af te raden is het, om 's morgens een japon te dragen die voor 's middags niet meer mooi of schoon genoeg is. Een vrouw die 's morgens in een verlepte zijden blouse loopt, maakt geen aangenamen indruk. De kleeding moet zoowel bij mannen als bij vrouwen steeds smaakvol, doch eenvoudig zijn, want overladen, schel gekleurde en te rijk gegarneerde japonnen maken geen voornamen indruk. Hoe eenvoudig zij ook zijn, de japonnen moeten steeds goed zitten en met zorg gekozen worden, zoodat kleur en model bij figuur en gelaat passen.
De kleeding eischt dikwijls veel overleg en nadenken, daar men telkens voor de vraag staat: »Wat zal ik aantrekken? Heb ik een voor deze gelegenheid geschikte japon? Zou dit costuum niet te gekleed of zou deze japon niet te eenvoudig zijn?« Immers wat is onaangenamer dan de eenige te zijn, die op een feestje in een donkere japon verschijnt?
Menschen, die al te zeer aan vormen hechten en op kleeding letten, vinden, dat men voor een uitnoodiging bedanken moet, als men geen passend toilet heeft. Waarom zou men zich niet mogen amuseeren, omdat de jas niet volgens den laatsten snit gemaakt is, of omdat de japon niet de allerlaatste gril van Vrouw Mode weergeeft? Immers, hoe belangrijk ook, de kleeding is toch nooit de hoofdzaak, en menigeen, die minder modieus gekleed is, zal een welkome gast zijn om het aangenaam gesprek dat hij of zij weet te voeren, om den vroolijken toon dien hij weet gaande te houden of om zijne belezenheid.
Het spreekt vanzelf, dat men met een huisjapon niet op straat gaat, tenzij het slecht weer is; hiervoor is het visite- of wandelcostuum aangewezen.
Gaat men naar een diner of soirée, dan trekt men de beste japon aan van lichte dunne stof of zijde. Wanneer men lang van te voren uitgenoodigd is, gaat men gedecolleteerd of hals en armen bedekt met tulle.
Voor hen, die er zich ongerust over maken, dat hun toilet niet mooi genoeg is, heb ik alleen dezen raad: zorg er voor, dat gij er steeds onberispelijk en netjes uitziet en dat er niets aan uw toilet mankeert, dan zult ge er u nooit over behoeven te schamen.
Het wordt over het algemeen niet beschaafd gevonden om zich te blanketten of te verven, hoewel het in groote steden veel gedaan wordt, zelfs door waarlijk deftige dames. Ook met odeur moet men zeer voorzichtig omgaan en nooit twee of meer soorten door elkaar gebruiken. Een heel zachte, nauw merkbare geur kan niemand hinderen en is aangenaam voor de persoon zelve en ook voor anderen.
Voor de heeren is de keuze van toilet gemakkelijker dan voor de dames, daar voor feestelijke gelegenheden in beperkten kring de gekleede jas het aangewezen kleedingsstuk is, indien er meer gasten zijn, de smoking wordt gedragen en als galacostuum de rok dienst doet. Verder bevat een heeren-garderobe een of meer colbert costuums en indien er neigingen voor sport bestaan, een sportcostuum, meestal met korte broek.
Bij den rok moet men zich verder eenvoudig kleeden en vooral geen opvallende overhemdsknoopjes dragen. Er behoort een klein wit strikje als das bij. Bij de smoking draagt men een zwarte das, terwijl de gekleede jas een zwarte of gekleurde das en gekleurde handschoenen vereischt. Bij rok en gekleede jas behoort de hooge hoed. Daar de heerenkleeding over het algemeen niet flatteus is, moet er gelet worden op onberispelijk linnengoed en nette schoenen en laarzen.
OP STRAAT.
Op straat toont de beschaafde mensch zijn manieren door zich te houden aan de voorschriften en wetten, die de overheid voor de veiligheid en het gemak van voetgangers opgesteld heeft. Hoe vaak gebeuren er ongelukken doordat menschen naar den verkeerden kant uitwijken of nog op het laatste oogenblik de straat oversteken! Het verkeer op trottoirs en in straten wordt maar al te dikwijls belemmerd door eenige menschen, die met elkaar blijven staan praten of juffrouwen die met kinderwagens tegen den stroom in rijden. Maar op straat moet men ook de onderlinge beleefdheid nooit vergeten. Zoo moet men een vriend, die blijkbaar haast heeft, niet staande houden; wilt ge hem echter iets mededeelen, loop dan met hem mede. Een heer mag een dame niet ophouden, wel echter met haar meeloopen. Een dame spreekt slechts zelden een heer aan op straat. Op straat behoort men zacht te spreken en vooral nooit hardop namen te noemen, ook luid lachen staat niet voornaam, dat kan men thuis doen.
Men blijft nooit bij oploopjes staan en loopt door zonder om te kijken, ook als is men nog zoo nieuwsgierig om te weten wat er te doen is. Wanneer ge met iemand loopt, die door een u onbekende gegroet wordt, dan buigt gij even mede, als eene beleefdheid tegenover uw metgezel. Een jong meisje wacht natuurlijk totdat een haar bekende heer groet, waarop zij vriendelijk terug groet en hem even aanziet. Komt zij een echtpaar tegen, waarvan de dame ouder is dan zij zelve, dan kan zij het eerst groeten, eenvoudig en vriendelijk. Sommige menschen hebben de slechte gewoonte in de huizen naar binnen te gluren, wat zeer onbescheiden is.
Een jongmensch groet eene dame telkens als hij haar ontmoet, al is het kort na elkaar; bij een heer kan hij in dat geval met één groet volstaan. Wandelt de jonge man met een vriend, die iemand groet, dan moet hij eveneens den hoed afnemen. Spreekt de vriend iemand aan, die het jonge mensch niet kent, dan blijft hij op den achtergrond om het gesprek niet te storen of wandelt langzaam op; bij het verder gaan neemt hij weer den hoed af.
Een heer, die met een dame loopt, moet een handschoen, den linker, aanhebben en in die hand den anderen handschoen dragen. Wanneer hij iemand op straat een hand geeft, reikt hij dus de rechter, onbedekte hand. Een dame moet op straat altijd handschoenen aan hebben, doch daar wordt er in de laatste jaren maar al te dikwijls tegen gezondigd. Over het algemeen letten de Hollandsche dames vaak zeer weinig op haar toilet en meenen, dat het er 's morgens niet op aan komt en dat men dan rustig met slordige, scheefgeloopen schoenen en bloote handen rondloopen kan. Nu zijn echter juist schoenen en handschoenen zeer kenschetsend voor de meer of mindere beschaving eener vrouw en werpen vaak een helder licht op haar karaktereigenschappen. Een dame, die 's morgens boodschappen doet, draagt een eenvoudig costuum met niet te eleganten hoed. 's Middags, wanneer men bezoeken aflegt, wordt het wandeltoilet met goeden hoed aangetrokken. Een heer die met eene dame loopt, mag alleen rooken, wanneer hij haar heel goed kent en zij het hem toestaat.
Komt iemand, die rookt, een kennis tegen, dien hij moet groeten, dan neemt hij de sigaar uit den mond. Men moet er vooral op letten, nooit iemand den rook in het gezicht te blazen. Men houdt bij een gesprek op straat de sigaar in de hand, tot men afscheid heeft genomen en verder gaat.
Voor heeren, die met dames loopen, geldt de volgende regel: de heer gaat links van de dame. Is de straat in het midden met keien bestraat, waar langs een trottoir of bestrating van klinkers, dan laat hij de dame op de kleine steentjes loopen.
Het maakt altijd een aangenamen indruk, wanneer een heer of jonge dame op straat beleefd tegenover oudere lieden zijn, hen helpen bij het oversteken van een drukke straat of als zij een pakje of wandelstok laten vallen, dien voor hen oprapen. Ook is het beleefd, om iemand die u naar den weg vraagt, voorkomend te bejegenen en voort te helpen. Wanneer gij den weg niet duidelijk verklaren kunt, loop dan een eindje met hem mede en leg hem vervolgens den naasten weg eenvoudig en duidelijk uit; ingewikkelde en omslachtige verklaringen zijn verwarrend. Moet men zelf naar den weg vragen, dan neemt men eerst den hoed af, alvorens iemand aan te spreken.
Wanneer een dame in een volle tram komt, zal het haar aangenaam zijn, wanneer een heer haar zijn plaats afstaat; hij neemt daarbij den hoed af, waarop de dame even buigt en hem bedankt.
Bij het winkelen mag men rustig voor de winkeluitstallingen blijven staan. Gaat men met andere personen een theater, concertgebouw, station, postkantoor of ander gebouw binnen, dan eischt de beleefdheid dat men de deur even voor de volgende persoon open houdt. Bij zulke gelegenheden laten de heeren de dames natuurlijk voorgaan.
BEZOEKEN AFLEGGEN EN ONTVANGEN.
Bezoeken komen in ieders leven bijna dagelijks voor, en de verschillende soorten van bezoeken stellen alle weer andere eischen aan beleefdheid en beschaving; daarom juist wordt er zooveel tegen gezondigd.
De meeste menschen beschouwen bezoeken afleggen als een vervelende, maar zoo nu en dan noodzakelijke plicht, die zij uitstellen, totdat de beleefdheid er hen toe dwingt.
Men onderscheidt officiëele visites, gelegenheidsbezoeken, digestiebezoeken en de gezellige bezoekjes bij vrienden.
De officiëele visites worden met groote tusschenpoozen bij deftige kennissen afgelegd. Zij moeten zoo kort mogelijk, nooit langer dan een kwartier of twintig minuten duren.
Heeren maken dadelijk na het aanvaarden eener nieuwe betrekking een visite bij hunne meerderen en collega's. Dit geldt voor heeren, die op hetzelfde kantoor of aan dezelfde rechtbank werken en voor officieren van een garnizoensplaats. Men draagt dan de gekleede jas met hoogen hoed en gekleurde handschoenen, officieren in groot tenue. Verhuist een jongmensch naar een andere woonplaats, dan maakt hij natuurlijk bij alle kennissen een afscheidsbezoek; wordt hij niet ontvangen, dan geeft hij een visitekaartje af met in den linker benedenhoek p. p. c. erop. Ook maakt een heer een visite voordat hij op reis gaat. Men vermijde bezoeken af te leggen kort voor St.-Nicolaas, Kerstmis en Paschen, daar de meeste menschen het juist van te voren dan zeer druk hebben. Jongelieden leggen slechts zeer zelden 's morgens bezoeken af; dit is in Holland geen officiëele bezoektijd en slechts bij uitzondering geoorloofd.
Meestal zijn het de dames, die de visites maken; zij dragen daartoe (tenminste voor de officieele bezoeken) een gekleed wandeltoilet met onberispelijk schoone handschoenen en nette schoenen. Men veegt zijne voeten flink op de mat en laat overschoenen en parapluie in de gang staan. Heeren trekken hun overjas uit en komen alleen met den hoed binnen.
Tegenwoordig komen de vaste ontvangdagen of »jours« bijna overal voor; men houdt ze op een vasten dag elke week of om de veertien dagen. Op dien dag ontvangt de vrouw des huizes alleen of met hare dochters, de heer des huizes ontvangt gewoonlijk alleen Zondags mede. Van af twee uur kan men op zulk een »jour« verschijnen, ook heeren worden dan ontvangen. Tegen vier uur schenkt de gastvrouw thee; zij doet alleen den thee in de kopjes, die zij op een blaadje met melkkannetje, suikerpotje en lepelvaasje aanbiedt.
Men kan tot 5 uur toe bezoeken afleggen, daar de meeste menschen tegenwoordig om 6 uur of later eten.
Onder gelegenheidsbezoeken verstaat men visites ter gelegenheid van de geboorte van een kind, de kraamvisites, die alleen door dames worden afgelegd, waarbij het kindje vertoond wordt, en de baker daarvoor een fooi krijgt. Verder andere felicitatiebezoeken voor verjaardagen, die ongeveer tien minuten duren. En ten slotte condoleantiebezoeken, waarbij men vaak niet ontvangen wordt. Als dit onder de annonce in de courant vermeld is, dan behoeft ge alleen een kaartje in de bus te werpen. Als het goede kennissen van u zijn, die een verlies geleden hebben, dan schrijft ge dadelijk een kort briefje van deelneming en gaat er na tien of veertien dagen nog eens heen. Digestie-bezoeken brengt men na het ontvangen eener uitnoodiging voor een diner, bal, muziekavond, of wanneer iemand u door het geven van concert- of comedieplaatsen eene vriendelijkheid bewezen heeft. Dit bezoek is meestal stijf en moet op den tweeden of derden Zondag na den datum van het feest plaats hebben. Heeft de gastvrouw een »jour«, dan bezoekt men die de tweede week na het feest; hiertoe is men verplicht, ook al heeft men voor de uitnoodiging bedankt.
Contra- of tegenbezoeken brengt men binnen de 6 weken; met contra-rouwbezoeken kan men drie maanden wachten.
Wordt men door iemand uitgenoodigd haar eens te bezoeken of hebt gij zelf gevraagd om eens te mogen komen, dan eischt de goede vorm, dat ge uwe visitie binnen drie weken maakt.
Ten slotte hebben wij de bezoeken bij vrienden gemeld. Welnu, hiervoor bestaan geen bepaalde regels; gij gaat, wanneer ge er lust toe gevoelt en blijft zoolang gij wilt.
Nu nog een enkel woord over de visitekaartjes. Treffen wij iemand niet thuis, dan geven wij een kaartje aan een der hoeken omgevouwen, voor de geheele familie één kaartje.
Daar in iedere stad en vooral in kleinere plaatsen weer andere wetten en regels gelden voor het brengen van kaartjes bij aankomst en vertrek, moet men zich daarvan eerst op de hoogte stellen.
Stuurt men een kaartje om iemand geluk te wenschen, dan schrijft men er op p. f. (pour feliciter) of in 't Hollandsch m. h. g. (met hartelijken gelukwensch). Als condoleantie zet men p. c. (pour condoler) of m. d. (met deelneming). Om iemand voor eene beleefdheid te bedanken p. r. (pour remercier) of o. t. b. (om te bedanken).
Heeren, die bij oppervlakkige kennissen geen contra-bezoek wenschen te maken, kunnen alleen een kaartje afgeven; voor dames is dit echter onbeleefd. Men stuurt kaartjes, alleen met bovenstaande letters als drukwerk; zoodra er meer op wordt geschreven, gelden zij als brief.
Niet ieder kan goed bezoeken ontvangen en een aangename gastvrouw zijn.
De gastvrouw zorge er voor op tijd gekleed te zijn, om hare gasten niet te laten wachten. Door kalmte en rust zet de gastvrouw hare bezoekers op hun gemak en brengt een prettigen toon in den kring. Wanneer een dame of oude heer binnenkomt, dan gaat de gastvrouw hen tegemoet; oudere dames verzoekt men op de sofa, oude heeren in een gemakkelijken stoel plaats te nemen. Voor jonge meisjes en heeren behoeft de gastvrouw slechts op te staan en hen een paar pas tegemoet te treden. Op haar jour mag de gastvrouw wel een handwerk opnemen, dat zij echter neerlegt zoodra er visite komt; zij draagt een eenvoudige middagjapon.
Alle aanwezigen staan mede op, wanneer een nieuwe gast de kamer binnenkomt. De laatst-binnengekomene begroet de gastvrouw, vraagt naar haar welzijn, begroet de aanwezigen die hij kent en laat zich aan de anderen voorstellen. Het voorstellen gebeurt, door de namen der personen op te noemen. Stelt men een heer aan een dame voor, dan noemt men eerst zijn naam, dan den hare. Een jong meisje stelt men aan een oudere dame voor door eerst haar naam te noemen. Dus steeds eerst den naam van den jongere of minder hoog geplaatste. Moet men een heer aan vele anderen voorstellen, dan zegt men: »Mijnheer N.--Mevrouw A, Mejuffrouw B, Mijnheer C. enz.« Stelt men een getrouwde nicht of tante voor, dan zegt men dit er bij, »Mag ik u mijne tante, Mevrouw D. voorstellen?« Doet men dit niet, dan kunnen er licht verwarringen ontstaan.
De heeren brengen hun hoed mede, dien zij onder hun stoel of ongemerkt op een anderen stoel leggen. De gastvrouw vraagt aan een officier of hij zijn sabel niet wil afleggen. Wordt de heer voorgesteld, dan maakt hij een buiging: bij het weggaan kan men elkaar de hand reiken. Hij wacht echter, totdat de dame hem haar hand toesteekt; de jongere heer wacht, tot de oudere dit doet, de jonge dame tot de oudere dame haar de hand reikt.
De beleefdheid verlangt, dat de gasten recht en toch ongedwongen op hun stoel zitten, men mag vooral niet lui achterover leunen, met den stoel wippen, met de beenen over elkaar zitten of met de kwasten aan stoelarmen spelen.
Zijn er nog andere gasten, dan kan de gastvrouw natuurlijk niet zelf uitlaten. Ze staat op, wanneer de gast opgestaan is, reikt hem of haar de hand en schelt de meid om uit te laten. De gast buigt voor de anderen, en knikt de gastvrouw, die tot de deur medegaat, nog eens toe. Gewoonlijk laat men echter goede vrienden en kennissen zelf uit.
Wanneer een heer met een dame een visite maakt, schelt hij aan en laat haar 't eerst naar binnen gaan. De dame geeft het teeken om weg te gaan en neemt het eerst afscheid. Bij het opgaan van een trap gaat de heer vooruit, bij het afgaan de dame. Laat een heer eene dame uit, dan volgt hij haar tot aan haar rijtuig, dat hij sluit; eene dame zal dit echter niet van een ouden heer verlangen.
Dit zijn de voornaamste wenken, die u als bezoeker nuttig kunnen zijn. Indien gij ze opvolgt, zult gij u zeker gemakkelijk en rustig in het salon uwer kennissen bewegen en een welopgevoeden, beschaafden indruk maken.