Part 5
"Doe je na 't eten een spelletje met me?"
"'k Weet nog niet hoor," zei Eduard gapend, "'k heb nog een heeleboel te doen."
"Ik dacht dat je iederen avond spelletjes met ons zou doen!" pruilde Bep, die den heelen dag al zeurig geweest was van verkoudheid.
"Ik zeg je immers dat ik 't nog niet weet!" herhaalde Eduard knorrig. -- Vijf lastige sommen lagen nog op hem te wachten en een lange Fransche les, en hij had van de week nog heelemaal niet viool gestudeerd ook. -- Er was ook heusch geen tijd voor geweest, want ze hadden tot nu toe eigenlijk iederen dag schaatsen gereden. -- Zaterdag den heelen middag, Zondag, toen 't zulk prachtig helder weer geweest was en Tom en Lineke ook mee gegaan waren, en Maandag en Dinsdagmiddag ook al, want ze hadden die twee dagen om drie uur vrij gekregen, voor 't ijs. -- Heel veel huiswerk hoefde er die dagen ook niet gemaakt te worden, maar doordat ze telkens na 't eten nog spelletjes deden had het Eduard toch nog moeite genoeg gekost om 't op tijd klaar te krijgen, en dan zag 't er nog alles behalve netjes uit. -- Van vioolspelen was natuurlijk heelemaal niets gekomen, en Vrijdag had hij les!
"Ma, gaan we nu nog niet eten?" vroeg Lineke. Ze moest vanavond op visite bij een van de vriendinnetjes en ze had met Mientje afgesproken vroeg te komen.
"Ja, dadelijk, bel de anderen maar vast."
Een halve minuut lang stond Lineke om den hoek van de kamerdeur de tafelschel heen en weer te zwaaien, en langzamerhand kwamen ze allemaal opdagen. De juffrouw met Tom en Broertje, die in de speelkamer een Indianengevecht hadden gehouden, en nu met luidruchtig krijgsgeschreeuw de trap afdaalden, Piet, die in de keuken zijn schaatsen had staan afdrogen, want hij had zijn Vader een paar nieuwe afgebedeld en had daar nu nog bizonder veel zorg voor, Hugo, die naar boven was gegaan om zijn natte laarzen uit te gooien en pantoffels aan te trekken, en eindelijk ook Oom Tom, die even eerder dan de jongens was thuisgekomen en zijn uniform voor politiek verwisseld had.
"Edu, moet je je handen niet wasschen?" vroeg Tante Lina.
Eduard bekeek zijn vingers eens. Hij vond ze eigenlijk niet eens erg vuil, maar toch liep hij naar de keuken om ze onder de kraan te houden, en bood meteen Trijntje aan haar eens nat te spuiten.
"Met Sintjuttemis, als de kalveren op 't ijs dansen," zei Trijntje, die heel wat steviger was dan Rika, en die vandaag ook al niet bijster in haar humeur was, "en je handen ga je voortaan maar boven wasschen, dat geklieder in m'n keuken wil 'k niet hebben."
"En Bakker heeft zoo op z'n kop gehad!" vertelde Hugo, toen Eduard weer binnengekomen was en zijn stoel tusschen Oom Tom en Beppie ingeschoven had, want dat was zijn plaats gebleven, "van Leeuwen was woedend!"
"Ja, maar Wouters zei dat hij toch niets over dat overgeschreven werk gezegd had!" vulde Piet aan.
"Nou, dat zullen ze toch wel gesnapt hebben!"
"Och, dat weet je niet!" merkte Piet wijsgeerig op, "in ieder geval is er niets te bewijzen!"
"Praat toch niet zoo'n onzin, hoe kun jij nu bewijzen dat er niets te bewijzen is!"
"Je bent niet wijs! Als je nu toch ...."
"Jongens, houd op met dat gezanik," viel de Kapitein hen in de rede. -- Hij had al de halve week verhalen over die kwestie te hooren gekregen en had er nu zoo langzamerhand volkomen genoeg van. "Doe me nu 't plezier en verschoon me van verdere mededeelingen over die Bakker, ik wil er nu geen woord meer over hooren!" en om een ander onderwerp aan de orde te brengen vroeg hij aan Eduard of 't schaatsenrijden al wat beter ging.
"O, ik geloof heusch wel dat het beter gaat," zei Eduard, "veel beter dan Zaterdag tenminste, vond je ook niet Huug?"
Hugo haalde zijn schouders op en beweerde dat hij er Zaterdag niet geweest was. "'t Ging wel beter dan Zondag, je kwam nu heel wat vlugger vooruit!"
"Pa, weet u wie hier op de ijsbaan kampioen is?" vroeg Piet.
"Jij zeker!" antwoordde zijn Vader droogjes.
"Nee, Eduardje."
't Was een mop zooals Piet ze altijd verkocht, en waarmee hij gewoonlijk nogal succes had. -- Eduard vond 't dezen keer machtig flauw.
"'k Heb nog een vers gemaakt ook," zei Piet, die nog meer geestigheden in voorraad had.
"Zeg 't dan maar niet op," raadde Lineke aan, "'t zal wel niet veel soeps zijn!"
Maar Piet vond 't veel te jammer om Eduard, die hij nu eens tot mikpunt van zijn aardigheden gekozen had, niet nog wat te plagen, en van een oogenblik dat zijn Vader en Moeder met de juffrouw aan 't praten waren maakte hij gebruik om zijn vers half hard op te zeggen:
"Ik heb een aardig neefje, Dat op zijn schaatsen _rent!_ Zijn naam is Eduardje, 'k Wed dat je hem wel kent!"
"En jij bent een vervelend mispunt," viel Eduard nijdig uit.
Opeens voelde hij een krachtige hand op zijn schouder. "Bedaar jongen, bedaar!" kalmeerde Oom Tom, die van het vers alleen iets over "Eduardje" opgevangen had, en tegen Piet: "en dat steeds herhalen van 'Eduardje' moet nu uit zijn, daar is de aardigheid nu wel zoowat af. We noemen jou toch ook niet 'Pietje!'"
De Kapitein had het niet als een grap bedoeld, maar toch lachten ze allemaal, en Lineke knikte haar broer dadelijk toe met een "Dag Pietje!"
"Dag juffrouw bemoeial!" zei Piet, die zich niet gauw van zijn stuk liet brengen, en voor wie het hooren wilde deelde hij nog mede dat je 't zingen kon ook op de wijs van "Ik wou dat jij van was was."
"Spaar ons dat alsjeblieft maar," verzocht Tante Lina, "'t is hier al drukte genoeg!" Want Broer maakte nog steeds Indianen geluiden, en Tommy schopte aanhoudend tegen de tafelpoot.
"Ja, 't is of 't ijs ze in 't hoofd zit," verklaarde de Kapitein zuchtend. "Waarom kwamen jullie eigenlijk zoo laat thuis, jongens?" En toen het drietal zweeg: "He?"
"Nou," zei Hugo, "ik had haast nog niet gereden, en 't was vandaag de laatste dag," en Piet mompelde iets van "wist niet hoe laat het was."
"En waarom ging jij dan niet eerder naar huis?" vroeg Oom Tom aan zijn neefje.
"Omdat Hugo en Piet nog niet gingen," antwoordde Eduard, half verlegen, want hij vond zelf dat het klonk als: "Waarom lach je?" "Omdat _hij_ lacht."
"'t Zijn me de verontschuldigingen wél!" merkte de Kapitein op.
"Hadt u ons dan ook op de fiets laten gaan, dan waren we veel eerder thuis geweest," waagde Piet. Maar nu werd zijn Vader werkelijk boos en verklaarde dat ze verder van 't jaar heelemaal van 't ijs thuis konden blijven.
"'t Dooit nu ...." begon Piet, maar toen hij zijn Vader aankeek oordeelde hij het toch wijzer de rest maar voor zich te houden.
En Oom Tom vervolgde brommend: "Dat rent maar naar de ijsbaan en al het werk lijdt er onder ..."
Dat ellendige werk ook! En Eduard bedacht hoe door 't haastige schrijven zijn sommen Maandag zoo slordig waren geweest, dat hij er twee moest overmaken. -- En dat moest nu ook al vanavond! --
"Nu gaan we Lineke aankleeden voor de visite, en dan zullen we meteen Bep en die twee Indianen in bed stoppen!" zei de juffrouw na het eten, want zij ging zelf ook uit, en dan zorgde ze altijd dat de kleintjes eerst onder de wol lagen.
"Beppie gaat nog niet mee," vertelde 't kleine meisje, "Beppie gaat eerst spelletjes doen met Ee."
Piet begon te lachen; Eduard zag het toen hij zijn stoel opnam om die tegen den muur te zetten. Zijn humeur werd er niet beter op, want Piet had hem al eenige malen met die kinderachtige spelletjes geplaagd, en 't klonk dan ook onvriendelijker dan hij zelf wel bedoelde toen hij kortaf zei: "Op mij hoef je niet te rekenen, ik doe vanavond niet mee."
"En daarnet zei je dat je 't nog niet wist?"
"Toen wist ik 't ook nog niet, maar nu weet ik 't wel."
De tranen kwamen bij Bep voor den dag. "Maar ik wou spelletjes doen!" huilde ze.
"Kind, zeur niet zoo, ik heb geen tijd." En Tante Lina voegde er bij: "Maar Bep, wat is dat nu, je begrijpt toch wel dat Edu niet altijd zin heeft om spelletjes met jou te doen! Kom, droog gauw je tranen af."
"Ik heb geen zakdoek," snikte Bep, "en ik vind Ee een nare jongen!"
"Dank je voor 't compliment!" zei Eduard, maar Tante Lina wenkte hem dat hij nu maar liever verdwijnen moest.
Eduard ging naar de leerkamer, gooide met een ontevreden gezicht zijn boeken en schriften op tafel, schoof met een ruk een stoel aan en begon te rekenen. En hij keek zelfs niet op toen Hugo en Piet even later ook binnen kwamen en aan 't werk gingen.
Van uit de huiskamer drong nog het huilen en dwingen van Beppie tot Eduard door; dan weer hoorde hij Tante Lina's stem; en terwijl hij haastig voortschreef aan zijn sommen, verstond hij opeens toen de huiskamerdeur openging: "Beppie is stout!" Daarna hoorde hij de juffrouw, die met Lineke en de kleine jongens naar boven was gegaan, weer beneden komen; hij hoorde haar praten in de kamer en met Bep de trap weer oploopen; 't kleine meisje snikte nog steeds, en "Ee was ook niets lief!" meende hij nog te verstaan. -- Toen werd het stil in de gang.
En Eduard schreef weer verder, telkens gapend, met een akelig stijf gevoel in zijn armen en ijskoude voeten.
Lineke vertrok naar het partijtje, en Eduard hoorde de stem van den oppasser, die haar zou brengen. -- Met een slag viel de huisdeur achter hen dicht.
Heel stil was 't in de leerkamer, en half soezend luisterde Eduard naar 't suizen van 't gas en 't krassen van Hugo's pen, en even keek hij naar Piet, die vanavond bij uitzondering ook zoo heel rustig doorwerkte. -- En weer ging hij aan 't rekenen, totdat eindelijk om kwart over acht de twee oude sommen overgeschreven en vier van de nieuwe afwaren. -- Eén zou wel fout zijn, en de vijfde kende hij niet, maar er was geen tijd meer om langer te probeeren. -- Waar was dat vervelende Fransche boek nu? Eduard zocht op tafel en in zijn tasch, maar 't was niet te vinden, en toen bedacht hij dat 't boven was blijven liggen. -- In een vlijtige bui had hij 's ochtends onder 't aankleeden woordjes willen leeren, maar 't was bij 't goede voornemen gebleven, en hij had vanmorgen 't heele boek vergeten.
En Eduard liep naar boven om 't te halen. -- 't Zou zeker wel ergens op zijn kamertje liggen, op tafel of zoo. Maar hij vond het niet dadelijk, en toen hij licht wilde maken schenen de lucifers ook al verdwenen te zijn. Waar waren die lamme dingen nu toch? 't Maakte hem woedend, dat gezoek voor niets in 't donker, en eindelijk liep hij 't portaal weer over naar de meisjeskamer, om daar 't brandende nachtlichtje te halen.
Bij de deur bleef hij opeens staan. Wat was dat voor een geluid? Hij luisterde even. -- Was dat Bep die daar huilde?
Op zijn teenen liep hij naar binnen, zijn oogen op Beppie's ledikantje gevestigd. Bij 't flauwe schijnsel van 't nachtlichtje was van zijn kleine nichtje niets anders te ontdekken dan een verwarde blonde krullebol. Maar toen hij voor 't bed stond, waar de dekens half uithingen, hoorde hij heel duidelijk dat ze huilde.
"Beppie, slaap je niet?" vroeg Eduard, fluisterend om de kleine jongens in de kamer er naast niet wakker te maken.
Een hevig gesnik volgde.
"Bep, lieve kleine Bep, wat is er toch?" en Eduard boog zich over zijn nichtje heen.
Bep draaide zich half om, en even keken de groote blauwe oogen hem aan.
"Ik heb 't zoo vreeselijk warm," snikte een schor stemmetje, "en mijn dekens zijn aldoor weg!"
"Wil ik ze dan weer goed leggen?"
"Dat geeft toch niets, ze zijn telkens wéér weg!"
Eduard begreep niet wat hij met haar beginnen moest. -- Arme kleine Bep! Had hij maar met haar gespeeld, of was hij tenminste maar niet zoo onvriendelijk geweest! En wat moest hij nu toch doen? Hij kon nu toch maar zoo niet weer naar beneden gaan! En heel zacht vroeg hij: "Wil ik je dan even uit bed nemen, Bep, en alles weer over instoppen?"
"Ja," huilde Bep, en voorzichtig sloeg Eduard een deken om haar heen. -- Ze was eigenlijk te zwaar voor hem, maar met veel moeite tilde hij haar toch op den stoel naast 't bed.
"Ik wou wat drinken!"
Eduard ging naar de waschtafel en schonk een glas half vol water, telkens schrikkend als hij tegen iets aanstootte. En toen Bep gedronken had begon hij aan 't bed; eerst gooide hij de dekens er af; hij legde het laken recht en stopte het aan de kanten zoo stevig mogelijk in, en daarna zwoegde hij met de dekens tot zijn vingers er pijn van deden. Maar eindelijk was 't toch klaar. En voor dat hij Bep weer in bed tilde ging hijzelf nog even op den stoel zitten, en zijn kleine nichtje voorzichtig op zijn knieën nemende vroeg hij zacht dicht bij Beppie's oor, -- "Vind je me nu nog zoo'n nare jongen, Bep?" en even streek hij met zijn wang over het zachte haar.
"Nee, maar vanmiddag was je niets lief!"
"Dat weet ik wel, het spijt me erg." En stil bleef hij met haar zitten tot ze heelemaal bedaard was, toen hielp hij haar weer in bed kruipen en dekte haar toe.
"Nacht Bep!"
"Nacht Eetje!" klonk 't heel slaperig; "ik houd nu weer heel veel van je!"
[Illustratie - 12_slaperig.jpg]
Eduard draaide zich om, zijn oogen vol tranen, en met de lucifers in zijn hand liep hij op zijn teenen 't portaal weer over; 't nachtlichtje wilde hij nu liever maar niet meenemen.
In zijn kamertje stak hij de kaars aan; 't Fransche boek lag op zijn bed en zijn lucifers waren op de waschtafel verzeild geraakt. -- En voor hij de kaars weer uitblies maakte hij zijn koffer nog even open, en nam uit de chocola-doos van Vader een flik, die hij bij Bep bracht en met een zacht "mond open!" in Beppie's mond duwde.
"Lekker!" fluisterde Bep half slapend, "hoe kom je daaraan?"
"Van Vader gekregen voordat Vader wegging," legde Eduard uit, "ga nu maar gauw slapen!"
Toen holde hij de trap weer af. 't Was over half negen toen hij weer op zijn stoel in de leerkamer zat en op de klok keek.
"Wat heb je toch uitgevoerd?" vroeg Hugo, "ik dacht dat je al naar bed was!"
"Ik had jullie toch nog niet goeienacht gezegd!"
"Nee, maar je bleef zoo lang weg."
"Kon m'n Fransche boek niet vinden, en m'n lucifers waren weg, en ...."
"Och," viel Piet hem in de rede, "hij heeft natuurlijk vast een dutje gedaan! Heb je niet gezien dat hij de heele avond al heeft zitten gapen? En kijk z'n oogen eens raar staan!"
IX.
"Is er een brief van Vader voor me gekomen?"
Tante Lina keek verwonderd op van haar naaiwerk. -- "Een brief van Vader? Welnee! Hoe kom je daar zoo bij?"
"Ik dacht het zoo maar," zei Eduard teleurgesteld. Vanmiddag onder de aardrijkskundeles had hij er ineens aan gedacht: "Misschien is er straks als ik thuis kom wel een brief van Vader!" En nu was er niets!
"'t Zal nog wel een dag of wat duren voor je een brief krijgt," vervolgde Tante Lina. "'t Is vandaag Dinsdag -- laat eens zien -- nee, voor Donderdag kan er toch geen brief zijn. -- Zou Vader uit Port Saïd schrijven?"
"Ja, dat heeft Vader beloofd," verzekerde Eduard. Maar Tante ging er niet verder over door. "In de maat spelen," zei ze tegen Lineke, die piano studeerde, "Een twee drie vier, een twee drie vier!"
Eduard ging voor 't raam staan en trommelde tegen 't glas. Alles was ook zoo vervelend! Op school en thuis, overal was 't even akelig, en iedereen deed zoo vervelend, en hij was verkouden, en hij had zoo'n naar gevoel in zijn hoofd, en 't regende aldoor. -- En was er nu maar een brief van Vader geweest!
[Illustratie - 13_verkouden.jpg]
Dat was tenminste iets prettigs!
Donderdag pas. -- Dat duurde nu nog zoo'n eeuwige tijd! -- En was 't hier nu maar niet zoo ongezellig! Dat vervelende getjingel op die piano, en Tante Lina die verder maar niets meer zei! En waar zaten de anderen toch allemaal? Zeker boven ergens, maar 't kon hem eigenlijk ook niet schelen, hij had toch geen zin om iets te gaan uitvoeren! En stil bleef hij door het raam naar buiten kijken, in den tuin, waar alles er ook al zoo nat en saai uitzag.
Op school was 't al even ellendig tegenwoordig. 't Was vandaag nu al de tweede keer geweest sinds Vader weg was, dat hij had moeten schoolblijven omdat hij zijn Fransche les niet kende. Wat zou Vader er wel van zeggen als hij 't wist! Hier vertelde je 't natuurlijk niet, niemand vroeg er naar, 't ging ook niemand iets aan! Als Vader er geweest was had hij 't ook zeker die tweede keer wel gekend! Vader zou wel gemaakt hebben dat hij 't wist, maar als je hier aan Hugo vroeg om je te overhooren zei hij dadelijk: "'k Heb wel wat anders te doen!" en Piet wou wel, maar die vroeg zulke gekke dingen dat je er heelemaal niets mee opschoot. En Oom Tom wou hij 't niet vragen, want Piet en Hugo's lessen werden ook niet overhoord.
Lineke hield op met studeeren, vertelde dat ze niet meer kon zien.
"'t Is nog licht genoeg," zei Tante Lina, "ik kan ook nog wel zien te naaien. En anders speel je maar gamma's en vingeroefeningen, die heb je toch ook nog niet gehad."
"Die hoeven niet elken dag," zeurde Lineke.
"Nu, gisteren heb je ze ook niet gestudeerd."
"Toen had ik les!" En na een halve minuut, want haar Moeder naaide rustig verder: "Moeten ze nu toch?"
"Ja natuurlijk."
't Pianokrukje piepte toen Lineke zich weer omdraaide, en ze begon met haar loopjes.
Zuchtend stopte Eduard zijn handen in zijn zakken en duwde zijn voorhoofd tegen 't koude glas. Dat afschuwelijke eentonige pianospelen maakte hem nog ellendiger dan hij al was, en was er nu tenminste maar eens iemand die iets vriendelijks tegen hem zei, maar 't was net of alle menschen hem even naar vonden.
"Edu!"
"Ja Tante."
"Waarom ga je zelf niet eens een brief aan Vader schrijven? Vader vroeg nog of je vooral gauw schreef, weet je wel?"
Eduard kwam bij de tafel staan. "'k Weet niet wat ik schrijven moet." Tante Lina keek hem verbaasd aan.
"Weet je niet wat je schrijven moet? Je kunt toch vertellen over 't schaatsenrijden, en hoe 't je hier bevalt, en over school, en ...."
"Ik heb geen zin in schrijven ook," viel Eduard in de rede. In ieder geval hoefde Tante Lina hem niet te vertellen wat hij zetten moest! Als hij schrijven wou schreef hij toch wat hij zelf wilde!
"Nu, ga dan viool studeeren, dat heb je van de week bijna niet gedaan en morgen heb je immers les?"
"'k Heb Vrijdag pas les."
"Ik dacht dat je verteld hadt dat je 's Woensdags les hadt."
"Och ja, dat had ik vroeger ook," zei Eduard ongeduldig, "maar verleden week kon mijnheer Hofman niet, en daarvóór had Ik gevraagd of ik 't verzetten mocht omdat 't toen Woensdag Vaders laatste dag was, en nu heeft Mijnheer Hofman gevraagd of we nu vooreerst maar altijd op Vrijdag wilden komen. En studeeren kan 'k niet als hier piano gespeeld wordt."
Eduard schrikte zelf toen hij 't gezegd had, maar Tante Lina gaf hem heelemaal geen antwoord meer en liet hem stil staan. -- Had Tante nu toch maar iets prettigs bedacht! Dat vervelende taallesje maakte hij nu ook niet; 't was nogal kort, en dat kon best na het eten, maar wat moest hij nu dan doen?
Eentonig klonken de vingeroefeningen.
Tante Lina stond op om 't licht aan te steken en deed de gordijnen dicht. -- Toen nam zij zonder op Eduard te letten haar naaiwerk weer op.
"Tante."
"Wat is er?"
"Hebt u ook een velletje postpapier voor me? Ik wou toch maar aan Vader gaan schrijven."
"In 't schrijfbureau op Ooms studeerkamer, 't bovenste laadje rechts, haal daar maar een velletje uit en daar liggen de couverten ook."
"En waar moet ik dan gaan zitten?"
Tante Lina's geduld was eindelijk uitgeput. "Hé, jongen, zeur zoo niet, in de leerkamer niet natuurlijk, want daar is Keetje nog niet klaar met schoonmaken, maar je kunt toch wel ergens anders zitten! Hier, of boven, op je eigen kamertje, of blijf in Ooms studeerkamer, Oom komt toch pas laat thuis, en dan mag je 't gas optrekken, 't kan mij verder heusch niet schelen!"
Eduard liep naar boven; in Ooms studeerkamer leek hem nog 't aanlokkelijkste.
Even duwde hij de deur van de speelkamer open toen hij er langs liep; de kleintjes waren met den trein aan 't spelen en de grond was in een spoorwegnet herschapen. In 't midden van de kamer stond Piet, die zichzelf voor deze gelegenheid tot Directeur van de Spoorwegmaatschappij bevorderd had, zijn bevelen uit te deelen. -- "Chef!" riep hij tegen Tommy, "wie heeft de nachtdienst voor de Bazelexpres?"
"'t Is Beppie's beurt," vertelde Tom, en Piet vervolgde: "Nou, machinist, wil je dan alsjeblieft eens dadelijk een beetje gang in je locomotief brengen? Hij is al twee minuten over zijn tijd!"
"Ja maar de menschen zijn nog niet allemaal ingestapt!" beweerde Bep.
"Die moeten dan maar met de volgende mee, denk je soms, dat we daar op kunnen wachten? Allo, wind op, vlug een beetje!"
"Nou, Piet!" waarschuwde de juffrouw, die vanuit haar hoekje bij 't raam een oogje in 't zeil hield.
"Och drakement, hou je mond," mompelde Piet binnensmonds, en tegen Bep: "Vooruit nou!"
Beppie had de locomotief opgewonden en de machine rolde over de rails, achtervolgd door Broertje, die de trein nasprong met een luid: "Wou nog mee, wou nog mee!"
"Edu, kom je ook hier?" vroeg Tommy.
"Wel ja," zei Piet genadig, "we kunnen nog wel een wisselwachter gebruiken; heb jij daar soms liefhebberij voor, Eduardus?"
Maar Eduard antwoordde dat hij geen tijd had, een brief moest schrijven, en ging toen naar Ooms studeerkamer, waar hij 't licht optrok.
Gek, anders vond hij de spoor altijd leuk, maar hij had er vandaag evenmin plezier in als in iets anders; ze speelden ook precies even prettig, of hij er bij was of niet.
Uit het laadje nam hij een velletje papier en een couvert; toen zocht hij een penhouder op, ging aan Ooms hooge bureau zitten en begon te schrijven.
"Lieve Vader!"
Wat een ellendige pen! Eduard stond weer op om een inktlap te zoeken. Maar die was er niet, en daarom trok hij de pen er maar zóó uit, waarbij hij zijn vingers natuurlijk vol inkt maakte. -- Wel vond hij een nieuwe pen, maar toen hij dat ding in de penhouder wilde steken liet hij het in zijn haast op den grond vallen. Ongeduldig bukte hij zich om 't op te rapen, ging er bij op zijn knieën liggen tot hij 't eindelijk vlak bij de kachel vond -- en met de pen in zijn hand bleef hij even languit voorover op den grond liggen, zijn armen onder zijn hoofd, en zijn oogen dicht. -- Kon hij zich maar verbeelden, dat hij hier in Vaders kamer was! Dat hij hier bij 't gezellige open haardje lag, op 't harige kleed! Kon hij zich nu maar eens even verbeelden, dat Vader zoo meteen binnen zou komen, en hem overeind zou trekken, en met hem in de leunstoel zou gaan zitten, zooals die keer, toen Vader hem vertelde dat hij naar Indië zou gaan!
Maar dat kon natuurlijk niet. Vader was weg, heel ver weg, en het zou nog heel lang duren voordat Vader weer terug was. --
Als Vader nu eens heelemaal niet meer terugkwam? Als Vader nu eens dood ging in dat akelige Indië? Dan zou hij Vader heelemaal nooit meer zien; dan zouden ze nooit meer samen in die gezellige kamers thuis zijn; nooit meer in de huiskamer, of in de slaapkamer, of in Vaders eigen kamer, en nooit zouden ze meer samen in de groote stoel zitten, bij Vaders schrijftafel. -- En dan zou hij zeker wel altijd hier moeten blijven, bij Oom en Tante, waar niemand zich met hem bemoeide, en waar hij aldoor voelde, dat hij er toch eigenlijk niet bij hoorde!
Als Vader hem hier zoo alleen zag liggen, zou Vader dan medelijden met hem hebben, en willen, dat hij niet was weggegaan? En opeens hoorde hij Vaders stem weer: "Wil je probeeren Vaders moedige jongen te zijn?" -- Ja, dat had hij Vader beloofd. -- Toen dacht Eduard er aan, dat Vader hem nu, op dit oogenblik, zeker niet moedig zou vinden. Wat moest hij zeggen, als Vader weer terug was? Dat hij 't maar heelemaal niet geprobeerd had, om moedig te zijn? O, Vader kwam zeker terug, natuurlijk kwam Vader terug! En nu wist hij ook opeens wat Vader zeggen zou als Vader hem hier zag, 't was hetzelfde dat hij misschien wel honderd keer van Vader gehoord had: "Kom Pepi, zou je nu niet eens aan het werk gaan?"
Eduard stond op, en schoof de pen in de penhouder. Hij hield niet van brieven schrijven, maar Vader zou 't zeker prettig vinden iets van hem te hooren.
Toen ging hij weer aan 't bureau zitten en begon opnieuw, en ijverig schreef hij deze keer verder, alleen zoo nu en dan even wachtend om te bedenken, wat hij verder zetten zou.
"Lieve Vader!