Eduard Kerner

Part 3

Chapter 34,295 wordsPublic domain

Een uitbundig gelach volgde, en Bep keek verwonderd rond.

Broertje, die het niet geschikt vond dat er van zijn zusje zooveel meer notitie werd genomen dan van hem, schoof met een boos gezicht het bordje met de netjes in dobbelsteentjes gesneden boterham van zich af, en verklaarde: "Ik wou niet meer eet."

Niemand lette op hem, behalve de juffrouw, die kalm het bordje weer naar hem toeschoof, met een "dooreten, Broer."

Maar Broer liet zich niet gauw lijmen, en 't kostte de juffrouw veel moeite, er nog een halve boterham in te stoppen. -- Broertje mopperde hevig, maar niemand luisterde naar hem. Bep peuzelde met een tevreden gezichtje haar bordje leeg, en Eduard keek vol aandacht naar Hugo, die op school pas de electrische schel behandeld had, en nu zijn Vader wilde overhalen het geheele huis van boven tot beneden van electrische schellen te voorzien. De anderen zaten te ver van Broer af om op hem te letten.

"Heusch Pa," zei Hugo, "'t zal zooveel niet kosten, en als u nu maar goed vindt dat ik alles wat ik noodig heb voor uw rekening laat opschrijven, dan zal ik het allemaal fijn in orde maken!"

"Zeker," antwoordde de Kapitein, "en dan op de manier van Piet, die de tuin wel in orde zou maken toen we hier kwamen wonen; er werd tuingereedschap gekocht, twee maanden bleef alles liggen, en ..."

"Nou ja Pa, maar dat kwam ..." begon Piet, en Hugo viel hem haastig in de rede: "Maar ik zal dit nu heusch wel netjes doen, toe Pa, zegt u nu maar dat het goed is, het zal heusch zoo gemakkelijk zijn!"

"Ja, heel gemakkelijk, dat denk ik ook; dan bellen de heeren boven op hun slaapkamer: 'Keetje, wil je eens even aan Ma zeggen dat er geen enkele knoop meer aan mijn broek zit!'"

Tante Lina lachte, en Hugo, half hopend dat hij het gewonnen zou hebben nu Pa er gekheid over maakte, besloot: "Dus u vindt het goed, Pa?"

"Tut, tut, dat zeg ik niet, ik zal er eens over ..."

"Ik wou niet meer eet!" klonk het opeens boven alles uit, en Broertje gooide met een driftige beweging zijn melkkroesje, dat hij juist had leeggedronken, op den grond, schuins naar zijn Vader glurende om te zien, hoe deze nieuwe stoutigheid zou worden opgenomen.

"Hei jongenheer, wat is dat? Wat wou je niet meer?" informeerde de Kapitein streng.

"Ik wou niet meer eet!" herhaalde Broer, maar heel wat kalmer nu.

"Zoo? Waarom niet?"

"Och, Broertje is ondeugend," zei de juffrouw, "hij wilde eerst een boterham alleen met gelei hebben, en nu wil hij niet eten omdat er geen boter onder is!"

"Foei Broer," zei Tante Lina, "eet gauw op!" Maar Broertje hield koppig vol: "Wou niet meer eet!"

Zijn Vader keek hem strak aan.

"Broertje, waarom heb je je kroes op den grond gegooid?"

[Illustratie - 09_kroes.jpg]

Broer wreef met zijn wijsvinger over de plek waar de kroes gestaan had, toen draaide hij zich half om, boog zich over de zijleuning van zijn stoel, en bleef zoo aandachtig kijken naar het bewuste voorwerp op den grond.

Het was zoo'n vermakelijk gezicht, dat Eduard niet kon laten er om te lachen.

"Nu, Broer?"

Broer had bedacht wat hij zeggen wilde. -- "Kroesje wou niet meer op de tafel staan," verklaarde hij, "en daarom is kroesje op den grond gaan liggen." En weer naar beneden kijkend: "Toute kroes, wil jij wel eens gauw weer bij Broertje komen!"

Lineke en de jongens hadden dolle pret, en zelfs de Kapitein keek gauw een anderen kant uit.

De juffrouw wilde 't nog eens probeeren, en hield weer een hap voor Broers mond, maar hij liet zich niet foppen, en begon dadelijk weer met zijn zeurig "wou niet meer eet!"

"Nu, dan laat je het maar," zei de Kapitein koeltjes, "en verdwijn dan meteen maar gauw. Ga maar naar de leerkamer en blijf daar een poosje."

Nu begonnen Broers tranen te vloeien. "Wou niet weg!" riep hij, en hij klemde zich stevig aan zijn stoel vast.

"Broertje, moet ik je komen halen?" Een heftig nee-schudden was het eenige antwoord.

"Vooruit dan; een, twee, drie, opgemarcheerd marsch!"

Nu liet de kleine jongen zich van zijn stoel afglijden en huilend holde hij de kamer uit.

"Kinderen die nog niet weten, hoe ze zich behooren te gedragen, moeten maar verdwijnen," zei de Kapitein.

Eduard dacht aan iets dat gisteren gebeurd was, dat hier zoo veel op leek, en dat toch zoo heel anders was. Gewoonlijk was hij aan tafel druk genoeg, maar nu was hij heel stil, niet thuis als hij zich voelde in de roezige drukte om hem heen. Hij luisterde stil naar het gepraat van zijn neefjes en nichtjes, die steeds doorbabbelden en lachten; aan scènes als die van zooeven met Broer waren ze al lang gewoon.

"Eet jij nu nog eens een boterham," zei Oom Tom.

Maar Eduard bedankte; hij had geen trek meer.

"Ik wel," zei Piet, en etend vertelde hij dat de ijsbaan Zaterdag geopend werd als 't bleef vriezen. "Heb je ook je schaatsen meegebracht?" vroeg hij.

"Nou of ik," zei Eduard dadelijk.

"Als hij open is, hol ik er Zaterdag na de koffie dadelijk naar toe," verklaarde Piet "of ik ga op de fiets, dan ben ik er nog gauwer. Mag dat Pa?"

"Eet nou eerst je boterham maar op," antwoordde de Kapitein, "we zijn allemaal klaar." En tegen zijn vrouw: "Wanneer komen de van Marens nu eigenlijk, vánavond of mórgenavond?"

"Vanavond."

"O ja, juist." -- Oom Tom keek op de klok en stond op. "Ik moet weg, laat jij Broer meteen even uit de leerkamer? Tot straks dan. -- Dag juffrouw, dag jongens!"

De Kapitein sloot de deur achter zich, en ook de juffrouw stond op, om met Bep en Tommy naar de speelkamer te gaan.

't Gaf in eens een heele leegte.

"Edu," begon Tante Lina, "vertel eens, zit je in een prettige klas?"

"Jawel, Tante."

"En heb je aardige vrinden?"

"Theo de Beer is een leuke jongen, en Meertens ook wel, die zit achter me."

"Is dat die jongen met die kalfsoogen?" vroeg Piet.

"Meertens heeft geen kalfsoogen!" begon Eduard verontwaardigd, maar Tante Lina viel hem in de rede: "Och, hij plaagt maar wat, hij kent die jongen niet eens!" En verder vragend: "Wanneer maak jij meestal je huiswerk, Edu, óók 's avonds?"

"Ik begin haast altijd dadelijk als ik uit school thuis kom, en als ik dan niet klaar kom maak ik 't 's avonds af!"

"Kijk eens aan, dat komt prachtig uit; Piet en Hugo werken altijd 's avonds, dus als je dan om vier uur naar de leerkamer gaat heb je 't rijk alleen, en dan kun je daar heel rustig en op je gemak werken."

"Graag Tante."

Tante Lina stond op en begon de bordjes in elkaar te zetten. -- "Willen jullie nu een van allen Edu zijn kamertje eens wijzen?"

Lineke was met haar boek bij het raam gaan zitten en Hugo keek zijn les nog eens over. Piet was de eenige die niets deed. Toen hij geen aanstalten maakte vroeg zijn Moeder nog eens: "Piet, wil jij 't doen?"

"Graag Tante," zei Piet met een hooge stem, en Eduard een arm aanbiedende: "Waarde neef, mag ik het genoegen hebben u naar boven te begeleiden?"

In de gang liet hij zijn "waarde neef" los, en rende vooruit de twee trappen op. -- "Je slaapt naast Huug en mij," vertelde hij. "Ben jij 's morgens nogal vroeg wakker?"

"Ja, meestal wel."

"Nou, bons dan eens flink tegen den muur en por ons op, wij zijn echte slaapkoppen."

"Goed, maar roep mij dan ook als jullie eens vroeg bent!"

Piet had de deur van 't logeerkamertje opengedaan. "Betreed dit heilige der heiligen met gepasten eerbied!" fluisterde hij.

Eduard lachte, en liep naar binnen.

"Nou, ik smeer 'm, hoor! 'k Heb om half twee school," verkondigde Piet, die met zijn handen in zijn zakken op den drempel was blijven staan. "Dag Eduardje!" en op zijn hielen draaide hij zich om.

"Da-ag!" zei Eduard.

Hij keek eens om zich heen. -- 't Was een klein, helderlicht kamertje. -- Aan den eenen kant, tegen den muur die aan de kamer van Hugo en Piet grensde, stond het bed met de geelkoperen knoppen, en even streek Eduard zacht over de vouwen in 't schoone linnen.

Tegen den anderen muur stonden de waschtafel en een kastje, en voor 't raam op een klein tafeltje zag hij een kandelaar met een nieuwe kaars, een doosje lucifers er naast.

Eduard keek naar de schoone handdoeken op de waschtafel en naar 't nieuwe stuk zeep in 't zeepbakje; toen, aarzelend omdat hij niet wist of 't wel mocht, trok hij de deur van 't kastje, die op een kier stond, open. 't Was heelemaal leeg. -- Zeker voor hem, om allerlei dingen in te leggen. -- Maar gauw deed hij de deur weer dicht toen hij dacht dat er iemand naar boven kwam, en stil bleef hij staan luisteren. -- Nee, hij hoorde nu niets meer, zeker was 't dus verbeelding geweest.

Eduard liep naar 't raam om naar buiten te kijken, en daar opeens, naast 't bed tegen de muur, zag hij een oude bekende staan. 't Was zijn koffertje. De doos, die Rika 's morgens gebracht had, en zijn vioolkist stonden er bij. Eduard verlangde er opeens naar, nu nog meer bekende dingen te zien, en hij draaide den sleutel, die in het slot stak om, en lichtte het deksel van den koffer op.

't Eerste wat hij zag was een klein pakje, dat hij zich niet herinnerde gezien te hebben toen de koffer dicht ging. 't Was in bruin papier gepakt, en met Vaders bekende letters stond er op geschreven: "Voor Pepi."

Eduard trok aan het touwtje en ongeduldig scheurde hij het papier er af. 't Was een doos chocola. Dat was nou net iets voor Vader, om zoo iets te bedenken! Vader bedacht altijd van die aardige, echt leuke verrassingen, waar je heelemaal niet op rekende!

Hij opende de doos, die gevuld was met groote flikken, en stak er onmiddellijk een in zijn mond. -- Was Vader er nu maar, om ook mee te eten! Om alleen chocola te eten was toch lang zoo gezellig niet! Maar hij hoefde ook eigenlijk niet alleen te eten; straks, na het eten bijvoorbeeld, kon hij de doos mee naar beneden nemen en al de neefjes en nichtjes presenteeren, dat zouden ze zeker wel leuk vinden!

Maar dan was 't ook eigenlijk ineens op! Was 't niet prettiger om de doos maar hier te houden, en er alleen maar zelf een te nemen als hij er erg veel trek in had? Dan kon hij hem later altijd nog eens mee naar beneden nemen, dat hoefde toch ook niet dadelijk, en dan eerst maar maken dat niemand hem vond. -- Maar waar zou hij hem dan stoppen? In 't kastje? Dat durfde hij toch niet op slot te doen!

Besluiteloos keek Eduard naar de doos. Liever maar in 't koffertje, dat was eigenlijk nog het veiligst! Hij raapte het papier op en begon de doos weer in te pakken. -- Wat vreeselijk lief toch van Vader, om daar met al die drukte nog aan te denken! Waar zou Vader nu zijn? Om één uur zouden ze uit Arnhem gaan, dus Vader was zeker nog wel in het land, maar wie weet hoe kort nog maar! En in eens bedacht hij dat hij iederen keer als hij een flik uit de doos nam daarbij aan Vader wilde denken; hij peuterde aan het touwtje om den knoop los te krijgen, maar 't ging slecht met zijn koude vingers. 't Was hier boven ook wel verschrikkelijk koud! Zou de ijsbaan heusch Zaterdag open zijn? 't Zou leuk zijn! Gauw nog even zijn schaatsen opzoeken, dat kon nog net voor hij naar school moest! Hij rommelde in den koffer, maar vond ze niet dadelijk, zeker lagen ze heelemaal onderin! Vlug gooide hij een paar dingen die hem in den weg lagen op den grond, zijn schoenen, wat ondergoed, een paar boeken, een blouse, ja, daar waren de schaatsen ook! Eduard bekeek ze even; ze zagen er nog prachtig uit, verleden jaar was er heelemaal geen ijs geweest, en het jaar daarvoor had hij ze pas nieuw gehad, en er ook maar een keer of vier op gereden. -- Hij dacht aan den eersten keer dat hij er toen op gestaan had, en aan al de buitelingen die hij toen gemaakt had; 't zou nu zeker wel veel beter gaan!

"Edu, moet je niet naar school?" klonk het beneden.

Eduard keek verward naar den rommel om hem heen. "Ja Tante, ik kom!" riep hij. Er was nu geen tijd meer om alles op te ruimen, dat moest dan vanavond maar; haastig legde hij de schaatsen op een stoel en de doos chocola in den koffer, toen klapte hij het deksel dicht en draaide den sleutel om. -- Waar moest hij dat ding nu laten? Zoo maar los in zijn zak? Niet erg veilig, beter aan zijn horloge-ketting. -- Sleuteltje en horloge werden bij elkaar weggestopt, toen liep Eduard vlug naar beneden.

Een verdieping lager stak Beppie haar krullebol om den hoek van de speelkamerdeur. "Eetje!" riep ze, en naar hem toekomend: "Doe je na het eten een spelletje met me?"

"Wat voor spelletje?"

"Een leuk spelletje!"

Eduard begon te lachen. "Ja, goed," beloofde hij. Toen holde hij verder de trap af.

VI.

"Jij bent 'm, jij bent 'm!"

Helder klonken de hooge kinderstemmen door de ruime, marmeren gang.

Tommy, die 'm was, had zijn eene been opgetrokken, en hinkte op het andere zoo vlug mogelijk zijn zusjes en Eduard achterna, om ze een van drieën te tikken. 't Was moeilijk genoeg, want ze waren naar het wijde middengedeelte van de gang gevlucht, tusschen de trap en de leerkamer, en Tommy had het hard te verantwoorden; de anderen konden zich op hun twee beenen heel wat vlugger bewegen dan hij op één, en vroolijk dansten en sprongen ze om hem heen met hun steeds herhaald uitdagend gezang: "En Tommy is 'm, en Tommy is 'm!"

Telkens klonk een luid gegil, als ze een van allen bijna gepakt werden; als ze dan nog juist bijtijds aan Tommy's grijpende handen ontglipten ging er een gejuich op, en dan volgde weer 't refrein: "En Tommy is 'm!"

Tommy kreeg 't er warm van. Even bleef hij tegen den muur staan om uit te rusten, toen begon hij weer met nieuwen moed; opeens verloor hij zijn evenwicht en bonsde tegen de deur van de leerkamer aan.

[Illustratie - 10_hinken.jpg]

"Toe nou!" riep een booze stem, maar 't verstoorde de pret in de gang niet, en Tommy hinkte met zoo'n vaart naar de trap toe, dat Lineke nauwelijks kon ontsnappen. Vlug als een aal was ze over de trapleuning gegleden, en twee treden hoog staande zong ze, met een kleine variatie op 't thema van straks, op de wijs van "In Holland staat een huis": "En Tommy is 'm nog, en Tommy is 'm nog!" Bep en Eduard deden dadelijk mee, en Bep vond 't zoo leuk, dat ze op een vervaarlijke manier begon te springen.

Tommy, aangevuurd door 't gezang, was naar haar toegehinkt, en Bep, die vlak bij 't traphoekje stond, merkte het te laat om nog weg te loopen. -- "Nee, nee!" gilde ze, maar 't hielp haar niets, en ze werd getikt.

De anderen lachten, en Eduard viel dadelijk in: "En nu moet Bep 'm zijn; en nu moet Bep 'm zijn!"

Bep hinkte er dapper op los, en Tommy, dolblij dat hij het gebruik van zijn twee beenen weer had, holde van 't eene eind van de gang naar het andere, en schreeuwde zoo opgewonden, dat zijn Moeder hem van uit de huiskamer waarschuwde met een: "Niet zoo druk zijn, Tommy!"

't Viel kleine Bep niet mee. Ze werd erg moe van 't hinkelen, en bleef telkens uitrusten; toch vond ze 't echt leuk, zoo heelemaal met de grooten mee te mogen doen, en haar blauwe oogen straalden van pret. -- Maar eindelijk hijgde ze zoo, dat Eduard medelijden met haar kreeg, en toen liet hij zich maar vangen.

"Nou heb ik je getikt!" riep Bep verrukt, en Tommy, die de trap half op was geloopen en nu over de leuning hing, schreeuwde: "Ouwe Ee, ouwe Ee!"

"Je mag niet op de trap!" riep Lineke, en Eduard zei dadelijk: "Nee, dat mag niet, kom naar beneden, Tom!"

"Ga jij dan een eindje weg!"

"Ja, ik ben al weg!" Eduard hinkte een paar passen achteruit; "ik zal wachten tot je weer beneden bent!"

Stampend kwam Tommy de trap af, en toen hij in de gang stond begon hij onmiddellijk weer met zijn uitdagend: "Ouwe Ee!"

"Wacht, ik zal je krijgen!" Eduard hinkte met zulke groote passen naar hem toe dat Tom zoo vlug mogelijk maakte dat hij wegkwam. -- Eduard draaide zich lachend om; de kleintjes konden hem dezen keer niet schelen, Lineke moest er aan gelooven, en nu begon er een wilde jacht, waarbij hij Lineke steeds in het oog hield, en waarbij Bep en Tommy hem telkens in den weg liepen, steeds juichend: "En hij kan ons lekker niet krijgen!"

Hij had de kleintjes al lang kunnen pakken als hij gewild had, maar 't was hem dezen keer om Lineke te doen, en dat kind was hem telkens te vlug af.

"Je loert aldoor op mij!" riep ze, en ze schoof weer weg langs de deur van de leerkamer, juist toen Eduard haar grijpen wilde.

"Kinderen, komen jullie nu toch binnen!" riep Tante Lina, "'t is veel te koud om zoo lang in de gang te blijven!"

"Toe Tante, nog even!" vroeg Eduard, warm en rood van inspanning, en weer hinkte hij Lineke achterna, en weer was 't een gejoel en gejuich en gehol, tot hij haar eindelijk in een hoekje had waaruit geen ontsnappen meer mogelijk was. -- Toen bleef ze hijgend tegen den muur aanleunen, en lachend liet ze zich tikken, tot groote pret van Tom en Bep.

In optocht gingen ze naar binnen, Tommy voorop en Eduard er achter, de twee nichtjes aan zijn armen hangend.

"Wat zijn jullie druk!" Tante Lina schudde het hoofd, en de Kapitein keek van zijn courant op en zei, op Eduard wijzend: "Maar je hoeft anders niet te vragen of die hier soms al ingeburgerd is!"

"'t Was leuk!" verklaarde Lineke, en nog puffend van 't harde loopen schoof ze een stoel aan de tafel en klapte haar boek open.

Beppie hield Eduard stevig vast; "nu nog een ander spelletje!" vleide ze.

"Een ander spelletje naar bed!" zei haar Moeder. "Denk je dat Edu maar altijd zin heeft om spelletjes met jou te doen?" en tegen Eduard: "Is je werk al af?"

"Bijna, Tante, 'k moet alleen nog een Fransche les leeren," en haastig voegde hij er bij: "maar ik kan best eerst nog een spelletje doen!"

Tante Lina lachte. "Nog even dan, maar dan ook dadelijk meegaan als de juffrouw komt, Bep! Broertje is al lang onder de wol, wed ik!"

Bep knikte ijverig, en wees naar de open haard in de voorkamer. "Mogen we dan daar zitten?"

Tante vond 't goed, en Eduard werd meegetrokken. Gehoorzaam ging hij naast Bep op 't haardkleed zitten, voor 't zacht knappende vuurtje. -- Even keek hij nog om, of Tommy niet mee kwam doen, maar die werd door zijn Vader beziggehouden; toen draaide hij zich weer naar Beppie toe, die hem al ongeduldig aan zijn mouw trok, en hij vroeg: "Wat moeten we spelen?"

"'k Zie 'k zie wat jij niet ziet!" bedacht Bep, "jij moet eerst opgeven."

"Goed," vond Eduard, "ik weet al wat, 't is blauw." Hij dacht er opeens aan hoe hij vroeger, toen hij nog heel klein was, met Moeder dit spelletje gedaan had; later heelemaal niet meer.

"Zoo is 't niet, je moet zeggen: "'k Zie 'k zie wat jij niet ziet," en dan moet ik zeggen: 'Wat zie je dan?'"

En Eduard herhaalde geduldig: "'k Zie 'k zie wat jij niet ziet!"

"Wat zie je dan?" vroeg Bep deftig.

"Iets blauws."

Bep keek om zich heen.

"De gordijnen?"

"Nee."

"'t Behang?"

"Nee."

"'t Tafelkleed?"

"Nee."

"Dit blauw?" En Bep duwde haar wijsvingertje op een stukje blauw in 't kleed op den grond.

"Nee."

"Iéts van dat blauw?"

"Nee, heelemaal niet; 't is ook niet donker maar lichtblauw!"

Beppie keek nog eens rond. "O, 'k weet het al!" riep ze met haar hoog stemmetje, "dat blauwe jurkje van dat kindje op dat schilderij!"

Eduard keek er naar en lachte; 't heele poppetje was niet grooter dan zijn duim. "Nee."

"'t Stukje lucht dan?"

"Ook niet." En nog eens herhaalde Eduard, nu sterk den nadruk leggend op de vier laatste woorden: "'k Zie 'k zie, _wat jij niet ziet!_"

"Zie ik 't echt niet?"

"Nee," lachte Eduard, "je ziet 't echt niet."

"Ja, maar kán ik het niet zien?"

"Nee, je kunt het zelf niet zien!"

"En zie jij 't dan wel?"

"Ja, ik wel."

Bep greep naar haar krullen. "Mijn haarlint?" vroeg ze, en ze trok aan de strik.

Eduard knikte lachend, en Bep schudde haar krullen weer naar achteren. "'t Was moeilijk," zei ze ernstig, "maar ik vind toch dat ik het erg gauw geraden heb, jij niet?"

"Ja, erg gauw; nu moet jij opgeven!" Beppie keek Eduard even nadenkend aan, en begon toen te lachen. Toen keek ze met een eigenwijs gezichtje naar de deur, naar de muur, en naar 't plafond, en zei langzaam, steeds naar boven kijkend: "Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet!"

"Wat zie je dan?"

"Iets bruins!"

Eduard was plotseling in een andere stemming vervallen. -- "Iets bruins, iets bruins?" begon hij, "er is hier niets bruins!" En naar boven kijkend: "je dacht zeker dat 't daar boven bruin was, he? Maar dat heb je lekker mis, hoor, dat dacht je maar, of je hebt met je neus gekeken, want dat is wit, en dat _blijft_ wit!" En met zijn handen om zijn knieën geslagen, half achteroverhangende, keek hij Bep plagend aan.

Beppie gierde het uit van pret. "Dommerd!" riep ze, "jij kijkt zelf met je neus! Zie jij hier niets bruins? Haast alles ziet hier bruin!"

Eduard keek haar bedenkelijk aan en krabde zich achter zijn oor. -- Toen begon hij, steeds malle gezichten trekkend, achtereenvolgens al de meubels in de kamer op te noemen, en lachend schudde Bep haar bol bij iederen nieuwen stoel dien hij aanwees.

"Beppie! 't Is bedtijd!" klonk de stem van de juffrouw uit de achterkamer. Bep hoorde 't niet eens, verdiept als ze was in haar spel.

"Bep, ga je mee naar boven?" De juffrouw was door de openstaande suite-deuren naar het tweetal op het haardkleed toegekomen.

"Nog heel eventjes, toe Juf?" smeekte Bep, en tegen Eduard: "Heb je 't nu nóg niet geraden?"

De juffrouw stak Bep haar beide handen toe, en 't kleine ding liet zich optrekken; toen greep ze Eduard stevig bij zijn mouw vast om 't naar bed gaan nog even te verschuiven.

"Ik geef 't op, Bep!"

"Geef je 't op?" kraaide Beppie, aan een hand met de juffrouw meeloopende, en omkijkende: "'t Zijn je oogen, jouw eigen oogen!"

Lachend stond Eduard op, en langzaam volgde hij ze naar de achterkamer, waar kleine Bep aan 't nachtzoentjes uitdeelen was.

"Dat is een leventje, he Prul?" en vroolijk tilde de Kapitein zijn jongste dochtertje in de hoogte; "ik geloof dat die neef van jou een bovenste beste speelkameraad is! Je mag hem wel heel hartelijk bedanken, hoor!" Toen zette hij haar weer op den grond, en Bep trippelde naar haar Moeder toe. Tante Lina hield haar hand even tegen Beppie's wang. "Kindje, wat ben je warm!" En tegen de juffrouw: "Zouden we haar niet wat om doen in dat koude huis? Neemt u dien grooten doek maar uit de gangkast!"

De juffrouw verdween om den doek te halen, en Bep zoende Tommy en Lineke en kwam toen met een vooruitgestoken mondje naar Eduard toe; hij voelde opeens dat hij een kleur kreeg toen hij zich naar haar toe boog. -- "Dank je wel dat je zoo prettig met me gespeeld hebt, Eetje!" zei ze. En toen werd ze door de juffrouw in den grooten wollen doek gepakt en mee naar boven genomen.

De Kapitein liet Tommy verder lezen en ook Lineke verdiepte zich weer in haar boek. Eduard bleef nog even bij de tafel staan niets doen, zijn handen in zijn zakken.

Tante Lina had al een paar keer opgekeken. -- "Jongen, ga wat uitvoeren!" zei ze eindelijk; "heb je niet gezegd dat je nog een les moest leeren?"

"Ja Tante, moet ik dat hier doen, offe ....?"

"Ga maar bij Hugo en Piet zitten, daar zit je rustiger dan hier."

Eduard trok naar de leerkamer, waar hij 's middags ook al had zitten werken, en waar zijn neven nu bijna de heele tafel in beslag hadden genomen. "Kan ik hier ook zitten, zeg?" vroeg hij met een twijfelachtig gezicht naar den rommel kijkend, en Hugo schoof zonder op te kijken een paar boeken op zij. -- Piet, die wanneer hij zat te werken blij was met iedere variatie, was opgestaan, en zette nu met een sierlijke buiging een stoel voor Eduard neer. "Zeker meneer, zeker!" zei hij gedienstig, "gaat u zitten, meneer!"

Een oogenblik had Eduard lust, hem een klap te geven, maar hij bedacht zich juist bijtijds, en zonder iets te zeggen bukte hij zich, om uit zijn tasch zijn Fransch boek op te visschen. Toen zocht hij zijn les op en begon te leeren.

Piet was weer gaan zitten en had zijn bezigheden voortgezet, die hoofdzakelijk bestonden uit het illustreeren van zijn geschiedenisboek. Al gauw zat Eduard er naar te kijken.

"Mooi, vind je niet?" begon Piet, hem het boek onder zijn neus duwend. Eduard lachte even om de malle poppetjes.

"Dat is Kreek," legde Piet uit, "weet je wie Kreek is?"

"Nee?"