Dramatische werken

Chapter 29

Chapter 293,673 wordsPublic domain

MEVR. STOCKMANN (_grijpt zijn arm_). Dan zal ik hun een ... een oud wijf laten zien, dat een man kan zijn ... voor een enkelen keer. Want nu ben ik op jouw hand, Thomas!

DR. STOCKMANN. Dat was flink gesproken, Katrine! En de wereld in zàl het, bij mijn ziel en zaligheid! Kan ik geen lokaal in huur krijgen, dan huur ik een tamboer om met mij door de stad te gaan, en dan lees ik het voor op alle hoeken van de straten.

BURGEM. STOCKMANN. Zoo stapelgek ben je toch nog niet!

DR. STOCKMANN. Jawel, zoo gek ben ik wel!

ASLAKSEN. U krijgt geen enkelen man in de heele stad, die met u mee wil gaan.

BILLING. Neen, verdomd als u er een krijgt!

MEVR. STOCKMANN. Niet toegeven, Thomas! Ik zal de jongens vragen om met je mee te gaan.

DR. STOCKMANN. Dat is een prachtig idee!

MEVR. STOCKMANN. Morten doet het dolgraag; en Ejlif gaat ook wel mee.

DR. STOCKMANN. Ja, en Petra! En jij zelf, Katrine!

MEVR. STOCKMANN. Neen, ik zelf niet; maar ik zal aan het raam staan en naar je kijken; dat zal ik.

DR. STOCKMANN (_slaat zijn armen om haar heen en kust haar_). Dank je daarvoor! Nu wordt het een tweegevecht, dappere heeren! Ik wil toch zien of de laagheid de macht bezit om den patriot, die de maatschappij wil reinigen, den mond te snoeren.

(_Hij en zijn vrouw af door de deur links achter_).

BURGEM. STOCKMANN (_schudt bedenkelijk het hoofd_). Nu heeft hij háár ook gek gemaakt!

EINDE VAN HET DERDE BEDRIJF.

* * * * *

VIERDE BEDRIJF.

Een groote ouderwetsche zaal in het huis van kapitein Horster. Een openstaande dubbele deur op den achtergrond leidt naar een voorkamer. In den linkerwand zijn drie ramen: in 't midden van den tegenovergestelden wand is een verhooging geplaatst en daarop een klein tafeltje met twee kaarsen, een waterkaraf, een glas en een handbel. De zaal is verder verlicht door lustres tusschen de ramen geplaatst. Links op den voorgrond staat een tafel met kaarsen er op en een stoel er voor. Heel vooraan rechts is een deur waarbij een paar stoelen staan.

Een groote menigte stadsburgers uit alle standen. Enkele vrouwen en eenige schooljongens ziet men er tusschen. Steeds meer menschen stroomen naar binnen van den achtergrond komend, tot de zaal vol is.

* * * * *

EEN BURGER (_tegen een anderen dien hij tegenkomt_). Zoo, ben jij hier ook van avond, Lamstad?

DE TOEGESPROKENE. Ja, ik doe mee bij alle volksvergaderingen.

EEN DAARBIJ STAANDE. Je hebt toch wel een pijp meegenomen, zeg?

DE TWEEDE. Ja zeker; jij niet?

DE DERDE. Ja waarachtig. En schipper Evensen zou een heel groote hoorn meebrengen heeft hij gezegd.

DE TWEEDE. Evensen ... die is goed!

(_Gelach in de groep_).

EEN VIERDE (_komt er bij_). Zeg eens, wat moet er toch gebeuren van avond?

DE TWEEDE. Wel dokter Stockmann zal spreken tégen den burgemeester.

DE NIEUW AANGEKOMENE. Maar de burgemeester is immers zijn broer?

DE EERSTE. Dat doet er niet toe; dokter Stockmann is niet bang.

DE DERDE. Maar hij heeft toch ongelijk; dat stond in de "Volksbode".

DE TWEEDE. Ja, dezen keer moet hij zeker ongelijk hebben; want niemand wou hem een zaal afstaan, noch de Bond van Huiseigenaren, noch de Burgerclub.

DE EERSTE. Niet eens de kuurzaal kon hij krijgen.

DE TWEEDE. Ja, dat zal wel waar zijn.

EEN MAN (_in een andere groep_). Met wien moet je het nou eigenlijk houden, in dit geval, zeg?

EEN TWEEDE (_zelfde groep_). Richt je maar naar Aslaksen, den boekdrukker, en doe zooals hij doet.

BILLING (_met een portefeuille onder den arm, baant zich een weg door de menigte_). Permitteert, heeren! Mag ik even door alsjeblieft? Ik ben de verslaggever van de "Volksbode". Dank u wel! (_hij gaat aan de tafel links zitten_).

EEN WERKMAN. Wie was dat?

EEN TWEEDE. Ken je _dien_ niet? Dat is Billing, van Aslaksen zijn courant.

(_Kapitein Horster brengt mevrouw Stockmann en Petra binnen door de voordeur rechts. Ejlif en Morten volgen_).

HORSTER. Hier dacht ik dat de familie het best zou zitten; hier is u er dadelijk uit als er iets gebeuren mocht.

MEVR. STOCKMANN. Denkt u dan dat er herrie zal zijn?

HORSTER. Je kunt nooit weten, met zoo'n troep menschen.... Maar gaat u maar gerust zitten.

MEVR. STOCKMANN (_gaat zitten_). Hoe vriendelijk van u dat u Stockmann uw zaal aangeboden heeft.

HORSTER. Toen niemand anders wou....

PETRA (_die ook is gaan zitten_). En moedig was het ook, kapitein.

HORSTER. Nu, zooveel moed was daar niet voor noodig, dunkt me.

(_Hovstad en Aslaksen komen te gelijkertijd, maar ieder afzonderlijk door de menigte heen_).

ASLAKSEN (_gaat naar Horster toe_). Is de dokter er nog niet?

HORSTER. Hij wacht binnen.

(_Beweging bij de deur_).

HOVSTAD (_tegen Billing_). Daar komt de burgemeester. Kijk eens!

BILLING. Ja, goddome,... die komt waarachtig ook!

(_Burgemeester Stockmann baant zich voorzichtig een weg door de menigte, groet beleefd en gaat zitten tegen den muur links. Even daarna komt dr. Stockmann door de voorste deur rechts. Hij is in rok-en-witte-das. Enkelen applaudisseeren weifelend, wat met een gedempt gesis begroet wordt. Het wordt stil_).

DR. STOCKMANN (_halfluid_). Hoe gaat het, Katrine?

MEVR. STOCKMANN. Goed; best (_zachter_). Word nu niet dadelijk driftig, Thomas.

DR. STOCKMANN. Och kom; ik kan mij best inhouden (_kijkt op zijn horloge, stapt op het podium en buigt_). 't Is al een kwartier over den tijd,... dus zal ik maar beginnen (_haalt zijn manuscript voor den dag_).

ASLAKSEN. Eerst zal er toch wel een president gekozen moeten worden.

DR. STOCKMANN. Neen,... dat is volstrekt niet noodig.

EENIGE HEEREN (_roepen_). Jawel, jawel!

BURGEM. STOCKMANN. Ik zou ook denken dat er een president gekozen moest worden.

DR. STOCKMANN. Maar, Peter, ik heb toch deze vergadering opgeroepen om een voordracht te houden.

BURGEM. STOCKMANN. De voordracht van den baddokter zou misschien tot zeer uiteenloopende meeningsverschillen aanleiding kunnen geven.

VERSCHEIDENE STEMMEN (_uit de menigte_). Een president! Een voorzitter!

HOVSTAD. De algemeene volkswil schijnt een voorzitter te verlangen.

DR. STOCKMANN (_kalm blijvend_). Nu, goed dan; laat de volkswil zijn zin hebben.

ASLAKSEN. Zou burgemeester zich met die taak willen belasten?

BURGEM. STOCKMANN. Om verschillende, wel begrijpelijke redenen, moet ik daarvoor bedanken. Maar gelukkig hebben wij in ons midden een man, dien, meen ik, allen hun stem kunnen geven. Ik bedoel den president van den Bond van Huiseigenaren, den heer Aslaksen.

VELE STEMMEN. Ja, ja! Aslaksen! Hoera voor Aslaksen!

DR. STOCKMANN (_neemt zijn manuscript op en stapt van het podium af_).

ASLAKSEN. Als mijne medeburgers mij hun vertrouwen schenken, mag ik niet weigeren.... (_handgeklap en bijvalsbetuigingen. Aslaksen bestijgt het podium_).

BILLING (_schrijft_). Dus ... "de heer boekdrukker Aslaksen bij acclamatie verkozen"....

ASLAKSEN. En nu ik hier op deze plaats sta, zij het mij vergund een kort woord te spreken. Ik ben een rustig en vreedzaam man, die gesteld is op kalme gematigdheid, en op ... en op gematigde kalmte; dat weet een ieder die mij kent.

VELE STEMMEN. Ja! Jawel, Aslaksen!

ASLAKSEN. Ik heb in de school des levens en der ervaring geleerd, dat maathouden een deugd is, die den staatsburger het best kleedt....

BURGEM. STOCKMANN. Juist!

ASLAKSEN. ... en dat bezonnenheid en maathouden eigenschappen zijn, waarmee ook de maatschappij het best gediend is. Daarom zou ik mijn geachten medeburger, die hier de vergadering opgeroepen heeft, op het hart willen drukken, zich binnen de grenzen der gematigdheid te houden.

EEN MAN (_bij de deur_). Leve het matigheidsgenootschap!

EEN STEM. Naar den duivel daarmee!

VELEN. Sst! Sst!

ASLAKSEN. Niet in de rede vallen, heeren!... Is er iemand die het woord verlangt?

BURGEM. STOCKMANN. Mijnheer de voorzitter!

ASLAKSEN. De burgemeester heeft het woord.

BURGEM. STOCKMANN. Met het oog op de nauwe bloedverwantschap waarin ik, zooals bekend is, tot den fungeerenden baddokter sta, ware het mij zeer gewenscht geweest heden avond hier niet te spreken. Maar mijn betrekking tot de badinrichting en de overweging dat de allergrootste belangen der stad er mee gemoeid zijn, noodzaken mij een voorstel te doen. Ik durf wel veronderstellen dat geen enkele der hier aanwezige burgers het wenschelijk acht, dat onbetrouwbare en overdreven voorstellingen van de sanitaire toestanden van de badplaats en de stad, in wijder kring verspreid worden.

VELE STEMMEN. Ja! Ja! Natuurlijk! Wij protesteeren!

BURGEM. STOCKMANN. Ik stel daarom voor dat de vergadering den baddokter niet zal toestaan zijn voorstelling van de zaak voor te lezen of voor te dragen.

DR. STOCKMANN (_opbruisend_). Niet zal toestaan...! Wat!

MEVR. STOCKMANN (_hoest_). Hm ... hm!

DR. STOCKMANN (_houdt zich in_). Zoo,... dus niet zal toestaan!

BURGEM. STOCKMANN. Ik heb in mijn verklaring in de "Volksbode" het publiek met de ware feiten bekend gemaakt, zoodat alle welgezinde burgers zich gemakkelijk een oordeel kunnen vormen. Men zal daaruit zien dat het voorstel van den baddokter ... behalve dat het een votum van wantrouwen tegen de leidsmannen der stedelijke regeering is ... eigenlijk daarop neerkomt, alle belastingplichtigen met een onnoodige uitgaaf van minstens honderdduizend kronen te bezwaren. (_Uitingen van onwil; hier en daar fluiten_).

ASLAKSEN (_luidt de bel_). Stilte heeren! Ik ben zoo vrij het voorstel van den burgemeester te steunen. Het is ook mijn opinie dat de dokter met zijn drijven een bijoogmerk heeft. Hij spreekt van de badinrichting; maar hij beoogt een omwenteling; hij wil het bestuur in andere handen over brengen. Niemand twijfelt aan de goede bedoelingen van den dokter; de hemel beware ons, daarover is geen verschil van opvatting mogelijk. Ik ben óók een vriend van gemeentelijk zelfbestuur,... als de belastingplichtigen er maar niet te zwaar door gedrukt worden; maar dát zou hier juist het geval zijn. En daarom ... de duivel mag mij halen ... met verlof ... kan ik dezen keer niet met dokter Stockmann meegaan. Men kan ook goud al te duur koopen; dát is _mijn_ opinie.

(_Levendige instemming van alle kanten_).

HOVSTAD. Ook ik voel mij gedrongen mijn houding te verklaren. Dokter Stockmann's beweging scheen aanvankelijk instemming te vinden, en ik steunde die zoo onpartijdig als ik kon. Maar toen werd ons duidelijk dat wij door een valsche voorstelling op een dwaalspoor waren geleid....

DR. STOCKMANN. Valsche...!

HOVSTAD. Een minder betrouwbare dan. De verklaring van den Heer burgemeester heeft dat bewezen. Ik hoop dat niemand hier ter plaatse mijn liberale gezindheid verdenkt. De houding van de "Volksbode" in de groote politieke kwesties is voor een ieder bekend genoeg. Maar ik heb van ervaren en verstandige mannen geleerd, dat in zuivere lokale aangelegenheden een blad met zekere omzichtigheid te werk moet gaan.

ASLAKSEN. Geheel van dezelfde opinie als de geachte spreker.

HOVSTAD. En in het onderhavige geval, is het ten eenenmale buiten twijfel dat dokter Stockmann de gezindheid van het publiek tegen zich heeft. Maar wat is de eerste en voornaamste plicht van een redacteur, mijne heeren? Dat hij werkt in overeenstemming met zijn lezers, niet waar? Heeft hij niet als een zwijgende opdracht gekregen, om standvastig en onvervaard de welvaart van zijn geestverwanten te bevorderen? Of tast ik wellicht hierin mis?

VELE STEMMEN. Neen, neen, neen! Hovstad heeft gelijk!

HOVSTAD. Het heeft mij een hevigen strijd gekost te breken met een man, in wiens huis ik in den laatsten tijd een veelgeziene gast was,... een man die tot op dezen dag zich heeft mogen verheugen in de onverdeelde welwillendheid van zijn medeburgers ... een man, wiens eenige ... of althans voornaamste gebrek is, dat hij meer met zijn hart dan met zijn verstand te rade gaat.

STEMMEN HIER EN DAAR. Dat is waar! Hoera voor dokter Stockmann!

HOVSTAD. Maar mijn plicht jegens de maatschappij gebood mij met hem te breken. En dan is er nog een overweging, die mij dwingt hem te bestrijden, en zoo mogelijk, tegen te houden op den onheilvollen weg, dien hij heeft ingeslagen; dat is het lot van zijn gezin....

DR. STOCKMANN. Houd u bij de waterleiding en het riool!

HOVSTAD. ... het lot van zijn echtgenoote en zijn onverzorgde kinderen.

MORTEN. Zijn wij dat, moeder?

MEVR. STOCKMANN. Sst!

ASLAKSEN. Ik zal dus het voorstel van den burgemeester in stemming brengen.

DR. STOCKMANN. Niet noodig! Van avond ben ik niet van plan over die zwijnerij daarginder in de badinrichting te spreken. Neen; je zult heel wat anders te hooren krijgen.

BURGEM. STOCKMANN (_halfluid_). Wat is dát nu weer?

EEN DRONKEN MAN (_bij de deur_). Ik betaal belasting en daarom heb ik ook het recht mijn opinie te zeggen! En ik heb de volle, vaste ... onbegrijpelijke overtuiging, dat....

VERSCHEIDEN STEMMEN. Stilte daarginder!

ANDERE. Hij is dronken! Gooit hem er uit!

(_De dronken man wordt buiten gezet_).

DR. STOCKMANN. Heb ik het woord?

ASLAKSEN (_luidt de bel_). Dokter Stockmann heeft het woord.

DR. STOCKMANN. Dat had men enkele dagen geleden moeten durven probeeren, om mij zooals van avond hier den mond te snoeren! Als een leeuw zou ik gestreden hebben voor mijn heilige menschenrechten! Maar nu kan het mij niet meer schelen; want nu heb ik over gewichtiger dingen te spreken.

(_De menigte dringt dichter om hem heen, Morten Kiil wordt zichtbaar tusschen de omstanders_).

DR. STOCKMANN (_gaat voort_). Ik heb veel gepeinsd en nagedacht deze laatste dagen,... over zooveel loopen peinzen, dat mij het hoofd soms omliep....

BURGEM. STOCKMANN (_bromt_). Hm...!

DR. STOCKMANN. ... maar zachtjes aan werd alles mij helder; toen zag ik het verband zoo duidelijk. En daarom sta ik van avond hier. Ik zal belangrijke onthullingen doen, mijn medeburgers! Ik zal u een ontdekking meedeelen van veel grooter gewicht dan de kleinigheid dat onze waterleiding vergiftigd is en ons herstellingsoord op een verpesten grond ligt.

VELE STEMMEN (_roepen_). Niet over de badplaats spreken! Dat willen wij niet hooren. Niets daarvan!

DR. STOCKMANN. Ik heb gezegd dat ik spreken wou over de groote ontdekking die ik in deze laatste dagen heb gedaan,... de ontdekking dat al onze geestelijke levensbronnen vergiftigd zijn, en dat onze heele samenleving rust op een door leugens verpesten grond.

VERBLUFTE STEMMEN (_halfluid_). Wat zegt hij?

BURGEM. STOCKMANN. Zulk een insinuatie...!

ASLAKSEN (_met de hand aan de bel_). De spreker wordt verzocht zich te matigen.

DR. STOCKMANN. Ik heb mijn geboorteplaats zoo lief gehad als een man de stad waar zijn ouderlijk huis staat maar liefhebben kan. Ik was nog niet oud toen ik van hier weg ging, en de afstand, verlangen en jeugdherinneringen legden als een verhoogden glans over de plaats zoowel als over de menschen.

(_Enkelen applaudisseeren en betuigen bijval_).

DR. STOCKMANN. Toen zat ik lange jaren in een verschrikkelijken uithoek ver weg in het Noorden. Wanneer ik soms den een of ander ontmoette van de menschen die daar tusschen de rotsklompen verspreid leven, dan dacht ik dikwijls dat het voor die arme uitgeputte wezens beter ware geweest als zij een veearts in plaats van mij gekregen hadden.

(_Gemompel in de zaal_).

BILLING (_legt de pen neer_). Zoo iets heb ik, goddome nog nooit gehoord...!

HOVSTAD. Dat is een bespotting van een eerwaardige volksklasse!

DR. STOCKMANN. Wacht nu maar even!... ik geloof dat niemand van mij zal kunnen zeggen, dat ik mijn geboorteplaats daarginder vergat. Ik zat als een eidergans op een ei, en wat ik uitbroedde,... dat was het plan voor de badinrichting hier.

(_Handgeklap en protesten_).

DR. STOCKMANN. En toen eindelijk en ten laatste het lot mij gunstig was en ik weer naar huis terugkeeren kon,... ja, mijn medeburgers, toen dacht ik dat er niet veel meer voor mij te wenschen over bleef. Alleen dien éénen wensch had ik nog: om ijverig, onvermoeid en met mijn heele ziel werkzaam te zijn voor mijn vaderstad en het algemeen welzijn.

BURGEM. STOCKMANN (_kijkt in de lucht_). De manier is een beetje zonderling ... hm.

DR. STOCKMANN. En zoo leefde ik dan hier zwelgend in mijn verblind geluk. Maar gisteren morgen ... neen, het was eigenlijk eergisteren avond ... toen gingen ineens de oogen van mijn geest wijd open, en het eerste wat ik zag, dat was die kolossale domheid van de autoriteiten....

(_Rumoer, roepen en lachen. Mevr. Stockmann kucht hevig_).

BURGEM. STOCKMANN. Mijnheer de voorzitter!

ASLAKSEN (_belt_). Krachtens mijn bevoegdheid...!

DR. STOCKMANN. Het is kleinzielig om aan een woord te blijven hangen, mijnheer Aslaksen. Ik wil alleen zeggen dat ik achter die ongehoorde zwijnerij gekomen ben, waaraan zich de leidsmannen der badinrichting hebben schuldig gemaakt. Leidsmannen kan ik om den dood niet uitstaan;... van dat soort menschen heb ik in mijn leven genoeg gekregen. Zij zijn net als bokken in een jonge aanplanting; ze doen overal kwaad aan; een vrij man staan ze in den weg, hoe hij zich ook wendt of keert;... en het liefst zou ik zien dat men ze uitroeide evenals ander schadelijk gedierte....

(_Onrust in de zaal_).

BURGEM. STOCKMANN. Mijnheer de voorzitter, kan u zulke uitdrukkingen laten passeeren?

ASLAKSEN (_met de hand aan de bel_). Mijnheer de dokter...!

DR. STOCKMANN. Ik begrijp zelf niet dat ik nu pas een helderen kijk op die heeren gekregen heb; want ik heb hier toch bijna dagelijks zoo'n prachtexemplaar voor mijn oogen gehad ... mijn broer Peter ... zwaarwichtig en vasthoudend aan vooroordeelen....

(_Lachen, rumoer en gefluit. Mevr. Stockmann zit maar te kuchen_).

ASLAKSEN (_luidt hevig met de bel_).

DE DRONKEN MAN (_die weer binnen gekomen is_). Doelt dat op mij? Want ja, ik heet wel Pettersen, maar de duivel zal mij halen....

BOOZE STEMMEN. Er uit met dien dronken kerel! Gooit hem de deur uit!

(_De man wordt er weer uitgegooid_).

BURGEM. STOCKMANN. Wie was dat?

EEN NABIJSTAANDE. Ik ken hem niet, Burgemeester.

EEN ANDER. Hij is niet hier van daan.

EEN DERDE. Ze zeggen dat 't een houtkooper is uit.... (_de rest onhoorbaar_).

ASLAKSEN. De man had blijkbaar te veel Beijersch bier gedronken.... Ga voort, dokter, maar doe toch alsjeblieft uw best om u wat te matigen.

DR. STOCKMANN. Nu, goed dan, mijn medeburgers; ik zal mij niet verder uitlaten over onze leidsmannen. En mocht iemand afleiden uit wat ik zoo even gezegd heb, dat ik deze heeren hier van avond te lijf wil, dan heeft hij het mis ... glad mis. Want ik troost mij met de weldadige gedachte, dat die oudelui uit een wegstervende gedachtenwereld, zich zelf op zoo'n uitstekende manier uit den tijd helpen; zij hebben er niet eens een dokter bij noodig om hen zoo gauw mogelijk naar het graf te doen verhuizen. En het is ook niet die soort van menschen die het grootste gevaar voor de samenleving opleveren; niet _zij_ zijn het die het meeste bijdragen om onze geestelijke levensbronnen te vergiftigen en den grond onder onze voeten te verpesten; niet _zij_ zijn de gevaarlijkste vijanden van waarheid en vrijheid in onze maatschappij.

GEROEP VAN ALLE KANTEN. Wie dan? Wie zijn het dan? Noem ze dan!

DR. STOCKMANN. Ja, je kunt er op aan, dat ik ze noemen zal! Want dit is juist de groote ontdekking die ik gisteren gedaan heb (_met stemverheffing_). De gevaarlijkste vijanden van waarheid en vrijheid onder ons, dat zijn zij, die de compacte meerderheid uitmaken.

(_Geweldig rumoer in de zaal. De meesten schreeuwen, stampen en fluiten. Enkele oudere heeren wisselen ter sluiks blikken en schijnen zich te amuseeren. Mevr. Stockmann staat angstig op; Ejlif en Morten gaan dreigend op de schooljongens af die leven maken. Aslaksen luidt de bel en maant tot kalmte. Hovstad en Billing praten samen, zonder dat men hen verstaat. Eindelijk wordt het weer stil_).

ASLAKSEN. De voorzitter verwacht dat de spreker zijn ondoordachte woorden zal terugnemen.

DR. STOCKMANN. Nooit van mijn leven, mijnheer Aslaksen. Het is de groote meerderheid in onze samenleving, die mij mijn vrijheid ontneemt en mij wil verbieden de waarheid uit te spreken.

HOVSTAD. De meerderheid heeft altijd het recht aan hare zijde.

BILLING. En ook de waarheid, goddome!

DR. STOCKMANN. De meerderheid heeft nooit het recht aan hare zijde. Nooit, zeg ik. Dat is een van die maatschappelijke leugens, waartegen een vrij denkend man zich moet verzetten. Wie zijn het die de meerderheid der bewoners van een land uitmaken? Zijn dat de knappe menschen of de domme? Ik vermoed dat wij het daarover wel eens zullen zijn dat de dommen in een gewoon overweldigende meerderheid over de heele wijde wereld voorhanden zijn. Maar dat de dommen heerschen over de verstandigen, dat kan voor den duivel, in der eeuwigheid niet zijn zooals 't moet.

(_Rumoer en geschreeuw_).

DR. STOCKMANN. Jawel; overschreeuwen kunnen jullie me wel; maar tegenspreken niet. De meerderheid bezit de _macht_ ... helaas ... maar het _recht_ bezit zij niet. Het recht heb ik en nog een paar anderen, de weinigen. De minderheid heeft altijd het recht.

(_Weer geweldig rumoer_).

HOVSTAD. Haha; dokter Stockmann is dus aristokraat geworden sedert eergisteren!

DR. STOCKMANN. Ik heb gezegd dat ik geen woord verspillen zou aan den kleinen benauwden, aamborstigen troep, die achtergebleven is. Daarmee heeft het kloppende leven niets meer te maken. Maar ik denk aan de weinigen, de enkelen onder ons, die zich al de jonge ontkiemende waarheden hebben eigen gemaakt. Deze mannen staan als 't ware buiten, tusschen de voorposten, zoover vooruitgeschoven dat de compacte meerderheid nog niet tot daar opgerukt is, en dáár strijden zij voor waarheden, die nog te jonggeboren zijn in de wereld van het bewustzijn, om eenige meerderheid voor zich te kunnen hebben.

HOVSTAD. O, dus nu is de dokter revolutionair geworden?

DR. STOCKMANN. Ja, verdomd, dat ben ik, mijnheer Hovstad! Ik ben van plan revolutie te maken tegen de leugen, dat de meerderheid in het bezit van de waarheid zou zijn. Wat zijn dat voor waarheden waaromheen de meerderheid zich gewoonlijk groepeert? Dat zijn waarheden die zoo'n hoogen leeftijd bereikt hebben, dat ze op weg zijn van ouderdom in elkaar te zakken. Maar als een waarheid zoo oud geworden is, dan is zij ook goed op weg om een leugen te worden, mijne heeren!

(_Lachen en spottende uitdrukkingen_).

DR. STOCKMANN. Ja, ja, je kunt mij gelooven of niet, maar waarheden zijn volstrekt niet zulke taaie Methusalems als de menschen wel denken. Een normaal gebouwde waarheid leeft ... laat ons zeggen ... in den regel een zeventien à achttien, hoogstens twintig jaren; zelden langer. Maar zulke bejaarde waarheden zijn altijd verschrikkelijk mager. En toch is het pas dàn dat de meerderheid zich met hen bemoeit en ze de maatschappij aanbeveelt als gezond geestelijk voedsel. Maar er zit niet veel voedingswaarde in dergelijken kost, dat kan ik u verzekeren; en dat moet ik als dokter toch weten. Al die meerderheids-waarheden zijn te vergelijken met oud overjarig gerookt vleesch; ze zijn zoo iets als ranzige, verschimmelde, pas gezouten hammen. En daar van daan komt al die geestelijke scorbuut die overal in de samenleving voortwoekert.

ASLAKSEN. Het komt mij voor dat de geachte spreker wel eenigszins van het onderwerp afwijkt.

BURGEM. STOCKMANN. Ik moet mij inderdaad aansluiten bij de opinie van den voorzitter.

DR. STOCKMANN. Ik geloof dat je heelemaal niet wel bij 't hoofd bent, Peter! Ik houd mij toch zoo streng aan mijn onderwerp als maar mogelijk is. Want waarover ik spreken wil is immers juist dit, dat de massa, de meerderheid, die duivelsche compacte majoriteit,... dat die het is, zeg ik, die onze geestelijke levensbronnen vergiftigt en den grond onder onze voeten verpest.

HOVSTAD. En dat zou de vrijzinnige meerderheid van ons volk doen, omdat het verstandig genoeg is alleen de vaste en erkende waarheden te huldigen?