Wat is het dat eene zondaar zaligmaakt? zamenspraak tusschen een kappersknecht, Methodisten predikant en den heer Easterman met een antwoord op die gewichtige vraag

Part 7

Chapter 71,954 wordsPublic domain

+---------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | | | | Bron (B:) -- Correctie (C:) | | | | B: letterkennes en toestemming | | C: letterkennis en toestemming | | B: kinderen Gods te worden." | | C: kinderen Gods te worden," | | B: eeuwigdurend gewigt is Maar het is | | C: eeuwigdurend gewigt is. Maar het is | | B: ontvangen tot verniêuwing des harten, | | C: ontvangen tot vernieuwing des harten, | | B: verkrijgen, enz die in de | | C: verkrijgen, enz. die in de | | B: verwerpen.--Verordîneerde Hij hen eerst | | C: verwerpen.--Verordineerde Hij hen eerst | | B: De ~K.~ Te regt, Mijnheer! | | C: ~De K.~ Te regt, Mijnheer! | | B: De ~Pred.~ Verlossing is een | | C: ~De Pred.~ Verlossing is een | | B: De ~K.~ En waarvan wordt de | | C: ~De K.~ En waarvan wordt de | | B: De ~Pred.~ Van den vloek der | | C: ~De Pred.~ Van den vloek der | | B: De ~K.~ En inderdaad eene aangename | | C: ~De K.~ En inderdaad eene aangename | | B: De ~Pred.~ Tot ~allen~ en elk | | C: ~De Pred.~ Tot ~allen~ en elk | | B: menschen." enz. zoo als | | C: menschen," enz. zoo als | | B: De ~Pred~. Neen, Hij stierf niet | | C: ~De Pred~. Neen, Hij stierf niet | | B: verdoemenis. Vreesselijk zal het zijn | | C: verdoemenis. Vreeselijk zal het zijn | | B: De ~K.~ Inderdaad vreeselijk om aan | | C: ~De K.~ Inderdaad vreeselijk om aan | | B: De ~Pred~. Ja! en dunkt u niet | | C: ~De Pred~. Ja! en dunkt u niet | | B: De ~K.~ Ja, ik stem toe dat gehoorzamen | | C: ~De K.~ Ja, ik stem toe dat gehoorzamen | | B: De ~Pred~. Gij meent de roeping | | C: ~De Pred~. Gij meent de roeping | | B: De ~K.~ En waardoor roept Hij | | C: ~De K.~ En waardoor roept Hij | | B: De ~Pred~. Door zijn woord en | | C: ~De Pred~. Door zijn woord en | | B: De ~K.~ En is deze roeping | | C: ~De K.~ En is deze roeping | | B: De ~Pred~. Neen, eenigen wanneer zij | | C: ~De Pred~. Neen, eenigen wanneer zij | | B: De ~K.~ En verkrijgen degenen | | C: ~De K.~ En verkrijgen degenen | | B: De ~Pred~. Ja, zij krijgen een nieuw | | C: ~De Pred~. Ja, zij krijgen een nieuw | | B: ~De Pred~ Gij hebt het juist | | C: ~De Pred.~ Gij hebt het juist | | B: wat er verhandeld is Wilt | | C: wat er verhandeld is. Wilt | | B: verder e, zoodat de wil | | C: verderve, zoodat de wil | | B: gelooven zich bekeeren, enz. | | C: gelooven, zich bekeeren, enz. | | B: De ~K.~ Goed, maar zij die hooren | | C: ~De K.~ Goed, maar zij die hooren | | B: geloof en hnnne bekeering, de | | C: geloof en hunne bekeering, de | | B: niet" | | C: niet." | | B: De ~Pred.~ Gij moogt zeggen wat | | C: ~De Pred.~ Gij moogt zeggen wat | | B: geloof en bekeering genade om | | C: geloof en bekeering, genade om | | B: verzoenen, te regtvaardigen | | C: verzoenen, te regtvaardigen, | | B: iederen aan te bieden, die | | C: iedereen aan te bieden, die | | B: iets te beschikken,--Neen; het | | C: iets te beschikken.--Neen; het | | B: leerstelling die ik haast met den | | C: leerstelling die ik haat met den | | B: Profectie. de Schriften der | | C: Profectie, de Schriften der | | B: alzoo zijn zij regt zij kunne | | C: alzoo zijn zij regt, zij kunne | | B: laten handelen enz. daarom kunnen | | C: laten handelen enz., daarom kunnen | | B: toch twijfelen wij niet. of beiden, | | C: toch twijfelen wij niet, of beiden, | | B: dan. wie kan op eenig | | C: dan, wie kan op eenig | | B: verkeerd zal zijn Maar, indien | | C: verkeerd zal zijn. Maar, indien | | B: gij gelooft dat God zoo | | C: gij gelooft dat, God zoo | | B: ook doe. Zulk eene leer | | C: ook doe." Zulk eene leer | | B: ~De heer E~ Wat betreft te | | C: ~De heer E.~ Wat betreft te | | B: gemakkellijken stoel, ik erken | | C: gemakkelijken stoel, ik erken | | B: helpen of op te staan heb dan | | C: helpen of op te staan, heb dan | | B: goeden Samaritaan mogt zenden. en | | C: goeden Samaritaan mogt zenden, en | | B: Wij verheugen ons gerangschik te | | C: Wij verheugen ons gerangschikt te | | B: ze zoo Zijn; ja, wij zijn snoode | | C: ze zoo zijn; ja, wij zijn snoode | | B: althans mijn, oordeel? want hij | | C: althans mijn, oordeel, want hij | | B: zegt; Hij heeft aan iedereen | | C: zegt; Hij geeft aan iedereen | | B: beproefde familie teontmoeten. Ik zag aan | | C: beproefde familie te ontmoeten. Ik zag aan | | B: wezenlijkheid, onbekend, onbemind | | C: wezenlijkheid, onbekend, onbemind, | | B: ongezocht verwaarloosd. Eenigen | | C: ongezocht, verwaarloosd. Eenigen | | B: woord heeft opgebouwd. en opbouwen wat | | C: woord heeft opgebouwd, en opbouwen wat | | B: op vormen, ceremoniën, ordonantiën | | C: op vormen, ceremoniën, ordonantiën, | | B: genade opbouwen öf aan de andere | | C: genade opbouwen óf aan de andere | | B: tot de bediening. (die | | C: tot de bediening (die | | B: staan, hune zwaarden in de schede | | C: staan, hunne zwaarden in de schede | | B: Calvinist? indien de eerste, | | C: Calvinist?" indien de eerste, | | B: buiten ons; 2º de zaligheid | | C: buiten ons; 2º. de zaligheid | | B: machenerie, kan berekenen. Wij | | C: machinerie, kan berekenen. Wij | | B: geene week doorwerken. indien het | | C: geene week doorwerken, indien het | | B: spinnewiel zijn werk. aan iedere | | C: spinnewiel zijn werk, aan iedere | | B: fabrieken werden gesloten hare | | C: fabrieken werden gesloten, hare | | B: en haren oorspong, voortgang en | | C: en haren oorsprong, voortgang en | | B: der barmhartig'heid, die Hij te | | C: der barmhartigheid, die Hij te | | B: prijs zijner eingene heerlijkheid, zou | | C: prijs zijner eigene heerlijkheid, zou | | B: aan God toeschijven, welke hij | | C: aan God toeschrijven, welke hij | | B: noch tweede, toekomendo noch verleden, | | C: noch tweede, toekomende noch verleden, | | B: volmaakt en onverandelijk is, moet zijne | | C: volmaakt en onveranderlijk is, moet zijne | | B: hoe onverandelijker de liefde is, | | C: hoe onveranderlijker de liefde is, | | B: en onverschilligheid aan haren man kleeft | | C: en onverschilligheid aan haren man kleeft, | | B: anderen ongehoorzaam: verdienen niet | | C: anderen ongehoorzaam; verdienen niet | | B: verdoemis, kan er in hen | | C: verdoemenis, kan er in hen | | B: voorwerp van toegenegenheid Bij denzelfden | | C: voorwerp van toegenegenheid. Bij denzelfden | | B: doen groeijen, ëén haar wit of | | C: doen groeijen, één haar wit of | | B: blijven hunne zonden Hij had hen | | C: blijven hunne zonden. Hij had hen | | B: zuchten, doodangst en bloed, | | C: zuchten, doodsangst en bloed, | | B: Dan, Welk eene ijdele en | | C: Dan, welk eene ijdele en | | B: vrijen wil beter te gebriuken dan | | C: vrijen wil beter te gebruiken dan | | B: Faraö, Saul, Achitofelel, Doëg | | C: Faraö, Saul, Achitofel, Doëg, | | B: hout, Gelijk de namen van de kinderen Israëls op op | | C: hout. Gelijk de namen van de kinderen Israëls op | | B: 4. De laatste tak der zaligheid | | C: 4º. De laatste tak der zaligheid | | B: hebben overtreden, slecht _een gedeelte_ | | C: hebben overtreden, slechts _een gedeelte_ | | B: 45 vs 25). | | C: 45 vs. 25). | | B: als eene uitwendige daad. | | C: als eene uitwendige daad, | | B: kwamen, zoo breng het predestinerend | | C: kwamen, zoo brengt het predestinerend | | B: van den drieënigen God ons | | C: van den drieëenigen God ons | | B: en moet ontledig worden; | | C: en moet ontledigd worden; | | B: van de onverniewde natuur des | | C: van de onvernieuwde natuur des | | B: spade te nemem en verscheidene | | C: spade te nemen en verscheidene | | B: weinige stroomtjes in hunne naauwe | | C: weinige stroompjes in hunne naauwe | | B: werk der genade" Alzoo maakt de | | C: werk der genade." Alzoo maakt de | | B: blind, even vleeschelijk, even dood | | C: blind, even vleeschelijk, even dood, | | B: niet. voeten, maar zij gaan | | C: niet, voeten, maar zij gaan | | B: Orthodox en Evengelisch, Baptist, | | C: Orthodox en Evangelisch, Baptist, | | B: bestaanbaarheid van wandel. onderzoek | | C: bestaanbaarheid van wandel, onderzoek | | B: godsdienstige gesprekken naauwgezetheid in | | C: godsdienstige gesprekken, naauwgezetheid in | | B: Hij wordt een belijder. Hij hoort; hij leest; bij | | C: hij wordt een belijder. Hij hoort; hij leest; hij | | B: geboord overhemd af kamt het haar | | C: geboord overhemd af, kamt het haar | | B: als zij gelooft zoo en, handelt | | C: als zij gelooft en, handelt | | B: zalig maakt?« Zoo moeten wij | | C: zalig maakt?«, zoo moeten wij | | B: verootmoediging; deze en dergelijke | | C: verootmoediging;« deze en dergelijke | | B: overtuigingen het kermend roepen, | | C: overtuigingen, het kermend roepen, | | B: zij trouwden eene godvuchtige | | C: zij trouwden eene godvruchtige | | B: van treurig stilzwijgen afwisselend berouw | | C: van treurig stilzwijgen, afwisselend berouw | | B: Maakt?" Antwoord ik: "Waarom | | C: maakt?" antwoord ik: "Waarom | | B: die vraag?" Vòör men iets | | C: die vraag?" Vòòr men iets | | B: legaat eene erfenis, eene bezitting, | | C: legaat, eene erfenis, eene bezitting, | | B: bruiloft des Lams" zoo wordt | | C: bruiloft des Lams", zoo wordt | | B: éënen man voor te stellen, namelijk | | C: éénen man voor te stellen, namelijk | | B: Heere kennen. (Hosea 2: 18, 19). Dus, indien | | C: Heere kennen." (Hosea 2: 18, 19). Dus, indien | | B: en _toekomende_ zaligheid. _Veledene_ | | C: en _toekomende_ zaligheid. _Verledene_ | | B: 3, 4). alle leerstellingen, | | C: 3, 4). Alle leerstellingen, | | B: den Drieëenigen Johovah, tenzij dat | | C: den Drieëenigen Jehovah, tenzij dat | | B: Maar eeuwige verkiezing persoonlijke | | C: Maar eeuwige verkiezing, persoonlijke | | B: alle bezwijkingen des, harten, alle | | C: alle bezwijkingen des harten, alle | | B: zaak van uit wendigen aard, wat meer | | C: zaak van uitwendigen aard, wat meer | | B: gezondheid van geloof wandelen in de | | C: gezondheid van geloof, wandelen in de | | B: ordinantien lange en standvastige | | C: ordinantiën, lange en standvastige | | B: noch, in éên woord, eenige enkelvoudige | | C: noch, in één woord, eenige enkelvoudige | | B: vs. 4, 3), terwijl Saul profeteerde, | | C: vs. 4, 8), terwijl Saul profeteerde, | | B: geloofde en werd gedoopt noch in | | C: geloofde en werd gedoopt, noch in | | B: _natuurlijke hoop_ want daar is | | C: _natuurlijke hoop_, want daar is | | B: godsdienst_ want "een praatachtige | | C: godsdienst_, want "een praatachtige | | B: Godes" (Ps. 55, 15) Om alles | | C: Godes" (Ps. 55: 15). Om alles | | B: het zaad gerekend." (Rom. 9: 8), Dus | | C: het zaad gerekend." (Rom. 9: 8). Dus | | B: dat zij die gezaligd, worden, | | C: dat zij die gezaligd worden, | | B: zij verlost geregvaardigd, levend | | C: zij verlost, geregtvaardigd, levend | | B: gemaakt, geheiligd bewaard en verheerlijkt | | C: gemaakt, geheiligd, bewaard en verheerlijkt | | B: van den Driëenigen Jehovah. Hier | | C: van den Drieëenigen Jehovah. Hier | | B: dat eene ziel zalig maakt?" | | C: dat eene ziel zalig maakt?" | | B: HeiligenGeest. Dit is de erfenis | | C: Heiligen Geest. Dit is de erfenis | | B: er in. eenigen van hen zijn | | C: er in. Eenigen van hen zijn | | B: bewijzen eenigen worden al | | C: bewijzen; eenigen worden al | | B: en tranen: al hunne twijfelingen, vreezen. | | C: en tranen; al hunne twijfelingen, vreezen, | | B: wisselingen en veranderingen, schuld. | | C: wisselingen en veranderingen, schuld, | | B: hart alles, alles dient in de | | C: hart; alles, alles dient in de | | B: heopenbaard worden, om hen | | C: geopenbaard worden, om hen | | B: door de hand van God iu de | | C: door de hand van God in de | | B: te spijzigen worde voor hun aangezicht | | C: te spijzigen, "worde voor hun aangezicht | | B: onvermend met heilige vrees, | | C: onvermengd met heilige vrees, | | B: worden gezegd de genade te veranderen | | C: worden gezegd "de genade te veranderen | | B: booze werken (Jud. 4: 12). Maar om | | C: booze werken (Jud. 4, 12). Maar om | | B: bereiden bodem schieten De leerstellingen | | C: bereiden bodem schieten de leerstellingen | | B: is deeerste _bekeering_, welke | | C: is de eerste _bekeering_, welke | | B: eene verandering van gevoelens een | | C: eene verandering van gevoelens, een | | B: beeft op zijn fronselen zij ducht | | C: beeft op zijn fronselen, zij ducht | | B: vrucht is _Goddelijkeid droefheid_, | | C: vrucht is _Goddelijke droefheid_, | | B: beproefde gekwelde en verzochte | | C: beproefde, gekwelde en verzochte | | B: mede-erfgenamen: in liefde tot _gezanten | | C: mede-erfgenamen; in liefde tot _gezanten | | B: tot het _Woord_ Gods. dat onze | | C: tot het _Woord_ Gods, dat onze | | B: wrarheid; milddadigheid tot de | | C: waarheid; milddadigheid tot de | | B: Laat mij eens zeggen onbevreest; | | C: Laat mij eens zeggen onbevreesd; | | B: is on eindelijk grooter dan de | | C: is oneindelijk grooter dan de | | | +---------------------------------------------------------+