Vlaamsch Belgie sedert 1830 Eerste Deel
Chapter 18
In Holland zelf had intusschen de Vorst, dien men vroeger "Vader Willem" noemde, geheel en al zijne populariteit verloren. Hij kon het wel zien, toen den 20en December 1839 zijn voorstel om 56 millioen te ontleenen tot het dekken der schuld, benevens het ontwerp van begroeting, verworpen werd; de oppositie eischte eene grondwetsherziening en bekwam de zoo lang gevraagde ministerieele verantwoordelijkheid (6en September 1840). En wanneer de oude Koning zijn inzicht te kennen gaf, met de Belgische katholieke gravin d'Oultremont in het huwelijk te treden, ging zulk een geschreeuw in het land op, dat hij van de kroon afstand deed (7en October 1840), en met zijne gemalin en zijn overgroot fortuin naar Berlijn trok, waar hij drie jaar later overleed.
Met zijnen opvolger, Willem II, den prins van Oranje, sloot Belgie, den 5en November 1842, het eindverdrag, dat alle moeielijkheden aangaande de grenzen, de scheepvaart en de schuldverdeeling vereffende.
Besluit
Veroorzaakt door het slecht beleid van de Hollandsche regeering, aangevuurd door de kuiperijen van de Fransche clubs in Belgie, mogelijk gemaakt door het verbond der geestelijkheid met de vrijzinnigen, bekrachtigd door den naijver en de hebzucht van Engeland en Frankrijk, is de Belgische Omwenteling in hare gevolgen op zeer verschillende wijzen beoordeeld geworden.
Ondanks de veroordeeling der Belgische Grondwet door Paus Gregorius XVI, die de vrijheid van geweten "een pest en een geestverwarring" en die van drukpers "eene verderfelijke ongeregeldheid" noemde (15en Augustus 1832), trachtten de katholieken voor zich zelven, met volle handen, het rijkste gewin uit de onbeperkte grondwettelijke vrijheden te putten; onafhankelijk van alle tusschenkomst van den Staat en toch door hem bezoldigd, bemachtigde de geestelijkheid alras het lager onderwijs door de stichting van vrije scholen, en oefende een feitelijk gezag zelfs op de Staatsscholen uit; het platteland werd door de priesters volkomen beheerscht, en men weet, door talrijke tot het Congres gerichte protestaties, dat zij de verkiezingen voor de gemeenteraden in persoon bestuurden. De clericale partij vond dus in de gevolgen van de Omwenteling voordeelen die zij nooit te voren had mogen droomen: ook behooren de eersten die de Revolutie in hunne schriften verdedigden, Robiano de Borsbeek (1832), Nothomb (1833) en De Gerlache (1839) tot de katholieke partij.
Robiano de Borsbeek, de agent der Jezuieten -- die, naar men beweerde, in November 1829 ineens 80,000 frank van die orde ontvangen had om de geestelijkheid tegen Koning Willem op te jagen -- na de wijze uiteengezet te hebben waarop de katholieken, uit de door de Grondwet gewaarborgde vrijheden, voordeel kunnen trekken, roemt de Constitutie onvoorwaardelijk.
Uit een liberaal standpunt noemt de groote liberale geschiedschrijver en rechtsgeleerde Prof. F. Laurent de Omwenteling "de groote fopperij van 1830": en ontegensprekelijk zijn de Liberalen in hunne Unie met de Katholieken gefopt geweest, zooals het reeds bleek door de schoolwet op het lager onderwijs van 1842.
Nog voor het afkondigen der Grondwet zag men de kloosters, waarvan Jozef II, de Fransche Revolutie en Willem I ons verlost hadden, alom weer oprijzen. De geestelijke orden van beider kunne maakten zich de regeeringloosheid te nutte om in der haast in de Zuidelijke Nederlanden neer te strijken. Veel liever dan in Frankrijk te blijven, waar de Jacobijnen van de Clubregeering hun een onverzoenlijken oorlog aandeden, kwamen de Jezuieten, die zoo krachtig de Revolutie geldelijk ondersteund hadden, verder de Broeders der Christelijke Leering, de Kapucijnen en andere monniken, mitsgaders talrijke nonnencongregaties, zich in ons land vestigen; en sedert het midden van October werden de Vlaamsche gewesten door een leger paters en nonnen van alle slag om zoo te zeggen overrompeld. De wijsgeerige handelingen van L. de Potter en zijne vrienden, en de liberale strekking van de hoogere geestelijkheid waren gelukkiglijk een tegenwicht: anders zou de Belgische Omwenteling van 1830 eene tweede verbeterde uitgave der clericale Brabantsche Omwenteling van 1789 zijn geworden.
Uit een sociaal-oeconomisch oogpunt was de Belgische Omwenteling, volgens den geleerden staathuishoudkundige Emile de Laveleye een groote misgreep: niemand zal betwisten dat de bestuurlijke scheiding tusschen Holland en Belgie, door het behoud van eene gezamenlijke vloot en van de uitvoerhavens naar de Oostindische kolonien, voor handel, nijverheid en maatschappij voordeeliger zou geweest zijn, dan de volkomen scheuring der Nederlanden. De telkens terugkeerende crisissen, die voor koop- en werklieden dadelijk na de Septemberdagen begonnen, zijn er het rechtstreeksch bewijs van.
Ook werd het Europeesch evenwicht er door geschokt, nu dat Frankrijk niet meer in toom gehouden werd door het Koninkrijk der Nederlanden, zoodat dezelfde Prof. E. de Laveleye de Belgische Omwenteling "eene misdaad tegen de rust van Europa" heeft genoemd.
Maar het is nutteloos zich over die daad te berouwen. Een volk mag zijn tijd niet verspillen met het verleden te betreuren, het moet de toekomst in de oogen kijken en manmoedig voorbereiden. Belgie heeft door zijn werkdadigheid en vernuft bewezen, dat het recht had op de onafhankelijkheid: vijf en zeventig jaar van stoffelijken vooruitgang, vrede en rust hebben het afdoende betoogd.
Maar voor ons, Vlamingen, heeft de Omwenteling gevolgen gehad, die wij nooit mogen vergeten. Die zijn te wijten aan de partijdige houding tegenover Vlaamsch-Belgie van de leiders der Omwenteling, die na October 1830 het bewind in handen gehad hebben.
Immers, het Voorloopig Bewind, de twee ministeries van den Regent en de ministeries die malkander tot in het midden van de regeering van Leopold I opgevolgd zijn, hebben stelselmatig alles in 't werk gesteld om niet alleen de stoffelijke, maar ook de geestelijke belangen van het Vlaamsche volk te verwaarloozen ten voordeele van de Walen.
Het gansche land door had de Omwenteling den onmiddellijken stilstand van handel en nijverheid, de stremming van alle ondernemingen, de vermindering van de waarde der eigendommen, en niet het minst het verlies van het crediet na zich gesleept; vele fabrieken, die vroeger door Koning Willem ondersteund werden of op het Nijverheidsfonds teerden, hadden hunne arbeiders moeten afdanken: de werkloosheid werd zoo groot dat men de arbeidersklasse tot het uitvoeren van openbare werken moest gebruiken. Gent, Antwerpen, Oostende, die zulk een hoogen trap van bloei en welvaart onder het Hollandsch bestuur bereikt hadden, zagen, de eerste hare weefgetouwen en andere mekanieken stilvallen, de twee andere hunne handelsvloot verhuizen of in hunne dokken verrotten.
Vlaanderens oeconomisch verval in 't bijzonder was zoo openbaar, dat zelfs Louis-Philippe er de aandacht van Talleyrand op vestigde. Welnu, in plaats van Vlaamsch-Belgie uit dien hachelijken toestand te redden, lieten de verschillende besturen, die sedert October 1830 elkander opvolgden, deze vroeger zoo welige streek, uit voorliefde voor den Waal, volkomen verkwijnen.
Het door koning Willem gegraven kanaal van Terneuzen werd niet voltooid; de haven van Oostende wachtte lang en vruchteloos naar verbetering; de ontworpen vaarten in Vlaanderen en in de Kempen werden voor geruimen tijd verdaagd. Terwijl het Walenland als in een net van Staatsspoorwegen omwikkeld was, bleven West-Vlaanderen en Limburg er zonder; en de rijks- en provinciestraten die tijdens het Hollandsch bewind zulke gunstige uitbreiding genomen hadden, werden nauwelijks onderhouden. Aan het Walenland werden de officieele toelagen voor allerlei openbare werken kwistig uitgedeeld, maar Vlaamsch-Belgie en bepaaldelijk het Orangistische Gent werden door de verfranschte bureaucraten te Brussel uit alle gouvernementeele gunsten gesloten gehouden.
Men kende slechts de Vlamingen als 't er op aankwam om te betalen; dank zij een gebrekkige kadastrale verdeeling werden de Walen, in zake grondbelasting, in verhouding tot de Vlamingen op de onrechtvaardigste wijze, lange jaren, begunstigd; Julius Vuylsteke heeft in zijn _Korte Statistieke Beschrijving van Belgie_ de schreeuwende wanverhouding aangetoond in de verdeeling der belastingen ten opzichte van de Waalsche provincies en het Vlaamsche platteland. Ook de visscherij aan de Noordzee liet men doodkwijnen, daar de Walen, die in de achtereenvolgende ministeries alles beheerschten, schenen te vergeten dat Belgie een Vlaamsche zeekust bezat, die geen mindere schatten bevatte dan de Waalsche mijnen.
Doch deze verwaarloozing of ontkenning van de stoffelijke belangen van de Vlamingen wordt nog in de schaduw gesteld, door de verdrukking van hunne verstandelijke rechten.
Voor 1830 was er een algemeen geschreeuw in de rangen van de oppositie opgegaan, toen Willem zijne taalbesluiten afgekondigd had, en de advocaten-journalisten van Luik en Brussel hadden de regeering verweten, dat zij het Nederlandsch aan de Walen wilde opdringen: een onjuiste bewering. Maar nu, door eene soort van reactie tegen het schrikmiddel dat zij zelf gesmeed hadden, beproefden de Fransche en Waalsche leiders van de Omwenteling, onze taal in Vlaamsch-Belgie uit te roeien. Durfde niet Nothomb, in zijn berucht _Essai sur la Revolution Belge_(1834) -- eene verdediging van het gedrag van de hoofden van de beweging -- de Vlamingen aansporen "openlijk de Fransche taal aan te nemen?" Toonden zich niet de Rogiers en hunne vrienden in alle omstandigheden de vijanden van de Vlaamsche taal, en trachtten zij niet, op alle mogelijke wijzen, het Fransch in Vlaamsch-Belgie te verspreiden?
Den dag na zijne aanstelling, was de eerste daad van het Voorloopig Bewind het Staatsblad uitsluitend in de Fransche taal op te stellen (5en October); tien dagen nadien schafte zij de Vlaamsche Kamer af, die over de vonnissen uit Limburg bij het Beroepshof van Luik uitspraak deed. Einde October werd de Vlaamsche taal insgelijks uit het leger gebannen; bevelen en bestuur zouden voortaan in het Fransch "als zijnde de in Belgie meest verspreide taal" geschieden. Men vergete daarbij niet dat er in 1831 op 2700 officieren nog geen 150 Belgen waren; de overige waren, tot Wellingtons groote ergernis, door Leopold aangeworven Franschen, en zijn generale staf bevatte 24 Franschen tegenover 4 Belgen.
Den 16en November 1830 vaardigde het Voorloopig Bewind -- dat nochtans, sedert de aanstelling van het Congres, van de wetgevende macht beroofd was -- zijn berucht treurig Besluit uit, dat straffeloos onze taal versmaadde en met de voeten trapte.
"Overwegende, zeiden Rogier, Gendebien. Felix de Merode en Van de Weyer, dat het Vlaamsch, door de inwoners van zekere plaatsen (?) gesproken, verschilt van provincie tot provincie en soms van omschrijving tot omschrijving, zoodat het onmogelijk zijn zou den tekst der wetten en besluiten in die taal af te kondigen, zal het Fransch in Belgie de eenige officieele taal zijn." Wel is waar werd het gebruik van het Nederlandsch toegelaten, doch onder zulke voorwaarden, dat de aanwezigheid van een Vlaamschonkundige onder de rechters, de Fransche taal aan een gansche omschrijving opdrong. En in het bestuur zoowel als in het leger welk een onrechtvaardige verhouding tusschen Vlamingen en Walen: bijna geen Vlaamsche officieren, bijna geen Vlaamsche ambtenaren; dit was het gevolg van de geweldige plaatskensjacht, waarmede de Walen hunne taalgenooten van 't Voorloopig Bewind bestormd hadden.
Onrechtvaardige taalbesluiten, onrechtvaardige verdeeling der ambten: voor dezelfde grieven had de Waalsche oppositie het tot de Omwenteling gebracht, en het Koninkrijk der Nederlanden vaneengescheurd; de gedweee Vlaming liet maar alles lijdzaam gebeuren.
De ministeries van Leopold zetten de kroon op dit hatelijk verfranschingswerk met het Fransch als voertaal aan de overgebleven officieele onderwijsgestichten op te dringen. Wij zeggen de nog overgebleven gestichten: want in de eerste dagen der Omwenteling, die in Vlaamsch-Belgie meestal een clericaal karakter had aangenomen, waren de lagere officieele scholen door de geestelijkheid weggekuischt, met zulk een wraaklust, dat de landkaarten van de muren werden gerukt, de leertoestellen in een vreugdevuur verbrand, en dat de koperen gewichten van het metriek stelsel naar de kinderen gegooid werden om er mee te spelen; de gemeentebesturen sloten eenvoudig de colleges en wierpen de wereldlijke leeraars buiten om ze door priesters te vervangen. In tien jaar tijds viel de gemiddelde wedde der schoolmeesters van 300 op 210 frank; het getal scholen viel van 4000 op 2000; en door de afschaffing der opzieners van 't onderwijs verdween alle toezicht op de scholen.
In October had het Voorloopig Bewind de drie Staatshoogescholen afgeschaft en ze in de volgende maand heringericht, doch derwijze verminkt, dat de twee voorbereidende faculteiten ontbraken. Na de inrichting van de hoogeschool te Leuven door de Katholieken en die te Brussel door de Liberalen (1834-1835), werd de regeering verplicht de twee Staatshoogescholen te Gent en te Luik te herstellen; doch voor het middelbaar en het lager onderwijs deed zij niets! Het onderwijs in Vlaanderen, zonder programma, zonder toezicht van de openbare besturen, in handen van eene in 't algemeen zeer weinig ontwikkelde geestelijkheid, bleef gedurende jaren bijna nul: van daar weldra het ontzettend getal ongeletterden in een streek die onder Willem's regeering zooveel beloofde!
In de gestichten, die aan de ramp ontsnapt waren, voerde nu het hooger bestuur het Fransch als voertaal in! Nevens de algemeene onwetendheid van de bevolking schiep men aldus een kloof tusschen de verlichte standen en de lagere volksklasse, hetgeen onberekenbare gevolgen moest hebben.
Het doel scheen bereikt; reeds jubelden deze Franschgezinde meesters over de uitroeiing van de taal van de groote meerderheid der bevolking. Doch, daar ontstaat de Vlaamsche Beweging; de Vlaamsche Commissie legt de grieven van de Vlaamsche bevolking bloot......
De volgende hoofdstukken zullen uitwijzen hoe het Vlaamsche volk, niettegenstaande de Waalsche overheersching en dank zij zijn taaien moed en de aanhoudendheid van de leiders onzer Beweging, op velerlei gebied aan de ondergeschiktheid kon ontsnappen en zich voorbereidt om de geleden schade in te halen.
Noten:
[Noot 26: S. Van de Weyer had aan Leopold op 6en Oogst het zeer overdreven nieuws van een Belgischen opstand op Java geseind; de minister van oorlog D'Hane aarzelde niet aan Lebeau te melden, dat de Belgische troepen zich te Batavia van de regeering meester gemaakt hadden en een bestuur ingericht in naam van het Belgische volk. De minister voegde erbij dat het gansche eiland zich aan die regeering onderworpen had, en dat de Koning hem uitnoodigde een agent naar Batavia te sturen.]
Bibliographie
van de twee laatste hoofdstukken
C. P. E. Robide van der Aa, _Catalogus van boekwerken en vlugschriften, betreffende de woelingen in het zuidelijk gedeelte der Nederlanden_, 3 dln. (Amsterdam, 1838-1840). -- a) OFFICIEELE AKTEN: _L'Union belge_ (Voorloopig Bewind), 10 October 1830-3 Maart 1831 (Brussel); _Le Moniteur belge_ (Brussel, sedert 16 Juni 1831); J. G. Verstolk van Soelen, _Recueil de pieces diplomatiques relatives aux affaires de la Hollande et de la Belgique en 1830-1832_, 3 dln. ('s Gravenhage, 1831-1833); E. Huyttens de Terbecq, _Discussions du Congres National de Belgique_, 5 dln. (Brussel, 1844-1845); Lagemans, _Recueil des traites et conventions conclus par le Royaume des Pays-Bas depuis 1813_, 10 dln. ('s Gravenhage, 1858-90). -- b) DAGBLADEN: zie A. Warzee, _Essai historique et critique sur les journaux belges_ (Gent, 1845). -- c) VLUGSCHRIFTEN: Ch. Froment, _Etudes sur la Revolution belge_ (Gent, 1834); brochures van graaf van Hogendorp, S. Van de Weyer en Libry-Bagnano, aangehaald door Nothomb. _Essai historique et politique_ (blz. 39-40). -- d) BRIEVEN: J. R. Thorbecke, _Brieven_ 1830-32 ('s Gravenhage, 1873); G. K. van Hogendorp, _Brieven_, 4 dln. ('s Gravenhage, 1866-67).-e) GEDENKSCHRIFTEN: Van der Duyn van Maasdam en Van der Capellen, _Notices et Souvenirs biographiques_ (St Germain-en-Laye, 1852): J. Lebeau, L. de Potter, H. de Merode, zie hooger; K. Pletinckx, _Souvenirs revolutionnaires_ (Brussel, 1857); A. J. Goblet d'Alviella, _Memoires historiques_, 2 dln. (Brussel, 1864-65); A. L. Van der Meere, _Memoires_ (Brussel, 1880); Prince de Talleyrand, _Memoires_, uitg. Duc de Broglie, 5 dln. (Parijs, 1891); E. Bertin, _Journal intime de Cuvillier-Fleury_, 2 dln. (Parijs, 1900-1902). -- f) LEVENSBERICHTEN: Th. Juste, _Les Fondateurs de la monarchie belge_, onder dewelke ook Lord Palmerston en B^on Stockmar, 22 dln. (Brussel, 1866-1878); L. Jottrand, _Louis de Potter_ Brussel, 1860); E. Discailles, _Charles Rogier_, 4 dln. (Brussel, 1892-1895); Mgr. G. Monchamp, _L'Eveque Van Bommel et la Revolution belge_ (in _Bulletin de l'Academie de Belgique_, 1905); H. Siccama, _Vie d'Antoine Falck_ ('s Gravenhage, 1860); B^on de Sirtema de Grovestins, _Le Baron Robert Fagel_ ('s Gravenhage, 1857); H. von Gagern, _Das Leben des Generals F. von Gagern_, 2 dln. (Leipzig, 1856-57); H. Bulwer Lytton, _The Life of Palmerston_, 3 dln. (Londen, 1870). -- g) GELIJKTIJDIGE SCHRIFTEN: Buiten Nothomb en De Gerlache hooger vermeld, W. Grave van Bylandt, _Verhael van het oproer te Brussel_ ('s Gravenhage, 1831); Don Juan van Halen, _Les Quatre Journees_ (Brussel, 1831); M. de Warguy, _Esquisses historiques de la Revolution en Belgique_ (Brussel, 1831); Kessels, _Precis des operations militaires durant les quatre journees de septembre_ (Brussel, 1831); Ch. de Leutre, _Histoire de la Revolution belge_, 3 dln. (Brussel, 1849). -- Ch. White, _The Belgian Revolution_, 2 dln. (Londen, 1835); Ch. Lefebvre de Becourt, _La Belgique et la Revolution de Juillet_ (Parijs, 1835); Ungewitter, _Geschichte der Niederlande und der Belgischen Revolution_ (Leipzig, 1832). -- B^on de Keverberg, _Du Royaume des Pays-Bas et de sa crise actuelle_, 2 dln. ('s Gravenhage, 1835), zeer scherpe critiek op Nothomb's hoogervermeld _Essai historique_ (1833); antwoord van Nothomb in het dagblad _L'Independant_ (Februari-Maart 1835). -- Ad. Bartels, _Les Flandres et la Revolution belge_ (Brussel, 1834); en _Documents historiques sur la Revolution belge_ (Brussel, 1836). -- J. B. Van der Meulen, priester, _Willem, ingedrongen koning der Nederlanden_, 2 dln. (Brussel, 1839). -- Ch. Durand, _Dix jours de campagne ou la Hollande en 1831_ (Amsterdam, 1832). -- Chevalier de Richemond, _Campagne de 1832 en Belgique_ (Parijs, 1833). -- h) MODERNE GESCHIEDKUNDIGE WERKEN: Th. Juste, _La Revolution belge de 1830 d'apres les documents inedits_ (Brussel, 1872); Ch. V. de Bavay, _Histoire de la Revolution belge de 1830_(Brussel, 1873) en twee terechtwijzende opene brieven tot dien oud-Procureur-Generaal door Th. Juste gericht (Brussel, 1873-74); L. Hymans, _Histoire parlementaire de la Belgique de 1830 a 1880_, 6 dln. (Brussel, 1877-1880); Th. Juste, _Le Congres national de Belgique_, 2 dln. (Brussel, 1850); Prof. J. Bosscha, _De Belgische Revolutie_ (Leeuwarden, 1856); zie hooger Nuyens. -- Ph. Van der Kemp, _De Antwerpsche proclamatie des Prinsen van Oranje_ (in den _Tijdspiegel_, October 1902-1903), en dezelfde, _De Belgische Omwenteling in Luik en Limburg_, 2 dln. ('s Gravenhage, 1904); W. Wueppermann, _De tiendaagsche veldtocht_ ('s Gravenhage, 1881). -- Graaf Oswald de Kerchove de Denterghem, _Les preliminaires de la Revolution belge en 1830 (Revue de Belgique,_ 1896). -- V^te de Beaumont-Vassy, _Histoire des Etats Europeens depuis le Congres de Vienne, Belgique et Hollande_ (Parijs, 1843); Ch. de Ficquelmont, _Lord Palmerston, l'Angleterre et le Continent_ (Brussel, 1853); C^te d'Haussonville, _Histoire de la politique exterieure du gouvernement francais de 1830 a 1848_ (Parijs, 1850); L. Blanc, _Histoire de Dix Ans_ (Parijs, 1842); Lucien de la Hodde, _Histoire des societes secretes en France_ (Parijs, 1850); E. Carlier, _Talleyrand et la Belgique (Revue de Belgique_, 1891); Duc de Broglie, _Le dernier bienfait de la monarchie, la neutralite de la Belgique (Revue des Deux Mondes_, 1899-1900); R. Guyot, _La derniere negociation de Talleyrand, l'independance de la Belgique (Revue d'histoire moderne et contemporaine_, Parijs, 1900-1901); R. Dollot, _Les origines de la neutralite de la Belgique_ (Parijs, 1902); Chev. David-Descamps, _La neutralite de la Belgique_ (Brussel, 1902); Pastoor Fl. de Lannoy, _Les origines diplomatiques de l'independance belge, la Conference de Londres_ (Leuven, 1903). -- L. van Neck, _1830 Illustre_ (Brussel, 1902); Ch. Terlinden, _La Revolution belge de 1830 racontee par les affiches_ (Brussel, 1903). --Ch. Niellon, _Histoire des evenements militaires et des conspirations orangistes de 1830 a 1833_ (Brussel, 1868); A. Eenens, _Documents historiques sur les conspirations militaires de 1831_, 3 dln. (Brussel, 1875-1876). -- J. J. Thonissen, _La Belgique sous le regne de Leopold I_, 3 dln. (Leuven, 1861); G. Oppelt, _Histoire generale de la Belgique de 1830 a 1860_ (Brussel, 1861); L. Hymans, _Histoire populaire de Leopold I_ (Brussel, 1864); Th. Juste, _L'election de Leopold I_ (Brussel, 1867), en _Leopold I roi des Belges_, 2 dln. (Brussel, 1868); Saint Rene Taillandier, _Le roi Leopold et la reine Victoria_, 2 dln. (Parijs, 1878); Andre Martinet, _Leopold I et l'intervention francaise en Belgique en 1831_ (Brussel, 1905).
Zie verder de _Biographie Nationale_, uitg. door de Kon. Academie van Belgie, en de _Patria Belgica_, uitg. Van Bemmel, dl. II.
Twee uitstekende samenvattingen zijn: A. Waddington, _L'Insurrection belge et le Royaume de Belgique_, bij Lavisse et Rambaud, _Histoire generale de l'Europe_, dl. X, hoofdstuk IX; en A. Stern, _Die Niederlande_ en _Begruendung Belgiens_, in zijne _Geschichte Europas von 1830 bis 1848_, dl. I (1905), hoofdstukken II en V.