Van pool tot pool

Part 28

Chapter 28981 wordsPublic domain

Van uit Wiborg gaat een lijn naar de schuimende Imatravallen, waarmede het water van het Saimameer tusschen met wouden bedekte granietoevers in de Wuoxenrivier stroomt. Maar verder leidt ons de trein westelijk door het „land der duizend meren”, tusschen roode huisjes, met bosschen bedekte heuvels, velden en granietvlakten, kortom door een natuur, die overal aan Zweden doet denken. De trein rolt langs de uitgetande Finsche kusten en houdt eindelijk stil te Abo aan de Aura, de hoofdstad van Finland.

Beneden aan de haven wacht de stoomboot „Bore” ons. De schemering is reeds ingevallen als het schip begint te bewegen, de touwen worden losgemaakt, de „Bore” achterwaarts van de kade afstoot, zich dan omdraait en nu door de Finsche scheren westwaarts stevent. Midden in den nacht komen wij de Alandseilanden voorbij. Een heftige Westerstorm waait ons tegemoet. De Alandszee verheft zich in woedende golven en een ondoordringbare sneeuwjacht veegt over haar kammen. Maar de kapitein van de „Bore” is een beproefd zeeman. Met vasten blik en waakzaam oog vaart hij met zijn schip tusschen de buitenste klippen door, de Zweedsche scheren in.

De dag begint nauwelijks te grauwen of wij loopen Foeroesoend binnen. Ginds ligt Oestana op het vasteland en daar tegenover het eiland Ljusteroe en Siaroe, waar ik zooveel schoone zomers heb doorgebracht. Nu varen wij over het Saxarwater en het Trälmeer.

Hier hebben wij den Tenosund, welke door villa’s is omgeven, die ’s winters gesloten zijn, ginds strekt zich de lange arm uit van het Askrikewater en hier is de landtong Hasseludden, met een geheel dorp van zomerwoningen. Wij naderen de stad en mijn innerlijke opwinding groeit met elke minuut. De „Bore” vaart met vollen stoom en toch zoo langzaam. Eindelijk zijn wij Lilla Boestan voorbij en glijden naar den blokhuispunt.

En nu ontplooit zich als met een tooverslag het schoonste en onvergetelijkste van alle landschappen, die wij op onze lange reizen zagen, Stockholm! Recht voor ons de zuidelijke bergen met hun huizenmassa, tinnen en torens en dadelijk aan den rechterkant de stad tusschen de bruggen, de Ritterholmskerk, de Groote Kerk en de torens der Duitsche kerken, welker torendaken ver uitsteken boven de oude, eerwaardige gevels der Skeppsbronstraat en de rechte lijnen van het slot. Aan stuurboordzijde hebben wij de eilanden en stadsgedeelten Kastelholmen en Skeppsholmen, het nationaal museum en het plein Karel XII, en daar staat de jonge Koning, nog steeds naar het Oosten wijzend.

De laatste oogenblikken zijn eeuwigheden! Nu heb ik eindelijk Zweedschen grond onder de voeten. Daar zijn mijn ouders, mijn broers en zusters en vrienden! En een kort oogenblik later zijn wij weer allen bijeen in ons oud tehuis.

Hier is het einde van den weg dien ik aflegde, en die als een keten het geheele Oostelijke halfrond omspande en hier verlaat ik u, mijn jeugdige vrienden! Wij zijn met elkaar Europa doorgesneld en hebben een groot deel van Azië gezien, zijn door het gesloten Tibet getrokken, hebben, in gedachte althans, Australië doorloopen en zijn ten slotte China en het land der Opgaande Zon, Siberië en Rusland doorgereden. Alleen om mijn zilveren bruiloft met Azië te vieren? Neen, om te samen de wieg der menschheid, de oude cultuurwereld te leeren kennen en ook uw lust en liefde voor het reizen op te wekken.

En als het u bevallen is, dan gaan wij spoedig een tweeden tocht ondernemen, „Van Pool tot Pool”, door Afrika en de Nieuwe Wereld, naar de Zuidpool en door West-Europa naar de Noordpool.

Tot zoolang „Gode bevolen!”

INHOUD.

Bladz. Voorwoord 5 1. De Oostzee over 9 2. De hoofdstad van Duitschland 12 3. Keizer Wilhelm 16 4. Het marinemuseum 18 5. De Berlijnsche chimpansé 23 6. Keizer Frans Jozef en de loodgieter van Weenen 26 7. Door de Hongaarsche vlakte naar het Balkanschiereiland 29 8. Konstantinopel 32 9. De Kerk der heilige Wijsheid 35 10. Vrouwe Fatime op den bazaar 39 11. De kerkhoven van Stamboel 44 12. De Zwarte Zee 46 13. Van Trebisonde naar Teheran 49 14. Mijn eerste reis naar Bakoe 52 15. Het Nobelwerk in Balakhani 56 16. Dwars door Perzië 58 17. Een reissprookje 64 18. Door de Perzische woestijn 68 19. Jakhalzen en hyena’s 74 20. Wolven op den Pamir 79 21. De vader der ijsbergen 85 22. Een Kirgisisch ruiterspel 88 23. In het rijk van den zwarten dood 92 24. Een nachtelijke rooftocht door de woestijn 97 25. Schorpioenen 101 26. De Indus 104 27. Alexander de Groote 105 28. De doodskaravaan 109 29. Een strijd om het leven 113 30. Tweeduizend kilometer stroomafwaarts 120 31. Het meer, dat zich verplaatst 125 32. Wilde kameelen 128 33. Tibet 131 34. Mijn pelgrimstocht naar Lhasa 136 35. Een vroolijke gevangenis 146 36. De Taschi-Lama 152 37. De wilde ezel en de yak 155 38. Nuttige planten van Indië 159 39. Naar de Ganges 163 40. Een heilige stad 167 41. Aan de kust der geloovigen 170 42. Het licht van Azië 174 43. De olifanten van Azië 177 44. De koning van het struikgewas 185 45. Slangen en slangenbezweerders 191 46. Een stoomboottocht op den Indischen Oceaan 196 47. Dwars door Australië 201 48. De Soenda-eilanden 206 49. Over Singapore naar de Zuid-Chineesche Zee 208 50. Hongkong 212 51. Tegen den Noord-Oostmoesson in 215 52. Schanghai 217 53. Godsdiensten en zending in China 219 54. Het rijk van het Midden 222 55. Het nieuwe China 228 56. De blauwe rivier 231 57. Mongolië 236 58. Dschingis Chan 240 59. Marco Polo 241 60. Nippon, het land der opgaande zon 246 61. Kobe 249 62. De Foejijama 254 63. Jokohama en Tokio 256 64. De Keizer van Japan 258 65. Japan’s jeugd 260 66. Korea 262 67. Mandschoerije 265 68. Port Arthur 267 69. De Trans-Siberische spoorweg 275 70. Door Siberië 276 71. De Vegareis 279 72. De Wolga en Moskou 281

AANTEEKENINGEN

[1] Een groschen heeft de waarde van 6 centen.

[2] Jang tse kiang.